Flickr / purpleslog

Een spiegel voor het Midden-Oosten

Men vreest in Irak een nieuwe burgeroorlog sinds de aanval 21 juli jl. op de beruchte Abu Ghraib gevangenis en de tot op heden aanhoudende golf van bomaanslagen. Donderdag 25 juli meldde secretaris-generaal van de VN Ban Ki Moon dat het aantal slachtoffers in de Syrische burgeroorlog de 100.000 heeft gepasseerd. In Egypte staan moslimbroeders en hun seculiere medeburgers lijnrecht tegenover elkaar. Afgelopen decennia hebben zich nergens zoveel conflicten en geweld voorgedaan als in het Midden-Oosten. Wat ligt hieraan ten grondslag?

Menig politiek en religieus leider in het Midden-Oosten wijst graag met beschuldigende vinger naar het Westen. De geschiedenis leert ons dat daar ook wat voor te zeggen is. Zo werd na de Arabische opstand (1916-1918) de Ottomaanse overheersing in het Midden-Oosten beëindigd. Het doel van deze opstand was een verenigd Arabisch Rijk.

Hoewel voor de omverwerping van de Turken met Arabisch bloed was betaald, verdeelden Engeland en Frankrijk onderling het Midden-Oosten via het Sykes-Picotverdrag. Het ontstaan van Israël en het daarmee gepaard gaande conflict met de Palestijnen, komt onder andere voort uit de toen onderhandelde landverdeling. Recenter vielen de VS en bondgenoten in de jaren ’00 van deze eeuw Irak binnen onder valse voorwendselen: de chemische wapens die een acute dreiging voor het Westen zouden vormen, bestonden niet.

Sindsdien is het in Irak nog onrustiger dan eerder onder Saddam Husseins bewind: het sektarisch geweld neemt toe en de centrale regering staat vrijwel machteloos tegen het welig tierende terrorisme in Irak.

Westerse inmenging is echter een magere verklaring voor de conflicten in het Midden-Oosten. Uiteindelijk is het de Arabische latente, maar diepgewortelde intolerantie jegens afwijkende ideeën en opvattingen die verantwoordelijk is voor verdeeldheid en conflicten in deze regio. Het smoort niet in de eerste plaats (Westerse) democratische vrijheden en mensenrechten in de kiem, maar weerhoudt de Arabische bevolking bovendien van een stabiele, vreedzame samenleving an sich.

In de postkoloniale periode heeft de Arabische bevolking namelijk legio kansen gehad vreedzame, stabiele samenlevingen te verwezenlijken. In 1946 werd Syrië onafhankelijk van Frankrijk. Haar intellectuele elite heeft bijna twintig jaar gelegenheid gehad om enige vorm van duurzame stabiliteit te bewerkstelligen. Daarin faalde zij echter: de ene machtswisseling na de andere vond plaats. Zo werd de weg geplaveid voor de Ba’ath-partij die in 1963 de macht greep. Na deze machtsgreep volgende een politieke machtstrijd binnen de Ba’ath-partij die acht jaar zou duren. Aan de politieke instabiliteit in Syrië kwam definitief een einde in 1971: de socialistische linkervleugel van de Ba’ath-partij greep in 1971 definitief de macht onder leiding van Hafiz al-Assad (vader van). Meer dan dertig jaar regeerden de Assads met ijzeren, dictatoriale hand.
Voor die stabiliteit werd een prijs betaald. Zo werden tijdens het Bloedbad van Hama in 1982 duizenden Syrische moslimbroeders gedood.

Uiteindelijk is het de Arabische latente, maar diepgewortelde intolerantie jegens afwijkende ideeën en opvattingen die verantwoordelijk is voor verdeeldheid en conflicten in deze regio.

Kwam de bevolking in Egypte, Syrië en Libië de afgelopen jaren dan niet eensgezind in opstand tegen hun dictators? Op zo’n moment lijkt er inderdaad eensgezindheid en een ware drang naar democratie te bestaan in het Midden-Oosten. Na verloop van tijd blijkt echter dat men weinig van de eigen geschiedenis geleerd heeft. Men handelt er in ieder geval niet naar. Het afwerpen van het Ottomaanse juk leek een daad van een eensgezind Arabisch volk. Niets was echter minder waar.

In De Zeven Zuilen van Wijsheid beschrijft T.E. Lawrence, beter bekend als Lawrence of Arabia, hoeveel moeite het de Britten kostte om de verschillende religieuze, sektarische stromingen binnen het Arabische volk in toom te houden. De Britten zagen het Ottomaanse Rijk graag uiteen spatten en steunden de Arabieren in hun opstand. Nadat de Ottomanen in oktober 1918 met hulp van de Britten de fatale nederlaag was toegebracht, kregen de Arabieren het echter alweer snel met elkaar aan de stok.

Dat een dergelijke verdeeldheid van alle tijden is, wordt onder andere geïllustreerd door de huidige animositeit tussen het seculiere Vrije Syrische Leger en islamistische bewegingen als Al-Nusra. Waar zij eerder tezamen optrokken tegen Assad, staan ze elkaar nu naar het leven. Een ander voorbeeld: ruim een jaar geleden moest Mubarak en zijn militaire regime gedwongen het veld ruimen onder druk van een standvastig, eensgezind volk dat riep om democratie en vrijheid. Op 3 juli jl. kon het Egyptische leger op brede, seculiere steun rekenen toen het de democratisch gekozen president, moslimbroeder Mohamed Morsi, afzette.

Sindsdien staan Egyptische moslimbroeders en hun seculiere landgenoten op voet van oorlog. Ondertussen zwelt in Irak het geweld tussen sjiitische en soennitische moslims opnieuw aan. Als de geschiedenis ons iets leert, is dat alleen een militair, dictatoriaal regime zoals in het Irak van Saddam Hussein, het Egypte van Mubarak, het Libië van Khadafi en, tot voor kort, in het Syrië van Assad een vorm van stabiliteit en eenheid kan garanderen in het Midden-Oosten en zo sektarisch geweld kan voorkomen.

Het afwerpen van het Ottomaanse juk leek een daad van een eensgezind Arabisch volk. Niets was echter minder waar.

Afgelopen augustus vielen ruim 1300 doden bij een gifgasaanval in Damascus. Het tekent wederom de nietsontziende intolerantie en diepe verdeeldheid in het Midden-Oosten die de kop opsteekt, zodra er een machtsvacuüm ontstaat. Hoe wrang ook, een nieuwe Westerse interventie, laat staan een beperkte strafmissie wegens het gebruik van Saringas, zal daar (opnieuw) geen verandering in brengen. Het zou van de Amerikaanse President Barack Obama hoogstens de volgende Lawrence of Arabia maken. Kortom, de onderlinge verdeeldheid in het Midden-Oosten is fundamenteel en hardnekkig en blijkt vooralsnog te groot om, op welke manier dan ook, te overbruggen.

Niet alleen Westerse inmenging, maar vooral intolerantie; het onvermogen om over ideologische, religieuze verschillen heen te stappen en te focussen op wat men gemeen heeft, ligt ten grondslag aan de verdeeldheid en conflicten in het Midden-Oosten. Als bevolkingsgroepen in het Midden-Oosten niet nader tot elkaar komen en geen enkele vorm van fundamentele tolerantie tot elkaar ontwikkelen, zullen zij de ellende over zichzelf blijven afroepen en daar ook verantwoordelijk voor zijn. Het niet (h)erkennen van deze realiteit laat zien dat het de Arabische bevolking en haar leiders aan kritisch, reflectief vermogen ontbreekt. Misschien moest men in het Midden-Oosten eens goed in de spiegel (leren) kijken. Dan wordt misschien beseft dat men kan leren van dat verfoeide, en vroeger tevens verdeelde, Westen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
3 Reacties
  • 'Arabieren zijn intolerant'. Ik vraag me af wat de meritis ervan is om over bevolkingsgroepen met grote verschillen in religie, nationaliteit, taal, ethniciteit, opleiding, sekse, politieke affiliatie, etc., met een omvang van vele honderden miljoenen, in deze termen te spreken. Een analyse van de rol van intolerantie in politieke besluitvorming, specifieke maatschappelijke processen, misschien zelfs in bepaalde uitingen van discours, religieus, literair, of wat dan ook, zou interessant kunnen zijn. Maar het idee dat intolerantie - of welke massapsychologische karaktereigenschap dan ook - het wezenskenmerk van de tijdloze Zeitgeist van De Arabier is, lijkt me in wezen racistisch. Het idee dat het Midden-Oosten één monolithisch Arabisch blok is, nee, zou moeten zijn, lijkt me in tegenspraak met de oproep om pluraliteit te erkennen (tolerantie). Natuurlijk moet er een andere manier gevonden worden om met pluraliteit om te gaan dan geweld en ik roep hier niet op tot cultureel relativisme, maar de Europese invulling van tolerantie ('doe lekker waar je zin in hebt, het kan mij geen reet schelen', dat verdacht dicht bij onverschilligheid ligt en ironisch genoeg zelf een vorm van (cultuur)relativisme is) lijkt me in dit geval niet het exportmiddel bij uitstek.

  • Leon, dank voor je reactie.  Naar mijn mening is het niet zozeer de inhoud van mijn artikel, maar met name jouw reactie die getuigt van zwart-wit denken (letterlijk én figuurlijk). Verder vraag ik me af waarom ik beter had kunnen analyseren wat de rol van intolerantie is in politieke besluitvorming, ‘specifieke maatschappelijke processen’ (ik heb lang nagedacht over wat je hier nou mee bedoelt) of ‘bepaalde uitingen van discours, religieus, literair of wat dan ook’. Dat is toch een compleet andere invalshoek? Die voor jou, zoals jezelf aangeeft, interessant is, maar erg weinig zegt over intolerantie jegens ‘anders denkenden’ in de Arabische wereld en de gevolgen daarvan in het algemeen. Dát is waar mijn stuk over handelt.

    Hoe dan ook, de reden, doelend op jouw ‘merites’, om in dit geval generaliserend te spreken over Arabieren en intolerantie is, omdat intolerantie jegens een ander geloof, etniciteit, sekse (etc.) zich naar mijn mening niet beperkt tot één groep binnen de Arabisch sprekende, lezende, schrijvende wereld: zowel over (Orthodoxe) Christenen, Druzen, Alevieten, Soennieten, Sji’ieten, (etc.) kan in algemene zin gesteld worden dat hun houding jegens anders denkenden en/of andere (religieuze) opvattingen als intolerant bestempeld kan worden. Er lijkt bovendien weinig voor nodig deze latente intolerantie te doen laten omslaan in geweld. Dus in dat opzicht, ben ik juist niet racistisch: ik verwijt in feite elke bevolkingsgroep binnen de Arabische wereld hetzelfde; ongeacht hun sekse, religie, etniciteit (etc.). Verder, doel ik inderdaad op de Zeitgeist, zoals jij dat noemt, van de Arabier wat betreft (in)tolerantie. Punt is: dat onderbouw ik met voorbeelden/ argumenten. Ik zie nergens in jouw reactie iets dat inhoudelijk het tegendeel bewijst. Het enige dat je meldt, is dat je het racistisch vindt. Los van of het racistisch is, klopt het?

    Wellicht ten overvloede, ik ben me terdege bewust dat er ook een (grote) groep Arabieren is, ongeacht hun achtergrond, die tolerant zijn, open staan voor andere ideeën en religies. Zij hebben echter moeite, op z’n zachtst gezegd, de overhand te krijgen in het M-O.

    Dat ik volgens jou zou vooronderstellen dat het Midden-Oosten één monolithisch Arabisch blok is, begrijp ik gezien voorstaande dus niet. In feite zeg ik juist dat de Arabische wereld geen monolithisch blok is en in combinatie met een gebrek aan tolerantie voor diversiteit, dat heeft men dan gemeen, een bron van conflict is in het Midden-Oosten. Jouw gegeven definitie van Westerse tolerantie deel ik overigens ook niet. Ik laat dat even voor wat het is.
    Je mag me eventueel verwijten dat ik gebruikte termen (beter) moet definiëren. Echter, met het oog op het doel van dit artikel; een bepaald perspectief bieden op de huidige chaos in het M-O, en aangenomen dat definities van ‘Arabieren’, ‘Midden-Oosten’ en ‘tolerantie’, zover de doelgroep die nog niet gevormd had, voldoende helder zouden worden door gegeven voorbeelden, heb ik voor leesbaarheid en doelmatigheid gekozen.

  • omar ibanez matus,

    helder stuk. dapper om in deze complexe materie wat orde te scheppen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven