De vreemde talen worden ondergewaardeerd

In de tijd van de Republiek konden kooplui zich in de havensteden van de Lage Landen in vele vreemde talen redden. Hoe anders is de situatie nu: ook in de buurlanden houden de meeste Nederlanders het liever bij de enige vreemde taal die ze redelijk tot goed beheersen, het Engels.

Zelfs op eigen grondgebied zijn Nederlanders geneigd om pogingen van buitenlanders om Nederlands te spreken af te kappen en op het Engels over te gaan. Hier ligt een hoekig denken aan ten grondslag. De gedachte luidt: Nederlanders spreken Nederlands, de rest van de wereld Engels, en wij Nederlanders spreken puntgaaf Engels. Behalve de eerste bewering is er geen van waar.

Natuurlijk, de meeste Nederlanders kunnen zich in het Engels redelijk redden: dat werd vorig jaar nog door Onze Taal bevestigd. Maar het is naïef te denken dat je er daarmee bent, vooral in situaties waarin duidelijke en snelle communicatie noodzakelijk is. Een wrang voorbeeld betreft de situatie in Kiev op de dag van de ramp met vlucht MH17.

De meeste Nederlanders kunnen zich in het Engels redden, maar daarmee ben je er nog niet

De communicatie vanuit de ambassade liep spaak omdat niemand ter plaatse het Oekraïens of Russisch beheerste (zie hier nrc.next van 11/07/15). Om de situatie op te lossen moest minister Timmermans eerst Russisch sprekende diplomaten vanuit Afrika laten overkomen. Een vernietigende reactie vanuit Nederland bleef uit, maar eens te meer bleek dat ons land zich in zijn befaamde internationale oriëntatie niet uitsluitend op het Engels moet richten en dat onderwijs in andere talen broodnodig is. Toch worden de plekken waar je je in die talen kunt bekwamen ondermijnd. En wel op twee manieren.

Ten eerste zijn er de laatste jaren enorme bezuinigingen opgelegd aan de talendepartementen op Nederlandse universiteiten. Onder druk van afnemende studentenaantallen zijn de studierichtingen Roemeens, Fins, Hongaars en Portugees al verdwenen. Toen de UvA in november 2014 met een voorstel kwam dat het talenaanbod nog drastischer zou uitkleden- onder andere de opleidingen Nieuwgrieks, Tsjechisch en Pools zouden per 2016 niet meer bestaan -  brak er massaal protest uit.

Het universiteitsbestuur deed concessies om het talenaanbod nog enkele jaren te behouden. Dat betekent echter niet dat er minder reden is tot zorg: de plannen om talenopleidingen op te laten gaan in bredere studierichtingen bestaan nog steeds. Voor het huidige model, waarin je de gelegenheid krijgt je intensief in één taal- en cultuurgebied te verdiepen, lijkt niet meer afdoende waardering te bestaan.

De tweede bedreiging voor de taalbeheersing vormt het toenemende gebruik van het Engels in het hoger onderwijs. Deze nadruk op het Engels levert bizarre situaties op: zo is het voor studenten Wijsbegeerte (‘Philosophy’) in Groningen, slechts enkele kilometers van de Duitse grens, verplicht het werk van Immanuel Kant in Engelse vertaling te lezen, zelfs als de studenten Duitstalig zijn.

De nadruk op het Engels levert bizarre situaties op

Hier wordt niemand beter van. Zeker Nederlandse studenten niet. Al in 2009 betoogde een docent Wijsbegeerte uit Rotterdam (NRC 13 mei) dat het denken van zijn studenten in het Engels inboette aan scherpte en kwaliteit. ‘Voordat je probeert een subtiel en ingewikkeld betoog in een vreemde taal te doorzien of te schrijven, moet je die techniek in het Nederlands meester zijn,’ zo schreven ook vier medewerkers van Klassieke Talen in Folia Magazine (link).

Hoe zit het met buitenlandse studenten? Die hebben slechts een schijnvoordeel. Ondanks het feit dat de Erasmus-Universiteit actief buitenlandse studenten vertelt dat Nederlands leren niet nodig is, moedigt de organisatie International Students Rotterdam hen aan dit wel te doen. De ervaring leerde: als afgestudeerde buitenlandse studenten in Nederland willen blijven en werken, blijkt beheersing van het Nederlands toch nodig. De jaren waarin ze op de aangewezen plek de taal hadden kunnen leren waren echter al voorbij.

Nog schadelijker is het feit dat docenten worden gedwongen les te geven in een taal die ze niet beheersen als hun moedertaal. ‘Goed Engels doceren is iets anders dan in het Engels doceren,’ aldus het Groot Manifest der Nederlandse Taal. Zelfs al tref je de zeldzame docent die in het Engels even verbluffend lesgeeft als in het Nederlands dan kan hij of zij niets meer behandelen dat in het Nederlands wordt gepubliceerd, behalve als het vertaald wordt naar het Engels. Hoeveel docenten zouden daar onder de nu al beklaagde hoge werkdruk nog toe bereid zijn? Als er in de collegezalen geen geluiden uit de Nederlandstalige publieke ruimte meer klinken, is het gevolg een te grote kloof tussen de academie en de maatschappij.

Deze twee tendensen zijn onwenselijk. Een situatie als bij MH17 is extreem. Toch moeten verdere onaangename gevolgen van een gebrekkige talenkennis niet uit het oog worden verloren. Zo wijdde de NOS een stuk aan het economische gevaar van een slechte beheersing van het Duits: wil een bedrijf in Zwitserland een klant binnenhalen, dan ligt het met een Engelstalige offerte direct op Duitstalige mededingers achter.

Docenten worden gedwongen les te geven in een taal die ze niet beheersen als hun moedertaal

Er zijn ook positieve signalen: zo beloofde staatssecretaris Dekker recentelijk aanstaande talendocenten een beurs. Het is te hopen dat in ieder geval het lerarentekort daarmee wordt opgelost en de kennis van vreemde talen beschikbaar blijft.

Daarnaast moeten er sowieso drie punten veranderen.
Nederland moet ten eerste de beheersing van vreemde talen weer als een voordeel zien, een investering die in een geglobaliseerde wereld broodnodig is in plaats van een overbodige luxe.

Het Engels moet, ten tweede vooral op inhoudelijke gronden worden gebezigd en alleen door docenten die daartoe in staat zijn. Het mag niet zo zijn dat Nederlandse studenten onnodig onder hun niveau presteren door een overbodige taalbarrière. Van buitenlandse studenten dient een afdoende beheersing van het Nederlands te worden gevraagd.

Tot slot moeten Nederlandse scholen goed en grondig onderwijs in andere vreemde talen bieden. Daarom is het onterecht dat er over de kleine talenopleidingen aan de universiteit vooral in termen van rendabiliteit wordt gesproken. De vraag is nu: hoe krijgen we die opleidingen weer financieel levensvatbaar? Maar de vraag moet zijn: willen we dat mensen voldoende Tsjechisch, Oekraïens en Arabisch beheersen om de Nederlandse maatschappij van dienst te kunnen zijn? En zo ja, hebben we daar dan de noodzakelijke middelen voor over?

Anno 2015 kan het antwoord op deze vraag alleen maar ‘ja’ zijn. Al willen sommige rechts-populisten het nog zo graag, de wereld sluiten we niet buiten. Niet door haar de kennis van het Nederlands te ontzeggen, en niet door te doen alsof ze alleen uit Engelstaligen bestaat. Kennis van het Russisch, het Arabisch en het Turks is harder nodig dan ooit.

Nederland was ooit het talenland bij uitstek en kan dat weer worden: laat het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van deze noodzaak doordrongen zijn.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven