Flickr / Luís Henrique de Moraes Boucault

Deep web als kwalijke vergoelijking voor Big Brother

Het topje van de ijsberg: het is een roemruchte metafoor die geheel van toepassing is op het ons welbekende fenomeen ‘internet’. Want het internet dat wij allemaal kennen bedraagt circa één procent van de totale omvang van het internet. De rest, daar heeft de gemiddelde netsurfer geen weet van. Onder het oppervlak gaat echter een vrije en anonieme wereld schuil; een afwijking van de status quo waar de NSA en consorten van gruwen. Welkom in het schimmige domein van het deep web, ook wel het ‘verborgen’ internet genoemd.

Het internet als geheel valt grofweg in twee delen te verdelen: een deel dat je met je standaard internetbrowsers kunt verkennen en een deel waar speciale software voor nodig is. Het internet waar de doorsnee internetter gebruik van maakt wordt door techneuten het surface web genoemd. Dit zijn kortweg alle locaties van de data die gevonden kunnen worden door zoekmachines als Google en Bing. Hoewel zoekmachines bekendstaan om hun uitvoerige zoekresultaten, bedragen die data naar schatting (van verschillende kenners, zoals journaliste Maddie Morris) slechts één procent van de werkelijke hoeveelheid data die online te vinden is. Hoe kan het dat de bots van zoekmachines die het internet afspeuren, zogeheten spiders, al deze data lijken te missen? Doordat de data versleuteld of simpelweg niet geïndexeerd zijn.

In dat geval ontbreekt er een metastructuur waarmee spiders snel de gezochte informatie op kunnen vragen, zodat de gewenste informatie alleen opgevraagd kan worden met exacte locaties. Zonder die locaties zullen spiders het gehele internet moeten afstruinen op zoek naar dat ene stukje informatie; iets dat ontzettend veel rekenvermogen vergt – teveel voor de servers van zoekmachines – en daardoor praktisch onmogelijk is. Het internet is namelijk waanzinnig groot. Om een idee te geven over de verhouding surface web/deep web: Google alleen al kan zo’n acht miljard pagina’s vinden. Tel daar nog de resultaten van andere zoekmachines bij op en vermenigvuldig dat met de factor 100. Over een (ijs)berg aan verholen data gesproken.

Absolute vrijheid is de stuwende kracht achter het succes van het deep web.

Moet de doorsnee internetgebruiker hier rouwig om zijn? In eerste instantie niet. Veel van de niet-geïndexeerde data zijn versleuteld, en met goede redenen: bankcodes en andere gevoelige privégegevens wil je niet op ‘straat’ hebben. Daarnaast is veel data niet relevant voor hen: het betreft hier vaak gigantische databases en privénetwerken vol academische publicaties, illustraties en andersoortige informatie waarmee ze weinig kunnen (een website over de spelonken onder Virginia Tech, om maar iets te noemen). Toch gaat er heel veel kennis verscholen onder het oppervlak – wat een reden is dat allerlei bedrijven naarstig wroeten in het deep web; met succes. Er zijn tientallen voorbeelden van online marketinginnovaties aan te wijzen die hun oorsprong vinden in het deep web, zoals bitcoins (een versleutelde digitale valuta) en het sociale impactplatform Thunderclap. Dat platform geeft een positieve draai aan het systematisch platleggen van websites met notoire DDoS-aanvallen door cybergroeperingen als Anonymous.

Behalve dat het een voedingsbodem voor innovatie is, valt er meer te zeggen voor de obscuriteit van het deep web. Je kunt anoniem te werk gaan, want al jouw uitgaande dataverkeer wordt veranonimiseerd. Een YouTube-filmpje zegt hier meer dan duizend woorden. Om toegang te krijgen tot sites van het deep web is een versleutelde privacytool genaamd The Onion Router, kortweg Tor, nodig. Met Tor wordt het uiterst lastig (maar nog niet geheel onmogelijk) om de herkomst van het oorspronkelijke bericht te achterhalen. Vandaar dat gebruikers van deze software het gebruik ervan combineren met andere anonimiseringstools om toch complete anonimiteit te bewerkstelligen. Het ‘alziende’ NSA heeft wegens die anonimiteit de oorlog aan Tor verklaart – feitelijk is het Big Brother, maar dan omgedraaid.

Deze omslachtige, maar effectieve, anonimiteit heeft namelijk een zeer belangrijk aandeel gehad in het mogelijk maken van de Arabische Lente. Filmpjes met belangrijk bewijs tegen de corrupte regimes werden eerst veilig op het deep web geüpload voordat ze op YouTube verschenen (en vervolgens gecensureerd werden door diezelfde regimes). De geboden veiligheid stelt mensen dus in staat om misstanden aan de kaak te stellen. Een groot goed, getuige de politieke rellen die ontstonden rondom de gelekte documenten van Edward Snowden. Deze absolute vrijheid is de stuwende kracht achter het succes van het deep web: het is een anonieme speeltuin waarin revolutionaire technieken, theorieën en hypotheses hermetisch getoetst kunnen worden zonder dat ze terug te leiden zijn naar bepaalde individuen. Precies het tegenovergestelde van wat sociale media betrachten.

De NSA tracht uit naam van de veiligheid een digitale muur te slopen.

Hoe zit het dan met die verontstelde schimmigheid? Los van de merkwaardige hobby’s die mensen er op nahouden, heeft de vrijwel totale anonimiteit waarin de gebruikers van het deep web baden een donkere keerzijde. Ze biedt namelijk legio mogelijkheden voor het faciliteren van criminele activiteiten zoals drugsverkoop, kinderporno, mensensmokkel, zelfs het etaleren van diensten als huurmoordenaar of beroepsverkrachter, et cetera. Hoewel dit relatief weinig voorkomt en het door de ‘diepe’ goegemeente hartgrondig wordt veroordeeld, heeft deze groep internetcriminelen het deep web voor de buitenwacht tot een beruchte, onheilspellende plek weten om te toveren. Een reden voor instanties als de NSA om Tor en het deep web als vergoelijking voor hun verregaande (en wellicht even zo criminele) spionagepraktijken te gebruiken.

Het oprollen van anonieme (en toegegeven, voor het leeuwendeel ronduit criminele) marktplaats Silk Road door de FBI is maar een voorbode; Tor ligt vol onder vuur. En dat is een kwalijke zaak. Criminaliteitsbestrijding staat bij iedere soevereine staat terecht hoog in het vaandel. De NSA tracht echter uit naam van de veiligheid een digitale muur te slopen die op het o zo belangrijke privacyrecht gefundeerd is. Het deep web is nu nog een laatste – zij het soms uiterst bizarre – troostplek voor politieke en maatschappelijke dissidenten waar ze zichzelf kunnen zijn. Dat mag hen nooit afgenomen worden, temeer omdat we niet weten wat er nog meer met onze kostbare gegevens gebeurt in handen van onze ‘behoeders van de samenleving’. Immers: who watches the watchmen?

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven