Flickr / Travis Gray

De vrijwillige samenleving

Er is geen enkele politieke partij in Nederland waarvoor ik de gang naar de stembus maak. Zelfs als ik zeker wist dat mijn stem zich op magische wijze direct zou materialiseren in beleid zou ik het rode potlood links laten liggen. Het probleem is namelijk niet inhoudelijke onvrede met de minieme verschillen tussen de verschillende partijprogramma’s. Het probleem zit hem in de onvrijheid aan het fundament van onze samenleving.

Probeer maar eens geen belasting te betalen omdat je het oneens bent met de ophokmanie van onze staatssecretaris.

Wanneer je als burger geconfronteerd wordt met beleid dat ingaat tegen je principes heb je de vrijheid je kritiek publiek te uiten. Je mag rustig zeggen dat het vreemdelingenbeleid van Teeven een schandaal is of dat banken nooit genationaliseerd hadden mogen worden. Vrijheid van meningsuiting alleen is echter niet voldoende om een vrije samenleving te garanderen. Het geeft je namelijk niet het recht om naar je overtuiging te handelen. Probeer maar eens geen belasting te betalen omdat je het oneens bent met de ophokmanie van onze staatssecretaris. Of probeer je pensioensopbouw maandelijks uitgekeerd te krijgen omdat je het oneens bent met de ondemocratische pensioenfondsen die beleggen op manieren en in dingen die tegen je principes ingaan. Veel succes.

Het dwingen van individuen actief mee te werken aan beleid waar zij niet achter staan door een aanzienlijk deel van hun bezit af te pakken is op zichzelf bezwaarlijk. Dit is dan ook de reden dat een nieuwe politieke partij oprichten binnen het bestaande systeem geen oplossing biedt. Het is niet de inhoud die moet veranderen, maar de vorm.

Die vorm is nu als volgt. De burger moet aannemen dat politici beter kunnen bepalen hoe zijn geld moet worden besteed dan hijzelf dat zou kunnen. Wanneer hij dat niet gelooft en handelt naar zijn overtuiging door belasting te ‘ontduiken’ stuurt de staat haar geweldsmonopolie op hem af. Een samenleving waarbinnen er geen mogelijkheid is je op fundamentele wijze te onttrekken aan door anderen opgedrongen beleid is een onvrije samenleving. En onvrijheid creëert ressentiment.

Je kunt de vergelijking maken met een beroving. Wanneer een overvaller een pistool op je richt en een bedrag eist, maakt het voor jou niet uit of dat bedrag bedoeld is voor het naar school sturen van zijn dochter, of voor het kopen van harddrugs. Als de overvaller je had gevraagd om een bedrag voor zijn doel had jij de keuze gehad bij te dragen of vriendelijk te weigeren. Beide doelen legitimeren geen getrokken pistool. In het geval van een natiestaat is deze situatie omgekeerd. Het individu is de dief wanneer hij zijn bezit niet afstaat aan de gewapende partij. Het beste waarop de burger mag hopen is dat deze overvaller hem in de toekomst een grotere fooi teruggeeft van het gestolen bedrag dan de vorige bandieten.

De kerkvader Augustinus (354-430) maakte al de vergelijking tussen regeringen en dievenbendes. Beiden bestaan uit personen die de eigendommen van anderen verdelen onder een door henzelf bepaalde verdeelsleutel. De burger zal, als hij geluk heeft, delen van het gemeenschappelijk bezit terugzien in sociale voorzieningen De optie zijn bezit direct over te dragen aan die projecten waar hij in gelooft, zoals scholing en infrastructuur, zonder tegelijkertijd gedwongen te zijn projecten waar hij niet in gelooft te financieren, zoals de JSF en het redden van banken, ontbreekt.

De oplossing voor deze morele paradox die de staat heet is simpelweg het verlaten van dwang. Mensen die het een goed idee lijkt een oorlog te beginnen in een ver land hebben nog steeds de vrijheid dat te doen. Mensen die geloven dat staatsonderwijs van voldoende kwaliteit is mogen daarvoor naar hartenlust belasting afdragen. Een gemeente kan nog steeds een nieuw voetbalstadion laten bouwen. Het enige dat verandert is de mogelijkheid diegenen die daar niets in zien te dwingen ervoor te betalen. Kortom: iedereen is vrij projecten te starten, maar niemand heeft het recht een ander te dwingen eraan mee te werken.

Een argument tegen het afschaffen van slavernij was dat er niemand zou overblijven om het katoen te plukken.

De principes die centraal staan in een vrijwillige samenleving zijn het respect voor eigendom en het daaruit volgende verbod op het initiëren van geweld. Ieder individu heeft volledige beschikking over zijn bezit, inclusief zijn lichaam, en geen individu of instantie heeft het recht het bezit van een ander te schaden of te ontvreemden. Op basis van deze principes zal de samenleving een ongekende ontwikkeling doormaken. Het is precies op de veranderingen die gepaard gaan met die ontwikkeling waar de nadruk ligt in discussies rondom een vrije samenleving. Toch zijn het niet de consequenties, maar de principes waarop een inhoudelijke discussie gebaseerd moet zijn. Tegenwerpingen in de vorm van ‘wie doet/bouwt/verzorgt x, y en z als de overheid dat niet doet?’ zijn geen argumenten tegen de vrije samenleving. Zij zijn een gebrek aan voorstellingsvermogen en morele prioriteit.

Tijdens de Amerikaanse Civil War was een van de argumenten tegen het afschaffen van slavernij dat er niemand zou overblijven om het katoen te plukken. Wij herkennen dat er tijdens de slavernijdiscussie veel grotere zaken op het spel stonden dan economische consequenties, zoals het instorten van de katoenindustrie. Toch was de angst voor verandering lange tijd groter dan de morele bezwaren tegen het exploiteren van mensen, zelfs onder geëxploiteerden. Dezelfde consequentiegerichte roeptoeterij omringt nog altijd het concept van een vrije samenleving. De afschaffing van slavernij was een enorme stap in de ontwikkeling van de mensheid. De vraag is wanneer wij die volgende stap durven zetten om voor iedereen vrijheid van dwang te realiseren. We kunnen beginnen met thuisblijven tijdens verkiezingen. Laten we verder zien wat er gebeurt.

Andrea Speijer-Beek zal haar artikel toelichten tijdens 'deFusie live: de beste staat die we nooit gehad hebben', bij wijsgerig festival Drift.

Gerelateerde artikelen
Reacties
15 Reacties
  • K. Winkelaar,

    Wat u beschrijft heet libertarisme: de filosofie van de vrijheid. En zelfs daarvoor bestaat een partij in Nederland: de Libertarische Partij. Misschien toch een keertje wél naar de stembus?

  • Vrijheid lijkt in dit stuk voornamelijk 'vrij van elke dwang' of 'volledige eigen keuze' te zijn. De auteur lijkt individuele keuzevrijheid te verabsoluteren. Dat is erg eenzijdig, zo'n vrijheid, en die zal nooit een vaste vorm krijgen, erkend door andere burgers, en dus ook geen bestaansrecht, want geen samenleving zal accepteren dat haar leden zich aan het collectief onttrekken. De 'vrijwillige samenleving' is een fictie, die slechts tot uiting brengt dat het samen leven tot frictie, of vervreemding, kan leiden.

    We zijn altijd afhankelijk van anderen. Filosofen als Rousseau en Hegel laten zien dat je met recht, economie en politiek desondanks heel ver komt in het realiseren van individuele vrijheid.

  • Andries Wijma,

    Mijn complimenten voor uw aangenaam heldere beschrijving van het libertarisme!

  • Andries Wijma,

    @Arnold
    Het verdwijnen van dwang betekent niet het verdwijnen van initiatief en gemeenschapszin, integendeel. Een samenleving is wat haar leden ervan maken. Als zij massaal het belang gaan zien van het volledig afzweren van dwang, dan is de acceptatie door de samenleving een feit.
    De consensus is nu al dat je je buurman niet mag bevechten, bestelen, verbieden en verplichten. Het enige echte verschil zou zijn dat niet langer een uitzondering wordt gemaakt voor de overheid.
    Recht en economie kunnen in een vrijwillige samenleving juist floreren.

  • Thomas Wentzel,

    Een verhelderend filosofische verhandeling over wat het libertarisme heet. Wat men vaak ziet is dat de beschrijving en bedoeling er wel zijn, de afkeer van bestaande politiek incluis. Maar het alternatief is er zeker.

  • Goed stuk. Ik zou op één punt wel wat opheldering willen: in de een-na-laatste alinea zeg je "Op basis van deze principes zal de samenleving een ongekende ontwikkeling doormaken." En even later noem je bezwaren als "wie gaat er dan nog wegen bouwen" (terecht) een "gebrek aan voorstellingsvermogen" en "consequentiegerichte roeptoeterij".
    Je tegenstanders hebben dus een verkeerd beeld van de consequenties van de omslag die je beschrijft - akkoord. Maar je lijkt te suggereren dat jij een correct beeld hebt - een suggestie waar je verder niet op in gaat, en waar veel mensen sceptisch over zullen zijn.

    Hoe moet ik je punt hier nu begrijpen? Als je punt is "doemdenken over consequenties is geen reden om belangrijke principes links te laten liggen" ben ik het helemaal met je eens. Als je punt is "deze belangrijke principes gaan op de een of andere manier op alle vlakken utopisch werken" hoop ik dat je dat (binnenkort, in een vervolgartikel?) hard kunt maken.

  • In het huis waar ik het dit typ delen we een ijskast. Met inhoud dus. Dat gaat allemaal aardig en vloeiend, heel vrij zogezegd. Maar soms vergeet ik boodschappen te doen. Soms keer op keer. Op keer.

    Nu, een geweldsmonopolie komt er niet aan te pas, maar vrij van dwang zou ik mijn volgende tocht naar de AH ook niet kunnen noemen. Wat betekent dit op fundamenteel niveau? Is mijn huishouden fundamenteel onvrij? Of is een samenlevingscontract waar iedereen zich naar believen van kan onttrekken fundamenteel asociaal? Ik dacht toch echt dat laatste.

  • Arjan Miedema,

    Het fijne aan dit artikel is dat alle gevolgen van de utopische samenleving 'zonder dwang' compleet vaag en onuitgewerkt blijven. Ze worden slechts aangekondigd als een ''ongekende ontwikkeling'' - waar die voorspelling, naast het onderbuikgevoel van de auteur, op gebaseerd is blijft onduidelijk.

    Tegelijkertijd worden alle eventueel ingebrachte negatieve gevolgen van zo een ''vrije samenleving'' bij voorbaat weggezet als ''roeptoeterij'' en zij die ze zouden inbrengen een gebrek ''aan voorstellingsvermogen'' aangewreven. Tot zover de academisch-kritische houding in discussie en debat...
    Het is een haast religieus standpunt dat Andrea hier inneemt: tegen alle bewijsvoering in en zij die het niet geloven, dat zijn de heidenen.

  • Andries Wijma,

    @Micha
    Dwang der natuur is iets anders dan de dwang der mensen. Als u het aangenamer vindt geen boodschappen te doen en dan maar honger te lijden, dan is dat uw keuze. Bent u vrijwillig (!) een contract aangegaan waarbij u zorg draagt voor anderen, dan kunt u meestal niet zomaar eenzijdig zonder consequenties dat contract verbreken.

    Het is via de overheid dat de dwang der mensen tot stand komt: de staat kan zowel eenzijdig contracten opleggen als verbreken. Dát is asociaal. Minder vrijheid leidt tot minder verantwoordelijkheid, want je kunt geen verantwoordelijkheid nemen voor een keuze die je niet zelf hebt gemaakt.
    Meer vrijheid (=afwezigheid van dwang) gaat aldus gepaard met meer verantwoordelijkheid.

  • Adriaan, ik had het over mijn huisgenoot. Die dwingt me mijn plicht na te komen in het vullen der collectieve ijskast - en terecht. Ik bedoel maar: collectieve actie wordt verwezenlijkt door dwang. Altijd. Zelfs op de kleinste schaal. 
    Politiek betreft per definitie het soort problemen dat de directe belangen overstijgt. We moeten elkaar dus met wetten en geweldsomonopolies aan de regels houden. Zo hebben we dat geregeld en iedereen met énig historisch/sociologische kennis staat versteld van het wonder dat we staatsvorming noemen.
    Dwang dus. Zo hebben we óók de slavernij afgeschaft. (Behalve in Nederland, maar dat is een ander verhaal.)

    Als je een probleem hebt met 'de overheid' moet je daar vooral iets aan gaan doen. De politiek in. Idealen kweken. Idealen die hopelijk iets vruchtbaarder zijn dan zo'n kinderachtige 'ik doe niet meer mee reflex'. Want dat is lekker makkelijk als je al blank welgesteld enz. bent.

    Geldschieters van Tea Party en types als ron paul zijn inderdaad een lichtend voorbeeld van morele verantwoordelijkheid. Wat een vrijheid! Wat een morele prioriteit!

  • Ik bedoel: Andries. Sorry. Het is laat.

  • Andries Wijma,

    @Micha
    Het valt me niet mee de logica in uw redeneringen te zien. Ik zal toch proberen een adequate reactie te geven.
    U lijkt vrijwilligheid en vrijblijvendheid door elkaar te halen in de situatie met uw huisgenoot en daardoor eveneens dwang en verwachting met elkaar te verwarren. Het vullen van de ijskast zult u niet als een vrijblijvendheid ervaren vanwege de verwachting van uw huisgenoot.Als één van u ontevreden is over de gezamenlijke huishouden dan kunt u dit samen proberen op te lossen of de samenwerking stoppen. Alleen als uw huisgenoot dreigt met geweld als u de ijskast niet vult is er sprake van dwang.
    Dat collectieve actie alleen te verwezenlijken is door dwang is dan ook nergens op gebaseerd. Alleen al het bestaan van een enorm aantal verenigingen waar ontzettend veel mensen vrijwillig lid van zijn laat dat zien. Elke dag leven en werken vele mensen samen uit vrije keus.

    Leest u de laatste alinea van het artikel nog eens. U benadrukt het belang van dwang zoals de verdedigers van de slavernij dat ooit deden. Slavernij heeft eeuwen bestaan met steun van de staat en bestaat volgens u nog steeds in Nederland. Een wonder?
    Een geweldsmonopolie maakt een tweedeling tussen mensen die geweld mogen initiëren en mensen die het geweld enkel mogen ondergaan. Dat lijkt me geen gezonde uitgangspositie om elkaar 'aan de regels te houden'.

    U haalt Ron Paul erbij. De top 3 van geldschieters tijdens zijn 2012 campagne bestond uit mensen die zich identificeerden met het Amerikaanse leger, marine en luchtmacht. Een optelsom van veel kleine donaties. Hij wilde als enige kandidaat de militaire rol van de VS in de wereld drastisch terugbrengen. Hij was ook de enige die erop wees dat het juridische systeem in de VS in het nadeel werkt van zwarten en hispanics waardoor zij in verhouding veel vaker gedetineerd zijn.
    Misschien ook goed om te weten dat Goldman Sachs en JPMorgan tot de topdonoren van Obama's 2008-campagne behoorden.
    Uw theorie klopt misschien met de beeldvorming in Amerikaanse en Nederlandse media maar niet met de feiten.

     

  • Over die slavernij: Afschaffing betekent de onteigening, afgedwongen door de overheid. In Nederland (die de slavernij als één van de laatste landen afschafte) bestond er echter een unieke regeling dat slaven nog een contract van tien jaar moesten voltooien. Minder dwang dus, de hardwerkende plantagehouder werd niet gepakt! Wat een vrijheid!

    Vrijheid is natuurlijk nooit gelijk aan de afwezigheid van dwang - en niet alleen bij slavernij. Vrijheid bestaat in positieve zin en negatieve zin, aldus de filosoof, en die staan op gespannen voet. Les 1 was dat. Wie de markt geheel vrij laat, heeft binnen no-time geen vrije markt meer maar een monopolie/oligopolie. Vrije burgers, vrije meningen, vrije handel, een vrije rechtstaat: stuk voor stuk zijn het culturele verworvenheden die alleen kunnen worden gewaarborgd door een overheid.

    Een overheid dus waar je je niet eenzijdig van kunt onttrekken. Metafysisch is dat misschien heel problematisch maar hier op aarde is dat het enige wat gezamenlijke vrijheden faciliteren kan.

    Aan de democratie kan heel wat beter, maar het verwerpen van de overheid in naam van de vrijheid; het idee alleen al van een samenleving 'zonder dwang' is een verzinsel van iemand zonder fantasie. Frivoliteit vanuit de onderbuik.
    Bij Ron Paul zat ik misschien verkeerd qua geldschieters - en in Amerika is wel meer mis dan de Tea Party inderdaad. Dan heb je helemaal gelijk. Ik doelde natuurlijk op doelde waren conservatieve denktanks/financiers die stevig hebben bijgedragen aan enorme ongelijkheid en dus onvrijheid.

    Een ideologische discussie lijkt me zinloos, maar het vrijheidsfetisjisme in uw reacties en dit artikel is -  alle gewichte taal ten spijt - van een tenenkrommende lichtzinnigheid.

  • Ik zou me eerst verdiepen in de geschiedenis van de staat en de relatie tot geweld en dwang voordat je voor de afschaffing ervan gaat pleiten. Begin bij Norbert Elias zou ik zeggen.

  • Andries Wijma,

    Een ideologische discussie zal inderdaad zinloos zijn. U verwijt van lichtzinnigheid is helaas slechts één van de vele drogredenen die ik voorbij zie komen. Het enige wat ik kan doen is ook u uit te dagen tot verdieping om een beter begrip te krijgen van de principes van libertarisme/voluntarisme, vrije markt, vrijheid als negatief recht, enz.
    Een eerste leestip: De utopie van de mensenrechten van Frank van Dun.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven