Aardbeving Haïti, 2010 / Wikimedia commons

Durf humanitaire hulp te bevragen

Na de aardbeving Haïti in 2010 collecteerde het Amerikaanse Rode Kruis een half miljard dollar bij elkaar om 130.000 Haïtiaanse slachtoffers aan een nieuw huis te helpen. Deze maand, vijf jaar nadien, werd bekend dat uiteindelijk slechts zes huizen daadwerkelijk zijn gebouwd. Het Amerikaanse Rode Kruis was een van de naar schatting 13.000 grote en kleine internationale hulporganisaties die de aardbevingsslachtoffers kwamen helpen. Het gros is inmiddels weer naar huis en Haïti is nog steeds het armste, ellendigste land op het westelijke halfrond.

We weten het, maar vragen ons veel te weinig af waarom. De journalistiek draagt verantwoordelijkheid, maar in de praktijk bevragen journalisten hulporganisaties nauwelijks. Ze laten zich wel rondleiden door NGO’s in bijvoorbeeld vluchtelingenkampen. Zou zo’n kamp in Nederland staan, en door de Nederlandse overheid beheerd worden, dan zouden journalisten precies willen weten waarom dat kamp er moest komen, of het er eigenlijk wel moest komen, hoeveel geld aan welke strijkstokken blijft hangen, of de hulpverleners in de kampen eigenlijk wel de juiste diploma’s hebben voor het hulpwerk, of voldoende aan de rechten van de kampbewoners, de omwonenden en het milieu wordt gedacht, wat de overheid denkt te gaan doen aan nazorg en welke partijen politiek profijt van de hulpactie trekken. Maar als een vluchtelingenkamp ergens in ver, heet land staat, vinden journalisten het al te gauw ongezien goed hoe hulporganisaties het doen.

 Als een vluchtelingenkamp ergens in ver, heet land staat, vinden journalisten de hulp al te gauw goed

Tegen de achtergrond van het humanitaire leed dat hulporganisaties zeggen te willen verlichten, moeten we ons er voortdurend bewust van blijven dat ze deel zijn van een hulpmarkt met een jaarlijkse omzet van 130 miljard dollar voor ontwikkelingshulp en pakweg 13 miljard dollar voor noodhulp. Via collectes in kerken, bedrijven, verenigingen en huis-aan-huis, en dankzij allerhande spontane hartverwarmende lokale initiatieven komen daar miljarden dollars per jaar bovenop. Rondom hulp is een ware industrie ontstaan, van karavanen van duizenden hulporganisaties die meereizen met de geldstromen en die in rampgebieden met elkaar concurreren om een zo groot mogelijk deel van de miljarden.

Hulporganisaties zijn bedrijven vermomd als Moeder Teresa, maar zo kijken we niet naar ze. We voelen de urgentie niet, want humanitaire hulp is voor ons geen offer. We storten nu en dan een tientje op giro 555 en leunen tevreden achterover, want we hebben ons steentje aan een betere wereld weer bijgedragen. Kost hulp alles bij elkaar miljarden per jaar? Ach. We geven veel meer uit aan botoxbehandelingen en schaamlipcorrecties en we kieperen jaarlijks ter waarde van drie miljard euro voedsel hoppa de vuilnisbak in.

Mijn motief om journalistiek onderzoek naar de hulpindustrie te doen, zijn de Haïtianen die wachten op dat nieuwe huis dat het Rode Kruis beloofde. En voor de krijgsheren in oorlogsgebieden zijn onze hulpmiljarden ook belangrijk. Hulp is in veel oorlogen brandstof die de oorlog gaande houdt. In sommige oorlogsgebieden is de handel in hulpgoederen de belangrijkste economie en maken het geld en de goederen van NGO’s deel uit van militaire strategieën. Ik wil de goede gevers aan hulpacties duidelijk maken dat ze verantwoordelijkheden hebben. Durf de sfeer tijdens nationale inzamelingsacties te bederven. Stel de hulporganisaties vragen. Als ze zeggen dat wat ze doen helpt, vraag dan wie wordt geholpen: onschuldige slachtoffers, warlords, of allebei?

Durf de sfeer tijdens nationale inzamelingsacties te bederven

Vraag hulpverleners wat ze verdienen en wat hun organisatie kost en laat ze dat verantwoorden. En durf vooral ook de vraag te stellen of iets doen altijd beter is dan niets doen. Nee zeggen is wel degelijk een optie. We zeggen voortdurend nee. Het grootste deel van onze hulpmiljarden gaat niet naar de armsten en meest behoeftigen, maar naar landen waar wij politieke of militaire belangen hebben. En niet naar rampen die het omvangrijkst en urgentst zijn, maar die de meeste krantenkoppen scoren.

Als we ons geld toevertrouwen aan hulporganisaties, dan moeten we van ze eisen dat ze ons kunnen uitleggen wat ze in een crisisgebied precies denken te bereiken en hoe. Stellen we die vragen niet voor onszelf, dan zouden we het moeten doen voor de mensen die onze volgende crisiskaravaan zien binnentrekken.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven