De zin van in een lijstje staan

December was zoals ieder jaar de maand van reflectie en terugblikken. Een tijd van jaaroverzichten, uitverkiezingen en lijstjes. Bekende en minder bekende Nederlanders – van politici tot sporters, van schrijvers tot muzikanten en van modeontwerpers tot oliebollenbakkers – hoopten allemaal in een of ander illuster rijtje te worden opgenomen. En daarmee hun onsterfelijkheid veilig te stellen.

Als we sterven zijn er twee dingen die we achterlaten: genes en memes.

Eeuwen geleden realiseerde de Griekse filosoof Plato zich al dat onsterfelijkheid een van de grootste behoeften van de mens is. Hij stelde dat er twee manieren zijn om ervoor te zorgen dat je oneindig kunt blijven voortleven: ten eerste door het produceren van biologisch nageslacht en ten tweede (en volgens Plato beter) door het produceren van culturele werken zoals muziekstukken, schilderijen en gedichten. Meer recentelijk bevestigde de vooraanstaande Britse evolutiebioloog Richard Dawkins deze twee wegen naar het eeuwige leven nog maar eens: ‘Als we sterven zijn er twee dingen die we achterlaten: genes en memes. We zijn gebouwd als genenmachines, gecreëerd om onze genen door te geven. Maar als je bijdraagt aan de cultuur in de wereld, als je een goed idee hebt, een deuntje componeert, een bougie uitvindt, een gedicht schrijft, dan kan het intact voortleven tot lang nadat je genen zijn opgelost in de gemeenschappelijke poule van genen.’

Ons verlangen naar onsterfelijkheid draait in december vaak uit op een opmerkelijke lijstjesfetisj. Dit keer voerde Nelson Mandela met afstand de meest eervolle lijstjes en verkiezingen aan. Direct na zijn overlijden werd de Zuid-Afrikaanse oud-president door allerlei wereldleiders en andere prominenten uitgeroepen tot ‘een van de grootste leiders van de mensheid of in ieder geval ‘de laatste grote bevrijder van de twintigste eeuw’ (zo noemde Obama hem in zijn speech, die Humberto Tan weer betitelde als ‘misschien wel zijn beste ooit’).

Arjen Robben bleef positief: 'Als ik win, kom ik wel in een mooi rijtje te staan'

Waar de loftuitingen aan het adres van het anti-apartheidsicoon niet geheel onverwacht waren, daar hadden de meeste uitverkiezingen van Hollandse bodem vooral iets aandoenlijks. Niet alleen werden de genomineerden voor verkiezingen meestal gekozen door vakbroeders en -zusters, waardoor de lijstjes een wat incestueus karakter kregen, ook waren de prestaties van de genomineerden vaak niet echt goed met elkaar te vergelijken. Of zoals Olympisch windsurfkampioen Dorian van Rijsselberghe opmerkte over de verkiezing van Sportman van het jaar: ‘Het blijft appels met peren vergelijken, maar dat zal iedereen hier zeggen. Ja, er moet toch iemand winnen.’ Een van de andere kanshebbers, Arjen Robben, had op zijn beurt moeite met het feit dat teamsporten traditioneel gezien minder kans maken op het Sportgala dan meer individuele sporten zoals turnen en schaatsen. Voor de zekerheid zei de voetballer: ‘Voetbal is net zo goed een sport.’ En hij bleef positief: ‘Als ik win, kom ik in ieder geval wel in een mooi rijtje te staan.’

Het is een ongeschreven wet bij lijstjes: als kanshebber doe je je nominatie af als een aardig extraatje, een soort dertiende maand. Dan, als je wint, word je overmand door de heftige emoties die met deze oneindige roem gepaard gaan. Zo was Zonderland volgens het AD ‘behoorlijk geëmotioneerd’ toen hij voor de derde keer op rij en de vierde keer in zijn turncarrière tot Sportman van het Jaar werd gekroond (zelfs Van Rijsselberghe had uiteindelijk maar op hem gestemd). De doorgaans nuchtere Fries: ‘Het is toch wel weer bijzonder voor mij om hier weer te worden gekozen door jullie.’ Ook Jan Taminiau, de ontwerper die vorig jaar de inhuldigingsjurk van Máxima in elkaar mocht zetten, pinkte een traantje weg toen bleek dat hij de prijs voor meest getalenteerde Nederlandse modeontwerper had gewonnen (wederom betrof het een verkiezing door collega’s voor collega’s). Taminiau schoot vol op het podium toen hij aan zijn dankwoord wilde beginnen: ‘Het is erkenning en dat is de reden dat ik geëmotioneerd was. Erkenning vanuit de mode-minded instellingen die de snelheid en de hectiek van de mode begrijpen en weten hoe hard werken het is.’

Het blijft iets paradoxaals hebben, onze constante drang om bovenaan lijstjes te willen staan. De pikordes duiden wat we cultureel hoogstaand of intellectueel verantwoord vinden, terwijl ze volgens Plato en Dawkins niet veel meer doen dan het bevredigen van onze (biologische) driften om de dood te overwinnen. In onze worsteling om te laten zien dat we meer zijn dan door instincten gedreven genenmachines, bevestigen we met onze gecultiveerde decemberobsessie juist het tegenovergestelde. En zo zetten we aan het eind van elk kalenderjaar weer vol overgave de beste politicus, de succesvolste topvrouw, de lekkerste song, de mooiste film, de fijnste opera, de lekkerste oliebol, het opvallendste woord en het belangrijkste nieuwsmoment op een rij. Al kijkend naar de reeks imposante historische gebeurtenissen, prestaties en records in 2013, kunnen we bijna niet anders dan concluderen dat het weer een jaar was waar je bij had moeten zijn. Vandaar dat deze rijtjes van oud nieuws aan het eind van het jaar weer nieuw nieuws worden.

Maar doet iedereen dan zomaar mee met deze lijstjes vol zelfbevlekkingen? Nee, schrijver en cabaretier Arjen Lubach, in 2012 nog de trotse winnaar van De Slimste Mens van Nederland, vond het dit jaar wel welletjes. Toen het NRC hem vroeg of hij uit een lijst van de vijftig belangrijkste Nederlandse boeken van de afgelopen vijf jaar een keuze wilde maken, bedankte hij. Zijn verklaring: ‘Mijn boeken stonden er niet tussen. Dat is natuurlijk hun goed recht, maar ik was wel beledigd. Ik heb namelijk de mooiste boeken geschreven die ik kon schrijven en ze behoren dus tot de beste Nederlandse boeken van de afgelopen vijf jaar. Daarom heb ik nee gezegd, ik kon die rubriek niet serieus nemen.’

Van Lubach gaan we dit jaar ongetwijfeld nog veel horen. Hij gaat binnenkort een satirische talkshow maken die de lijstjes van 2014 wel eens zou kunnen domineren. In ieder geval die van hem zelf.

Over de auteurs:

In hun zinloze zoektocht naar de zin van het leven stellen Gasten in je Gezicht Emiel Martens en Ger Post maandelijks vraagtekens bij een prominente zin(geving) uit de actualiteit. Behoefte aan meer gasten in je gezicht? Kijk dan op www.gasteninjegezicht.nl, Facebook (/gasteninjegezicht) en Twitter (@GasteninjeGez).

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven