pixabay.com / Guernsey Island

De reis is het doel

Trek er een willekeurig CV of datingsite-profiel op na – grote kans dat onder ''hobby's'' staat vermeld: reizen. Of de andere hobby's nu boeken zijn of techno, musea of kitesurfing – iedereen houdt van reizen. De 21ste-eeuwse mens wil naar verre, exotische oorden of spannende steden. De zaterdagse bijlagen van kranten staan er vol mee: reportages van langlauftochten in Lapland of tien tips voor als je Sarajevo bezoekt.

De meest extreme vormen neemt de reislust aan bij schoolverlaters en afgestudeerden die een gap year nemen om bijvoorbeeld door Australië te liften. Of bij carrièristen die een sabbatical nemen voor een rondje wereldbol. Reizen is voor hen niet meer een manier om uit de dagelijkse sleur te komen, maar een doel op zichzelf. Waar komt deze drift om te reizen vandaan?

De moderne mens wil kleinschaligheid, authenticiteit en ''een unieke ervaring''

Tot diep in de twintigste eeuw kwam het gros van de bevolking nooit verder dan het zichtveld van de kerktoren – en had daar schijnbaar vrede mee. Reizen was voorbehouden aan de elite. Sinds de achttiende eeuw maakten adellijke jongens grands tours door Europa om hun intellectuele vorming te voltooien. In de negentiende eeuw werden reizen naar oude steden, badplaatsen en kuuroorden een populair tijdverdrijf voor de groeiende bourgeoisie. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd het fenomeen ‘vakantie’ gemeengoed voor brede lagen van de bevolking. Iedere hardwerkende burger kreeg recht op twee weken per jaar bijkomen op een overvolle Franse camping of Spaans strand.

Maar inmiddels zijn we een stadium verder en heeft het massatoerisme voor veel mensen afgedaan. De moderne, individualistische mens wil kleinschaligheid, authenticiteit en ''een unieke ervaring''. Reizen is lifestyle geworden. Net zoals merken of muziekvoorkeuren definiëren reisbestemmingen ons als persoon. Wat zegt het over mij als ik de Mont Blanc heb beklommen of alleen aan ecotoerisme doe? Door bijzondere reizen te maken profileren we onszelf als interessante, avontuurlijke personen – met een beetje hulp van Facebook of persoonlijke reisblogs.

Maar mensen verwachten nog meer van reizen. Op het strand liggen is niet meer genoeg – ze willen hun geest prikkelen en zichzelf ontwikkelen. Eigenlijk net zoals de 18de-eeuwse adel, maar dan met een ander vocabulaire. Een gap year is nodig om ''jezelf te ontdekken'' en een sabbatical is ''een investering in jezelf''. Reizen staat gelijk aan zelfontplooiing en dat is nuttig en belangrijk.

In een samenleving waar rendementsdenken welig tiert, voelen mensen zich ongemakkelijk als ze tijd verspillen, maar reizen is algemeen geaccepteerd als nuttige tijdsbesteding. Toch is dit voor sommige moderne toeristen nog niet genoeg – zij willen met hun reis ook iets betekenen voor de wereld. Gelukkig kunnen zij met het hele gezin vrijwilligerswerk doen in een Keniaans natuurreservaat of een Nepalees weeshuis.

Zo komt reizen tegemoet aan de vele behoeftes van de 21ste-eeuwse mens: lifestyle, zelfontplooiing en optioneel wereld verbeteren. Maar nog kan dit niet het gebrek aan kritiek verklaren waarmee reizen opgehemeld wordt – in krantenbijlagen, tv-programma's, speciale vakantiebeurzen. Nog steeds verklaart dit niet de gretigheid waarmee mensen uitzien naar hun volgende reis, waar ze het hele jaar voor sparen.

Pas als we reizen hebben we het gevoel dat we écht leven – terwijl het juist een uitstap uit ons gewone leven is. Op reis vinden we dat wat we missen in ons alledaagse bestaan. Zo wordt reizen een vorm van zingeving. De meest extreme vorm neemt dit aan bij de ''moderne pelgrims'': mensen die niet geloven in God, maar wel naar Santiago de Compostella lopen. De religieuze inhoud van de pelgrimstocht is verdwenen, maar ze vinden een hogere betekenis in de reis zelf. De reis is het doel geworden.

Sinds de ontkerkelijking en de val van de grote ideologieën is zingeving iets waar iedereen mee worstelt. Iedereen zoekt op zijn eigen manier naar richting: yoga, superfoods, marathonlopen. Reizen is slechts één van de vele kleine mythes van de 21ste eeuw, maar wel een mythe waar niemand vraagtekens bij plaatst.

Mensen hebben hun illusies nodig

En dat terwijl we onszelf duidelijk voor de gek houden. Onze reizen zijn allang niet meer bijzonder of uniek – zelfs dat afgelegen Thaise eilandje is al door duizenden, zo niet miljoenen vóór ons bezocht. Daarnaast is het de vraag of het reisgidsleven de intellectuele of spirituele verrijking biedt die we ervan verwachten. Om nog maar te zwijgen over de uitwassen van het vrijwilligerswerktoerisme, dat het aantrekkelijk maakt voor arme ouders om hun kinderen aan weeshuizen te verkopen. En toch blijven we geloven dat reizen larger than life is.

Is dat erg? Mensen hebben hun illusies nodig, of dat nou religies, ideologieën of unieke reiservaringen zijn; zo bezien is reizen een relatief onschuldige vorm van zelfbedrog. Dus nee, het is niet erg. Hoogstens is het verwonderlijk dat mensen zo massaal het reizen omarmen. En irritant dat ze dat zonder enige kritische reflectie doen. Maar uiteindelijk is onze obsessie met reizen een symptoom van een ontwikkelde samenleving. Een mythe voor de moderne mens.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Goed stuk, waarvoor dank.
    Misschien is het interessant om nog wat dieper in te gaan op je stelling dat het reizen als het échte leven wordt gezien terwijl het in feite een korte onderbreking is van het dagelijkse bestaan? Ik heb het idee dat daar nog meer inzit dan je nu beschrijft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven