Flickr / Jos van Zetten

De toon is bepalend

In februari werd Rijkman Groenink, oud CEO van ABN AMRO, gehoord door de Commissie de Wit, die de kredietcrisis onderzoekt. Daar gaf Groenink te kennen nog altijd gefrustreerd te zijn omdat de Nederlandse overheid geen vinger had uitgestoken om de vijandelijke overname van ABN AMRO in 2007 te voorkomen. Bij die overname kreeg Groenink miljoenen mee en werd zo de gepersonificeerde Graaier. De rehabilitatie lijkt begonnen met een recente verschijning in het TV-programma Nova Collegetour, zijn eerste persoonlijke TV-interview sinds 2007, waarin zijn contact met de overheid tijdens de overnamestrijd uitgebreid aan bod komt.

Wouter Bos, minister van financiën tijdens de ABN AMRO crisis, verscheen op beeld en zei over die gang van zaken:

“Ik denk dat de ABN AMRO bank van destijds en de heer Groenink in het bijzonder de strategische fout heeft gemaakt om niet te bouwen aan de noodzakelijke relaties tussen politiek en bestuur en ik denk dat de toon die men bezigde op het moment dat men ons wel nodig had niet de juiste was. Dat zijn vrij feitelijke constateringen, dat vind ik al zorgelijk genoeg.”

Get Microsoft SilverlightBekijk de video in andere formaten.

Groenink ontkent echter dat hij “op hoge toon”  zou hebben geeisd dat minister Bos zich met de overnamestrijd  ging bemoeien. Zijn telefonisch contact met de minister was eenmalig en duurde slechts een minuut: daar kan Bos’ perceptie niet op gebaseerd zijn. Natuurlijk was hij gefrusteerd over de passieve houding van de regering, maar de toon was “..ach…gewoon, zoals ik denk dat je onder dat soort omstandigheden met elkaar probeert te praten.” En, zo vervolgt Groenink terwijl hij een dubbel kakkeraccent en pathetisch hoofd opzet, “In ieder geval niet arrogant ofzo, van: ‘Jij moet mij helpen!’”.

Dat emoties een belangrijke rol spelen is niet onvoorstelbaar, maar wel onacceptabel.

Hoe dan ook was de toon van de communicatie kennelijk zo belangrijk, dat het handelen van de minister er mede door bepaald is. De emoties zitten diep: waarom zou Bos daar immers op deze manier nu nog zijn gelijk willen halen? Dat emoties een belangrijke rol spelen is niet onvoorstelbaar, maar wel onacceptabel. Natuurlijk, in de top vind je sterke persoonlijkheden. En het is logisch dat de werelden van een bankier en een politicus kunnen botsen. Maar speeltuinsentiment mag toch niet van doorslaggevende betekenis zijn waar het landsbelang op het spel staat? De schijn daarvan bestaat nu. En bestond al eerder.

Dat blijkt uit een aflevering van Andere Tijden over de RSV Enquête van 1983. Scheepsbouwer Rijn Schelde Verolme kreeg jarenlang bijna vanzelfsprekend miljarden aan staatssteun om overeind te blijven. Door concurrentie, megalomane projecten en mismanagement was de zaak echter niet te houden. Uiteindelijk weigerde de minister van economische zaken verdere steun, tot ontsteltenis van het management, en het consortium ging op de fles. De Tweede Kamer besloot de beerput open te trekken en herontdekte het instrument van de parlementaire enquete. Voor draaiende camera’s  werd de één na de andere topman publiekelijk aan stevig verhoor onderworpen, zodat miljoenen tv kijkers een inkijkje kregen in de vreemde verhoudingen tussen industrie en overheid.

In de aflevering zien we het verhoor van Joseph Molkenboer, topambtenaar van het ministerie van Economische Zaken, die zich – uitgedaagd door een jonge Marcel van Dam met sigaar – beklaagt over de arrogante toon van de industrietop, waaraan de EZ ambtenaren zich  “de hele dag doodergeren”: “Dat ze [staatssteun] komen vragen is hun recht, maar de wijze waarop! Ze menen  wel ‘s avonds een borrel te drinken en te vertellen wat er allemaal fout is aan EZ, maar ze weten wel dat ze het geld moeten hebben; dat ze eraan moeten komen, en ze weten wel hoe ze ‘t moeten vragen!”. De personificatie van die arrogantie bleek president-commissaris De Vries. De Vries liet zich geregeld op kosten van het noodlijdende bedrijf in privévliegtuigen vervoeren van zijn huis op een Schots eiland naar vergaderingen in Rotterdam en vervolgens naar zijn jacht, dat overal in Europa kon liggen. Tijdens het verhoor laat De Vries weten deze gang van zaken volstrekt vanzelfsprekend te vinden: daar had hij recht op en iedereen wist ervan: “ik vind nu wel dat u met vragen naar een trend gaat die mij, laat ik zeggen, toch wel een beetje verbaast.”

Get Microsoft SilverlightBekijk de video in andere formaten.

Speeltuinsentiment mag toch niet van doorslaggevende betekenis zijn waar het landsbelang op het spel staat?

De houding van De Vries is ook in Groenink te herkennen. In de collegetour uitzending komt ook zijn zelfverrijking aan bod, maar dat onderwerp blijft steken op de definitie van het woord ‘bonus’. Groenink vindt zijn enorme beloning vanzelfsprekend, daar had hij immers recht op en iedereen wist ervan. Vragen over dat onderwerp zijn “niet interessant”. Zo wuift Groenink ook de pogingen weg van Twan Huys om de precieze inhoud van de communicatie met Bos bloot te leggen: “Niet interessant”.  Huys werpt nog tegen dat het juist interessant is om te zien wat de rol van sleutelfiguren in zo’n proces is, maar vangt bot.

Dat is jammer. Nu blijven we zitten met het beeld dat het debacle van de uitverkoop en nationalisatie van systeembank ABN AMRO deels het gevolg is geweest van zure verhoudingen tussen sleutelfiguren. Dat, naast de stabiliteit van het financiële systeem, de belangen van spaarders, wetgeving en het Landsbelang ook de toon van een 60 seconden durend telefoongesprek tussen twee heren beslissend was.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Geachte heer Peters,

    Acht u het mogelijk dat aan het verschil in openheid die de heren Groenink en Bos willen geven over de kwestie, ten grondslag ligt een verschil in attitude over openbaarheid die zijn oorzaak vindt in de verschillende werelden die beide heren vertegenwoordigen, namelijk de publieke wereld en de private wereld?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven