Flickr / Skakerman

De rechtsonzekere langstudeerder

De bezuinigingen in het hoger onderwijs gaan gestaag voort. Wekelijks worden er nieuwe maatregelen bekend waarmee het kabinet de kosten wil gaan drukken. Nadat er stevige protesten hebben plaatsgevonden is de angel tijdelijk uit de tegenstand. De student zal er aan moeten geloven, zo lijkt de tendens. Graag keer ik op dit forum terug tot de kern van de discussie, namelijk de boete voor de langstudeerder. Dit vormde één van de hoofdredenen waarom studenten op 21 januari naar het Malieveld gingen. Nu wil ik mij hier niet richten op alle bezwaren tegen het wetsvoorstel, maar op het in mijn ogen meest bezwaarlijke aan de gang van zaken: het is in strijd met het rechtszekerheidbeginsel om studenten die al zijn begonnen aan hun studie onverwacht een boete op te leggen.

Reeds in het Harmonisatiewetarrest is door de Hoge Raad duidelijk uiteengezet dat het laten ingaan van maatregelen per direct in strijd is met het rechtszekerheidbeginsel.[1] Vanaf 2011 zal de student die inmiddels studievertraging heeft opgelopen en niet in staat is op tijd af te studeren onvoorzien een totaalbedrag moeten betalen van €4672,- wil hij zijn studie nog afronden.

Waarom is er dan geen overgangsrecht gegeven in de huidige regeling voor deze studenten die niet meer binnen de gestelde tijd kunnen afstuderen? Een vraag die snel is te beantwoorden aan de hand van de doelstelling bezuinigen, meermalen benadrukt door de Staatsecretaris van Onderwijs en Cultuur Halbe Zijlstra. In de ‘nota verslag langstudeerders’ van 16 maart, welke volgde als reactie op de vragen in de kamer, stelt het kabinet het volgende: ‘Een student die in enig jaar met zijn studie begint, kan en mag er niet op rekenen, dat zijn eigen bijdrage een aantal jaren later nog dezelfde zal zijn. Uiteraard streeft ook dit kabinet ernaar om eigen bijdragen voor publieke voorzieningen zo laag mogelijk te houden, maar de financieel-economische realiteit stelt daar grenzen aan.’ En verderop: ‘De rechtszekerheid is voldoende gewaarborgd wanneer studenten alle mogelijkheden blijven houden om hun studie af te maken, ook al kost dat meer dan zij een aantal jaren geleden mogelijk hadden verwacht.’ Wat een sterk staaltje argumentatieleer laat deze nota ons zien. De onverwachte boete komt niet onverwachts, je moet er immers van uitgaan dat je gedurende je studie altijd een boete kan worden opgelegd als de financieel-economische realiteit hiertoe noopt. Daarbij is de rechtszekerheid helemaal niet in het geding omdat je altijd nog je studie af kunt maken. Het feit dat je een boete wordt opgelegd heeft niets te maken met de voortgang van je studie, stelt de nota.

Als de nota enerzijds stelt dat de opgelegde boete geen effect hoort te hebben op het afstuderen en anderzijds als doelstelling naast bezuinigen ook draagt het bevorderen van snelheid van het afstuderen, lijkt de argumentatie in de nota kant noch wal te raken. Als de boete immers geen gevolg heeft op het afstuderen, hoe kan men dit dan in lijn stellen met het doel de student sneller te laten afstuderen? De nota geeft geen antwoord.


[1] Zie ook Advies Raad van State op het wetsvoorstel  langstudeerders onder 3.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven