Wikimedia Commons

Dode terroristen voor levende vakbonden

Een maand geleden lekte er een geheime memo van het Witte Huis uit dat de juridische onderbouwing moest leveren voor het doelgericht vermoorden van Amerikaanse burgers door de overheid. Zo’n onderbouwing werd nodig geacht in de nasleep van de moord op Anwar Al-Awlaki, een van de leidende propagandisten van Al-Qaida en tevens Amerikaans burger, door middel van een drone in 2011. Dit was altijd al een heikel juridisch punt, gezien het feit dat er sinds de late jaren ‘70 in de V.S. een verbod geldt op het doelgericht vermoorden van individuen – laat staan Amerikaanse burgers – door de overheid.

Op het eerste gezicht stelt het memo dan ook scherpe voorwaarden aan het overgaan tot dodelijk geweld: de Amerikaanse burger in kwestie moet namelijk een ‘imminent’ gevaar vormen voordat hij wetmatig kan worden vermoord. Met het gebruik van deze term lijkt er weinig nieuws onder de zon, want toen Amerika eind jaren ‘80 voor het eerst te maken begon te krijgen met moslimterroristen kwamen de juristen van het Witte Huis tot de conclusie dat een hypothetische terrorist die met een bom op weg was naar zijn doelwit wel kon worden vermoord, maar eenzelfde terrorist die slechts een bom aan het fabriceren was, niet – de ene dreiging werd namelijk imminent geacht, de andere niet.

Het werd echter al snel duidelijk dat het memo een verdere strekking moest hebben; hoe kon hij anders namelijk van toepassing zijn op de moord op de propagandist Al-Awlaki – de ongewapende ‘Bin Laden van het internet’? Zo bleek dat werd uitgegaan van een bredere definitie van imminentie die erop neerkomt dat louter het onderdeel zijn van of gelieerd zijn aan een organisatie die de wapens heeft opgenomen tegen de V.S. voldoende aanleiding geeft voor het overgaan tot dodelijk geweld. Door middel van dit Orwelliaanse staaltje taalkunst kon de moord op Al-Awlaki worden verantwoord; iets dat heeft geleid tot speculatie over de vraag of de actrice Jane Fonda voor soortgelijke activiteiten gedurende de Vietnamoorlog ook als ‘imminent gevaar’ wetmatig uit de weg had kunnen worden geruimd.

Dat juist Obama, die het voorheen schandalig vond dat verdachte terroristen in Guantanamo Bay werden opgesloten, het nu blijkbaar acceptabel acht dat deze zelfde verdachten zonder waarschuwing van de aardbodem worden geveegd, is een bijzondere ironie die niet onopgemerkt is gebleven.

Dat juist Obama, die het voorheen schandalig vond dat verdachte terroristen in Guantanamo Bay werden opgesloten, het nu blijkbaar acceptabel acht dat deze zelfde verdachten zonder waarschuwing van de aardbodem worden geveegd, is een bijzondere ironie die niet onopgemerkt is gebleven. De oude haviken uit de Bush-periode kunnen tevreden zijn dat hun meest prominente criticus nu hun lijn agressiever dan ooit voortzet. Volgens hen was het dan ook duidelijk dat de linkse ‘ideoloog’ Obama simpelweg met de gevaarlijke ‘realiteit’ geconfronteerd werd en zich genoodzaakt zag zijn oude principes te laten varen. Wat hier echter niet mee wordt verklaard is waarom Obama juist in het geval van terreur zijn principes zou hebben laten varen, terwijl hij bij zaken als universele gezondheidszorg en belastingverhogingen op de rijken nog altijd dezelfde, ‘ideologische’ lijn aanhoudt.

Wat opvalt is hoezeer deze houding van Obama overeenkomsten vertoont met die van een eerdere democratische president: Lyndon B. Johnson. Johnson wist namelijk een zeer links binnenlands beleid – gekenmerkt door het einde van segregatie in het Zuiden en een enorme uitbreiding van het sociale vangnet – te combineren met een agressieve escalatie in Vietnam. Johnson had hiermee geleerd van het ‘wie verloor China?’-debat, waarin zijn democratische voorganger Truman ervan beschuldigd werd China te hebben verloren aan de communisten. Door ten koste van alles niet ook Zuid-Vietnam te ‘verliezen’ aan de communisten wist Johnson zijn rechtse critici de mond te snoeren en verschafte hij zichzelf enorme speelruimte voor zijn binnenlandse politiek.

Van Obama kan soortgelijks gezegd worden dat hij heeft geleerd van het ‘wie verloor Bin Laden?’-debat. Na 9/11 barstte het debat los over wie de schuld had aan het nog altijd vrij rondlopen van Bin Laden, waarbij met name werd gewezen op de advocaten-cultuur van Clintons Witte Huis. Zo zouden talloze pogingen om Bin Laden gedurende de jaren ‘90 te vermoorden in de kiem zijn gesmoord vanwege de vrees dat het in zou druisen tegen het verbod op doelgericht moorden door de overheid. Net als ten tijde van Truman begon een imago van zwakte op het gebied van buitenlandse politiek de Democraten parten te spelen. Zo stemde een enorme meerderheid van kiezers die terrorisme als belangrijk zagen voor Bush tijdens de verkiezingen van 2004. Net als zijn voorganger Johnson wist Obama zich uiterst effectief van dit schadelijke imago los te wrikken zodat hij zijn ambities in het binnenland kon blijven nastreven.

Wie maalt er nog over of de dreiging van een paar duizend verdachte terroristen wel of niet imminent is, als er in Amerika zelf concrete politieke overwinningen te behalen zijn?

De meest effectieve herverkiezingsslogan van Obama luidde: “Osama Bin Laden is dead, and General Motors is alive”. Dit lijkt niet veel meer dan een simpele – maar uiterst effectieve – opsomming van de twee meest populaire maatregelen van Obama’s eerste ambtsperiode, waarbij het tweede punt verwijst naar de ingreep van de overheid waardoor de Amerikaanse auto-industrie werd gered van de ondergang. Maar het is meer dan alleen een opsomming: het is een gevolgtrekking. Omdat Obama bereid was om zijn eerdere scrupules over de war on terror overboord te gooien, was hij in staat om op binnenlands vlak zijn achterban tevreden te stellen met maatregelen zoals het redden van General Motors. Want als het aan zijn toenmalige opponent Romney had gelegen, was General Motors bankroet gegaan en was een van de grootste Amerikaanse vakbonden een doodsteek toegebracht. Wie maalt er nog over of de dreiging van een paar duizend verdachte terroristen wel of niet imminent is, als er in Amerika zelf concrete politieke overwinningen te behalen zijn? De boodschap van de verkiezingsslogan was dan ook duidelijk; ze konden weliswaar hun twijfels hebben over het anti-terreur beleid, maar ze moesten inzien dat het hier ging om een noodzakelijk kwaad. Want zonder een krachtige buitenlandse politiek is een linkse binnenlandse politiek niet mogelijk. Recente peilingen geven aan dat deze boodschap duidelijk is overgekomen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven