Wikimedia Commons / Giancarlo Neri

De waarheid vergeten

Waarheid is volgens Nietzsche iets dat we hebben uitgevonden, om dat uitvinden vervolgens te vergeten. Een prikkelende gedachte, maar als waarheid inderdaad is uitgevonden dan is het wel een vreemd soort uitvinding. Een uitvinding die zich hardnekkig, bijna dwangmatig, heeft verbonden met al ons spreken en denken, doen en laten. Voor sommigen is deze uitvinding zelfs een doel dat alle middelen heiligt. IS bijvoorbeeld acht het onthoofden van andersgelovigen en sceptici gegrond in naam van de (uitgevonden) waarheid. Maar als we het proces van uitvinden zijn vergeten, kunnen we dan niet ook de uitvinding zelf vergeten? En dan bedoel ik écht vergeten, een vergeten waarbij je zelfs het vergeten zelf vergeten bent. Hoe zou een wereld eruitzien waarin ‘waarheid’ helemaal nooit bestaan heeft, omdat niemand zelfs maar een herinnering heeft aan haar bestaan? Kunnen we ons dat überhaupt voorstellen?

Als waarheid een uitvinding is, is spreken over de waarheid slechts een kwestie van taal

Zou je in een wereld zonder waarheid nog kunnen zeggen dat een stoel naast de tafel staat? Dat je je ‘even niet lekker voelt’? Dat de Nederlandse economie dit jaar met 0,001% is gegroeid? Of dat je van je geliefde houdt? Het lijkt me vreemd om te stellen dat we deze dingen zonder het bestaan van 'waarheid' niet meer kunnen zeggen. De observatie van een stoel naast de tafel is er toch gewoon, ongeacht of we die nu waar of niet waar noemen? En als je je niet lekker voelt, voel je je simpelweg niet lekker. Toch lijkt het er verdacht veel op dat ik hier iets vaststel, dat wil zeggen, dat ik hier zeg dat iets zo is. En doen we dat niet ook als we het hebben over waarheid? Misschien is een wereld zonder waarheid daarom wel een wereld waarin we van ieder vaststellen afstand hebben gedaan, waarin we spreken zonder ook maar de minste stelligheid. Iets zeggen zonder aanspraak te maken op waarheid, dat mag geloof ik dichten heten. Stel je voor: een wereld vol dichters. Een wereld waarin we alleen in fragmentarische strofes spreken. Zoals: ‘Stoel, tafel en het licht van de lamp ertussenin.’ Of: ‘Het gevoel, onaangenaam.’ Een alledaags gesprek zou dan minder soepel verlopen. In deze wereld eist het kleinste gebeuren de volledige inzet van onze creatieve vermogens: de afwas, een computerstoring, een complimentje; alles zou moeten worden verdicht. En dan heb ik het nog niet eens over de complicaties die komen kijken bij het bezingen van de ontwikkeling van de Nederlandse economie in de periode 2008-2014.

 Kortom, misschien dat we met het vergeten van 'waarheid' wel winnen aan schoonheid, maar de wereld zou tegelijkertijd ook een stuk minder hanteerbaar worden. Daarnaast vraag ik me af of in deze wereld vol dichters de waarheid niet stiekem, via de achterdeur, naar binnen sluipt. Waarschijnlijk zullen we nog steeds meningsverschillen hebben, bijvoorbeeld over zogenaamd ‘goede’ en ‘slechte’ manieren om iets te zeggen. En dan zijn we weer terug bij af. Want als waarheid een uitvinding is, is spreken over de waarheid slechts een kwestie van taal. Dan is er ook geen verschil tussen een oorlog uitgevochten om een waarheid, of een oorlog uitgevochten omdat je meent iets het beste te formuleren: het komt dan allemaal neer op hoe we iets zeggen.

Volgens een rechtlijnige Nietzscheaan moet dit eigenlijk al het geval zijn. In deze gedachtegang houdt IS zich bijvoorbeeld bezig met het onthoofden en stenigen van mensen omdat ze willen bewijzen dat hun manier van uitdrukken het beste is. Zodat ze buiten hun eigen weten om verwikkeld zijn in een strijd die niet zozeer draait om waarheid, maar om het opleggen van een taal die ruimte biedt aan hun overtuigingen. Want als ‘waarheid’ is uitgevonden, is zelfs het bruutste geweld van IS in wezen talig: de betekenis en zin van de steniging zijn dan uitsluitend gebaseerd op een in taal vastgelegde conventie. Hiermee is de steniging, net als het gedicht, louter een taalhandeling. Maar bagatelliseren we dan niet de ogenschijnlijk primaire motivatie van dit geweld, het opdringen van levenswijzen en gedragscodes waarvan we ons liever distantiëren? Niet per se. Als er geen waarheid is verdwijnt de grond waarop we de meeste van onze handelingen baseren. Dat betekent dat we constant dreigen te vervallen in een chaos waarin iedere handeling willekeurig is, tenzij we ons doen en laten op de één of andere manier begrijpelijk maken en vastleggen. En waarin doen wat dat anders dan in taal? Taal is zo bekeken een voldoende basis voor ons handelen: wat we doen is betekenisvol omdat we het kunnen uitdrukken en (daarmee) voorstellen. Het al dan niet werkelijke bestaan van waarheid voegt daar noch iets aan toe noch doet het daar iets aan af.

De steniging is net als het gedicht louter een taalhandeling

Als we dit gedachte-experiment serieus mogen nemen, stemt een wereld zonder waarheid opvallend veel overeen met de onze. Het lijkt er sterk op dat het vergeten van de waarheid eigenlijk niet zoveel verschil zou maken. Sterker nog, misschien zíjn we de waarheid al vergeten, maar herinneren we ons nog dat we haar ooit wel hebben gekend. We verkeren weliswaar in het besef iets te zijn vergeten, maar weten niet meer goed wat dat is. Een bekende gemoedstoestand; iedereen heeft weleens lopen graven naar de naam van een schrijver, een liedje of het oorspronkelijke onderwerp van  een column. Er zijn er geloof ik weinig die op zo’n moment niet met man en macht proberen het vergetene boven te halen.

Misschien is deze geestesgesteldheid, het besef van vergeten, de levensvonk van de filosofie. Een filosofie die bestaat bij de gratie van de herinnering aan een vergeten waarheid. Zo is filosoferen niets anders dan een poging ons de ontglipte waarheid proberen te herinneren. Kon ik Nietzsche daar maar aan herinneren.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Het boeddhistische onderscheid tussen conventional en ultimate truths kan een antwoord op je vraag mogelijk vanuit een ander perspectief benaderen.
    Conventionele waarheden zijn waarheden die een praktische functie hebben in ons alledaagse bestaan. Het gebruik van het begrip 'auto' is een voorbeeld van een conventional designator voor de verzameling dingen die wij 'auto' noemen. Met het uiten en gebruiken van conventionele begrippen houd je een conventionele waarheid in stand.
    Kennis van de ultieme waarheid behelst in het kort kennis van het feit dat de ‘auto’ enkel een concept is en verder een niet diepere werkelijkheid (ultimate truth) bezit. 'Really there is just a flow of material form, sensations, perceptions, formations, and the flow of consciousness' (Williams en Wynne, Buddhist Thought, 2000).
     
    Wanneer je je afvraagt of we ons een wereld kunnen voorstellen waar waarheid niet bestaat kan een boeddhist antwoorden dat hij zich een wereld kan inbeelden zonder conventionele waarheden maar niet een wereld zonder ultieme waarheden. In een wereld doordrongen met conventionele waarheden is niet zozeer sprake van een vergeten ultieme waarheid maar eerder sprake van een verborgen ultieme waarheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven