Wikimedia Commons

Drie verhalen

Arm 

Toen ik haar die ochtend zag
was het eerste dat ik deed,
nadat ik mezelf had voorgesteld,
haar complimenteren over haar haar.
Zelf deed ze er nonchalant over
maar het was een prachtige knot.
Ze was duidelijk wat ouder dan de rest
en ik kon al bijna niet geloven
dat dit haar full-time baan was.

Tijdens de briefing bleek dan ook
dat vandaag haar laatste dienst zou zijn.
Ze wilde zich meer op haar zangcarrière richten.
In Roemenië zou ze binnenkort op televisie komen.
We liepen de hele dag langs elkaar
want we hadden allebei een taak.

Zij nam bestellingen op
die ik vervolgens vanuit de keuken naar de tafels bracht.
Soms werd er bij mij besteld
en dit moest ik dan aan haar doorgeven
zodat zij het in het systeem kon zetten.

Het was op zo’n moment dat ik het zag.
Omdat ik even moest wachten
tot iedereen van haar tafel had besteld
viel mijn oog op haar arm.

Ze had haar mouwen opgestroopt
en haar onderarm zat vol met kleine littekens
kris kras door elkaar
niet langer dan een paar centimeter
en slechts een fractie lichter dan haar huid.

Ik voelde een onaangename tinteling
die als een stroom schok
heel even door mijn lichaam ging.
Ik gaf door wat ik door moest geven
en ging weer verder met mijn werk.

Het was haar rechterarm.
Was ze dan links?
Ik keek naar haar.
Ze stond al weer bij de volgende tafel
waar ze met warme stem
die elke zin liet eindigen in een lach
de bestelling herhaalde en deze inderdaad
met haar linkerhand opschreef.

 

 

Drempels

Een paar keer per week neem ik de s107
tussen mijn huis in Osdorp en de A4 richting Den Haag.
Ergens op die s107 is een drempel
die geen drempel is mits je de auto goed mikt:
de wielen gaan dan aan weerszijden het betonblok voorbij.
Ik heb het al vaak geprobeerd
maar het is me tot nog toe niet gelukt.
Op een nacht reed ik het stuk weer
en bijna wilde ik het opgeven
en er nonchalant overheen rijden.
Toch kon ik het niet laten,
ging nu voor de verandering iets meer naar links
maar werd opnieuw lichtjes omhoog geveerd.
Een stukje verder verscheen er voor mijn koplampen
plotseling een dood konijn midden op de weg.
Hij was zwart en bebloed,
de pootjes uitgestrekt en lag op zijn zij.
Ik verwachtte een hobbel
maar een konijn is kleiner dan een drempel

dus ik bleef roerloos in mijn stoel zitten
toen het beestje onder mijn auto verdween.

 

 

Mijn collega II

Ineke loopt wat moeilijk.
Vlot, dat wel, maar het lijkt alsof ze te kleine schoenen aan
of het heel koud heeft.
Het bleek iets anders.
‘Ik heb last van aambeien, en gister is er eentje opengegaan,’
zei ze toen ik vanmorgen met haar in het rookhok zat.
‘Bloeien, bloeien!’ Ze trok een moeilijk gezicht.
‘O, wat vervelend,’ zei ik, niet weten wat ik anders zou moeten zeggen.
Een beetje medeleven tonen kan geen kwaad, dacht ik.
‘Ik heb er al 24 jaar last van. Soms kunnen ze ze met een elastiekje weghalen,
maar anders wordt het een operatie.’
‘Er is toch ook zalf voor?’ probeerde ik.
‘Nee, dat is voor als ze aan de binnenkant zitten.’
Ze nam nog een trekje van haar peuk.
Ik had er beter niet op in kunnen gaan
want toen we klaar waren en nog even koffie gingen drinken,
kwam Ineke met de volgende mededeling:
‘Ik moest poepen net, Dee pijn!’
‘Ojee.’
‘Ik wilde niet wachten tot thuis.’
Met het doel mezelf de verder details te besparen
en het gesprek tot een einde te brengen, zei ik:
‘Nouja, daar was het vast ook niet prettig geweest.’
Ik had weer mijn mond moeten houden.
‘Nee, dan zou het nog erger zijn, want dan was het hard geweest.’
Morgen is Thea er weer.
Die heeft me alleen maar een keer de tijgerbalsem rondom haar oksel laten ruiken
en de bekentenis gedaan dat als ze een man ziet
ze zich eerst altijd afvraagt of ze het met hem zou kunnen doen.
Geen Surinamers, en Fred, die haar een kerstboom heeft beloofd, ook niet.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven