Wikimedia Commons

Een gelukkig huwelijk - zonder kinderen

28 oktober 2002. Mijn ouders zijn 21 jaar getrouwd dus wij vieren met het gezin dat ze nog gelukkig samen zijn. Geheel toevallig is dit ook de datum dat de Partij voor de Dieren (PvdD) is opgericht. Toen ik tien jaar later op 28 oktober 2012 de balans opmaakte, bleken mijn ouders nog steeds gelukkig getrouwd te zijn en de PvdD nog steeds te bestaan. Maar waarom eigenlijk een analogie trekken tussen het huwelijk van mijn ouders en het voortbestaan van de PvdD? In mijn ogen verschillen een gelukkig huwelijk en een politieke partij die zich in de Tweede Kamer weet hand te haven minder van elkaar dan je op het eerste gezicht zou zeggen.

Twee individuen trouwen met elkaar omdat ze een gezamenlijke visie op het/hun leven hebben, ze verwachten samen sterker te staan in het verwezenlijken van deze visie en het biedt de basis om een nieuwe generatie op te voeden. Het begint echter allemaal met liefde. Niet alle liefde leidt tot een huwelijk dus voor ik kan zeggen waarom de PvdD een gelukkig huwelijk is en het nog lang stand kan houden, moeten we naar het moment van de ‘vonk’.

Uit de politicologische theorie komt naar voren dat er niet zomaar nieuwe politieke partijen opgericht worden. Volgens de oprichters moet er ‘iets mis’ zijn in de maatschappij; dit kan een bepaald issue of een scheidslijn zijn. Maar een dergelijk probleem leidt pas tot de oprichting van een politieke partij als een groep mensen hier een politiek project in ziet en bereid is hier tijd, geld en energie in te steken.

 Het begint echter allemaal met liefde.

Voor de oprichters van de Partij voor de Dieren waren er – in hun ogen – een aantal directe en indirecte oorzaken om tot de oprichting van een politieke partij over te gaan [1]. De directe oorzaken waren het tenietdoen van twintig jaar strijd voor dierenwelzijn onder landbouwminister Cees Veerman (CDA) en het gevoel dat hier maatschappelijke onvrede over bestond en de stigmatisering van dierenbeschermers na de moord op Pim Fortuyn door Volkert van der G. De meer indirecte oorzaken waren de ineffectiviteit van de traditionele dierenbeschermingsorganisaties, het geringe belang dat de gevestigde partijen aan dierenwelzijn toekenden en de dierziektecrises in de jaren ’90 en het overheidsbeleid hierop .

Deze combinatie van oorzaken was genoeg om de PvdD op te richten. Ze vonden dat dierenwelzijn een belangrijk issue was – wel goed voor tenminste vier zetels! – dat dierenwelzijn tot dat moment niet genoeg aandacht van de gevestigde partijen kreeg maar ook dat het onderwerp niet effectief genoeg door de huidige dierenrechtenorganisaties onder de aandacht gebracht werd.

Met gevoel voor woordgrappen noemt de partij zichzelf de haas in de marathon bij het debat over dierenwelzijn en de luis in de pels als het gaat over het scherp houden van de andere politieke partijen. Met nog meer gevoel voor historie schuwt Marianne Thieme het niet om de strijd voor de rechten van het dier gelijk te stellen aan de slavenbevrijding of de vrouwenemancipatie. Het gaat haar daarbij niet om “dieren enerzijds en mensen met een donkere huidskleur, slaven, vrouwen of joden anderzijds met elkaar te vergelijken”. Het gaat haar om “overeenkomsten in de manier van onderdrukking, achterstelling en in sommige gevallen dus zelfs vernietiging”  [2]. De Partij voor de Dieren ziet zichzelf – ondanks het feit dat het overgrote deel van haar standpunten op dieren is gericht – niet als een “one-issue partij” [3]. “Waarom zou een partij voor de arbeiders, de rooms-katholieken, de christelijk gereformeerden of de ondernemers wel bestaansrecht hebben en geen one-issue partij genoemd worden, terwijl een Partij voor de Dieren met argwaan bekeken wordt?" [4]

In de beeldvorming is de PvdD langzaamaan verschoven van een ‘one-issue’ partij die enkel opkomt voor dierenwelzijn naar een partij die in de hoek van de groene partijen te plaatsen valt, daarbij haar core business – dieren – niet verloochenend. Op basis van het Nationaal Kiezersonderzoek 2010 valt op te maken dat de partij een electorale niche van kiezers heeft weten te vinden die niet redeneert dat dierenwelzijn voortkomt uit duurzaamheid maar juist andersom: dat duurzaamheid voortkomt uit dierenwelzijn. Het issue van dierenwelzijn en duurzaamheid heeft zich de afgelopen tien jaar sterk ontwikkeld in het waardensysteem van de Nederlandse kiezer.

Met een gevoel voor woordgrappen, noemt de partij zichzelf de haas in de marathon bij het debat over dierenwelzijn en de luis in de pels

De partij moet wel in leven blijven om deze hernieuwde waardeoriëntaties een politieke stem te geven. Individuen binnen een politieke partij hoeven niet per se (heel erg veel) van elkaar te houden maar enig vertrouwen en respect is toch wel noodzakelijk: uit onderzoek is gebleken dat interne conflicten de nummer één doodsoorzaak zijn voor politieke partijen, jong en oud [5]. Bij de PvdD ging het ook bijna twee keer mis. Eerst toen Maarten ’t Hart en Rudy Kousbroek zich van de partij afkeerde omdat Thieme had gezegd dat Adam en Eva in het paradijs vegetariërs waren en pas na de zondeval vlees waren gaan eten [6]. Later toen Esther Ouwehand niet tweede op de kandidatenlijst stond en het hoofdbestuur pas inbond nadat verschillende provincies hun steun hadden teruggetrokken.

 Nou, de liefde is heftig, de visie is scherp, er wordt af en toe ruziegemaakt maar ze zijn nog wel bij elkaar. En het feit dat de PvdD vertegenwoordigd is in alle openbaar verkiesbare lichamen behalve het Europees Parlement maakt ze de meest succesvolle politieke partij sinds de SP. Maar hoe zit het met de kinderen die voort moeten komen uit dit huwelijk? Hier lijkt de PvdD nog kinderloos te zijn. Onlangs de aanwezigheid in vele openbare lichamen (en dus vele kandidaten) houdt een ménage à trois de partij al ruim 10 jaar onder de duim, te weten Marianne Thieme, Niko Koffeman en Lieke Keller. Het zetelaantal in de Tweede Kamer vertoont een SGP-achtige stabiliteit (altijd rond de 2) en zelfs als paarden voor koeien doorgaan, zijn er geen uitschieters. Kortom: als de partij niet ten onder zal gaan aan conflicten – bijvoorbeeld over de opvolging – voorspel ik nog een lang en gelukkig huwelijk met een kroost van 2 à 3 zetels.

Marianne Thieme staat morgen in deBalie met haar Idee voor Nederland.

[1] Onder andere Marianne Thieme, Lieke Keller en Ton Dekker. Officieel zou oud campangestrateeg van de SP en huidig PvdD senator  Niko Koffeman er niets mee te maken hebben gehad maar deze cupido heeft de (jonge) pinken bij elkaar gebracht.

[2] Thieme, Marianne (2004). De eeuw van het dier. Antwerpen: Houtekiet. Pp. 83.

[3] De Bruin, E. “Zetels voor dieren: hoe zit dat nou?”. NRC Handelsblad, 19 december 2002.

[4] Thieme, Marianne (2004). De eeuw van het dier. Antwerpen: Houtekiet. Pp. 25.

[5] Lucardie, Paul en Wijbrandt van Schuur (2011). ‘Why Does A Political Party Die? An Analysis of Persistence and Decline of Political Parties in Canada, Germany and the Netherlands (1950-2010)’, paper to be presented at the ECPR Joint Sessions in St. Gallen, 12-17 April 2011.

[6] ‘t Hart, M. “De zondeval van Thieme”. NRC Handelsblad, 10 april 2007 en Kousbroek, R. “Dierenpartij niet bestemd voor zielenheil”. De Volkskrant, 12 april 2007.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven