Jjshapiro / English Wikipedia

Een kleiner ik

In een samenleving vol overmaat is er een steeds grotere behoefte aan onthouding. Alleen hoe leren we te onthouden? De eerste stap is een radicaal andere denkwijze over onthouding. In de Westerse filosofie hebben we onthouding namelijk bijna altijd begrepen in termen van een onderscheid tussen gevoel en verstand, die allebei gecentreerd zijn in het individu. Alleen het is precies dit individualisme dat bijdraagt aan de overprikkeldheid van de mens. We moeten dus op zoek naar een onthouding van het ik; weg van het individualisme en op zoek naar relationaliteit.

Als Odysseus, de Griekse held uit de Odyssee van Homerus, op zijn zwerftocht met zijn boot en bemanning langs de Sirenen moet varen, staat hij voor een grote uitdaging; hoe kunnen hij en zijn bemanning de verleidelijke, maar fatale schoonheid en zang van de Sirenen weerstaan? Gelukkig heeft de tovenares Circe Odysseus van goede raad voorzien. Odysseus zorgt dat de bemanning hun oren insmeren met zachte was, die hen voor het gezang van de sirenen zal behoeden. Zelf laat Odysseus zich vastbinden aan de mast, zodat hij de schoonheid en zang kan waarnemen en tegelijkertijd kan weerstaan. De list blijkt zo krachtig dat de sirenen na hun succesvolle passage hun magische krachten verliezen en in rotsblokken veranderen. Met deze intelligente list, waarmee Odysseus zijn eigen driften beteugelde, heeft hij het gevaar van de sirenen voor zichzelf - maar ook voor iedereen die na hem kwam - voorgoed teniet gedaan.

De tegenstelling tussen verstand en gevoel, lijkt veelvuldig in het Westerse denken over onthouding terug te komen.

Deze Griekse mythe is misschien wel een van de oudste en bekendste verhalen over onthouding in de Westerse geschiedenis. De mythe is op allerlei manieren interpreteerbaar en biedt allerlei aanknopingspunten om over onthouding na te denken. Uitgangspunt voor dit essay is dat deze mythe een tweeledig mensbeeld laat zien: enerzijds is de mens een gevoelswezen vol met emoties en verlangens en anderzijds is de mens ook een rationeel wezen, die met zijn rede zijn emoties en gevoelens moet beteugelen. Deze tegenstelling tussen verstand en gevoel, lijkt veelvuldig in het Westerse denken over onthouding terug te komen. Aan de ene kant zijn er filosofen die vinden dat de redelijkheid de gevoelens moeten controleren (bijvoorbeeld Plato en Kant) anderzijds zijn er filosofen die juist pleiten voor een wederopstanding van het gevoel (Rousseau, Sloterdijk, Nietzsche).

De Duitse filosofen Theodor Adorno (1903-1969) en Max Horkheimer (1895-1973) hielden zich ook bezig met het onderscheid tussen gevoel en verstand. Zij zagen Odysseus als de eerste Verlichte mens: Odysseus was het eerste voorbeeld van iemand die met behulp van zijn redelijkheid zijn onstuimige verlangens kon bedwingen. Hoewel de gevolgen voor Odysseus in de mythe zeer gunstig uitpakten, zien Adorno en Horkheimer vooral de keerzijden van deze rationaliteit. De filosofen bekritiseren de instrumentele rede; een dominante redelijkheid die de samenleving systematiseert en verzakelijkt. De instrumentele rede, die opkomt vanaf de Verlichting, gaat hand in hand met technologische vooruitgang in een geïndustrialiseerde, kapitalistische wereld. Door deze instrumentele rede gaan veel dingen verloren; mensen raken vervreemd van zichzelf en van elkaar. Bovendien worden dingen die buiten de rede lijken te vallen, zoals de natuur of het gevoel, gemarginaliseerd of verdacht gemaakt. Adorno zag zelf het gevoel (tot uitdrukking gebracht in de kunst) als de enige manier om weerstand te bieden tegen deze instrumentele rede.

Onze tijd is er een van kille rationaliteit en zakelijkheid, gedomineerd door de wetenschap, de techniek en de economie.

Als we naar de samenleving van nu kijken, kunnen we stellen dat Adorno en Horkheimer in zeker opzicht gelijk hebben gekregen. Onze tijd is er een van kille rationaliteit en zakelijkheid, gedomineerd door de wetenschap, de techniek en de economie. We leven in een wereld die gedomineerd wordt door regelgeving, en statistieken. Alleen gelijktijdig met de dominantie van de redelijkheid, heerst er ook een schaamteloze cultus van het gevoel en van de hartstocht. Door reclames, maar ook door de media wordt er voortdurend appèl gedaan op onze gevoeligheid en op onze capaciteit tot het uiten en verwoorden van onze gevoelens. Denk bijvoorbeeld aan de huidige campagne van Metakids, waarin we portretten van jonge kinderen zien met leuzen als ‘Jesse zal gaan stikken’. Dit legt een enorme druk op op de mens; want niets is zo erg als het verwijt van gevoelloosheid. Emoties worden namelijk gezien als de vertolking van een ware, echte en onvervangbare innerlijkheid. Want wat is de mens nog zonder zijn emoties?

Door de tirannie van zowel het verstand als het gevoel komt de mens enorm onder druk te staan. Zowel een appèl op ons gevoel als op ons verstand, is namelijk een appèl op onze menselijkheid, onze identiteit. En de mens heeft het al zo zwaar deze tijd. Dirk de Wachter schreef treffend dat de mens op twee manieren is uitgehold: ’bekaf van het ‘achternahollen, en hol van binnen’. In deze een uitgeholde, overspannen samenleving, is er daarom begrijpelijk genoeg een grote behoefte aan onthouding. Zowel esthetische trends van het minimalisme en tiny living, bepaalde diëten, als de groeiende populariteit van mindfulness, yoga en meditatielessen zijn symptomen van onze behoefte aan mindering.

Het probleem echter met al deze vormen van onthouding is dat het zich helemaal niet van de ‘zachte dictatuur van de kapitalistische rede’ weten te ontworstelen. Sterker nog, veel vormen van onthouding zijn juist een nieuwe manier geworden om jezelf in deze samenleving te onderscheiden, identiteit te krijgen. Immers als iedereen over rijkdom en overvloed beschikt, onderscheidt je je juist door jezelf iets te ontzeggen. Zo is ons verlangen naar onthouding, ironisch gezien gewoon weer een verlangen waar de kapitalistische verleidingsmachine op in kan spelen. Er ontstaat zo een hele industrie die ons in de behoefte probeert te voorzien om juist aan die dictatuur van overvloed te ontsnappen. Onthouding is dan een manier om enerzijds aan deze roep om identiteitsvorming te voldoen en anderzijds om zich (tevergeefs) te verzetten tegen een totaliserend systeem van overmaat.

Zelfs in onze pogingen tot onthouding denken we dus nog in individualistische termen

Zelfs in onze pogingen tot onthouding denken we dus nog in individualistische termen. En precies dit vormt het grote tekort van de filosofie van de onthouding tot nu toe: of er nu voor het verstand of juist voor het gevoel gepleit wordt, altijd wordt er uitgegaan van het individu. Terwijl juist het sterke individualisme een belangrijke grond is voor de vermoeidheid en overprikkelbaarheid van de mens; de voortdurende vraag naar het zelf en naar onze identiteit legt een enorme druk op het individu. De Vlaamse filosofe Patricia de Martelaere stelde dezelfde diagnose en gaf daarom een warm pleidooi voor een onthouding van het ik in een essay getiteld ‘Een tikkeltje minder menselijk’. Over het onderscheid tussen het gevoel en verstand schrijft ze: ‘Rationalisme en romantiek zouden dan, veeleer dan als rivaliserende posities, gezien kunnen worden als keerzijden van eenzelfde medaille: de gulden decoratie waarmee het ik zichzelf onderscheidt. De ontwikkeling van de rede en die van de emoties sluiten elkaar niet uit, maar gaan hand in hand in iedere samenleving die het individu centraal plaatst. Wie zich wat dieper bezint op de oorsprong en de eigenlijke draagwijdte van allerhande menselijke emoties komt tot de bevinding dat ze zonder uitzondering wortelen in een diepe betrokkenheid op het ik.’

Nu op het einde van mijn essay blijft de grootste vraag onbeantwoord; hoe ziet een nieuwe filosofie van onthouding eruit? Een nieuwe filosofie van de onthouding die verder dan het individu kijkt, is nog niet geschreven. Wel kunnen we onszelf uitdagen om te kijken naar filosofische ideeën waar het individu een minder centrale rol inneemt, zoals de oosterse filosofie. Ook is het waardevol om met een nieuwe blik oude verhalen over onthouding te herzien. Terugblikkend op de mythe van Odysseus, kunnen we misschien nieuwe vragen stellen. Waarom beschouwen we Odysseus als de enige held in het verhaal? Is de mythe van Odysseus meer nog dan de viering van een enkele held, misschien een verhaal over een gemeenschappelijke overwinning? En zouden we dan misschien de bemanning in zijn geheel als onze nieuwe helden kunnen zien?

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven