Flickr / Mamayev Kurgan

De PvdA moet weer op zoek naar haar ideologische veren

Sinds het begin van 2015 zijn er al meer dan 2000 mensen om het leven gekomen in een poging het Europese vasteland te bereiken. De meest recente tragedie viel nagenoeg samen met het Nederlandse antwoord op het vluchtelingenprobleem: het BBB-akkoord. Bed, Bad en Brood wordt aangeboden aan vluchtelingen in Nederland in vijf grote steden, maar slechts voor bepaalde tijd en alleen voor diegenen die meewerken aan hun eigen uitzetting. Het akkoord werd met hoon ontvangen. Mensenrechtenrapporteur Philip Alston van de VN karakteriseerde het zelfs als inhumaan, in strijd met internationale regels en als een ‘overduideljke schending van de mensenrechten’.

In de discussie omtrent dit akkoord en het vluchtelingenprobleem heeft met name de PvdA zware kritiek gekregen. De partijbeginselen stellen dat ‘het recht op een fatsoenlijk bestaan’ en ‘een fatsoenlijke samenleving waar vrijheid, solidariteit en verantwoordelijkheid elkaar de hand reiken’ voorop staan, op grond van ‘de onwrikbare overtuiging dat alle mensen gelijkwaardig zijn.´ Geen wonder dat de sociaaldemocraten beschuldigd worden van hypocrisie: het gevoerde beleid is regelrecht en openlijk in strijd met hun ideologie, zoals geformuleerd in de partijbeginselen. Deze tegenstrijdigheid is makkelijk te veroordelen, maar het is veel interessanter om te proberen de tegenspraak tussen beleid en ideologie te begrijpen.

Maar wat is dan nog het bestaansrecht van een ideologie?

Iedere politiek  draagt namelijk een spanning in zich tussen ideologie, geformuleerd in partijbeginselen, en de politieke praktijk, zoals ook de afgelopen weken weerspiegeld werd in coalitiespanningen. Goed bekeken is die spanning zelfs het kloppende hart van democratische politiek: als ideologie een perfecte leidraad voor de praktijk zou bieden, zouden we aan één ideologie genoeg hebben. Historisch gesproken heeft het Sovjet-communisme driekwart eeuw geregeerd op grond van deze pretentie. Eén van de problemen van het communisme was precies dat zij de partij-ideologie als volmaakte afspiegeling van de werkelijkheid beschouwden – de partij zou volgens orthodox-marxistisch principe zelfs de geschiedenis zelve belichamen – tot het punt waarop de politiek-economische realiteit werd ontkend en er beleid werd ontwikkeld op grond van losgezongen abstracties. De vijftigste DDR-verjaardag vlak voor de val van de muur is een mooi voorbeeld van zo’n historisch luchtkasteel.

Kortom, ideologie is geen Platoons Idee: de spanning tussen ideologie en de politieke praktijk  is niet alleen onoverkomelijk, maar een normale stand van zaken. We moeten dan ook niet in de illusie verkeren dat een politieke partij de tegenspraak tussen ideologie en beleid kan ontstijgen. Het is naïef om dit te verwachten: er is geen moment waarop partijbeginselen perfect stroken met beleid, om de simpele reden dat beginselen nooit uitputtend kunnen anticiperen op, of rijmen met de onvoorspelbare werkelijkheid.

Maar wat is dan nog het bestaansrecht van een ideologie? Geen, lijkt de PvdA te concluderen. Onder andere uit de angst om naïef en besluiteloos over te komen schuwen de sociaaldemocraten iedere verwijzing naar ideologie. Het gevolg toont zich duidelijk in het vluchtelingenprobleem. De PvdA tracht het dramatische lot van de vluchtelingen in deze kwestie niet te ontstijgen maar slechts palliatief ‘aan te pakken’. Dit is niet alleen het gevolg van een politiek compromis. Een compromis komt immers niet tot stand binnen een vacuüm, maar op grond van bepaalde voorwaarden, waaronder een zekere bereidheid tot inschikken. Onder het mom van ‘oplossingsgerichtheid’ heeft de PvdA zich bijzonder inschikkelijk getoond, hetgeen er eens te meer op wijst dat ideologie niet alleen retorisch maar ook in beleid aan waarde verliest – idealisme en pragmatisme zijn immers omgekeerd evenredig.

Het is bekend dat de sociaaldemocraten in de roes van de jaren negentig hun ideologische veren hebben afgeworpen om daarmee het zogenaamde post-ideologische tijperk te betreden. Los van de twijfelachtigheid van dit ‘post’-tijdperk – dat volgens velen een hegemonie van neoliberalisme behelst – lijkt de negatieve houding jegens ideologie gestoeld op een achterhaalde verwachting omtrent ideologie. Met de val van de muur heeft de PvdA haar ideologie achtergelaten, maar niet haar beschouwing van ideologie. Nog steeds lijken de sociaaldemocraten ideologie te beschouwen als iets dat uitkomst moet bieden in beleid, en omdat het niet in deze functie lijkt te kunnen voorzien serveren zij het maar af. Wij pleiten daarentegen voor het omgekeerde: we moeten onze verwachting en ons beeld van ideologie bijstellen maar ideologie zelf behouden.

Idealisme en pragmatisme zijn omgekeerd evenredig met elkaar.

Dat idealisme voorbij de naïviteit van het Sovjet-communisme, begint met het erkennen van haar eigen onvolmaaktheid en onvermogen om als Platoons idee boven de praktijk te fungeren. Maar hiermee kondigt zij niet haar eigen einde aan: het is namelijk precies aan het gebrek aan overeenstemming tussen ideologie en praktijk dat ideologie haar zin ontleent. Haar zin bestaat erin dat ze een partij in staat stelt beleid voorbij het strikte hier en nu voeren. Dit doet ze niet zozeer door praktische oplossingen te bieden, maar juist door problemen te definiëren en te benoemen. Met betrekking tot een maatschappelijkof economisch probleem verschaft ideologie ons enerzijds een doembeeld van hoe het zal zijn als we niet ingrijpen, en anderzijds een ideaalbeeld van mogelijke oplossingen. Dit verwachtingsveld berust niet op strikte waarheid – geen enkele toekomstvoorspelling doet dat – maar zorgt er wel voor dat er beleid kan worden gevoerd dat gericht is op verandering van een huidige stand van zaken. Niet uit naam van absolute waarheid, maar wel op grond van het streven naar een mogelijk betere (of op zijn minst: minder slechte) stand van zaken. Daarmee draagt een ideologie voorbij de naïviteit bij aan een levensvatbare democratie: juist omdat ze haar eigen imperfectie erkent creëert ze ruimte voor debat en onenigheid. Immers, als er niet één volmaakte ideologie bestaat, moet er gewedijverd worden over wat het best mogelijke beleid is. Dit schept de ruimte voor democratie, die bestaat bij het recht om te kiezen wie er zal regeren – een keuze die slechts reëel wordt als er sprake is van verschillende toekomstvisies.

Daarom moet de PvdA zich niet langer bij voorbaat laten verlammen door  de potentiële begrenzingen van de praktijk of mogelijke verwijten van naïviteit. Wil de PvdA niet afbrokkelen tot een zielloos omhulsel dat moet doorgaan voor een linkse en sociale partij, dan moet zij een idealisme voorbij de naïviteit omarmen. Voorlopig lijkt het echter nog niet voorbij met de tragiek. Naast de dood van meer dan 2000 bootvluchtelingen, lijkt ons binnen afzienbare tijd nog een doodsbericht ten ore te gaan komen, en zullen we, tenzij er iets verandert, ook de PvdA ten grave moeten dragen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Lennard van Uffelen,

    Interessant artikel. Maar waarom de afbeelding van het standbeeld "Het moederland roept"? Dit standbeeld staat juist symbool voor Russisch nationalisme in de context van receptie van de Tweede Wereldoorlog (Grote Vaderlandse Oorlog). Dit nationalisme verving na de 1945 onder Stalin steeds meer de transnationale communistische ideologie.

  • Peter Visser,

    De PvdA maakt sinds Kok andere keuzes. Waar zijn de idealen van de sociaaldemocratie binnen de PvdA gebleven?  Het samengaan met de VVD maakt dit nog eens duidelijk.  Maar hoe gaan we de crisis oplossen? Is de crisis een bewuste strategie voor verdere sociale afbraak? De Portugese socioloog Boaventura de Sousa Santos doorprikt die mythe en maakt er zijn missie van om een kennisleer van alternatieven uit te bouwen.  Lees het interview

    http://www.mo.be/interview/boaventura-de-sousa-kijken-door-een-nieuwe-bril

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven