Flickr // NASA Goddard Space Flight Center

De race naar de ruimte

‘Van wie is de ruimte?’ Stel die vraag en je krijgt geheid verwarde blikken. ‘De ruimte is toch van niemand?’ Nu nog wel. Maar binnenkort geldt dit misschien niet meer voor de grondstoffen uit de ruimte. Het lijkt toekomstmuziek, maar technologische ontwikkelingen en toenemende schaarste maken exploitatie van de ruimte steeds realistischer. Hoe groot die drang is, bleek ook weer uit Trump’s inauguratiespeech: ‘Our country will thrive and prosper again […], ready to unlock the mysteries of space’. Bovendien tekende Obama op 25 november 2015 de Space Launch Competitiveness Act die Amerikaanse bedrijven het recht geeft om hemellichamen te exploiteren en de winsten daarvan te behouden. De Space Act schept een precedent door privaateigendomsrecht over grondstoffen uit bijvoorbeeld asteroïden legitiem te verklaren. Het werkt straks hetzelfde als bij de oceanen: je kunt niet zeggen dat de Atlantische Oceaan van jou is, maar haar wel helemaal leegvissen. De race naar de ruimte kan beginnen!

Voorstanders van privatisering, zoals Mathijs Bouman van RTLZ en bedrijven als Deep Space Industries, vieren feest. Het zal investeringen en daarmee hopelijk innovatie in de ruimtemijnbouw stimuleren. Helaas brengt dat feestje ook een reëel risico op milieuvervuiling en ongelijkheid met zich mee. Het is niet de eerste keer dat de mens op een groot onontgonnen, grensoverschrijdend gebied vol grondstoffen stuit. Door te leren van eerdere ervaringen op aarde, kunnen we hopelijk een duurzamer en eerlijker systeem in de ruimte hanteren. Hier moeten we over nadenken vóór de exploitatie begint.

De race naar de ruimte kan beginnen!

Het is een typisch verdelingsvraagstuk: hoe kunnen de kosten en baten van ruimte-exploitatie rechtvaardig verdeeld worden? Denk bij baten aan het verkopen van raketbrandstof gewonnen uit asteroïden, en bij kosten aan de verantwoordelijkheid voor (potentiële) milieuschade. Het lukt ons pas vijftig jaar om buiten de dampkring te komen, maar rondvliegende brokstukken, verf en oude satellieten vormen nu al een serieus ruimteafvalprobleem. Bovendien lokt privatisering een cowboy-achtige wedloop uit met ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ als hoogste wet. Enthousiaste gegadigden om de technologie voor asteroïdemijnbouw te ontwikkelen (en patenteren!) zijn Saoedi-Arabië, China en bedrijven als Planetary Resources. Als zij die nu al het meeste geld bezitten, ook de winst van  ruimte-exploitatie opstrijken, neemt de ongelijkheid tussen landen, bedrijven én generaties toe.

Bovenal biedt privatisering geen mechanisme om de verantwoordelijkheid voor de kosten van ruimte-exploitatie te verdelen. Want de ruimte, net als de hydrologische cyclus van rivieren en oceanen, leent zich niet voor nationaal beheer. Vissen zwemmen gewoon over landsgrenzen heen. Tot op de dag van vandaag lukt het dan ook niet goed om internationaal op te treden tegen overbevissing. Het opdelen van dergelijke grensoverschrijdende hulpbronnen in honderden hokjes maakt een integrale benadering en internationale samenwerking extreem moeilijk.

Voorstanders van privatisering geloven dat goede wetten zullen waarborgen dat ook de kosten van ruimte-exploitatie verdeeld worden. Ruimtejuriste Deepika Jey benadrukt echter hoe moeilijk het is om toekomstbestendige wetgeving te maken. Technologische ontwikkelingen zijn onvoorspelbaar en bedrijven zoeken actief naar mazen in deze wetten om verantwoordelijkheid te ontlopen. Op dit moment bestaat privaat eigendom van grondstoffen uit de ruimte alleen nog in theorie. Maar de wil van ruimtepioniers om zo snel mogelijk te beginnen is groot.

Privatisering zal een race naar de ruimte uitlokken, zonder de kosten te reguleren. We moeten op zoek naar een nieuw verdelingsmechanisme en zo duurzaam ruimtebeheer stimuleren. De kiemen hiervoor zijn te vinden in The Common Heritage of Mankind Principle, geïntroduceerd in het internationaal recht in 1967. Het stelt dat bepaalde hulpbronnen gemeenschappelijk erfgoed van alle mensen zijn; ook van toekomstige generaties. Brian Barry’s pleidooi voor intergenerationele rechtvaardigheid sluit hierbij aan. Deze filosoof begint met twee aannames: de aarde is een gift aan de huidige en toekomstige mensheid en al deze mensen zijn gelijk aan elkaar. Hieruit volgt dat de opbrengsten uit, én de verantwoordelijkheid voor, natuurlijke hulpbronnen gelijk verdeeld moeten worden. Duurzaam beheer, de wereld in dezelfde of betere staat overleveren aan onze kleinkinderen, is een vereiste. De erkenning van de ruimte als gemeenschappelijk erfgoed kan hieraan bijdragen door internationale samenwerking op gang te brengen.

Laten we niet dezelfde fouten maken in de ruimte als op aarde

Intuïtief is het gemakkelijk om bij deze ideeën aan te sluiten. Als je bijvoorbeeld vertelt dat de Chinese overheid Helium 3 uit de maan wil halen – een echt plan – reageren luisteraars geschokt. Zulke claims op de ruimte ‘voelen’ verkeerd. Velen lijken de ruimte al als gemeenschappelijk erfgoed te beschouwen. Ook gaan Barry’s ethiek en het Common Heritage principe goed samen met het duurzaamheidsideaal, dat steeds meer mensen omarmen. Terwijl dit ideaal juist botst met het uitgangspunt van privatisering: de ongeremde exploitatie van grondstoffen.

Het vergt politieke moed om een nieuw systeem te bedenken voor de verdeling van de kosten en baten van ruimte-exploitatie. Vooral de koplopers in de race naar de ruimte, de rijkste landen en bedrijven, houden graag aan ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ als verdelingsmechanisme vast. Het Common Heritage principe is dan ook sinds haar ontstaan controversieel. Maar laten we niet dezelfde fouten maken in de ruimte als op aarde – waar we nu met overbevissing, luchtvervuiling en klimaatverandering kampen. Daarom is meer bekendheid bij het grotere publiek van het grootste belang. Het pad dat met de Space Act is ingeslagen moeten we luidkeels bevragen, voordat het te laat is. Zodra iets is geprivatiseerd, is het nauwelijks meer terug te draaien. Met de huidige internationale patstelling en de stilte in het publieke debat dreigt dit een gevalletje ‘wie zwijgt stemt toe’ te worden. Mens en ruimte zijn erbij gebaat als we over honderd jaar nog steeds ontsteld antwoorden dat de ruimte van niemand is.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Dit roept de volgende vragen op:

    1. Hoe kan ik mij inzetten tegen ruimteclaims?
    2. Waar koop ik een stuk ruimte?
    3. Hoe kunnen we zonder ruimteclaims grondstoffen uit de ruimte ophalen en verdelen?

  • 1. Misschien via zogenaamde 'environmental justice' NGO's? Ik ben zelf ook nog zoekende. Als je een idee hebt? Het lijkt erop dat het nog te ver vooruit is en dat er daarom geen actie voor wordt gevoerd.
    2. Dan moet je eerst een ruimteschip kopen en de technologie ontwikkelen om naar asteroïden te vliegen. Als je vervolgens metalen uit die asteroïden haalt zijn ze van jou! Stukken ruimte zijn niet te koop; net zoals je geen stuk van de oceaan kunt 'kopen' - dat is dan wel weer geregeld door het internationaal recht.
    3. Dat is inderdaad een heikel punt; toch zou ik eenieder willen uitdagen een nieuw verdelingsmechanisme te ontwikkelen. Als we aan ruimte-mijnbouw kunnen doen, zou dat toch ook wel moeten lukken? 😉 In ieder geval anders dan het 'first come, first serve' principe. Bijvoorbeeld - betaling door nationale overheden en een onafhankelijk internationaal verdelingsorgaan o.i.d.? (Al lijkt een dergelijk niveau van internationale samenwerking mij helaas weinig realistisch op dit moment..).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven