Wikimedia Commons

De windmolens van Baudet

Thierry Baudet maakt zich behoorlijk druk over moderniteiten die de klassieke schoonheid zouden verstikken. Als Baudet wat meer Hume gelezen zou hebben, zou hij weten dat hij zich nergens zorgen over hoeft te maken.

In het essay van David Hume ‘ Of the Standard of Taste’, komen eigenlijk twee dingen naar voren. Hij heeft het over wat door de ontwikkeling van de tijd te kenmerken valt als ‘universele schoonheid’. En hij heeft het over het vermogen deze universele, onwrikbare schoonheid aan te kunnen wijzen.

Volgens Thierry Baudet is er in Nederland sprake van, wat hij noemt, oikofobie. Oikofobie (‘angst voor het eigene’) zou zich binnen de maatschappelijke elite uiten in drie fenomenen: het toejuichen van het multiculturalisme; het modernisme in de kunsten; het Europese project. Het tweede fenomeen, het modernisme in de kunsten, zou ik in dit essay graag willen beschouwen, en wel in het licht van Hume.

Iemand die blijkbaar graag over de Amsterdamse grachten wandelt zou toch in moeten zien dat die architectuur wel degelijk kan en mag.

Want met de moderne kunst is het volgens Baudet helemaal misgegaan. ‘Het modernisme in de kunsten breekt met de schoonheid en stelt de ontheemding centraal. Kunst moet geen geborgenheid bieden: kunst moet shockeren.’, aldus Baudet in een artikel op The Post Online. Volgens hem wil de moderne kunst van vandaag enkel provoceren en laat deze geen ruimte voor geborgenheid, zoals ‘oude’ kunst dat volgens hem blijkbaar wel doet. ‘Als je over de Amsterdamse grachten loopt of door Parijs: het is allemaal zo a-dem-be-ne-mend mooi. En ik kan niet begrijpen wat er in ons gevaren is dat we het idee hebben dat we daarmee moeten breken, dat het niet meer kan, niet meer mag; dat als je nu dingen maakt, het moet shockeren en vervreemden.’, zegt Baudet in een interview met HP/De Tijd. Thierry vindt kortom dat we er met zijn allen de afgelopen tijd weinig van gebakken hebben binnen kunst en cultuur, en dat het classicisme van onze hoofdstad en die van Parijs deel zijn van het groepje zeldzame relikwieën uit de tijd waarin dat nog wel het geval was. Hij maakt zich kwaad over het feit dat dergelijks niet meer ‘kan’ en ‘mag’. Waar hij dat vandaan haalt, vraag ik mij af. Iemand die blijkbaar graag over de Amsterdamse grachten wandelt zou toch in moeten zien dat die architectuur wel degelijk kan en mag: ze staat er nog altijd en wordt aan alle kanten in stand gehouden en gerestaureerd.

Wat Baudet doet is vasthouden aan de universele schoonheid zoals Hume deze ook beschrijft - schoonheden die door de eeuwen heen de standaard blijven vormen: Homerus; het Pantheon; de Grachtengordel - en ondertussen alles wat nieuw is en tegen deze universele schoonheid ingaat bestempelen als slecht. Baudet vergeet daarbij dat de dingen waar hij zo hoog van opgeeft in de periode van hun ontstaan evenveel kritiek en afkeur opriepen bij sommigen als de modernismen van deze tijd bij hem doen. Vrolijk vertelt hij in zijn boek Oikofobie over het litho van Braque dat hij recentelijk heeft gekocht. Blijkbaar even vergeten op hoeveel weerstand die litho, waarmee hij nu zo in zijn nopjes is, ten tijde van haar totstandkoming kon rekenen. Braque was een van de grootste vernieuwers binnen de kunsten van de vroege twintigste eeuw.

Geniale werken vinden bijna nooit direct aansluiting. ‘On the contrary’, zegt Hume, kunstwerken hebben tijd nodig om hun bekendheid over een groter publiek te verspreiden. Zolang dat nog niet het geval is, zullen onderlinge afgunst en jaloezie, evenals de familiaire omgang met de kunstenaar (de kunstenaar is dan nog geen ‘ster’), voor de kunst een behoorlijke tegenwerking vormen.
"But when these obstructions are removed, the beauties, which are naturally fitted to excite agreeable sentiments, immediately display their energy; and while the world endures, they maintain their authority over the minds of men." (Of the Standard of Taste)

Wat mooi wordt gevonden en wat lelijk, heeft alles te maken met tijd. Iets dat we vandaag mooi vinden, vinden we over vijf jaar misschien lelijk en vice versa. En wat universeel mooi is, wordt door niets anders bepaald dan door het langzaam verstrijken van diezelfde tijd. "It is time that tells us what is beyond time." Om tot klassieke schoonheid te komen, is het van belang om de tijd zijn gang te laten gaan.

Hume heeft vertrouwen in de tijd; Baudet ziet de tijd als zijn vijand.

Maar wat Baudet doet - of wat hij probeert te doen - is de tijd forceren. De ideaalbeelden uit vroeger tijden zou hij terug willen halen naar het heden, liefst ten koste van alle moderniteiten die nu de boventoon voeren. Waar hij de plank misslaat in zijn betoog voor de vroegere idealen, is dat hij vergeet dat het juist de tijd is die die idealen in stand houdt. Het gaat niet om terugwillen naar die perfectie, maar om het doorzetten van die perfectie in de zich ontwikkelende wereld. Waar Baudet blijft steken in onvruchtbare contrarevolutie is het Hume die aantoont dat het verstrijken van de tijd en het veranderen van de wereld niets afdoet aan bepaalde standaarden binnen schoonheid. Hume heeft vertrouwen in de tijd; Baudet ziet de tijd als zijn vijand. Als Hume het heeft over de ‘Standard of Taste’ heeft hij het over de universele schoonheden die zich zullen blijven tonen door de eeuwen heen en over het vermogen deze schoonheden in te kunnen zien en te respecteren. Baudet lijkt over het vermogen te beschikken bepaalde klassieke schoonheden in te zien, maar niet over het vermogen om vervolgens in te zien dat deze schoonheden altijd zullen bestaan als fundament van alles wat tijdelijk, nieuw en hip is. Moderniteit vormt geen bedreiging voor het klassieke, net zo min als het klassieke het moderne bedreigt. Klassieke schoonheid vindt vanzelf zijn weg naar het oppervlakte door de zee van de tijd, daar heeft ze mensen zoals Baudet - die krampachtig proberen het een en ander weer onder de aandacht te brengen - niet voor nodig.

Thierry zou in moeten zien dat juist de tijd, ook de moderne tijd, in het voordeel werkt van de schoonheden waar hij zo’n liefhebber van is. Eigenlijk heeft hij dus niets om zich zorgen over te maken. In de sfeer van Hume; bewonderaar van Cervantes, maar ook in de sfeer van Baudet; liefhebber van het Hollands landschap: het zijn windmolens waar Baudet tegen vecht.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Hans Fennis,

    'In Balans'. Heb e.e.a. met plezier gelezen. Mede n.a.v. Thierry's optreden(s) in 'Studio PowNed' en 'Buitenhof' d.d. 06-03-2016. Verdient beslist navolging.. 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven