Pexels

De dingen die de overheid studenten mogelijk maakt

Toen Lisanne Hofman aan haar halfjaar durende reis naar Australië, Fiji en Nieuw-Zeeland begon, was ik bezig met het eerste jaar van mijn bachelor Literatuurwetenschap. We kennen elkaar niet, Lisanne Hofman en ik, maar we hebben twee dingen gemeen. We vinden allebei dat je studietijd onder andere dient ter persoonlijke ontwikkeling en we lenen allebei geld bij DUO om deze ontwikkeling mogelijk te maken. Het grote verschil is dat Hofman dit geld gebruikt om te reizen, en ik om eten te kopen. Ik las het interview met Hofman, gepubliceerd door de NOS op vrijdag 1 september, met moeite. Het interview vond plaats naar aanleiding van een onderzoek dat gehouden was in opdracht van het NIBUD. Meer dan de helft van alle studenten benut de mogelijkheid tot lenen niet om zijn studie mogelijk te maken, zo bleek uit dit onderzoek. Deze studenten gebruiken het geld om te sparen, te beleggen, of buitenlandervaring op te doen. ‘Ik ben blij dat de overheid ons dit soort dingen mogelijk maakt,’ aldus Hofman. Het is alarmerend dat het woord ‘dingen’ hier naar eigen believen wordt ingevuld.

Sinds 1815 maakt de overheid het op verschillende manieren mogelijk voor studenten om te studeren. Waren het eerst bijvoorbeeld alleen de studenten van maatschappelijk nuttige studies die geld kregen, later kreeg iedereen een beurs, uiteindelijk wel met de voorwaarde dat je binnen tien jaar afstudeerde. Twee jaar geleden werd het leenstelsel ingevoerd, een stelsel dat inhoudt dat elke student die niet volledig door zijn of haar ouders gefinancierd kan worden, gegarandeerd met een studieschuld achterblijft. Het bedrag op mijn persoonlijke pagina bij DUO loopt al sinds het begin van mijn studie op. Nu zijn mijn baankansen niet optimaal. De fout die ik heb gemaakt, zo vertelt het UWV mij in een ander NOS-artikel, is dat ik enkel een studie heb gekozen die bij mij past, en niet ook heb gekeken naar de kansen op de arbeidsmarkt. Of in de woorden van de VVD: ik heb gekozen voor een ‘pretstudie’. Het zijn studies die volgens het desbetreffende kamerlid leiden tot een plek in de kaartenbak van het UWV, studies die daarmee economisch niets opleveren en alleen maar geld kosten.

 

In de woorden van de VVD: ik heb een pretstudie gekozen

Nu wil ik met dit artikel niet de zoveelste zijn die het belang van dergelijke pretstudies probeert te verdedigen. Wel stel ik mezelf al een tijdje de volgende vraag: Waarom zou ik het recht wel hebben om mezelf te ontwikkelen door middel van mijn studie en Hofman niet op Fiji? Het korte antwoord op deze vraag zou zijn dat ik dat niet heb. Zoals de VVD en een deel van de maatschappij het nu ziet, zal Hofman eerder de zekerheid hebben op een baan. Zij studeert immers bedrijfskunde en heeft daarmee de zekerheid later een baan te hebben waarmee ze haar reis terug kan betalen, zelfs met de rente erbij. Ik zou die garantie niet hebben. Zo lijkt Hofman de maatschappij eerder iets in absolute getallen op te leveren dan ik.

Het lange antwoord vond ik ironisch genoeg tijdens het studeren, toen ik een tekst las van de filosoof John Dewey. Waar het namelijk om draait is precies dat begrip ‘maatschappelijk nut.’ Ooit werd het begrip door de overheid gebruikt om te bepalen wie wel en niet geld kreeg om te studeren, tegenwoordig is het aan het individu zelf om te bepalen wat dit begrip precies inhoudt. Dit lijkt tegenstrijdig: maatschappelijk nut is immers datgene wat voor de maatschappij, bestaande uit een heleboel individuen die samen leven, het beste is.

 

Voor het individu zorgen is gelijk aan zorgen voor de samenleving

Dewey lost dit probleem op door te betogen dat er geen strikte scheiding bestaat tussen de belangen van het individu en de samenleving. We kunnen namelijk niet anders dan onszelf zien als sociale wezens, geen enkel mens kan volledig onafhankelijk van andere wezens leven. Daarmee is het bestaan van een samenleving automatisch al in het belang van ieder individu. Voor het individu zorgen is in het verlengde daarvan dus gelijk aan voor de samenleving zorgen.

De overheid maakt het mij mogelijk te studeren. Zij ziet studeren als bijdragen aan de maatschappelijke ontwikkeling. Dat zij daarmee de keuze aan mij over laat hoe ik mezelf op dat vlak persoonlijk ontwikkel ligt eraan dat een studie per definitie garant staat voor een ontwikkeling. Een reis naar Oceanië is dat niet. Op het moment dat over de invulling van het woord ‘dingen’ discussie ontstaat, hebben studenten een probleem. Als onder anderen door Hofman de maatschappij het idee krijgt dat het geld dat zij levert aan studenten overbodig is, kan het makkelijk geschrapt worden. Kort gezegd, hoewel individueel nut en maatschappelijk nut in principe hetzelfde zijn, is niet elk individueel nut in de praktijk hetzelfde. Als dit individueel nut het systeem onderuit haalt, is het geen maatschappelijk nut meer. Laat de dingen die de overheid de studenten mogelijk maakt, enkel uit studeren bestaan en niet uit iets anders.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven