Christian Dirce (Henryk Siemiradzki) vertoont de bestraffing van een Romeinse vrouw die zich bekeerde tot het christendom

De rationele keuze voor religieus extremisme

In het jaar 112 na Christus kreeg de Romeinse stadhouder Plinius de Jongere van Bithynië (huidig Noordwest-Turkije) te maken met een voor hem nieuw fenomeen. Plinius stond oog in oog met mensen die ‘christiani’ werden genoemd, aanhangers van de in de vorige eeuw gedode oproerkraaier Jezus uit Nazareth. Hij kende de geruchten over ‘ontucht à la Oedipus’ en ‘Thyestische maaltijden’ onder de christenen. Oftewel: incest en kannibalisme. Verder wist hij dat de christenen weigerden te offeren voor de Romeinse goden. Plinius, die twijfelde aan de waarheid van de geruchten, stuurde een brief naar de keizer in Rome. Wat te doen met deze groeiende sekte van godsdienstwaanzinnigen uit het oosten van het rijk?

In de ogen van de Romeinen was deze Jezusbeweging een joodse terreurgroep. De joden stonden bij de Romeinen bekend als agressieve lui. Eigenlijk waren ze constant in opstand sinds ze onderdeel waren geworden van het rijk. De aanhangers van Christus, de ‘koning der joden’, waren een extreme vorm van dit (bijna) goddeloze geloof. In tegenstelling tot veel andere joodse sektes probeerden deze christenen ook nog eens Romeinse onderdanen te bekeren. Zo was de sekte al vroeg na haar oprichting tot Rome doorgedrongen en had daar in 64 volgens keizer Nero de grote brand van Rome veroorzaakt. Een brand die vijf dagen woedde en drie stadswijken volledig verwoestte.

Het ontkennen van de Romeinse goden was een strafbare misdaad en zelfs radicaal extremisme

Plinius executeerde dan ook direct degenen die zich weigerden aan te passen aan de Romeinse overheersers. Want, hoewel hij geen bewijzen kon vinden voor incest of kannibalisme, was het ontkennen van de Romeinse goden een strafbare misdaad en in de ogen van de polytheïstische Romeinen zelfs radicaal extremisme.

Het christendom stond in de oudheid bekend om de opofferingsgezindheid van hun leden. Vanaf de eerste eeuw tot en met de derde eeuw werden christenen vervolgd door de Romeinen. We kunnen niet spreken van stelselmatig uitroeien of vaste wetten, maar het is duidelijk dat christenen in de Romeinse maatschappij vogelvrij waren. Opvallend genoeg bleek dit juist één van de grote aantrekkingskrachten van de sekte te zijn. Het martelaarschap werd door de christenen gecultiveerd. Het ging zelfs zo ver dat sommige christenen zo gretig waren te sterven voor hun geloof dat zij zichzelf aanmeldden bij de plaatselijke Romeinse gouverneurs. En, paradoxaal genoeg, naarmate het christendom harder werd bestreden groeide het sneller.

In de derde eeuw was het christendom een van de grootste religieuze sektes in het Romeinse Rijk maar nog steeds erg klein, volgens de ruimste schattingen was nauwelijks tien procent van de mensen christelijk. Inmiddels was het rijk in een diepe economische en politieke crisis beland. In een hoog tempo volgden de soldatenkeizers elkaar op. Overal ontstonden opstanden en verklaarden gebieden zich onafhankelijk van Rome. Hongersnood, ziektes en binnenvallende barbaarse volkeren brachten het Rijk op de rand van de afgrond. Eén van de soldatenkeizers, Decius, besloot bij zijn aantreden dat alle neuzen in het rijk dezelfde kant op moesten. Religie en politiek waren één in de ogen van Decius. En dus moet iedere onderdaan in een van de tempels een offer te brengen aan de Romeinse staatsgoden om het Romeinse gezag te bevestigen. Christenen die dit weigerden, moesten worden vervolgd omdat ze staatsgevaarlijk werden bevonden. Veel keizers na Decius vervolgden deze tactiek. De Romeinse identiteit werd in de derde eeuw opnieuw gevormd. Een tegenstander was tevens gevonden in de ‘christiani’.

Een christen behoorde automatisch tot ‘de ander’

De christenen vielen echter, meer dan tweehonderd jaar na Jezus’ dood, uiteen in honderden verschillende groeperingen en waren absoluut geen eenheid. De term, christiani, bezigden zij zelfs niet eens. Sommigen hamerden erop dat alleen joods geboren kinderen gedoopt konden worden tot christen, anderen dat het geloof juist voor iedereen was. Er waren verschillende getuigenverslagen in omloop over het leven van Jezus, die allemaal andere dingen beweerden over zijn leerstellingen. Over deze zaken woedden verhitte discussies en er was zelfs sprake van geweld onder de verschillende sektes. Decius en zijn opvolgers brachten echter uitkomst: zij die Christus aanbaden waren tegen de keizers uit Rome. Een christen behoorde automatisch tot ‘de ander’.

Het christendom groeide in de derde en vierde eeuw als kool. Juist in tijden van grote vervolgingen was er nieuwe aanwas. Historici (en tijdsgenoten) hebben de twee schijnbaar tegengestelde ontwikkelingen altijd aan elkaar verbonden. Paradoxaal genoeg werd het christendom groot in tijden van onderdrukking. Terwijl in rustigere tijden de verschillende bisschoppen elkaar de tent uitvochten waren zij in de ogen van de Romeinen een eenheid die bestreden moest worden met het zwaard. En juist daarmee droegen zij bij aan de zegetocht van de ‘terroristen’ van de oudheid. Het christendom bestond nauwelijks als beweging in de eerste eeuw, maar kreeg in de derde en vierde eeuw een fundament en een identiteit.

Wat de Romeinse keizer niet begrepen is dat zij op een ander schaakbord speelden dan de christenen. De wereldlijke macht van de keizer was niet dezelfde als de transcendente macht van de messias en zijn bisschoppen. De vervolging van christenen gaf de beweging spirituele legitimiteit. Waarom zou iemand ooit christelijk willen zijn behalve als de leerstellingen van Jezus en de aankondiging van het koninkrijk Gods echt waar waren? En zo kon het christendom spirituele beloningen uitloven die de keizers niet waar konden maken: een eeuwige hemel in een zeer nabije toekomst. En, hoewel deze claims natuurlijk onzeker waren voor een aspirant-christen, was er geen religieuze beweging die meer zekerheid kon bieden dan het christendom.

Daarnaast was het christendom een kans voor velen die zich niet onderdeel voelden van de Romeinse identiteit om zich af te zetten. Mensen die geen kansen hadden op sociale mobiliteit zoals vrijgelaten slaven, vrouwen en joden in de diaspora bekeerden zich in grote getale. Binnen het christendom vonden zij het sociale kapitaal waar zij in de gewone Romeinse maatschappij geen toegang toe hadden. Daarnaast waren de hechte groeperingen een vorm van verzekering. Scholing, armenzorg en uitvaarten werden collectief geregeld. Opvallend genoeg hadden deze mensen dus niet alleen specifiek religieuze motieven om zich te bekeren, maar handelden vanuit zeer sociale, politieke en economische uitgangspunten.

In de radicale islam heeft het westen een ‘ander’ gevonden

Zowel bij de religieuze of spirituele motieven als bij de sociale, politieke en economische motieven handelden zij vooral ook rationeel. Het christendom was een bewuste keuze. We moeten concluderen dat dit niet de irrationele godsdienstwaanzinnigen waren waar de Romeinse keizers dachten mee te maken te hebben. En eveneens dat bestrijding met het zwaard averechts werkte.

Hebben de politici in het westen nu te maken met dezelfde soort problemen als de Romeinse keizers twee millennia geleden? Het lijkt er wel op. In een seculier Europa in crisis is men op zoek naar een eigen westerse identiteit en narratief. In de radicale islam heeft het westen een ‘ander’ gevonden. Maar juist door bestrijding van deze ‘ander’ groeit en profileert deze zich. De radicale islam is onderling verdeeld, maar zo lang zij de ‘ander’ zijn en extremisme ‘fundamentalisme’ is, is een reis naar het kalifaat een aantrekkelijke optie voor hen die zich afkeren van de westerse maatschappij. Zo lijkt religieus extremisme op een Hydra van Lerna uit de mythe van Herakles: voor alle koppen die eraf worden gehakt groeit er een veelvoud terug. Het westen doet er, twee millennia na Plinius, goed aan te kijken wat de rationele motieven van extremisten zijn want het lijkt er op dat bestrijding met het zwaard een averechts effect heeft.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven