Flickr / dissolve

Een tovenaar genaamd Spencer

Spencer Krug is één van de meest bijzondere en excentrieke figuren in de wereld van moderne indie-popmuziek. Hij ziet er overigens niet aanmatigend uit; als het soort persoon dat in een ruimte zou verdwijnen, wellicht bewust. In interviews komt hij over als een artiest die simpelweg muziek wil maken; hij waardeert fans die urenlang zijn teksten willen bespreken maar hij stelt dat dit slechts één van de vele manieren is om zijn werk te beleven. Hij laat de keuze aan zijn publiek. Spencer Krug schrijft, hij zingt en is toetsenist. Sinds 2001 heeft hij bijgedragen aan ruim twintig albums. De werelden die hij creëert worden bevolkt door uiteenlopende figuren: courtisanes, draken, luipaarden, uitstervende buffels, Griekse goden. De teksten klinken abstract totdat er een regel uitspringt die even simpel als hartverscheurend is. Een portret van een tovenaar.

Mijn eerste aanraking met zijn muziek was op een vliegreis richting Boston, ergens in een zomer, in een stoel bij de vleugel. Ik had last van mijn oren maar luisterde toch. Ik herinner me dat ik toen een mentale aantekening maakte: dit klinkt goed. Onthouden. De melodie was misleidend vrolijk, eigenlijk ietwat verontrustend, met een pakkende gitaarlijn. De zang was overslaand, hees en meeslepend. Maar het waren vooral de flarden tekst die opvielen, een uitgerekt, gepijnigd "Don't…", opgevolgd door "…get too close. You'll detect the West coast air in my chest, and the way I hold it in there.” De regel die volgde bleek tevens de titel van het nummer te zijn: “It's the taming of the hands that came back to life”, afgemaakt met “...when she synchronised swam on the ice in '03… Oh, but enough about me." Die met overtuigende minachting gezongen laatste zin bleef me bij. De flarden absurdistische dialoog en onsamenhangende, maar sprekende beelden waar de rest van het nummer uit bestond gaven de indruk van een mysterieuze en uitnodigende wereld, één die net buiten bereik leek te zijn.

De teksten klinken abstract totdat er een regel uitspringt die even simpel als hartverscheurend is.

Een kort overzicht van Krug’s muzikale geschiedenis schetst een beeld van een rusteloze artiest. Bekend werd hij door een samenwerking met Dan Boeckner, zanger van Handsome Furs. Krug’s eerste persoonlijke eigenaardigheid, zijn voorliefde voor dierennamen, gaf deze samenwerking haar naam: Wolf Parade was geboren. Boeckner en Krug maakten rockmuziek met swagger maar vrijwel zonder traditioneel macho-geluid. In plaats daarvan vond men overpeinzingen over de relatie van een zoon met zijn vader, een meewarige blik op oneindige vooruitgang en als onbetwist hoogtepunt het door Krug geschreven I’ll Believe In Anything. Het was vooral het sparren tussen Boeckner en Krug wat Wolf Parade tot een interessante luisterervaring maakte. Boeckner vertegenwoordigde hier de meer traditionele muzikant; zijn nummers zijn korter, conventioneler en vaak direct pakkend. Krug’s kenmerken – zoals zijn eerder genoemde voorliefde voor dieren, en voor obscure Engelse woorden – vielen in Wolf Parade al op, maar kwamen pas echt tot uiting toen Krug een eigen band begon: Sunset Rubdown.

Ze begonnen klein, met ruwe demo’s opgenomen op een slaapkamer. In 2009 volgde hun debuutplaat, Shut Up I Am Dreaming: een completer en meer uitgesproken werk dan alles wat Krug tot dan toe gemaakt had. In tegenstelling tot die eerste demo’s ondersteunden de galmende piano’s op Shut Up... in plaats van dat ze overstemden. Een echt drumstel en echte gitaar namen de plek in van hun eerdere digitale benaderingen. Opeens was tekst verstaanbaar genoeg om een onuitwisbare indruk achter te kunnen laten: “There’s a kid in there and he’s big, and dumb and he’s... kind of scared, and he’s too old to be there”. Nog meer dieren - slangen, luipaarden, paarden - en hun ruiters passeren de revue. De karakters op afsluiter en titeltrack Shut Up I Am Dreaming Of Places Where Lovers Have Wings dansen om elkaar heen en staren naar elkaar vanaf verre kusten, heen en weer geslingerd tussen hun geloof (‘He wants to send you drawings, drawings of men with faithful hands; they will make such good boyfriends’) en de emotionele ontlading van venijnige gitaren. Dit album, en de twee die zouden volgen, voelen aan als koortsdromen en bevestigen keer op keer Krug’s talent voor het combineren van herkenbare situaties met de onnavolgbare logica van dromen. Het is niet voor niets dat hij zijn eigen dromen bijhoudt en deze vaak als voornaamste inspiratiebron van zijn werk aandraagt.

Alles is onmiskenbaar afkomstig van de hand van een uniek talent, een zonderlinge tovenaar, een slaapwandelend enigma.

Terugluisteren naar zijn schetsmatige eerste demo’s onthult nog een uniek gegeven in Krug’s werk. Veel van deze composities zijn namelijk in andere vormen terug te vinden op latere Sunset Rubdown albums, en delen van deze liedjes staken zelfs over naar andere projecten. De mate van intertekstualiteit binnen zijn oeuvre draagt bij aan het gevoel dat zijn muziek al opwekt: dat alles wat hij ooit maakte onderdeel is van een groter geheel, de eerdergenoemde mysterieuze maar uitnodigende wereld. (Delen van) nummers blijven jarenlang rondspoken totdat Krug ze nieuw leven inblaast, en het is nooit te voorspellen waar en hoe ze zullen opduiken. Paper Lace was al eens een interessant maar onaf klinkend wijsje op een album van supergroep Swan Lake (Krug, Carey Mercer van Frog Eyes en Dan Bejar van Destroyer), en de versie die opdook op Sunset Rubdown’s Dragonslayer (2009) sluit af met een fragment uit de studio: “That’s as good as it’s going to get!”

Dit betekent absoluut niet dat alles wat Krug schrijft inwisselbaar is - verre van. Alles wat hij onderneemt lijkt een andere kant van hem te belichten. Van de rechttoe-rechtaan rockmuziek van Wolf Parade, waar hij poogt directer te schrijven, tot de meer persoonlijke en labyrintische composities van Sunset Rubdown; via herkenbare bijdragen aan albums van Frog Eyes, Swan Lake en Fifths of Seven tot de vrije experimentatie van Krug’s meest recente project Moonface: alles is onmiskenbaar afkomstig van één en dezelfde zonderlinge tovenaar, een slaapwandelend enigma.

In een interview met The A.V. Club werd Krug gevraagd wat hij hoopte dat zijn overlevering zou zijn. Zijn antwoord: “When I think of the projects I've been in and the assortment of songs I've put out, I see an image of myself standing on a big pile of random objects. These objects are piled up to make a sort of half-disgusting pedestal. Some of the objects are nice, like shiny toy cars and candle holders and maybe even a pearl or two, some of the objects are neutral, like a kitchen faucet or a half-full bottle of whisky, and some are gross, like fish heads and apple cores and cigar butts. Part of me would love to take away all the apple cores and fish heads, but it's too late. They're there for good. All I can do now is try to think that they are charming. Hopefully others can do the same. That's about the best I could hope for in terms of a legacy.”

Verder lezen:

Introductie tot Sunset Rubdown en Wolf Parade, via Drowned in Sound.

Redelijk compleet overzicht van Krug’s oeuvre, via Consequence of Sound.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Bijzonder? Excentriek? Bestaan er generiekere quasi-alternatieve, twenty-something crypto-hipsters dan deze man?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven