Deviantart / ~CalebAaronOsment

De visieloze fusie

Een jaar geleden tekenden de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit een intentieverklaring waarbij ze afspraken een aantal nauwe samenwerkingsverbanden aan te gaan. Waar al eerder een aantal opleidingen en kleine instituten waren gefuseerd, werd nu het doel om de drie bètafaculteiten van de UvA en VU samen te voegen tot één megafaculteit: de Amsterdam Faculty of Science (AFS). Een “sterkere positie in de internationale (onderzoeks-)wereld” en een “kwaliteitsimpuls aan onderwijs” waren de grootse beloften die ons in het verschiet lagen. Maar de argumenten, voor zover die worden gegeven, zijn allemaal van economische aard. De wijze waarop de fusie tot nu toe is doorgevoerd is tekenend voor het blinde productiviteitsdenken en het gebrek aan visie die het bestuur distantiëren van de rest van de universiteit. Wij van Animo vragen ons hardop af wie hier nu eigenlijk bij gebaat is.

Het moment waarop definitief groen licht gegeven moet worden voor deze fusie, is in het afgelopen jaar tot twee keer toe uitgesteld. De eerste keer door een gebrek aan informatie en concrete plannen en de tweede keer door de bestuurlijke crisis die de VU trof. Rector Magnificus Lex Bouter van de VU verloor de steun van zijn decanen en moest aftreden naar aanleiding van een intern onderzoek waarin hard werd geoordeeld over het onderwijs op de VU. De onderwijsvisie was “onvoldoende concreet”, “het beleid is te lang gericht geweest op groei” en er bestond weinig aandacht voor informele contacten, "vooral niet tussen de leiding en de werkvloer”. Sindsdien is de bestuurlijke crisis onderwerp geweest van tal van opiniestukken en reportages, waarin het lijkt alsof de managers van Inholland de VU hebben overgenomen.

Het blinde rendementsdenken waar de VU aan ten onder dreigt te gaan, vormt nu de basis voor onze toekomstige faculteit.

De managementcultuur die juist daar zo gehekeld wordt, heeft niet alleen de VU aangetast. Integendeel. Precies dat blinde rendementsdenken waar de VU aan ten onder dreigt te gaan, vormt nu de basis voor onze toekomstige faculteit. De afstand tussen het bestuur en de rest van de universiteit blijkt hemelsgroot aangezien de laatste plannen niet eens ingezien mogen worden. De plannen die we wel mogen zien getuigen slechts van één gedachte: meer is beter. Meer high-impact publicaties, meer studenten en meer investeringen uit de derde geldstroom.

Die drang naar kwantificeerbare successen is niet de kwade wil van boosaardige managers die de universiteit om zeep willen helpen. Ze is het directe gevolg van een landelijk beleid dat intrede deed in de jaren '90. In 1998 werd de wet Modernisering Universitair Bestuur aangenomen, waarmee universiteiten werden gedwongen een bedrijfsmatig bestuursmodel te introduceren. Hiermee kwam een einde aan de autonomie van faculteiten en de zeggenschap van wetenschappers en studenten, en de universiteit kwam in de handen van een nieuwe laag van professionele managers, geschoold in de filosofie van het New Public Management. Uitgangspunt voor deze positie was dat het besturen van een universiteit uiteindelijk hetzelfde is als het besturen van een commercieel bedrijf: wetenschappers als productiemedewerkers, studenten als klanten en de staat als aandeelhouder. Het gaat niet meer om een visie maar om het halen van targets.

De commercialisering kreeg een extra impuls door het nieuwe financieringssysteem dat universiteiten beloont voor het aantal uitgereikte diploma's en het aantal afgeleverde proefschriften. Universiteiten werden geprikkeld zoveel mogelijk studenten aan te trekken, en wetenschappers zo veel mogelijk te laten publiceren. Dit soort beleid heeft ervoor gezorgd dat het aantal universitaire studenten in Nederland steeg van 160.000 in 2000, naar 245.000 nu, een stijging van meer dan 50%. Collegezalen zijn overvol en de universiteiten barsten uit hun voegen, maar de UvA en de VU willen groeien.

 Het gaat niet meer om een visie maar om het halen van targets.

De AFS moet zich gaan meten aan de internationale topuniversiteiten. Dit terwijl prestigieuze instellingen als Stanford en Cambridge met minder dan 20.000 studenten een stuk kleiner zijn dan de UvA en de VU apart (laat staan samen). Verder struinend door de zo geliefde lijstjes komen ook de hoogst scorenden: MIT en Caltech tellen respectievelijk slechts 10.000 en 2000 studenten en werden vorig jaar door Times Higher Education tot de beste universiteiten ter wereld gerekend. Is meer altijd beter? Het is natuurlijk niet ondenkbaar dat er voordelen zitten aan het bundelen van krachten en kennis van twee instituten, maar wat onderwijs betreft zijn deze voordelen ver te zoeken. Geen enkele universiteit kan zulke grote aantallen studenten goed begeleiden, en het gebrek aan persoonlijke aandacht zal al snel leiden tot ontevredenheid onder studenten, zoals dat op de VU gebeurd is. Dan moeten de voordelen voor onderzoek wel heel groot zijn. Maar veel onderzoekers op de UvA zijn pas vier jaar geleden verhuisd naar Science Park, en hebben in dit proces – waarin ook nog een aantal keer verbouwd moest worden – maanden vertraging opgelopen. Daarnaast kun je je afvragen of het optellen van twee onderzoeksgroepen een betere onderzoeksgroep als resultaat heeft.

Maar wie is er dan wel gebaat bij de fusie? De overheid wil daadkracht tonen en denkt dat fuseren de universiteiten efficiënter maakt. Eén servicedesk, één rooster en één begroting moeten de AFS gestroomlijnd maken, en bestuurders willen zo'n project maar al te graag op hun CV. Maar het van hogerhand samenhokken van instituten in de hoop dat er iets beters uit ontstaat, getuigt van een schrijnend gebrek aan visie. Het niet openbaar maken van de recentste plannen geeft bovendien weinig hoop op een eerlijk debat. De mensen waar een universiteit op draait zijn nog altijd de onderzoekers en de studenten. Misschien moeten we ons nog maar eens de vraag stellen of zij wel echt gebaat zijn bij deze fusie. 

Gerelateerde artikelen
Reacties
6 Reacties
  • interessante analyse, maar slaat de plank m.i. net mis. de schadelijke drang naar groei heeft helemaal niets te maken met commercialisering, maar juist het tegenovergestelde: toegankelijk onderwijs voor iedereen. wat is er mis met kwantificeerbaar succes? het lijkt me sterk dat men liever heeft dat universiteitsbestuurders lekker hun gang gaan binnen vaag omlijnde kaders. natuurlijk is niet alles zo makkelijk te kwantificeren, maar de belangrijkste vraag lijkt mij wat de doelstellingen zijn die gekwantificeerd worden. de doelstellingen zijn enkel gericht op groei en niet op kwaliteit van onderwijs. universiteiten worden inderdaad beloond voor het aantal uitgereikte diploma’s en het aantal afgeleverde proefschriften. dit beleid komt uit de tijd dat de doelstelling was om de helft van de bevolking HO te laten volgen. nog steeds is in mijn ervaring het universitair onderwijs veel laagdrempeliger dan het zou moeten zijn. grote groepen studenten worden amper uitgedaagd door het lage niveau van de grote massa. het is maar de vraag of die grote massa echt iets gaat hebben aan hun papiertje. dat de maatschappij er niets aan heeft en zelfs op lange termijn door geschaad wordt, is m.i. glashelder. onderwijs van het juiste niveau voor mensen met de juiste capaciteiten. de perversie ligt in de obsessie met massaal onderwijs, niet in vage begrippen als commercialisering of in gezonde kwantificeerbare bestuurlijke modellen.

  • Mark de Boer,

    Beste Animo, beste Leon.

    Het doel van 50% hoger opgeleiden is echt niet de enige oorzaak van de problemen zoals ze er nu liggen. Ze spelen zeker wel een rol. Net zoals commercialisering niet de enige oorzaak is, maar wel een rol speelt.

    Er is niets mis met toegankelijk onderwijs en een 50% doel. Er is wel iets mis als je daardoor je allerbeste studenten vergeet en te weinig aandacht of geldt stopt in je top-instituten. Je papiertje hoeft wat mij betreft niet onderscheidend te zijn, maar wel die stage bij die ene zeer hoog aangeschreven onderzoeksgroep waar je echt niet zo maar terecht kunt. Zo is er ook niets mis met kwantificeerbaar succes, maar wel met ongebreidelde groei die door het commerciële denken wordt ingegeven.

    De vraag die gesteld moet worden is: staan de juiste mensen aan het hoofd van de universiteit?  Zijn de raden van toezicht correct samengesteld? Zijn dit mensen die een correcte afspiegeling vormen van de universiteit, met een hart voor de universiteit of zijn het mensen met teveel politieke en andersoortige belangen? Volgens mij is dit laatste het geval. Dan krijgen de problemen die onstaan dankzij een doel als de "50% HO'ers" de verkeerde aandacht met de verkeerde oplossingen. Dan krijg je dat extra aandacht en geld voor een 'select few' geen prioriteit meer heeft.

    Universiteiten zijn grote jongens die echt wel eigen keuzes kunnen maken. De universiteiten zelf, lees de bestuurders, kiezen ervoor om meer studenten te faciliteren, om geen of te weinig toelatingseisen te formuleren. En eerlijkheid gebied te zeggen dat dat laatste ook onder druk van allerlei studentenorganisaties is gebeurd.

    Wat wil je? Toegankelijk onderwijs voor iedereen? Of tot de top van de wereld behoren? Dit zijn twee heel verschillende dingen die allebei compleet ander beleid en verschillende typen bestuurders vragen. De universiteiten hebben heel duidelijk hun keuze gemaakt. Het is alleen jammer dat blijkbaar alle universiteiten in Nederland dezelfde keuze hebben gemaakt.

  • De visievolle deFusie!

  • Mark, blijkbaar ben je het met me eens dat er toelatingseisen geformuleerd moeten worden. Als je dat doet volgt er m.i. vanzelfsprekend een selectie. Je tornt dan in praktische zin aan de 50% doelstelling. Het is echter simpelweg niet waar dat 'universiteiten hun eigen keuzes kunnen maken'. Selectie aan de poort is niet in alle vormen toegestaan. Bovendien is het een feit dat universiteiten betaald worden voor de hoeveelheid eieren die ze koken, zoals hierboven al uitgelegd werd. Je moet dan als bestuurder roeien met de riemen die je hebt. Er is onder bestuurders bijzonder veel animo om zich meer te richten op excellente studenten. Maar volgens jou zitten er in de universiteiten mensen met 'politieke en andersoortige belangen'. Volslagen speculatie, die grenst aan smaad. Natuurlijk is er wel eens een CvB-voorzitter geweest die een onzinnig prestigeproject wilde doorvoeren. Er is geen enkele aanleiding om dat tot een algemene wetmatigheid te verheffen. Bovendien is het wel erg makkelijk om zo'n stelling te poneren die op geen enkele manier geverifieerd kan worden.

  • Beste Leon en Mark,

    De beweging naar steeds massaler onderwijs is geen obsessie, maar een gevolg van het neo-liberale beleid dat zijn intrede deed in de jaren '90. Als je de vraag stelt of de verkeerde mensen aan het roer zitten bij een universiteit, moet je je dus eerst afvragen waarom juist zij daar zitten. 

    Die vraag wordt al beantwoord als je ziet dat elke universiteit dezelfde keuze maakt. Zelfs op de VU, waar het groeibeleid het meest aan de kaak is gesteld, heeft alleen Lex Bouter het veld moeten ruimen. Rene Smit - voorzitter van de raad van bestuur en de grootste voorvechter van het beleid wat zij samen gevoerd hebben - is gewoon blijven zitten. Universiteitsbestuurders in Nederland zijn heus niet allemaal onbekwaam of kwaadwillend, ze volgen het beleid.

    Een van de pijlers van dit beleid is breed toegankelijk onderwijs, en er wordt inderdaad gestreefd naar een hoog aantal hoog opgeleiden. Daar is het financieringssysteem nu ook op ingericht; universiteiten krijgen betaald per afgeleverd diploma, en het kost ze geld als studenten een vak niet halen. Een universiteitsbestuurder kan zich hier alleen maar aan onttrekken als hij zijn financiering op een andere manier rond kan krijgen, zoals de hoge collegegelden die bij de University Colleges worden gevraagd. Voor de grote universiteiten is dit geen optie, dus zij hebben zich te schikken naar het financieringsbeleid van de minister. Commercialisering is dus geen vage term, maar een beleid dat een grote universiteit met een laag niveau (het 'oprot zesje' voor een student die anders nog meer geld gaat kosten) in de hand werkt.

    Er is ook niets mis met kwantificeerbaar succes. Er is wel iets mis met de gedachte dat al het succes van een universiteit te kwantificeren is. Vooral als men die dingen die wel te kwantificeren zijn, zoals het aantal afgeleverde diploma's, of het aantal high-impact publicaties, als enige maatstaf neemt voor het beleid van een universiteit. Het door jullie zo gehekelde lage niveau op de universiteit wordt juist hierdoor veroorzaakt: in plaats van een docent die oordeelt of de academische kennis van zijn studenten voldoende is, wordt de norm aangepast als een bepaald percentage zijn tentamen niet haalt.

  • Mark de Boer,

    Beste Leon en Animo,

    Mijn stelling was misschien wat extreem geformuleerd. Ik wil ook helemaal niet zeggen dat bestuurders kwaadwillend zijn. Ik wil zeggen dat ze hun ogen en oren niet open hebben, te ver af staan van het onderwijs en het onderzoek op de Universiteit en daardoor de verkeerde beslissingen nemen.

    Door jullie commentaar lijkt het haast wel alsof ze in een soort van slachtofferrol zitten en helemaal niets meer kunnen. Er wordt te makkelijk gezegd dat er geen ruimte is binnen de huidige wet- en regelgeving om eigen beslissingen te kunnen maken. Er wordt gekozen voor dure nieuwbouw en fusies. Waarom? Echt niet alleen omdat 'ze niet anders kunnen'.

    Ik durf daarom de stelling te nemen dat prestige bij dit soort projecten een belangrijke rol speelt en dat daarnaast de student meer en meer als een melkkoe wordt gezien om die alsmaar groter wordende Universiteiten te kunnen blijven financiëren.

    Gelukkig stagneert de groei van het aandeel havo en vwo'ers en zet straks de demografische krimp in het totaal aantal deelnemers in. Dan valt er straks niets meer te groeien.

     

     

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven