Flickr / reskaros

Edward St Aubyn: incest, heroïne, en andere familietradities

Lost For WordsEdward St Aubyn2014
Never MindEdward St Aubyn1992
Bad NewsEdward St Aubyn1992
Some HopeEdward St Aubyn1994
Mother's MilkEdward St Aubyn2005
At LastEdward St Aubyn2012

Wat doe je als je als auteur op de shortlist van één van de belangrijkste literaire prijzen achter het net vist? De Britse schrijver Edward St Aubyn verwerkte de ervaring in een roman. In 2006 werd hij voor zijn Mother’s Milk genomineerd voor de prestigieuze Man Booker Prize; in Lost For Words (2014) geeft hij een levendig beeld van het circus rondom zo’n nominatie.

Lost for Words is niet alleen een spitsvondige woordgrap van iemand die de grootste literaire prijs niet heeft gewonnen. Het is een uitzonderlijk grappige roman die door rancune wordt gedreven. De kluchtige situaties waarin de juryleden en genomineerden terecht komen bieden een decor voor bespiegelingen op hoe de boekenwereld in elkaar steekt en geven een podium aan de mensenkennis van St Aubyn, die met een paar woorden een personage kan fileren en uitbenen. Het begint met de juryleden die honderden boeken moeten lezen, waar ze allemaal geen tijd of zin in hebben – ze willen allemaal wel goed uit de verf komen aangezien ze nu deze grote eer hebben gekregen. Valse pretenties, daar vindt de auteur vaak plezier. De juryleden zijn avantgardistische academici, ijdele acteurs en machtsbeluste ambtenaren; de genomineerden zijn nymfomane en paranoïde slachtoffers van de incompetentie van hun uitgevers. Waardoor uiteindelijk het kookboek wint.

De auteur vindt plezier in valse pretenties

Lost for Words is gebaseerd op St Aubyn’s eigen nominatie met Mother’s Milk, het vierde boek dat St Aubyn schreef over zijn alter-ego Patrick Melrose. Inmiddels is de Melrose-serie uitgegroeid tot een vijfdelige romanreeks, waarvan ieder deel een episode beschrijft uit het leven van Patrick. De romans zijn geschreven over een periode van twintig jaar: het eerste boek Never Mind kwam uit in 1992; de laatste, At Last, in 2012. De cyclus is intussen ook naar het Nederlands vertaald en vorige week gebundeld verschenen.

Patrick Melrose groeit op in een welvarende familie onder het juk van zijn sadistische en getalenteerde vader, die de verbittering over zijn gemankeerde talent uitleeft op zijn vrouw en zoon. Het eerste boek Never Mind begint op de dag dat de vijfjarige Patrick voor het eerst wordt verkracht door zijn vader. De familie woont dan in een voormalig klooster in Zuid-Frankrijk dat vol staat met kunst en boeken – allemaal gekocht met het reusachtige familiekapitaal van Patricks moeder Eleanor. Dankzij deze constante financiële influx vanuit Amerika werkt Patricks vader David dan ook niet en kan hij zich toeleggen op pianospelen en erudiet gekanker.

De stereotypen van de aristocratie komen vanaf de eerste bladzijdes aan bod door het absurde romantische beeld van de mijmerende landgoedeigenaren, die generaties lang niets anders doet dan uit het raam kijken. Voor de adel van St Aubyn, en vooral voor de oudere generatie, zijn het bezit van geld en land vanzelfsprekend. Men wapent zich met goede manieren en kennis, met als resultaat de tirannie van netheid.

De frustraties tussen vader en zoon lijken onontkoombaar. Opa Melrose verweet zijn eigen zoon al de banaliteit van een carrière als arts, immers: ‘Shooting men and animals were the occupations of a gentleman, tending their wounds the business of middle-class quacks.’

Het eerste boek begint op de dag dat Patrick voor het eerst wordt verkracht door zijn vader

De roman bestaat vooral uit vreemde sociale situaties met de oude intellectueel – tevens klootzak – Nicholas Pratt. De woeste erudiet neemt de rol van goedprater van de wreedheid van Melrose senior op zich, want iemand waar je goed mee kan converseren mag best een sadist zijn.

Aan het begin van de tweede roman uit de Melrose-cyclus, Bad News (ook uit 1992), gaat Patrick de as van zijn vader ophalen in New York. Eerst lukt het Patrick niet om het lijk te vinden omdat de begrafenisondernemer hem de verkeerde kant uitstuurt, en wanneer hij het lijk dan uiteindelijk vindt, realiseert Patrick zich dat dit de eerste keer dat ze met zijn tweeën zijn zonder dat hij wordt uitgescholden of verkracht. Hij verdwijnt vervolgens bijna in zijn heroïneverslaving, maar weet dit zo lucide te beschrijven dat zijn neuroses en hang naar zelfbeschadiging het meest logische levenspad lijken. Zelfs wanneer hij aan de quaaludes, coke, alcohol en heroïne zit en dwangmatig op zoek is naar seks weet Patrick een brug naar eruditie te slaan: ‘Besides, not having fucked Marianne was like not having read the Iliad – something else he had been meaning to do for a very long time.’

De derde roman – aanvankelijk zou dit een trilogie zijn, maar breidde toch uit naar een serie van vijf – Some Hope (1994) betreft vooral een jetset feestje waar Princess Margaret aanwezig is en de Franse ambassadeur zichzelf belachelijk maakt. Dankzij de setting van het pompeuze feestje komt St Aubyns uitzonderlijke talent voor dialoog naar voren. Zo komen Patrick en zijn psychologenvriend Johnny in gesprek over upper class Engeland:

‘It takes about a hundred of these ghosts to precipitate one flickering and disreputable sense of identity. These are the sort of people who were around during my childhood: hard dull people who seemed quite sophisticated but were in fact as ignorant as swans.’

‘They’re the last Marxists,’ said Johnny unexpectedly. ‘The last people who believe that class is a total explanation. Long after that doctrine has been abandoned in Moscow and Peking it will continue to flourish under the marquees of England. Although most of them have the courage of a half eaten worm,’ he continued, warming to his theme, ‘and the intellectual vigour of dead sheep, they are the true heirs to Marx and Lenin.’

‘You’d better go and tell them,’ said Patrick. ‘I think most of them are expecting to inherit a bit of Gloucesterchire instead.

St Aubyn beschrijft de erosie van eeuwenoude tradities (waaronder incest van vader op zoon) van binnenuit

Terwijl het derde boek het meest citeerbaar is, is Mother’s Milk (2006), de vierde uit het rijtje, het meest geslaagd. Gedeeltelijk geschreven vanuit het perspectief van Robert, het eerste kind van Patrick, staan de verhoudingen tussen de generaties hier op scherp. Patrick is nu nadrukkelijk vader, en zet bewuste stappen niet zijn eigen vader te worden. Hij vergeet zichzelf vaak in dat proces, en daarbij wat hij voor zijn eigen vrouw betekent.

Intussen vervliegt het familiekapitaal van Patricks moeder Eleanor doordat een charmante sjamaan haar overtuigt dat haar oude ziel goed zal reïncarneren als ze hem het familiehuis in Frankrijk geeft. Al het geld is opgegaan aan goede doelen waar haar familie niet bij hoort. Dit martelaarschap zet het jonge gezin onder druk en legt de problemen in Patricks eigen huwelijk bloot. Soms is hij nog nostalgisch naar de tijd dat hij met een spuit heroïne televisie zat te kijken, maar hij vindt vooral soelaas in de banale oplossing van alcohol.

 De serie sluit af met At Last, waarin een groot aantal van de geschifte personages uit de eerdere boeken bij elkaar komen voor de begrafenis van Eleanor. De laatst overgeblevene van de generatie van zijn ouders, Nicholas Pratt, zakt bij de receptie door zijn hoeven en sterft nog de dag zelf.

Op het eerste gezicht lijkt de serie te staan in een Britse traditie van nostalgie. De romans verlopen allemaal chronologisch zonder gekke metafictie trucs of overmatige ironie, en beschrijven tongue in cheek de stiff upper lip. Ze bieden een uitzonderlijk introspectieve kijk op de Engelse bovenklasse met een familie centraal. Alleen schrijft St Aubyn niet van buitenaf, maar beschrijft het failliet en erosie van eeuwenoude tradities (waaronder incest van vader op zoon) van binnenuit. Hierdoor ontstaat een heel ander beeld van de aristocratie dan bij Henry James of Evelyn Waugh. Navelstaarderig in zijn kritiek wellicht, maar toch lichtvoetig, grappig en eenvoudigweg slim beschreven.

De upper class, dat zijn de echte marxisten

Omdat de stijl niet zelfbewust is, maar de inhoud des te meer, lijken de boeken oubollig – maar uiteindelijk zijn ze toch modern in hoe de hoofdpersoon kijkt naar het verval van de oude waarden. In de snelheid en precisie waarmee dit is opgeschreven lijkt St Aubyn minder op zijn voorgangers, al is het overtuigd vilein Brits en niet Amerikaans. De elegante sociale observaties hadden ook honderd jaar geleden geschreven kunnen zijn, maar de blik waarmee Patrick zijn leven beleeft en analyseert is al te herkenbaar. Hoe familie en geld zich na generaties in de 21e eeuw tot elkaar verhouden kan nog steeds (grappig) worden verteld, zonder in moralisme te vervallen.

In een interview zei Edward St Aubyn dat de familie Melrose een portret is van hemzelf en zijn ouders. Het schrijven van de romans had therapeutisch gewerkt voor zijn eigen proces van acceptatie. Bekenden van St Aubyn denken hierdoor ook in de rest van de boeken zichzelf te herkennen, zelfs al beweert de auteur dat alle personages behalve zijn familie volledig aan zijn verbeelding zijn ontsprongen. Wie ze dan denken dat ze dan moeten voorstellen? Het meest erudiete en irritante personage Nicholas Pratt dat de incest door Melrose senior verexcuseert uit nostalgie naar het oude Engeland. Blijkbaar is St Aubyn’s portret van de aristocratie zo goed geslaagd dat de aristocratie zich er direct in herkent: de leden van de upper class, dat zijn de echte marxisten.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven