Flickr / Philippe AMIOT

Dodenherdenking: wonden helen of openrijten?

In aanloop naar de twee minuten nationale stilte zet ik mij mentaal schrap. Voor de uitgestreken plechtigheid, het zoeken naar een gepaste gemoedstoestand om de twee minuten mee te vullen en het obligate scholierengedicht. Vooral dat laatste onderdeel doet mij zweten in reactie op de clichés en verwaterde gemeenplaatsen. Waar het monument op de Dam als epicentrum van dodenherdenking geen enkele exclusieve referentie maakt aan de Holocaust, ligt de nadruk van de gedichten in de meeste gevallen zwaar op het kamp.

[quote]Het woord dat door zijn lading zelf geworden is tot pijnmonument binnen de taal.[/quote]

Op Auschwitz. Het woord dat door zijn lading zelf geworden is tot pijnmonument binnen de taal. Nadat het Nederlands Auschwitz Comité aanstoot nam aan zowel het winnende scholierengedicht  ‘’Foute Keuze’’ als de auteur ervan, rees bij mij niet de vraag of er na Auschwitz nog poëzie mogelijk is,  wel wat er binnen 'Auschwitz: Herinnering, Waarschuwing, Symbool' is toegestaan en op basis van welke argumenten. Om deze vraag te beantwoorden is een nadere beschouwing van het begrip en de traditie van dodenherdenking nodig.

Het fenomeen dodenherdenking  is  relatief nieuw. Voor de Eerste Wereldoorlog werd een oorlog vooral uitgevochten door lieden die het gezag in een land wilden ontvluchten om een straf of armoede te ontlopen, of uit sensatiezucht. Het type soldaat waaraan ook wel wordt gerefereerd als ‘kanonnenvlees’. In de Eerste Wereldoorlog veranderde dit, omdat zich uit iedere laag van de bevolking vrijwilligers meldden en niet meer overwegend uit de onderklasse. Door de gemêleerde sociale achtergrond van de soldaten en de enorme verliezen aan het front richtte de Grote Oorlog een enorme ravage aan onder de bevolking, ongeëvenaard door eerdere man-made situaties. Er was behoefte aan zingeving en eerbetoon.

In Engeland werden stenen wanden met namen van omgekomen soldaten opgetrokken waar nabestaanden bloemen konden leggen. Bijna ieder gezin had een of meer mannen verloren, dus een educatieve functie hadden de monumenten in eerste instantie niet. De nadruk lag meer op zingeving door sublimering van rauwe feiten in gebeitelde ‘Herinnering, Symbool’ dan ‘Waarschuwing’. Niemand hoeft te worden herinnerd aan de oorlog door externe factoren wanneer de hele natie door persoonlijk verlies onderdeel is van een pijnmonument. Het verwerken van leed door de generatie die de oorlog had meegemaakt was de vanzelfsprekende vorm die dodenherdenking had aangenomen.

[quote]Nu de oorlogsgeneratie steeds kleiner wordt is het zaak ook de jeugd te betrekken bij een herdenkingsplechtigheid die vooral geschikt is als verwerkingsproces.[/quote]

Terug in Nederland zien we bij de herdenking van de Tweede Wereldoorlog in eerste instantie een zelfde patroon. Op 9 mei 1945 werd op de Dam de eerste plechtigheid gehouden om de slachtoffers te eren. Pas in 1956 werd het monument, waartoe na de oorlog twee soldaten het verzoek indienden bij de gemeente, onthuld met onder andere de inscriptie "Aarde, door het offer gewijd, samengebracht uit gans het land, teken tot in verren tijd van heugenis en vasten band." Meer dan tien jaar na het eindigen van de oorlog lag de nadruk, naast het verwerken van leed door de oorlogsgeneratie zelf, ook op het scheppen van een nationale tijdoverstijgende band via het gezamenlijk herdenken. Nu de oorlogsgeneratie steeds kleiner wordt is het zaak ook de jeugd te betrekken bij een herdenkingsplechtigheid die vooral geschikt is als verwerkingsproces. En hier zit de crux: om betekenis te hechten aan een verwerkingsproces is het nodig om eerst een trauma te hebben om betekenisvol te kunnen verwerken. Dit is evident niet het geval met een derde of vierde naoorlogse generatie. Een fysiek monument moet refereren aan een zere plek intern aan ieder individu van een naoorlogse samenleving, anders zijn monumenten, herdenkingen en plechtige stiltes betekenisloos.

Een oplossing voor het verstrijken van de tijd is gevonden in het kunstmatig openhouden van de wonden door middel van het scholierengedicht. Zoals aan het begin van dit artikel al vermeld ligt de nadruk van de gedichten vaak zwaar op de Holocaust, al is noch het monument, noch de herdenking zelf exclusief een Shoah-plechtigheid.  Helaas vindt internalisatie vaak plaats door het opsommen van kampgerelateerde elementen. Er komen regelmatig huilende schimmen, bange kinderen en getatoeëerde onderarmen voorbij. In Todesfuge van Paul Celan, misschien wel het bekendste gedicht over de Shoah, worden feit en beleving vermengd op een wijze waarop alleen een overlevende dat betekenisvol kan. Aan sublimering van rauwe feiten door kunst wordt niet  toegekomen als een gedicht uitsluitend een opsomming van clichés bevat. Kunst leent zich niet voor sociaal gemotiveerde automutilatie.

Voor traumatisering waarna herdenken ook voor diegenen die geboren zijn na de gebeurtenis betekenis krijgt, is een methode zoals die op de Filippijnen wordt toegepast rond Pasen het meest geschikt. Om meer affiniteit te krijgen met het lijdensverhaal van Jezus en zijn offer beter te waarderen laten ieder jaar vele christenen zich kruisigen en zijn vele malen meer mensen daarvan getuige. Voor Nederlandse begrippen is deze vorm van herdenken extreem en het is dan ook niet direct mijn suggestie om het scholierengedicht te vervangen door een Shoah-equivalent van de Filippijnse taferelen of om mensen aan te moedigen de situatie angstaanjagender te maken door te schreeuwen. Wel is het zaak om te beseffen dat wij herdenken zonder trauma en dus een probleem zullen ervaren met het overbrengen van ‘de boodschap’ aan naoorlogse generaties. Daarom is het extra zaak de nuance toe te laten om twee ver uiteenlopende leefwerelden op zinvolle wijze met elkaar te verbinden.

[quote]Helaas was deze grootmoedigheid aan het Auschwitz Comité niet besteed.[/quote]

Groot was dan ook mijn verontwaardiging toen ik de argumenten van het Auschwitz Comité hoorde voor het boycotten van ‘Foute Keuze’:  ‘Je kunt niet dader en slachtoffer tegelijk herdenken’. Verder was het onaanvaardbaar ‘een nazaat van een oorlogsmisdadiger een platform te geven’ tijdens dodenherdenking. Hiermee wordt niet alleen censuur toegepast op een kunstzinnige uiting, al mogen de scholierengedichten door hun voorspelbaarheid deze classificatie eigenlijk niet dragen, maar wordt ook een onschuldige jongen generaties na de daad van zijn oudoom op Bijbelse wijze onwaardig verklaard voor deelname aan een nationale aangelegenheid. Dat de herdenking de hele natie omvat betekent per definitie dat niet alleen nabestaanden van slachtoffers zullen participeren aan de twee minuten stilte.

Het Nederlands Auschwitz Comité heeft met haar verklaring te kennen gegeven dat zij niet beseft dat wanneer engagement via kunst wordt uitgedrukt dit tot onverwachte uitkomsten kan en ook moet leiden, aangezien anders het predicaat ‘gedicht’ dient te worden vervangen door 'propaganda'. Ten tweede toont het Comité zich niets beter dan een horde Ajax-supporters die na een overwinning iedereen die geen uitzinnige sprongen maakt beticht van een niet-Joodse achtergrond. Alleen zou het voor de supporters genoeg zijn als de tegenpartij zich sympathisant betoont door mee te hossen. Dit is in feite wat Auke de Leeuw heeft gedaan met een publiek maar genuanceerd ‘mea culpa’. Helaas was deze grootmoedigheid aan het Auschwitz Comité niet besteed.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven