Flicker / Tulane Public Relations

De zingeving van het moment: verwondering

In de eerste maanden van 2014 waren we ouderwets in de ban van kinderlijke verwondering en morele verontwaardiging. Van het Russische landjepik in Oekraïne, via de controversiële uitspraken van Geert Wilders, tot het bescheiden Songfestivalliedje van Ilse DeLange en Waylon, we zagen het allemaal niet aankomen. En vonden er vervolgens nogal wat van.

Luyendijks blik van verbazing en afkeuring is inmiddels een volwassen literair genre geworden.

Er wordt vaak gezegd dat we ons kinderlijke vermogen tot onbevangenheid verliezen naarmate we ouder worden. Kinderen kijken nog met verwondering naar de wereld om hen heen, terwijl volwassenen het reilen en zeilen van het dagelijks leven op een gegeven moment wel kennen. Zonde, zo vinden steeds meer ervaringsdeskundigen en andere enthousiastelingen. Verwondering zou namelijk aan de basis liggen van de grootste inzichten, diepste gevoelens, belangrijkste innovaties en mooiste kunstwerken. Het is daarmee zelfs, zo stellen ook de zelfbenoemde ‘ervaren levenskunstenaars’ Minke Roelants en Christina Bunk, ‘de meest krachtige en eenvoudige toegang tot geluk.’ Daarom wordt ons constant op het hart gedrukt om onze kinderlijke verwondering te behouden of, mochten we het kwijt zijn, opnieuw op te wekken.

Kinderlijke verwondering is tegenwoordig de voedingsbodem van succesvolle carrières. Journalist en antropoloog Joris Luyendijk vergaapt zich bijvoorbeeld om de haverklap aan een ‘nieuwe’ misstand – van de schijn van de duurzame wereld via de manipulatie van het (buitenlandse én binnenlandse) nieuws tot de corruptie van het bancaire systeem. Zijn blik van verbazing en afkeuring is inmiddels een volwassen literair genre geworden, maar ook een die met iedere misstand geforceerder overkomt.

Verontwaardiging is ook het vertrekpunt van veel voorspelbare grappen. Neem cabaretier en columnist Youp van ’t Hek, die zich al ruim 25 jaar opwindt over de uitwassen van de consumptiemaatschappij. Hoe is het bijvoorbeeld toch mogelijk dat de Gemeente Amsterdam honderdduizend euro uitgeeft aan een nieuw, nagenoeg identiek logo, terwijl ‘heel Afrika in gammele tobbes stapt en met gevaar voor eigen leven probeert naar hier te komen?’ De idealistische act van de miljonair is inmiddels bijna net zo voorspelbaar als zijn steeds groter wordende welvaartsbuikje, maar dat deert zijn populariteit nauwelijks. Zoals Trouw-journalist Joost van Velzen al opmerkte, is er ‘niemand die met die ene – intens naïeve – vaststelling zó lang volle zalen trekt.

Waar het bij Luyendijk en Van ’t Hek nog duidelijk is dat het om een persoonlijke interpretatie gaat, daar wordt het trucje in veel nieuwsverslaggeving als een objectief gegeven gepresenteerd. Verwondering en verontwaardiging zijn inmiddels vaste ingrediënten van journalistieke verhalen geworden. Eerst wordt met verbijstering kennisgenomen van een wantoestand (‘dit kan en mag toch niet?’), vervolgens wordt de benarde situatie door allerlei journalisten en andere experts geanalyseerd en becommentarieerd (‘hoe heeft dit toch allemaal kunnen en mogen gebeuren?’), om ten slotte in het rechterrijtje van de nieuwsberichten te belanden omdat ook verbazing een houdbaarheidsdatum heeft.

Het frappante zit hem niet in het bestaan van wantoestanden, maar in de constante verbazing erover. Je zou toch denken dat we op een gegeven moment wel weten dat dingen niet altijd lopen zoals ze – volgens de heersende wet of moraal – zouden moeten lopen. Dat er geen onfeilbare mensen, eenduidige problemen en pasklare oplossingen bestaan. In plaats daarvan kijken we keer op keer op van hoe dingen misgaan – en weten we allemaal hoe het beter had gemoeten.

Zodoende verbaasden we ons de afgelopen tijd massaal over de Russische annexatie van de Krim, volgden we allemaal gefascineerd het nieuws over de mysterieuze verdwijning van de Boeing 777 van Malaysia Airlines en uitten we onze collectieve verontwaardiging over de ontvoering van honderden Nigeriaanse schoolmeisjes. Iets dichter bij huis konden we het de laatste maanden maar moeilijk bevatten dat Volkert van der G. vrijkwam, de ING klantgegevens wil gebruiken voor commerciële doeleinden, eenzame ouderen soms maanden onopgemerkt dood in huis liggen, chirurgen zo nu en dan fouten maken, voetbalsupporters wel eens met vuurwerk gooien (zelfs naar hun eigen keeper!) en slecht onderhouden dug-outs ongelukken kunnen veroorzaken.

Morele verontwaardiging is echter veel meer dan een literaire strategie – het is eerst en vooral een sociale verplichting. Niet verbaasd of geschokt reageren op een misstand staat tegenwoordig bijna gelijk aan het goedkeuren ervan. Je moet wel meedoen om niet met de nek te worden aangekeken. Een lesje in leren verwonderen is zeker aan te raden om zelf geen bak morele verontwaardiging over je heen te krijgen.

Want je bent pas echt een baas als je je niet verbaast.

De eindeloze stroom boze reacties op de toespraak van PVV-leider Geert Wilders over ‘minder Marokkanen’ was hier misschien wel het ultieme voorbeeld van. Je kon maar beter meedoen op sociale media, anders konden je vrienden wel eens gaan denken dat je in het verkeerde kamp zat. Rob Wijnberg, hoofdredacteur van De Correspondent, riep in zijn column dat hij voor één keer ‘hartgrondig meekwetteraar’ was in een ‘meer dan terechte waan van de dag’. Dat Wijnberg zijn digitale middelvinger @GeertWildersPVV opstak nadat hij morele verontwaardiging eerder nog had ontleed als een uiterst destructief fenomeen, maakte verder niet meer uit.

De sociale druk om een keer de rug te rechten werd ook gevoeld door de hoofdredacties van kranten en nieuwsprogramma’s. Bij wijze van hoge uitzondering – ‘wij hebben normaal nergens een mening over hoor!’ – lieten ze hun schijn van onpartijdigheid vallen om in dit historische geval exclusief en eenmalig hun verbijstering te ventileren. Pieter Klein, adjunct-hoofdredacteur van RTL Nieuws, schreef een emotionele open brief aan Wilders en schoof de rest van de dag aan bij verschillende radio- en televisieprogramma’s – om ons de volgende ochtend weer volledig neutraal het nieuws te brengen.

Philippe Remarque, hoofdredacteur van De Volkskrant, waagde het om op de voorpagina van zijn krant een iets genuanceerdere kop af te drukken: ‘Heeft Wilders zijn hand overspeeld?’ Het werd hem door zijn lezers niet in dank afgenomen. Het vraagteken suggereerde namelijk dat het misschien wel eens niet zo kon zijn. Alsof er iemand in Nederland was die Wilders wel gelijk zou geven. Ombudsvrouw Annieke Kranenberg moest eraan te pas komen om het vraagteken een plekje te geven: ‘Het uiten van meer verontwaardiging was nogal potsierlijk geweest.’

Het uitblijven van verontwaardiging over de verontwaardiging werkte uitermate verfrissend.

Een tikkeltje minder verontwaardigd op dingen reageren, dat lijkt inmiddels de beste manier om een misstand aan de kaak te stellen. Want je bent pas echt een baas als je je niet verbaast. Zoals Heereveen-voetballer Joey van den Berg, die onlangs alleen maar kon lachen om de beledigende spreekkoren die hij – en vooral zijn moeder – over zich heen kreeg van ontstemde Go Ahead Eagles fans (hij speelde vroeger voor aartsrivaal Zwolle). ‘Wat moet je dan, over het hek klimmen? Dan ben je zwaar in de minderheid,’ vertelde hij luchtig voor de camera die, na de blijkbaar opzienbarende actie, meteen op hem werd gericht. Juist door niet verontwaardigd te doen, werd de treurnis van de spreekkoren nog troostelozer.

Of neem Ilse DeLange en Waylon, die zich niet druk maakten om de golf van kritiek die hun Songfestivalliedje Calm after the Storm te verduren kreeg na de eerste uitvoering in De Wereld Draait Door. Ilse: ‘Ik trek me er geen zak van aan. Op het moment dat je meedoet, weet je dat er kritiek komt. Dat weet je van tevoren.’ Het uitblijven van verontwaardiging over de verontwaardiging werkte uitermate verfrissend. Aan de andere kant, kenners als Eric van Tijn wisten natuurlijk eigenlijk ook wel dat het nummer steen- en steengoed was. Door twee keer overdreven verbaasd te reageren – eerst begreep de muziekproducent niet waarom het lied zo ‘dodelijk saai’ was om zich daarna, na het halen van de finale, te verbijsteren over de ‘geniale presentatie’ van het gelegenheidsduo – maakte Van Tijn een duidelijk statement over verwondering. Dat het allemaal wel een beetje minder kan.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Ik snap het niet zo goed. Is een duidelijke stellingname tegenover morele misstanden niet juist iets wat we mogelijk moeten proberen te maken in een onoverzichtelijke geglobaliseerde samenleving? Wat is het verschil tussen afkeuren en verontwaardigd zijn en wat is er mis met dingen afkeuren? Wat is eigenlijk het punt van dit artikel behalve dat het "allemaal een beetje minder kan"? Jullie leggen uit dat morele verontwaardiging ook een sociaal fenomeen is - maar wat doet dat er toe en hoe kan je daaruit afleiden dat het allemaal wel een beetje minder kan? Waar jullie toe oproepen lijkt meer een leuke stijlvorm dan een manier van maatschappelijke betrokkenheid - gedesinteresseerd Amsterdams ironisch hipsterisme.

  • Of misschien is het gewoon de welbekende oud-Hollandse korenveldmentaliteit - maar misschien is dat wel hetzelfde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven