Wikimedia Commons / DirkvdM

De PvdA als vierde religieuze partij?

Afgelopen weken is binnen de PvdA ophef ontstaan over het standpunt van de partij inzake het ritueel slachten van dieren volgens de Koran of de Thora. De Kamerfractie verraste een deel van haar achterban door een motie van de Partij voor de Dieren om het ritueel slachten te verbieden, te steunen. Eerst was er de reactie van de islamitische en Joodse PvdA’ers, die zich gepasseerd voelden bij deze beslissing. Inmiddels zijn er ook geluiden van het a-religieuze kamp binnen de PvdA waargenomen, bijvoorbeeld de column van PvdA-lid Marcel Duyvestein van 13 mei in De Volkskrant. Hij heeft het idee dat de PvdA soms opereert als ‘de vierde religieuze partij’ van Nederland en betreurt dit. Hij stelt aan het einde van zijn column: “Ik zal wat duidelijkheid scheppen: voor God gaat u rechtsaf. Daar staan Maxime, Arie en Kees met open armen te wachten. Zij hebben God aan hun zijde. Kiest u voor vooruitgang: dan moet u bij de PvdA zijn.” Daar tegenover echter staat de recente deelname van de PvdA aan het een links-religieuze kabinet Balkenende IV en het opgeroepen beeld  van de PvdA als moslimpartij, aangemoedigd zowel door de aanhangers van dhr. Wilders, als wel  door het moslimdeel van de PvdA-achterban. Het lijkt de auteur van dit stuk, zelf een katholieke PvdA’er (en dus seculier), goed om het begrip ‘secularisme’ nog eens goed tegen het daglicht te houden en om te benadrukken dat de PvdA als brede progressieve volkspartij helemaal geen keuze hoeft te maken voor of tegen God.

Aan beide zijden van het seculiere spectrum worden er grenzen opgezocht.

Allereerst, een hoop misverstanden in het huidig maatschappelijk debat, met name over de plaats van de Islam in de maatschappij, komen voort uit een groeiende begripsverwarring over het seculiere ideaal. Vrijwel iedereen, met uitzondering van marginale groepen als salafisten en staatkundig gereformeerden, is het erover eens dat goed bestuur een zekere scheiding tussen kerk en staat vergt. Echter, over hoe deze scheiding in de praktijk invulling gegeven dient te worden verschillen de meningen aanzienlijk. Aan beide zijden van het seculiere spectrum worden er grenzen opgezocht. Aan de ene kant zijn er de christen-democraten van het CDA die hun politieke standpunten weliswaar niet met religieuze dogma’s onderbouwen of hun orders krijgen uit het Vaticaan, maar die wel een duidelijke voorkeur etaleren voor één bepaald geloof middels hun partijnaam. Aan de andere kant zijn er bij vrijwel alle seculiere partijen ‘verlichtingsfundamentalisten’ te vinden die religie ‘(kinder-)indoctrinatie’ vinden en het liefste zien dat onder de vlag van het secularisme de staat zijn neutrale positie verlaat om iedere vorm van geloof terug te dringen uit de maatschappij. Zij zouden bijvoorbeeld de subsidiekraan het liefste alleen openzetten voor niet-religieuze migrantenorganisaties, of steeds meer religieuze symbolen uit het openbare leven willen weren.

De PvdA is in dit opzicht een interessante partij: zij herbergt beide buitenranden van het seculiere spectrum. De partij is een ontstaan uit een fusie tussen vertegenwoordigers van alle drie de hoofdstromen uit de Nederlandse politiek: het leeuwendeel komt voort uit de sociaal-democratische SDAP, maar er gingen in 1946 ook een liberale VDB en een christen-democratische CDU in op. Er lopen nog steeds PvdA’ers rond die zich identificeren met de VDB en wellicht ook met de CDU (ondergetekende weet beide erfenissen eveneens te waarderen). Door haar ontstaansgeschiedenis als ‘doorbraakpartij’ streeft de PvdA inherent naar een verzoening tussen zowel religieuze als a-religieuze politieke groepen op een progressieve basis. Deze functie vervult de partij meer dan zestig jaar later nog steeds, nu er een grote islamitische achterban bij is gekomen.

Het vinden van een progressieve basis voor religieuzen en niet-religieuzen gaat daarbij vaak verbazingwekkend makkelijk. Niet alleen vertoont de sociaal-democratie veel overeenkomsten met het christendom en de islam als het gaat om opvattingen over sociale rechtvaardigheid, ook in de internationale politiek zijn de agenda’s van sociaal-democraten en moslims redelijk te verenigen. Zo zijn sociaal-democraten en moslims zowel in Europa als in de Arabische wereld vaak gezamenlijk politiek opgetreden tegen interventies van het Westen in de Arabische wereld, zij het daarbij soms met net wat andere motieven. Zelfs inzake de Palestijnse kwestie is de PvdA meer toegegroeid naar haar moslim-achterban, waarbij het te cynisch zou zijn om dit louter af te schuiven op een geslepen islamitische lobby binnen de PvdA.

...kennis van Goed en Kwaad is los van de Bijbel.

Des te opvallender is het geworden wanneer de PvdA botst met een substantieel deel van haar moslim-achterban, zoals nu bij de kwestie van het ritueel slachten. Marcel Duyvestein heeft gelijk wanneer hij zegt dat de PvdA geen partij is die haar standpunten laat afhangen van Heilige Geschriften, maar dat het een progressieve partij is en dit haar achterban duidelijk moet maken. Het gaat echter te ver om gelovigen de tent uit te jagen door te zeggen dat er al “een partij van God” is, namelijk het CDA. Het is zaak dat de kamerfractie van de PvdA, die zich tegen het (onverdoofd) ritueel slachten gekeerd heeft, de moslim- (en Joodse) achterban die voorstander is van (onverdoofd) ritueel slachten weet te overtuigen dat dit een wreed en onnodig gebruik is. Het is jammer dat de discussie daarbij nu achter te feiten aanloopt, maar het is een zeer belangrijke discussie binnen de partij. Het gaat erom dat de PvdA voor zichzelf een grens afbakent waar de partij ophoudt een ‘moslim-partij’ te zijn en haar progressieve koers vasthoudt. De discussie over de grens tussen geloof en politiek is waardevol voor de partij, maar kan ook breder getrokken worden naar de maatschappelijke discussie over de verhouding tussen de Islam en de maatschappij, die door de PVV en moslim-fundamentalisten tot een keuze uit uitersten beperkt wordt.

De PvdA moet nu namelijk haar gekozen lijn vasthouden door te bewijzen dat er wel degelijk een seculiere vorm van de islam bestaat: een vorm waarbij de Geschriften niet naar de letter geleefd hoeven te worden, maar voor hun interpretatie aan een nieuwe tijdgeest aangepast kunnen worden. Binnen het Christendom en de Islam zijn hier reeds genoeg tradities van rechtvaardigingen voor te vinden. De Bijbel begint nota bene met het verhaal over hoe Adam en Eva besef van Goed en Kwaad krijgen vanaf het moment dat ze de verboden vrucht eten. Deze metafoor bevestigt voor een katholiek aan dat er kennis van Goed en Kwaad is los van de Bijbel. Ook binnen de Islamitische geschiedenis hebben diegene die de Koran vooral als metaforische inspiratiebron zien voortdurend de overhand gehad.

Er staat veel op het spel voor brede volkspartijen met een gematigd-religieuze achterban als de PvdA en het CDA om de discussie over de scheiding tussen kerk en staat in goede banen te leiden. De PVV vervult in deze discussie een rol van katalysator. Wilders’ bewering dat de Islam geen gematigde (seculiere) variant kent, heeft eveneens een voor hem onbedoelde terugslag gehad op de positie van het Christendom en Jodendom in Nederland. Een aanzienlijke groep Nederlanders zonder ervaring met religie, schuift namelijk iedere vorm van geloof op één hoop. Het begrip voor ‘gematigd geloof’, dat toch al tanende lijkt, is bij deze groep er waarschijnlijk niet beter op geworden. Toch is er ook intellectueel en politiek belang om de levenswijze belangen van ‘gematigd gelovigen’, zowel moslims (hoofdzakelijk ondergebracht bij PvdA) als christenen (bij CDA) te begrijpen en te erkennen en niet mee te gaan in het ge-ping pong van wijlen Osama bin Laden en Geert Wilders. Beide staan namelijk evengoed symbool voor hetzelfde onvermogen om het geloof los van de politiek te zien.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven