Foto: NASA

Douchen in de informatiestroom

Deze zomer riep voorlichtingsorganisatie Milieucentraal jongeren op om minder lang te douchen. Dat zou significant schelen in het aantal liters water dat de gemiddelde burger verbruikt per jaar. Maar het gebruikte aantal liters water voor de productie van de handdoek waar je je mee afdroogt, is vele malen hoger: daar kun je twee maanden lang dagelijks mee douchen. Deze paradoxale gang van zaken verdient meer aandacht, maar die moet vanuit onszelf komen.

De voorraad van schoon water is beperkt in deze wereld en moet met steeds meer mensen gedeeld worden. De aarde mag voor grofweg 70% bestaan uit water, slechts 1% van die totale hoeveelheid is schoon. Het merendeel van het water op aarde is niet geschikt voor dagelijks gebruik, of zelfs ontoegankelijk. Het water in de oceanen is te zout en een groot gedeelte van het zoet water ligt besloten in ijsmassa’s rond de polen of in de bergen.

Die ene procent water die wij dan wel kunnen gebruiken, moet verdeeld worden over burgers, bedrijven en boeren. Dat water wordt nu voornamelijk op twee manieren gewonnen: door regen op te vangen en door gebruik te maken van grondwater, rivieren en meren. Dit levert per land en regio verschillende problemen op. In Nederland mogen we dan zeker zijn van een regelmatige regenval en genoeg grondwater (zoals in de duinen), maar in drogere gebieden in de wereld is er op regenval niet te vertrouwen. Daar wordt veel water geïmporteerd of diep uit de grond gewonnen om aan de behoeftes van individuen en agrariërs te kunnen voldoen.

Er bestaan oplossingen voor deze regionaal verschillende verdeling van het beschikbare water, maar daar kleven voorlopig grote nadelen aan. Eén oplossing is het hergebruiken van (afval)water in bijvoorbeeld de agrarische sector, een grootverbruiker van schoon water. Dit scheelt in kosten en in het verbruik van schoon drinkwater. Nadeel hiervan is dat er potentieel gevaarlijke stoffen in de producten terecht kunnen komen, waarmee de menselijke gezondheid in gevaar wordt gebracht. Een andere oplossing is desalinatie: het ontzouten van zeewater. De techniek bestaat, maar het kost nu meer energie en geld om zeewater te ontzouten dan om grondwater te winnen. Bovendien is desalinatie een zwaar chemisch proces, met veel afvalstoffen en milieuvervuiling als resultaat. De oplossing voor het nijpend watertekort lijkt voorlopig niet te liggen bij deze procedure.

Onder het tandenpoetsen je kraan uit doen is een druppel op een gloeiende plaat

Deze oplossingen zijn verre van perfect en het bedrijfsleven ziet vooralsnog af van investering in dit soort projecten. De overheid zou daar een grotere sturende rol in kunnen spelen. Momenteel richt zij zich vooral op de burger in campagnes om het persoonlijke waterverbruik tegen te gaan, maar de manier waarop is ontoereikend. Deze campagnes richten zich voornamelijk op het waterverbruik voor persoonlijke hygiëne, zoals tandenpoetsen en douchen. De media haken hierop in en doordringen je van de boodschap om onder het tandenpoetsen je kraan uit te doen – druppels op een gloeiende plaat.

Uit de ‘waterfootprint’, geïntroduceerd door Arjen Hoekstra in 2002, blijkt namelijk dat het zoete water niet zozeer opgaat aan hygiëne, maar aan onze dagelijkse consumptiemiddelen. Op basis daarvan meldt het Voedingscentrum dat onze dagelijkse producten voor maar liefst 85% beslag leggen op het gebruikte water. Vlees, cacao, tabak en katoen kosten vele malen meer water om te produceren dan wij water verbruiken bij het douchen.

Dit betekent echter niet dat we volledig zouden moeten stoppen met het gebruiken van die producten. De absolute cijfers van ons waterverbruik zijn enigszins misleidende omdat het voor de productie van vlees of cacao een combinatie betreft van ‘groen’ regenwater en ‘blauw’ grondwater. De laatste is de schadelijke variant, door het zware proces van waterwinning en het uitblijven van aanvulling op de watervoorraad. Vooral de vleesindustrie maakt dankbaar gebruik van grondwater, wat het een van de meest uitputtende industrieën maakt. Toch heeft dit onderwerp weinig prioriteit: overheid noch bedrijfsleven lijken weinig gemotiveerd om hier actief iets aan te doen. We zullen dus zelf de verantwoordelijkheid op moeten pakken en minder vlees eten. Het zou het beste zijn als iedereen vegetariër wordt.

Het is gemakkelijk in deze informatiestroom te verdrinken

Ondertussen zwijgt de overheid in haar verschillende campagnes over dit hoge waterverbruik van vlees en andere consumptiegoederen. Zolang dit niet in beeld wordt gebracht, blijft de bewustwording een burgerlijke aangelegenheid. Gelukkig kan iedereen gemakkelijk zich via het internet informeren over dit indirecte waterverbruik. De keerzijde is dat deze ongelimiteerde mogelijkheden tot bewustwording beangstigend werken: je dreigt te bezwijken onder de dagelijkse stroom van nieuwsberichten. De overheid lijkt dan een veilige optie om op terug te vallen in onze voorlichting, maar in dit geval blijkt dat we beter op eigen kracht de overweldigende informatiestroom kunnen trotseren. Kritische reflectie is hierbij wel onontbeerlijk. Want niet alle informatie die beschikbaar is, ook die van overheidscampagnes, blijkt te kloppen.

Als verantwoordelijke burgers in de informatiemaatschappij moeten we bewustzijn kweken over ons waterverbruik én daarnaar handelen – zij het met een slag om de arm. Voor de gemiddelde informatieconsument is het in deze informatiestroom gemakkelijk te verdrinken: overspoeld door informatie is er geen vaste grond om even stil te staan, en ga je makkelijk kopje onder. Daarom loont het een dagelijks momentje rust in te bouwen. Ik doe dat onder de douche. Ik douche uitgebreid omdat ik dan tot rust kom. Het werkt meditatief. Ik breek even uit de sleur van de informatiemaatschappij en de kanonnade van nieuwsberichten vanaf mijn telefoon. In de douche denk ik even na. Over water. En over hoe ik daarna minder karbonade en chocola ga eten.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven