Flickr // Alfonso Cárdenas Ortega

Dromen van een perfecte taal

‘Hoog tijd dat jongeren ruggengraat krijgen’, stelt Claire Fox in een interview met Trouw (16 oktober 2016). Fox is een libertijns schrijver en activist en heeft net een boek uitgebracht getiteld ‘I find that offensive’. Hierin belicht ze een nieuw fenomeen, namelijk dat jongeren steeds vaker aanstoot nemen aan uitspraken die gaan over gender, etniciteit of cultuurverschillen en zich daarbij opstellen als slachtoffer. Dit is problematisch voor het publieke debat. Immers: ‘wie durft nog een slachtoffer te bekritiseren, tegen te spreken of uit te dagen?’, aldus Fox.

Deze analyse van mijn generatie is treffend. De groeiende gevoeligheid voor taal- en cultuuruitingen is overal in de media waar te nemen. Er worden vraagtekens gezet bij ‘de ontdekking’ van Amerika, huishoudelijk meisjesspeelgoed en natuurlijk het personage Zwarte Piet. Meestal zijn deze kanttekeningen zinvol. Het maakt ons bewust van de geschiedenis achter de woorden en hun doorwerking in het heden. Het laat oude machtsstructuren zien, die met of zonder opzet steeds gereproduceerd worden. De vraag is echter: wat moeten we vervolgens met deze inzichten?

De gevoeligheid voor taal- en cultuuruitingen is overal

Hier begint dan de kritiek van Fox. We willen snel resultaat en gaan de gevoeligheden daarom maar al te graag uit de weg, bijvoorbeeld door Pieten niet meer zwart te schminken en seksistische reclames te verbieden. Dit is in lijn met de opvatting van rechtsgeleerde Owen Fiss. Volgens hem moet de overheid hate speech – de Amerikaanse verzamelterm voor alle beledigende taal- en cultuuruitingen – belemmeren, omdat het een bepaalde groep mensen de mond snoert. Positieve uitingen over minderheden, daarentegen, zouden met subsidie een boost moeten krijgen. De ultieme droom van een perfect uitgebalanceerde taal.

Maar taal laat zich niet zo gemakkelijk schikken en de geschiedenis verdwijnt niet zomaar achter een nieuw woord. De term ‘Native Americans’ bijvoorbeeld maakt nog steeds pijnlijk duidelijk hoe weinig we ons voor het Amerika interesseren voordat het ‘Amerika’ werd genoemd. Fox vraagt zich dan ook hardop af wat het nut is van dit soort nieuwe woorden. Kunnen we niet beter dieper ingaan op de geschiedenis, zonder dat we deze steeds hoeven te verzachten? Zij vindt het dan ook belachelijk dat de aanstootgevende tekstbordjes in het Rijksmuseum bij de renovatie zijn vervangen: ‘Is het niet fascinerend om op basis van titels en bijschriften te leren over de historische context van de periode waarin kunst is gemaakt? We zijn toch niet opeens racistisch als we een schilderij met zo’n achterhaalde naam mooi vinden? Hoe bespottelijk!’

Tja, zou Fox het ook zo ‘bespottelijk’ vinden als ze zelf een zwarte huidskleur had gehad? De uitspraken van deze Britse libertijn lijken op het eerste gezicht een vorm van victim blaming. Met deze vaak aangehaalde term uit de psychologie bekritiseert men een argumentatief patroon waarin het slachtoffer wordt verweten dat zij zich onterecht geëmotioneerd of beledigd voelt. Niet de oorzaak van de gevoelens, maar de gevoelens zelf zouden uit de weg geruimd moeten worden. Als we het standpunt van Fox labelen als victim blaming, doen we echter precies waar zij kritiek op heeft. We maken het standpunt van elke gekwetste persoon tot iets waar je niets tegenin mag brengen. Het slachtoffer verwordt tot de winnaar van elk debat en het niet-slachtoffer heeft geen recht van spreken.

Maar is het mogelijk de slachtofferretoriek te bekritiseren en tegelijkertijd rekening te houden met groepen mensen die herhaaldelijk gekwetst en buitenspel gezet worden door taal en cultuur? In elk geval lijkt het nuttig eens te wijzen op dat de groep slachtoffers steeds groter wordt. We zijn steeds bewuster van de discriminerende – letterlijk ‘onderscheid makende’ werking van taal. Als we ‘zwart’ zeggen, bedoelen we in elk geval ‘niet wit’ en als we een thriller maken, houden we geen rekening met mensen die niet tegen spannende films kunnen. Taal – in de brede zin van het woord, dus ook films, design en social media – is altijd in een bepaalde mate exclusief en in die zin is het aantal slachtoffers van de taal onuitputtelijk. Zo plaatste The Guardian afgelopen maand nog een artikel waarin beweerd werd dat de architectuur van steden in het algemeen meer afgestemd was op mannen. Moeten vrouwen zich in de toekomst echt beledigd gaan voelen door een gebouw?

Elke nieuwe taal zal op een andere manier weer exclusief zijn

Dat het aantal kwetsende onderwerpen toeneemt is dus problematisch. Daarnaast is het nog maar de vraag of je mensen wel verder helpt door het gebruik van beladen termen te vermijden. Impliciet wordt daarmee verondersteld dat de ander niet tegen het noemen van een enkel woord zou kunnen terwijl het misschien juist interessant kan zijn daar met elkaar over te praten. Bovendien steunt het op de simplistische aanname dat de kracht van een belediging in een woord besloten ligt. Filosoof Judith Butler vertelt in haar boek Excitable Speech dat een belediging bestaat uit een samenspel van de context waarin het woord gebruikt wordt, de geschiedenis die aan het woord kleeft en de status van wie het uitspreekt. Dit maakt dat de kwetsende kracht van het woord niet zomaar te traceren of uit te schakelen is.

Kortom, er is geen perfecte taal die rekenschap geeft aan alle mensen uit de samenleving. Elke nieuwe taal zal altijd op een andere manier weer exclusief zijn en de geschiedenis die de betekenis van taal mede bepaalt is niet zomaar weg te stoppen. Toch betekent dit niet dat er niets te doen is aan de discriminerende werking van taal. Het betekent alleen dat er geen eindstation is: een moment dat alles en iedereen op zijn plek valt. Dat kan alleen de mooie droom zijn die ons doet blijven spelen, herschikken, en bevragen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven