Flickr / andrea joseph

Een trauma bij TL…

Geen woordenboek had deze bedrijfsborrel kunnen definiëren: rieten schermen ter afbakening van de dansvloer, tl-verlichting, spruitjessnacks, bloemgordijnrokken tot onder de enkel. Een voorbijganger slaat het feest gade door een onafgedekt raam. Twijfels ten aanzien van het in Nederland gevoerde TBS-beleid rijzen.

Borrels hebben een verenigend karakter. Er is alcohol aanwezig, de mensen zijn vrij van verplichtingen. Behalve dan dat zij op de borrel moeten zijn. Dat telt alleen niet echt als verplichting. Borrels zijn leuk. Een combinatie van afwezigheid van verplichtingen en alcohol maakt mensen vrijpostig. De vrijpostigheid kent niettemin geen vastomlijnde grenzen. Dat is jammer. Iedereen denkt bij vrijpostigheid aan plezier, misschien aan handtastelijkheden. Voor sommige mensen is vrijpostigheid een tweede wijntje, voor andere micro-traumata aan het rectum. Er is veel mogelijk.

Hendrik was ook een micro-trauma. Voor de buitenstaander althans. Hendriks eigen gedachten daarover waren anders. Hij was zelf het enige trauma dat hij kende. Dat is verre van micro. Hij was niet blind voor anderen, dat niet. Zelf echter ergens de uiterste vorm van zijn, maakt die kwaliteit in anderen herkennen toch wat minder noodzakelijk. Neem een hamer die alle spijkers, in alle soorten ondergrond kan slaan. Zou die hamer er wat aan hebben zichzelf met andere hamers te vergelijken?  Hij was een unicum en nu eindelijk eens niet in algemene zin. Nee. Hendrik bewoog voorbij de notie van ‘iedereen is uniek’. Hij was uniek in pure zin.

De vrouw van Hendrik was een macro-trauma. Vooral diëtisten oordeelden zo over haar. Ze mocht daarom ook niet mee naar de bedrijfsborrel.  Dit kwam heus niet omdat Hendrik nu prompt persona non grata was op de BV. Nooit nam hij haar mee. Mensen dachten dat het angst van hem was. Mensen zouden nog flauwe grapjes maken over haar postuur. Hendrik vond zulke grapjes niet flauw. Hij vond het juist flauw haar mee te nemen naar een borrel met spruitjessnacks; stuk voor stuk zou zij die opgegeten hebben. Hendrik en zijn collega’s zaten op één lijn.

‘Gelukkig is je vrouw er niet, Hendrik’

‘Nee, de spruitjessnacks gaan al zo hard.’

De mensen kenden zijn vrouw wel. Ze was een keer mee naar het bedrijfsuitje: een middagje karten. De collega’s voorzagen een probleem, want de zetels van de karts waren niet zo groot. De collega’s hadden een goede voorspellende gave; de dikke vrouw kwam inderdaad vast te zitten. Het duurde 5 uur eer ze eruit was: de collega’s hadden een middag onbeperkt karten. Omstanders waren gelukkig vriendelijk, verzorgden bitterballen voor het slachtoffer.

Met deze bagage was Hendrik dus ongenood naar de borrel gekomen. Het ontslag was eigenlijk niet meer dan een leuke afwisseling. Voorheen was-ie een micro-trauma met baan, nu een zonder. Voor Marian gold dit alles niet. Natuurlijk was zij wel ongelukkig. Het leven zou mw. Bokhorst nog eens toelachen. Haar gehandicapte kind deed dat wel. Marian wist het gedrag van haar kind echter wel op waarde te schatten. Marian vond dat je gehandicapten ook achterbaks moest kunnen vinden. Zij vond het hypocriet om in zulke gevallen de achterbaksheid tegen de handicap weg te strepen.

Men kon veel zeggen, Marian was geen ongenode gast. Ze was de vrouw van de baas. Velen van de mannelijke werknemers keken met bewondering naar haar. Ondanks haar misère was ze intelligent, doorzettend en niet onaantrekkelijk. Niemand wist alleen van haar vreemde neiging die zich ergens tussen neurose en fetisj bevond. Ze hield er namelijk van op openbare toiletten te poepen. Geen gewone, maar portables. Die van het merk Dixie waren haar favoriet. Zelf vond ze de situatie ook een tikkie eigenaardig. Want waar was het haar nu helemaal om te doen: het publieke karakter of de chemicaliën?

‘Zou ik van jullie toilet gebruik mogen maken?’

‘Nou ja…toilet. Maar…natuurlijk mevrouw’, zei een jonge bouwvakker. Hij was stupéfait.

Marian bleef een kwartier zitten. De oudere bouwvakkers wisten hoe laat het was: een kakker. Het bouwvakjargon kent ook termen die geen betrekking hebben op bouwen. Marian kende geen gêne. Haar drollen waren natuurlijk kleiner dan die van de bouwvakkers. Op de grote hoop was alles eender.

De relatie met haar man, directeur-generaal Bokhorst, leed niet onder Marians rare gewoonte. Wel onder al het andere: eetgewoonten, taalgebruik, kledingkeuze, schoonouders, bestedingspatroon, kookkunsten, opvoeding, vakanties, meubels, de kapotte wasmachine, de tuin, de buren, Harry’s drankgebruik. Na enkele gaan dergelijke irritaties leiden tot langs elkaar heen leven. In het begin was er nog liefde. Marians zwangerschap was het tastbare bewijs daarvan. Even tastbaar was het mislukken van hun liefde toen bleek dat Marian zwanger was van een gehandicapt kind.

Uit pure frustratie besloten beiden bij elkaar te blijven. Ze stortten zich op een project. Voor Harry was dit de BV. Marian besloot de universiteit weer eens op te zoeken. De faculteit der wijsbegeerte had nog wel plek voor een promovendus.  Een gehandicapt kind en een man met een BV waren geen obstakels voor de mensen van HR op de faculteit. Zo begon mevrouw Bokhorst. Haar proefschrift ging over de filosofie van het verstoppen. Het was een tamelijk kort geschrift, zo’n 150 pagina’s. Ze onderzocht de grondslagen van het verstoppen. Dat doen de mensen bij filosofie altijd. Ze nemen een onderwerp en dan gaan ze daar de grondslagen van zoeken. De opperfilosoof zoekt de grondslagen van de grondslagen. Sommigen denken dat de opper-opperfilosoof dan de grondslagen van de grondslagen van de grondslagen onderzoekt. Dat is niet waar. Het zou leiden tot een oneindige regressie en filosofen vinden die vervelend. De conclusie van haar onderzoek was onthutsend. Verstoppen bleek in de kern geen spatio-temporeel probleem, maar een kentheoretisch probleem. Het moment van verstoppen en de locatie van het verstopte bleken plots van ondergeschikt belang. Daarentegen gaat het bij verstoppen om het weten van die locatie en tijd. Om tien over twaalf lag het horloge in de lade van het dressoir. Een reeks van publicaties in vooraanstaande vakliteratuur volgde. Lezingen gaf zijn meermaals per week. Iedereen zocht wel iets.

Op de BV wist niemand van Marians poeppraktijken of haar filosofie van het verstoppen. Voor vrouwelijk personeel was zij gewoon de vrouw van de baas. Voor mannelijk personeel de vrouw van de baas met die grote borsten. Ook voor Hendrik. Hij vond het alleen wat seksistisch een vrouw te reduceren tot haar borstenpartij. Aan de andere kant vond hij ook wel dat je op die manier van 1 toch 2 maakte. Een democratisch voordeel.

Op afstand keek Hendrik toe. Niemand wist dat-ie er was, iedereen vermoedde zijn aanwezigheid wel. Het werd tijd dat Marian en hij elkaar spraken.  Hij pakte een spuitjessnack en stapte op haar af.

‘Ik ben Hendrik.’

‘Dat weet ik.’

‘Ik weet ook dat jij Marian heet.’

‘Ik weet dat jij dat weet.’

‘Waarom spreken wij dan met elkaar?’

‘Omdat jij weet dat ik de vrouw van de baas met die grote borsten ben. Maar je vindt dat ik meer ben dan die twee borsten. Dat is aardig van je.’

‘Hoe weet je dat?’

‘Kom op, Hendrik! Mannen wier vrouw vijf uur lang in een kart hebben vastgezeten kunnen het zich niet veroorloven oppervlakkig te zijn.’

Hendrik stond perplex. Ze was doortastend, die Marian. Hendrik keek naar de spruitjessnack in zijn hand. Enkele druppels van de dressing vielen op zijn schoen. Erotiek.

‘Ik vind dat je dat scherp waarneemt en er een dito formulering op nahoudt.’

‘Je wilt mij neuken. Ik ben de vrouw van de baas met die grote borsten.’

‘Maar mijn vrouw is inmiddels bevrijd uit de kart.’

‘Ben je al dronken?’

‘Nee, ik ben ongenood. Ik ben een trauma. Hoezo vraag je dat?’

‘Dronkenschap is een excuus. Je hebt een excuus nodig om mij te neuken.’

‘Ik ben vruchtbaar. Wij hebben beide een gehandicapt kind.’

‘Dat zijn redenen. Het excuseert ons niet. Je praat de erotiek dood.’

‘Ik ben ontslagen. En dronken.’

Gerelateerde artikelen
Reacties
3 Reacties
  • Knap Justus, je overtreft jezelf steeds weer.

  • "Mannen wier vrouw vijf uur lang in een kart hebben vastgezeten kunt het zich niet veroorloven oppervlakkig te zijn."

    en zo is het.

  • Jammer dat je niet kunt copy-pasten. :p

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven