Solace, Nicky Assmann, 2011-2013. Foto: F-Werk

De strijd om de pixel

We hebben het onszelf niet gemakkelijk gemaakt. Door de wereld om ons heen te behangen met beeldschermen, leven we in omgevingen vol doorlopend veranderende afbeeldingen. In de nieuwe busterminal van Amsterdam Centraal zijn meerdere wanden bedekt met muurgrote LED-schermen. Dankzij die schermen rijden de treinen niet langer alleen langs het perron, maar glijden ze ook larger than life door de stationshal. Op de gevels van moderne concerthallen als Ahoy en de Ziggo Dome heeft stilstaande decoratie plaatsgemaakt voor bewegend beeld, net zo immens als de gebouwen zelf. Met de komst van smartphones en –watches dragen we de vloeibare schermwerkelijkheden zelfs op ons lichaam. Dat doet iets met onze werkelijkheidsbeleving.

Als een strijd tegen de pixels, zo wordt het werk van de Rotterdamse kunstenares Nicky Assmann gepresenteerd de Rotterdamse tentoonstellingsruimte TENT tijdens Radiant, haar eerste solo-expositie. De begeleidende tekst suggereert dat er niets minder dan een strijd om de zintuigen woedt: 'Tegen de achtergrond van onze beeldcultuur waarin de werkelijkheidsbeleving zich steeds meer in het virtuele domein voltrekt, keert Assmann terug naar de fysieke fundamenten van het zien, waarin de kunst fungeert als slijpsteen van de zintuigen.' TENT presenteert de kunst als remedie voor afgestompte waarnemers in een stroboscopische beeldcultuur.

Wat is de relatie tussen materiaal en afbeelding?

Wanneer je door deze tekst scrolt verwisselen de pixels van rol. In een hoog-virtuele wereld als de onze lijken weerstand, textuur en stabiliteit van ondergeschikt belang. Wat is de relatie tussen materiaal en afbeelding in deze vloeibare omgeving? Dat is een interessante vraag, waar hedendaagse kunstenaars verschillende perspectieven op bieden. Door het contrast op scherp te stellen nodigen ze ons uit te reflecteren op het vlees waaruit onze wereld bestaat.

Net op het moment dat je je telefoon grijpt om er een foto van te maken klapt het kunstwerk ineen. Letterlijk. Solace, het kunstwerk en afstudeerproject waarmee Assmann vier jaar geleden veel indruk maakte, bestaat uit twee heldere vliezen van zeepsop die door een installatie worden opgetrokken. Het betoverende kunstwerk is het kernstuk van Radiant; in het scherm van zeepsop wordt het spanningsveld tussen afbeelding, materiaal en droombeeld opgebouwd en meteen weer afgebroken. Terwijl de hypnotiserende oliestructuren van Assmann voor je ogen dansen, vraag je je af hoe dit technisch mogelijk is. *Knip* Het zeepscherm knapt uit elkaar, en met het materiaal verdwijnt ook de illusie. De toverachtige fysieke prestatie dwingt je opnieuw na te denken over de macht van het scherm.

Internetkunstenaar Rafaël Rozendaal kiest op zijn websites – de webpagina’s zelf zijn de kunstwerken – voor een andere weg dan Assmann. Hij stelt het verschil tussen fysiek en virtueel materiaal niet aan de orde door een fysisch hoogstandje te presenteren, maar juist door de regels van het virtuele domein tot het uiterste op te rekken. Niet: hoe toon ik de kracht van de fysieke ervaring? Maar: wat is er materieel mogelijk in een virtuele omgeving? Neem het werk The Persistence of Sadness: met de muis kan de bezoeker stenen wegklikken. Virtuele stenen, die uit niets meer bestaan dan een simpel kleurverloop (gradient in Photoshop-lingo), en een scriptje dat bepaalt hoe deze verloopjes naar beneden bewegen – die verandering zouden we ‘vallen’ kunnen noemen.

Ondanks de luttele moeite die Rozendaal doet om het werk realistisch te maken, ontkomen we er niet aan om gewicht en materialiteit toe te kennen aan de van kleur verspringende pixels op ons scherm. Er veranderen geen pixels van kleur: er vallen stenen. Hiermee geeft Rozendaal uitdrukking aan de virtuele betekenis van gewicht.

Ook andere fysieke ervaringsbegrippen worden vertaald naar de regels van het virtuele domein, zoals perspectief, afstand en beweging. Het proces van de vertaling nodigt uit tot reflectie op de regels van zowel het origineel als het resultaat.

Ook in de presentatie van de lichtsculpturen van James Turrell afgelopen najaar in museum De Pont in Tilburg werd het contrast tussen virtueel en fysiek opgezocht. De curatoren van de expositie Kleur in het kwadraat brachten de werken van Turrell samen met historische tapijten gewoven door de Amish-geloofsgemeenschap. Dit zorgde voor spannende contrasten en parallellen tussen Turrells pogingen projectielicht te laten materialiseren in strak gekaderde ruimtes, en de krachtige – bijna lichtgevende – kleurvlakken in het stof van de tapijten. De expositie bracht het inzicht dat vloeibaar licht en vaste stof dezelfde stralende kwaliteit van kleur kunnen brengen.

Dat de veranderende betekenis van materiaal en afbeelding ook een politieke dimensie heeft is een belangrijk thema in het werk van de Duitse kunstenares Hito Steyerl. In haar essay In Defense of the Poor Image (2010) pleit ze voor de waardering van slechte kopieën, afbeeldingen in lage resolutie, DVD-rips en andere gemakkelijk te verkrijgen reproducties. Deze zorgen volgens haar namelijk voor de democratisering van het origineel. De virtuele kopie is zelf een origineel, de slechte afbeelding helpt ons om de macht van het high definition-origineel te doorbreken. Volgens deze manier van redeneren breken posters van de Mona Lisa bijvoorbeeld de macht van het Louvre, omdat je door de goedkope reproductie niet meer naar het Franse museum hoeft om haar te zien.

Gevangen in pixels blijft er maar weinig over van de totaalervaring

Steyerls videokunstwerk How Not To Be Seen, A Fucking Didactic Educational .Mov File (2013) is een speelse verkenning van mogelijkheden tot onzichtbaar zijn in onze tijd van internet, videocamera’s, digitale (film)bewerking en overheidssurveillance. Aan de hand van inzichten als ‘whatever is not captured by resolution is invisible’, presenteert de kunstenaar adviezen om onzichtbaar te zijn. Het kunstwerk zou een directe reactie kunnen zijn op de onthullingen over de afluisterpraktijken van de Amerikaanse NSA en andere overheidsdiensten, maar gaat de directe link uit de weg. Vooral wijst Steyerl ons erop dat de afbeelding ook de afbeelding van een individu is, en dat zichtbaarheid een kwetsbare eigenschap is.

Terug naar de galerieruimte in Rotterdam. Je probeert nog een foto te maken van het schitterende zeepgordijn van Assmann. Deze keer ben je op tijd: je hebt een foto. Gevangen in pixels blijft er echter maar weinig over van de totaalervaring. Het kunstwerk van Assmann helpt ons – voor even – weer voorbij het beeldscherm te kijken.

Nicky Assmann, Radiant is nog tot en met 10 januari te zien in TENT, Witte de Withstraat 50, Rotterdam. Een overzicht van de websites van Rafaël Rozendaal vind je op newrafael.com/websites. Hito Steyerl exposeert momenteel in het Museo Reina Sofia in Madrid.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven