Flickr / Vicky Kletke

De psychiatriemanie

Van mijn psychiater heb ik alleen een 0900-nummer. Het ligt in mijn la, gedrukt op de folder van het instituut. Een aantrekkelijke folder, met divers aanbod: angststoornis; somatiek; persoonlijkheidsproblematiek. Onder iedere stoornis staat wat korte informatie, en hier en daar een lichtgekleurd tekstvlak met "persoonlijke ervaring". Zoals: "Je hoort vaak dat je lang moet wachten, ik was daarom blij dat er snel contact werd opgenomen." Of: "Ik was echt opgelucht dat er ook voor mijn winterdepressie een oplossing bestond." Of, mijn favoriet: 'De zelftest op de website bevestigde mijn eigen vermoeden van ADHD.' Op de achtergrond is een donkere wolk te zien, waar de eerste zonnestralen al voorzichtig langs de rand strijken. En onderaan de pagina steeds datzelfde mantra: “Specialistisch • Optimistisch • Toegankelijk.”

Wat zien we hier? Op het eerste gezicht een wat onhandige slogan, die precies verwoordt wat de psychiatrie al jaren wordt verweten: vakidioten, die opportunistisch met pillen smijten, naar vrijwel iedereen. Alleen onhandig, domme pech – of zou er een diepere betekenis in de brochure schuilen?

Volgens kenners is de psychiatrie ontspoord. Door blind handboekfetisjisme zou ze onbedoeld een melkkoe zijn geworden van de farmaceutische industrie.

Volgens kenners is de psychiatrie ontspoord. Door blind handboekfetisjisme zou ze een melkkoe zijn geworden van de farmaceutische industrie. Ze zou mensen ziekten aanpraten, en het liefst iedere burger behandelen. Allen Frances is zo'n kenner. In zijn onlangs verschenen boek Terug naar Normaal (2013) beschrijft Frances hoe het vakgebied heeft kunnen ontsporen en waarschuwt voor de gevaren van het nieuwe handboek DSM-5. Indien blindelings nageleefd – en dat wordt het – zal deze bijbel een nieuw psychiatrisch schrikbewind over de maatschappij uitroepen; miljoenen mensen onterecht gek verklaren. Dat schrikbewind begint vandaag, het handboek is net uit.

Frances is niet zomaar een onheilsprofeet. Hij heeft van dichtbij kunnen zien hoe de DSM-III – een haastig opgestelde checklist – onbedoeld uitgroeide tot dé internationale standaard van de psychiatrie, en gaf leiding aan het samenstellen van DSM-IV. Naar eigen zeggen hebben zijn wijzigingen tot valse epidemieën geleid – stoornissen zelfs vertwintigvoudigd. Die excessen had niemand voorzien: zijn creatie werd gekaapt, schrijft hij, zijn definities misbruikt door de farmaceutische industrie. Buiten zijn macht ontpopte de DSM zich tot kwaadaardige bijbel. Een maatschappelijk instrument dat al het afwijkende afkeurt, een etiket opplakt en daarbij een kleverige schandvlek achterlaat: het stigma van de psychiatrisch patiënt.  – “Dit kind is gek.”

De uitgever van de DSM, de American Psychiatric Association (APA), heeft volgens Frances niets van de fouten geleerd. Integendeel: ADHD wordt juist verder opgerekt; doodnormale driftbuien heten ineens 'DMDD', en rouw valt straks onder depressie. Om verdere medicalisering te stoppen moeten we volgens Frances het handboek negeren. We moeten terug naar normaal. 

Frances' pleidooi kent drie karakteristieke punten die je op analoge wijze in de Nederlandse DSM-discussie terugziet: de onschuld van burgers, de invloed van DSM en de kwalijke subjectiviteit van diagnoses. Anders gezegd, mensen worden bestempeld, er is een 'heilig boek' dat beslist; en dat kan zomaar omdat er geen biologische tests bestaan (zoals bij SOA’s). Dat het onzin is, is nog tot daaraan toe. Het ergste van de indianenverhalen over DSM-dictatuur, over het categorisch imperialisme en wat al niet, is dat we de kans laten schieten op een gesprek over het échte probleem.

Goed, nog kort over die indianen: Frances schrijft over de VS, waar medicatie heftiger is, de lobby machtiger, en reclame direct gericht aan de consument – "ask your doctor about Xanax". Gelukkig is dat bij ons heel anders. Maar het gekke is: je ziet dezelfde tendens – 'diagnostische inflatie' en 'overmedicatie'. Het valt moeilijk uit te sluiten dat Big Pharma lobby achter de schermen ook hier de touwtjes in handen heeft en de burgers in hokjes duwt, maar het lijkt me aannemelijker dat een aantal sociale verschuivingen de toename aan klachten creëert. Eén verschuiving specifiek: we stappen sneller naar de psychiater.

Zoals we de waarheid hebben uitbesteed aan wetenschap, hebben we mentaal onbehagen en onvermogen uitbesteed aan psychiatrie – in plaats van familie, de dominee of psychotherapie.

De NEMESIS-studie, die psychiatrische symptomen meet onder de 'normale' Nederlandse populatie, laat dat misschien wel het duidelijkst zien. Gedurende jaren – en dwars door definitieverandering – bleek niets zo sterk toegenomen als de relatieve hoeveelheid patiënten die voor hun klachten behandeling zocht. Aanstellerij? Hoeft niet, eerder: professionalisering. Zoals we de waarheid hebben uitbesteed aan wetenschap (en pas iets geloven wanneer 'onderzoek aantoont dat'), hebben we mentaal onbehagen en onvermogen uitbesteed aan psychiatrie – in plaats van familie, de dominee of psychotherapie. Dat werkt erg goed, maar (zoals blijkt) het resultaat is vaak teleurstellend.

Tot slot: kunnen 'objectieve' criteria de kwestie niet oplossen? Volgens mij niet. Het overgrote deel van de stoornissen, die van ‘ambulante’ patiënten (die wandelen gewoon rond, zoals ik), kun je met een hersenscan ongetwijfeld zien zitten –  maar niet op een wezenlijk andere manier dan dat een slimmer brein vaak wat groter is; een behoudender brein wat banger. Maar is dat dan een angststoornis? Wanneer wordt ‘awkward’ ‘asperger’, of: ‘irritant’ ‘ADHD’?  Dat blijven subjectieve oordelen; sociale contracten. Momenteel wordt dat aan psychiaters overgelaten. Als íemand weet waar 'normaal' ophoudt en 'ziekelijk' begint, zijn zij het – denken we. En wanneer de hokjes dan wéér uitdijen, de categorieën wéér toenemen, vervloeken we het handboek en verdenken de industrie. Maar door al dat gefit op definities lijkt het alsof we zijn vergeten wat al die categorieën betekenen. Dat moet haast wel, anders zouden we het nooit aan die psychiaters hebben afgedragen.

Volgende week woensdag deel II.

Gerelateerde artikelen
Reacties
5 Reacties
  • Arjan Miedema,

    Volgens mij moet de vinger nog harder (de schrijver doet 't al een beetje) gewezen worden op 'ons' als zere plek, ons, de-gewone-mensen-zelf. Wij zijn het die de kinderen in onze klassen de labels opplakken en bv. ADHD aangrijpen als excuus voor slecht opvoeden of een falend en beperkt onderwijssysteem. De samenleving als hypochonder.

    Dat de psychiater niet sterk genoeg in zijn schoenen staat en ons niet terechtwijst is jammer, en dat de industrie de pilletjes faciliteert ook, maar wij zijn kortzichtig en gemakzuchtig. De nieuwe DSM is dan nooit de oorzaak, altijd het symptoom. Benieuwd naar stuk 2.

  • Rosalie Schnoor,

    Nog sterker Arjan, het is niet eens slecht opvoeden en een falend onderwijssysteem: kinderen (vooral jongens) zíjn gewoon druk. Of nieuwsgierig, vrolijk en energierijk, het is maar hoe je het ziet... Leuke boekrecensie in de Volkskrant van afgelopen zaterdag, over "Jongens zijn 't" van Angela Crott. http://www.atlascontact.nl/5-sterren-in-de-volkskrant-voor-jongens-zijn-t-van-angela-crott/

  • Arjan Miedema,

    Ja dat stuk had ik gelezen Roos, dank. Juist daar zie je dus dat wat vroeger 'normaal' was ineens 'apart' wordt.

  • Bruno van Duren,

    Interessant stuk! op naar deel 2.

  • Abigail Rivers,

    tja, ik ben juit heel blij met mn etiketje( ben ruim volwassen) en had als kind zijnde school een ramp was, omdat ik constante drukte in mn hoofd had.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven