Flickr / Håkon Sillingen

Een talentvolle idioot

Getuigenis: herinneringen van Dmitri SjostakovitsjSolomon Volkov
MemoiresNadjezjda Mandelstam
MoederMaxim Gorki

Gedurende de gehele periode van de Stalinistische terreur klonk er in de Sovjet-Unie onafgebroken één stem van verzet: die van pianiste Maria Joedina. Wie was zij en waarom werd haar tegengeluid geduld?

Wanneer Maria Joedina in september 1899 geboren wordt, krioelt het in Rusland van de kleine revolutionairen – geletterde arbeiders, idealistische aristocraten, studenten, etc. – die zich als mieren kromtillen aan de drukpersen, pamfletten en verboden boeken die ze van het ene plattelandsdorp naar het andere slepen, daarbij slechts gehinderd door een onmachtige bende tsaristische ordebewakers waardoor ze zich zo nu en dan knipogend enige tijd laten opsluiten, zoals zo avontuurlijk beschreven wordt in Maxim Gorki’s Moeder.

Opgroeiend in zo’n omgeving is het onvermijdelijk dat Joedina al op jonge leeftijd in aanraking komt met het marxistische gedachtegoed en aangezien een beetje gevoel voor onrechtvaardigheid haar niet vreemd is – de aanblik van schrijnende armoede doet haar tot haar dood gedachteloos naar haar toch al smalle beurs reiken – stuit het ontluikende communisme haar niet onmiddellijk tegen de borst. Toch is er één punt waarop ze onoverbrugbaar verschilt van de latere leninisten en stalinisten: Joedina is Joods van geboorte en het bestaan van een God is voor haar zó vanzelfsprekend, dat ze bij iedere bewering van het tegendeel belangstelling voor de ontkenner verliest. Het is inmiddels duidelijk dat het communisme zich antireligieus ontwikkelde en vanaf hier laat de zaak Joedina koud. Het is niet met grote verontwaardiging of een bijzondere felheid dat ze zich later afkeert van de partij, als een negatief, integendeel: kinderlijk naïef blijft ze opkomen voor haar eigen overtuigingen – het geloof en de vrije kunst – en dat deze haaks staan op de ‘historische noodzakelijkheid’ waar de partij later de mond zo vol van heeft, is toeval.

De enige verklaring lijkt te liggen in haar pianistische talent, dat tot in de hardst gestaalde regionen van het regime snaren heeft weten te raken

Zo trekt ze zich bijvoorbeeld niets aan van de culturele censuur die de Russische bevolking dient te beschermen tegen de moderne, decadente muziek uit het Westen. Zich van geen kwaad bewust blijft ze tot haar dood in het openbaar stukken uitvoeren van componisten als Stravinski, Hindemith en Berg. Eén keer onderbreekt ze een concert om enkele gedichten voor te dragen van Boris Pasternak, een van de fellere tegenstanders van het regime, bekend om zijn anticommunistische Dokter Zjivago dat gepresenteerd werd in Joedina’s woonkamer. Het zou haar op een Leningrads optreedverbod komen te staan.

Hier is sprake van een uitzonderlijk gegeven: de levensverwachting van een naïeve persoonlijkheid in de stalinistische Sovjet-Unie, met of zonder religieuze inborst, was niet hoog. De goedhartige maar impulsieve dichter Osip Mandelstam, om maar een voorbeeld te noemen, werkte zichzelf in de jaren dertig eigenhandig in de grootst mogelijke moeilijkheden. Met moedeloze trots herinnert zijn vrouw Nadjezjda zich in haar memoires hoe haar echtgenoot, niet gehinderd door enig gevoel voor tact of diplomatie, tijdens zijn verhoren de officieren van justitie te woord stond en van bekentenis in bekentenis rolde. Mandelstam stierf in 1938 in een werkkamp, waarin hij terecht gekomen was om een gedicht dat hij enkele keren opgezegd had, maar nooit opgeschreven. Nadjezjda: ‘Wij leefden temidden van mensen die verdwenen naar het hiernamaals, verbanningsoorden, kampen of de hel, en temidden van lieden die zorgden dat anderen terechtkwamen in verbanningsoorden, kampen, het hiernamaals of de hel.’ In dit licht lijkt het wel een wonder dat Joedina, een goede kennis van de Mandelstams, zonder ooit ook maar verbannen te zijn, op 71-jarige leeftijd een natuurlijke dood sterft.

De enige verklaring, hoe onwaarschijnlijk ook, lijkt te liggen in haar pianistische talent, dat tot in de hardst gestaalde regionen van het regime snaren heeft weten te raken. Zelf is zij zich ook bewust van deze gave. Op zeventienjarige leeftijd – ze zit dan al vier jaar op het conservatorium – schrijft ze in haar dagboek: De muziek is mijn roeping. Hieraan geloof ik, en aan de macht die ik aan haar ontleen.

De nonchalance waarmee zij van deze macht gewag maakt is soms lachwekkend. Joedina bekeert zich in 1919 tot de Oosters-orthodoxe Kerk en vanzelfsprekend onderhoudt ze direct nauwe banden met de orthodoxe gemeenschap. Onder haar nieuwe vrienden rekent ze ook priesters, een beroepsgroep die het leven vanaf de jaren twintig schier onmogelijk is gemaakt. Wanneer er uiteindelijk een bevriende priester na een reeks arrestaties overlijdt en de geheime dienst vervolgens dreigt diens weduwe voor drie jaar naar een werkkamp te sturen, komt Joedina in actie. Ze brengt een bezoek aan de revolutionaire schrijver Gorki, die op dat moment op vriendschappelijke voet staat met Stalin. Of hij geen goed woordje kan doen voor de ongelukkige vrouw. Hij zou erover nadenken, en ter afscheid speelt Joedina nog wat piano. Bij thuiskomst wordt ze ontvangen door een andere priester. ‘Moest–ie huilen?’ vraagt hij. ‘Ja,’ antwoordt Joedina. ‘Dan is het goed.’ De priester had gelijk: de dwangarbeid was afgewend en de weduwe werd slechts verzocht ergens anders te gaan wonen.

Hetzelfde jaar waarin Joedina de orthodoxe geloofsweg inslaat, ontmoet ze ook Dmitri Sjostakovitsj, zeven jaar jonger dan zij en net toegelaten op het conservatorium. Hem wordt door de leraren onmiddellijk aangeraden vooral naar Joedina te luisteren. ‘In een fuga speelt ze alle stemmen met een verschillend timbre!’ wordt hem verteld. Een beetje sceptisch gaat hij eens kijken, maar al snel moet hij in grote bewondering toegeven dat het waar was wat ze zeiden. Hoewel er tussen de twee genieën nooit een vriendschap ontstaat, moet Joedina toch een bijzonder grote indruk op hem gemaakt hebben, al was het maar door haar spel: in zijn memoires wijdt Sjostakovitsj niet minder dan tien pagina’s aan anekdotes over de pianiste.

Sjostakovitsj begrijpt werkelijk helemaal niets van haar: allereerst is daar haar ‘hysterische’ godsvrucht

Sjostakovitsj begrijpt werkelijk helemaal niets van haar. Allereerst is daar haar ‘hysterische’ godsvrucht, die vanaf hun ontmoeting alleen maar toeneemt en die zij ook aan haar spel gaat verbinden. In haar dagboek schrijft ze: Al het goddelijke en spirituele openbaart zich aan mij langs de weg van de muziek. Sjostakovitsj zegt er het volgende over: ‘Joedina speelde altijd alsof ze een dienst aan het leiden was. De Goldberg Variaties van Bach zag ze bijvoorbeeld als een reeks bijbelillustraties. Dat is vergeeflijk, maar het kan af en toe verschrikkelijk irritant zijn.’ Het geloof in het hogere speelt bovendien haar zelfverwaarlozing in de kaart, tot wanhoop van haar naasten. Al wat haar toegestoken wordt, tot een appartement toe, staat ze onmiddellijk weer af aan de kerk. Sjostakovitsj beweert dat hij haar nooit anders dan in dezelfde zwarte jurk heeft gezien, ‘zo vuil en versleten’, en de ontberingen waaraan ze zichzelf onophoudelijk blootstelt slaan onverbiddelijk diepe groeven in het engelachtige gezicht van haar jeugd.

Het is niet verwonderlijk dat ook haar behoedzaamheid ten opzichte van het regime snel het nulpunt bereikt. De zelfonachtzaamheid culmineert in een zekere brief die ze Stalin aan het einde van zijn leven stuurt en waarbij alle bovengenoemde speldenprikken van opstandigheid in het niet vallen. Een ‘zelfmoordbrief’, in de woorden van Sjostakovitsj, die voor iedere andere Rus een enkele reis naar Siberië zou hebben betekend. De aanleiding was een uitvoering van Mozarts Pianoconcert nr. 23. Het concert was over de radio uitgezonden en Stalin had het toevallig gehoord tijdens een vakantie in zijn buitenhuis. Deze ene uitvoering brengt hem zo van slag, dat hij besluit het radiostation te bellen, met de vraag of ze hem een opname kunnen bezorgen. Hoewel er geen opnames waren gemaakt, zegt de radiomedewerker onmiddellijk toe – Stalin tegenspreken was simpelweg niet aan de orde – en bevestigt dat de plaat Stalin morgen nog bereiken zal. Diezelfde nacht worden in alle haast het betreffende orkest en de pianist, Joedina, opgetrommeld. Tot tweemaal toe moet de dirigent worden vervangen; wie kon weten wat de gevolgen van een niet-perfecte uitvoering zouden zijn? Een derde durft de klus uiteindelijk aan, al zij het met bibberend baton. Joedina, ‘voor wie de oceaan nog doorwaadbaar was’ (Sjostakovitsj, het is een dichter), blijft gedurende de hele opname kalm. De plaat wordt gemaakt en de volgende dag bij Stalin afgeleverd. Enkele dagen later ontvangt Joedina per post een enveloppe van Stalin met daarin twintigduizend roebel. Zij schrijft onmiddellijk terug: ‘Ik dank u, Josef Vissarionovitsj, voor uw gebaar. Ik zal dag en nacht voor u bidden en de Heer vragen u uw zonden tegen de mensen en het land te vergeven. De Heer is barmhartig en hij zal u vergeven. Het geld heb ik aan mijn parochie geschonken.’

Haar brief aan Stalin was, in de woorden van Sjostakovitsj, een 'zelfmoordbrief', die voor iedere andere Rus een enkele reis naar Siberië zou hebben betekend

Een zelfmoordbrief. Welnu, hoe kan het zijn dat Josef Stalin, de man die uit angst verraden te worden, zijn oudste jeugdvrienden nog liet opsluiten of vermoorden, deze openlijke vernedering slikte en Joedina spaarde? Het staat vast dat hij de brief onder ogen heeft gekregen. Misschien was het Joedina’s openheid, want hoe achterdocht te koesteren jegens iemand die niets verbergt? Lastige vragen. Wellicht dat de lp die bij Stalins overlijden al draaiende werd aangetroffen op zijn platenspeler in de richting van een antwoord wijst; het was een of ander pianoconcert van Mozart.

Joedina overleefde Stalin zeventien jaar, totdat zij in 1970 zelf het leven liet. Vorige week zou zij 116 geworden zijn. Karel van het Reve bezorgde haar ooit in opdracht van een bewonderaar een doos bonbons, die haar, zo maakte hij op uit een brief die volgde, zeer goed waren bevallen. Van het Reve concludeerde: ‘Soms gebeurt het dat iemand krijgt wat hij verdient.’ Verdient zij niet iets meer? Luister nog eens naar haar, naar haar uitvoering van Liszts bewerking van Bachs Prelude en Fuga in A klein, bijvoorbeeld.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven