Wikimedia Commons

De ronde van de fietsende apotheek

In de Tour de France van 2003 reed Jesus Manzano samen met Richard Virenque weg bij het peloton. Na 3 kilometer stortte Manzano in, letterlijk. De renner werd per helikopter afgevoerd naar het ziekenhuis. De oorzaak, zou hij later bekennen, was een vervuilde bloedtransfusie. Nu is deze renner een van de belangrijkste getuigen tegen Eufemiano Fuentes, een Spaanse gynaecoloog die tot 2006 een groot dopinglaboratorium runde. Fuentes is aangeklaagd vanwege het in gevaar brengen van de gezondheid van sporters. Doping verstrekken was destijds in Spanje niet strafbaar. Alle commotie de afgelopen maanden rond Armstrong en de inmiddels voormalige Rabobank-ploeg is alweer het zoveelste hoofdstuk uit het huwelijk tussen de doping en het wielrennen. En dat terwijl het nieuwe seizoen nog serieus moet beginnen.

Geen sport lijkt zo verweven met doping als het wielrennen. Al in 1896 overleed er een renner aan de gevolgen van een dopingcocktail die zou hebben bestaan uit o.a. cocaïne, cafeïne en strychnine. Mede dankzij die hulpmiddelen was het hem gelukt om als tweede te finishen in een wedstrijd van Bordeaux naar Parijs (slechts 550 km). In het rondeboek van de Tour de France uit 1930 stond dan ook uitdrukkelijk dat de renners hun eigen doping moesten meenemen. Pas in 1965 werd het gebruik van doping verboden, en toen een jaar later de eerste dopingtesten werden geïntroduceerd, ging het peloton in staking. De grote renner uit die tijd, vijfvoudig tourwinnaar Jacques Anquetil verklaarde dat elke renner zelf het recht heeft om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op een koers, en daar hoorde doping zeker bij.

In het rondeboek van de Tour de France uit 1930 stond dan ook uitdrukkelijk dat de renners hun eigen doping moesten meenemen.

Het was ook niet verwonderlijk dat de renners zich met doping moesten wapenen voor de koers. Zowel de Tour de France als de Italiaanse Giro zijn bedacht door kranten als marketingtruc om de oplage te verhogen. Wie een dergelijk gruwelijke wedstrijd aandurfde liet zich gebruiken als personages in een heldenepos. Als lokkertje loofde de organisator een grote financiële beloning uit voor de winnaar. Bij de eerste Ronde van Frankrijk in 1903 werd het bedrag op het laatste moment nog verhoogd naar 12.000 Franc - zes keer het gemiddelde jaarsalaris in die tijd. Dat was ook nodig aangezien er anders amper mannen te vinden waren om zich te laten gebruiken in dit fietsende circus.

 Met zoiets ordinairs als een financiële beloning verwijderde de wielersport zich van andere sporten in die tijd. Andere sporten die vaak hun oorsprong vonden op de Engelse kostscholen, waar de Victoriaanse jeugd werd aangemoedigd toch vooral te gaan sporten om zo de vorming van onreine gedachten te voorkomen. Belangrijker dan winnen waren begrippen als corinthian spirit en good sportmanship - zelfs teveel trainen was niet sportief tegenover de concurrentie. Sporten doe je voor je plezier en uit liefde voor de sport, maar zeker niet voor het geld.1

 Daarnaast onderscheidt wielrennen zich nog op een ander vlak. Het is de enige sport waarbij in teamverband wordt gestart, maar waar uiteindelijk een individu de winnaar is. Je kan dagenlang in de brandende zon op kop rijden van het peloton en alle bidons voor je kopman ophalen bij de ploegwagen, de sportieve eer van de overwinning gaat alleen naar die kopman. Een dergelijke band van knecht tot kopman ging bij de Belgische Eddy Merckx (vijfvoudig tourwinnaar) zelfs zo ver dat hij na zijn actieve carrière zijn vaste ploeggenoten aannam als arbeiders van zijn nieuwe fietsfabriek. In het geval van Armstrong verklaart het ook waarom de ploeggenoten relatief kleine straffen kregen na de bekentenissen tegen hun kopman.2 Zwaarder dan Armstrongs eigen dopinggebruik werd hem toegerekend dat hij teamgenoten aanzette om ook doping te gebruiken. Het misbruiken van zijn machtspositie werd hem meer aangerekend dan dat hij zijn overwinningen met doping behaalde.

Je kan dagenlang in de brandende zon op kop rijden van het peloton en alle bidons voor je kopman ophalen bij de ploegwagen, de sportieve eer van de overwinning gaat alleen naar die kopman.

 Naast de traditie van doping in de wielersport, is in het gebruik in het wielrennen ook enorm efficiënt vanwege het zware fysieke element en het relatief simpele technische element – en dus waanzinnig verleidelijk. Moet je doping dan maar toelaten? Zodat alle renners zich weer op een gelijke manier kunnen voorbereiden, het level playing field-argument? Of net als Anquetil voorstelde, de renners zelf laten bepalen hoe zij hun lichaam voorbereiden op zware wielerrondes? Het gevaar is dan dat wielrennen een wedstrijd wordt wie het verste durft te gaan. In de tour van 1996 moesten ze naar verluidt de latere winnaar Bjarne Riis ‘s nachts een paar keer omdraaien omdat ze bang waren dat zijn bloed anders ging stollen door de enorme hoeveelheid rode bloedlichaampjes. Of wat te denken van Fuentes die tijdens de tour bloedzakken liet afleveren in een koelbox voor op het strand. Daarnaast kost doping ook nog eens ontzettend veel geld. De medische begeleiding van dokters rond Armstrong heeft hem miljoenen gekost, allemaal om maximaal effect te sorteren.

 In de wielersport zullen er altijd renners naar verboden middelen grijpen, maar sinds de invoering van het biologische paspoort in 2008 is de periode vanaf begin jaren ‘90 met de dopingexcessen door EPO en bloedtransfusies grotendeels afgesloten. Renners komen vandaag de dag bij lange na niet aan de klimtijden die rond de eeuwwisseling werden gehaald. Door de lange geschiedenis van doping en wielrennen zijn dopingautoriteiten inmiddels veel scherper, zeker in vergelijking met andere sporten. Fuentes had in zijn lab meer dan honderd geprepareerde bloedzakken liggen; alleen van wielrenners zijn namen bekend geworden, maar er zouden ook atleten, boksers, tennissers en voetballers tussen zitten. Hij pochte hierover: “Als ik alles vertel wat ik weet, dan kan Spanje vaarwel zeggen tegen de Europese en de wereldbeker bij het voetbal”. In de huidige topsport is allang afscheid genomen van de corinthian spirit en als het om grote belangen als geld en roem gaat, zijn sporters bereid ver te gaan, niet alleen de wielrenners. Het is niet zomaar dat Federer in navolging van Murray deze week heeft gepleit voor invoering van een biologisch paspoort in het tennis.

 1 De Olympische Spelen zijn gebaseerd met een vergelijkbare insteek. Het duurde ook pas tot 1988 totdat het IOC de ban op profsporters voor de spelen volledig ophief.

2 Normaal staat er twee jarige schorsing op dopinggebruik. Bij de oud-teamgenoten werd dit teruggebracht naar zes maanden vanwege hun de medewerking aan het onderzoek. Bij Armstrong werd dit verhoogd tot een levenslange schorsing omdat hij ook schuldig was aan het aanzetten tot dopinggebruik door anderen en verstrekken van doping.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven