Wikimedia Commons

Einstein vond iets, ooit

Albert Einstein had ongelijk. De verpersoonlijking van ‘het genie’ is voorbij gestreefd door een onderzoeksgroep aan de TU Delft, zo berichtten verschillende nationale en internationale media vorige week. Zonder uitzondering werd het breed uitgemeten: de onderzoekers uit Delft zouden slimmer zijn dan Einstein. Na tachtig jaar zouden zij namelijk aangetoond hebben dat de quantumwereld echt ‘vaag’ is. Je zou verwachten dat zo’n ontdekking grote gevolgen heeft in de natuurkundewereld, maar nergens werden plannen gemaakt om de relativiteitstheorie uit het curriculum te halen en E is nog steeds gelijk aan mc^2. Integendeel, de reactie was een lauw ‘Oh, dat wisten we toch allang?’. Met hun op Einstein gerichte berichtgeving slaan de media volledig de plank mis. Door deze sensatiezucht gaat relevante informatie verloren en wordt een verkeerd beeld van de wetenschap geschetst.

Het is waar dat Einstein de leidende interpretatie van de quantummechanica ter discussie stelde. Hij publiceerde in 1935 samen met twee andere wetenschappers een artikel waarin ze stelden dat de quantummechanica incompleet was. Ze beschreven een gedachte-experiment waarvan de uitkomst alleen maar te verklaren zou zijn met wat Einstein ‘spooky action at a distance’ noemde: dit gedachte-experiment staat nu bekend als de EPR-paradox. Op dat moment was het niet zo’n vreemde gedachte: de quantummechanica stond nog in de kinderschoenen. In 1964 kwam de natuurkundige John Bell met een antwoord op de EPR-paradox. In het Delftse experiment is nu het sterkste bewijs tot nog toe gevonden voor Bells theorie: een prachtig staaltje experimentele natuurkunde.

Met hun op Einstein gerichte berichtgeving slaan de media volledig de plank mis

Er zou nu een stukje populair-wetenschappelijke uitleg kunnen volgen met katten in dozen, deeltjes die op twee plekken tegelijk zijn en een God die niet dobbelt. Deze voorbeelden zijn echter al behandeld door de Volkskrant in het antwoord op ‘Vijf vragen over de quantumvreemdheid’. Daarnaast doet Trouw nog een duit in het zakje met uitspraken als ‘In de quantumwereld zijn voorwerpen rood én groen, bol én vierkant’, die op een heleboel manieren onwaar zijn. Het op een incorrecte manier populariseren van een theorie die eigenlijk niet in woorden te vatten is, is echter niet uniek en misschien een interessant onderwerp voor een ander artikel. Wat opvalt aan deze kwestie, is de sensatiegerichte berichtgeving.

Kwaliteitskranten Trouw, de Volkskrant en NRC schreeuwden over ‘Einsteins ongelijk’. Dit ongelijk is alleen niets nieuws: elke serieuze natuurkundige was hier allang van overtuigd. Bells theorie wordt behandeld in het eerste jaar van de natuurkunde-opleiding. Daarnaast associeert niemand binnen de natuurkunde deze ontdekking met Einstein, zoals de NOS bijvoorbeeld wel doet met de kop ‘Delftse onderzoekers: Einsteins theorie ontkracht’. Veelzeggend is dat de naam Einstein in het originele Nature-artikel niet wordt genoemd, dit gebeurt voor het eerst in het persbericht dat de TU Delft naar buiten bracht na publicatie van het artikel. Een slim stukje marketing, waarmee de onderzoekers de voorpagina van The New York Times haalden. Maar deze manier van berichtgeving is misleidend en potentieel zelfs schadelijk voor de wetenschap.

De rol van Einstein binnen de natuurkunde wordt door dergelijke krantenkoppen namelijk sterk overdreven. Het staat buiten kijf dat Einstein een groot natuurkundige was, maar ook hij zat er wel eens naast. De EPR-paradox leidde in de jaren 30 tot een relevante discussie, waarin Einsteins stellingname, zoals eerder gezegd, niet opmerkelijk was. De quantummechanica was nog jong en haar implicaties waren grotendeels nog onbekend. Sinds de theorie van Bell is de natuurkunde er steeds meer van overtuigd dat de paradox een oplossing heeft. De media achten de mening van Einstein blijkbaar belangrijker dan wat tachtig jaar aan natuurkunde na hem heeft voortgebracht.

Dit doet niet alleen af aan het werk van al die natuurkundigen sinds Einstein, maar geeft ook een verkeerd beeld van wetenschap zelf. Wetenschap draait zeer zelden om de ideeën van één enkel persoon, maar stoelt op samenwerking en dialoog. Vooruitgang wordt geboekt door groepen wetenschappers die onderling discussiëren en zo elkaars theorieën aanscherpen. Dit valt ook af te zien aan het feit dat er in de natuurkunde nauwelijks artikelen worden gepubliceerd door één auteur - het Delftse paper vormt met negentien auteurs geen uitzondering, en het gewraakte EPR-paper zelf is geschreven door het drietal Einstein, Podolsky en Rosen.

Het feit dat de focus op Einstein in het leven is geroepen door de TU Delft zelf, is kwalijk

Nogmaals, deze auteurs hebben samen goede wetenschap afgeleverd en verdienen het ook zeker om met hun werk in de krant te komen, maar hier heeft de tachtig jaar oude mening van één natuurkundige niets mee te maken. Het feit dat de focus op Einstein in het leven is geroepen door de TU Delft zelf, is kwalijk. Hiermee probeert de universiteit het beeld te creëren dat hun onderzoekers slimmer zijn dan Einstein, maar doet ze tegelijk onrecht aan het wetenschappelijke proces en daarmee aan die onderzoekers zelf. De tendens om een onderzoeker belangrijker te vinden dan diens onderzoek is ook te zien bij programma’s als DWDD University. Hier wordt de wetenschapper zelf op een voetstuk geplaatst als een soort ‘slimme versie van Matthijs van Nieuwkerk’, maar blijft de daadwerkelijke wetenschap vaak onderbelicht.

Het zou goed zijn als de media meer aandacht zouden schenken aan de daadwerkelijke prestatie van de onderzoekers, in plaats van de nieuwswaarde op te hangen aan een irrelevante vergelijking met het oordeel van Einstein. Dit geldt des te meer voor de eerder genoemde mediabedrijven, die allen een wetenschapsredactie hebben die beter zou moeten weten. Er wordt binnen de natuurkunde op veel verschillende vlakken grote vooruitgang geboekt, maar wat Einstein daar precies van zou hebben gevonden is simpelweg niet relevant. Het wordt tijd voor de media om een nieuw boegbeeld te zoeken, daar zal de PR-afdeling van de TU Delft ongetwijfeld kandidaten voor hebben.

Gerelateerde artikelen
Reacties
8 Reacties
  • Andrea Speijer-Beek,

    Interessant stuk. Aan het einde raken jullie aan een ander punt, dat de moeite waard is van het onderzoeken, mijns inziens. Waarom wordt inderdaad gedaan alsof de exacte wetenschapper eenzelfde soort werkwijze heeft als een onderzoeker binnen de 'zachte' wetenschappen? Het cliché van het eenzame genie op de zolderkamer dat in isolatie met de meest briljante ideeën komt is tegenwoordig, zeker in de natuurkunde (m.u.v. snaartheorie, oké) een enorm achterhaald beeld. Is er gewoon niemand in de mainstream media die ook maar enige verstand heeft van de wereld buiten het vrij associëren met gelijkgestemden van vergelijkbare opleidingen, of is er iets anders aan de hand? Jullie lijken te suggereren dat de redacties 'beter zouden moeten weten', waarom blijft het narratief van de wetenschapper dan zo hangen in een romantisch stereotype waar zelfs filosofen niet altijd meer aan voldoen? Wellicht heeft een andere auteur (of groep auteurs) daar een antwoord op.

  • Sjang ten Hagen,

    Wat een prikkelende tekst! Ik ben het met jullie eens dat het kwalijk is dat het Nederlandse publiek soms alleen in staat lijkt te worden geacht om iets van wetenschap op te kunnen steken, als dat in hapklare brokjes wordt geserveerd.

    Jullie argument om Einstein buiten beschouwing te laten, 'hij heeft er simpelweg niets mee te maken', klopt alleen niet. Binnen het onderzoeksveld van de grondslagen van de natuurkunde (ik geef toe; dat is iets anders dan natuurkunde) wordt de EPR paradox door velen wel degelijk als hét beginpunt gezien. Wat dat betreft is het treffend dat de onderzoekers, net als zovelen,  al in de tweede voetnoot naar Einstein refereren (in tegenstelling tot wat jullie daarover beweren). Ook John Bell zelf gaf hoog op over Einstein; hij werd in zekere mate zelfs door dezelfde filosofische principes gedreven. In zijn zoektocht naar alternatieven voor de tot dan toe gangbare interpretatie van de kwantummechanica (waar Einstein zich als een van de weinigen tegen had verzet) kwam Bell er ironisch genoeg achter dat Einsteins lokale wereldbeeld wereldbeeld moest worden opgegeven. Wat Einstein hiervan zou vinden is dus juist wel relevant, aangezien hij, meer dan wie ook, aan de wieg stond van de hele discussie. Dat 'niemand binnen de natuurkunde deze ontdekking met Einstein associeert', vind ik dan ook moeilijk te geloven. Of het moet betekenen dat de kloof tussen natuurkunde en haar filosofie en geschiedenis nog groter is dan ik dacht.

    Het probleem is denk ik, zoals jullie terecht opmerken, te veel focus op behapbare resultaten en individuele helden (al dan niet uit het verleden). Toch heb ik het idee dat jullie wel erg veel schuld neerleggen bij sensatiebeluste media. We moeten niet vergeten dat het hele wetenschappelijke bedrijf zelf zich steeds meer aan het resultaatgerichte denken conformeert. Wanneer stopt de universiteit bijvoorbeeld met het aanstellen van communicatiespecialisten, en geeft ze de prioriteit aan de inhoud, aan docenten en onderzoekers? En niet te vergeten: ligt de belangrijkste verantwoordelijkheid om openheid van zaken te geven niet bij wetenschappers zelf?

  • Leon Schoonderwoerd,

    Dag Sjang,

    Bedankt voor je reactie! Er zij  een aantal punten waar ik graag op in wil gaan.

    Allereerst je opmerkingen over Einstein's bijdrage aan dit onderzoeksveld. Wij ontkennen niet dat Einstein met de EPR-paradox een belangrijke eerste stap heeft gezet. Zoals je zelf ook zegt citeren de onderzoekers een artikel van Einstein. (Wetenschappelijk) citeren is echter iets anders dan het name-dropping van de media: de nadruk ligt hier op de inhoud en niet de persoon, zoals het hoort. (Let ook op het feit dat het geciteerde artikel niet door Einstein alleen is geschreven.)

    Wat daarnaast naar mijn mening nog steeds niet relevant is, is wat Einstein hiervan vond. Hoewel interessant, is zijn gedachtegoed inmiddels 80 jaar oud. Ik denk niet dat er veel natuurkundigen zijn die niet al heel lang overtuigd waren van de effecten van verstrengeling.

     

    Met je laatste punt ben ik het volledig eens. Zoals wij ook schrijven wordt de focus voor het eerst op Einstein gelegd in het persbericht van de TU Delft. Kwalijk, maar goede marketing: de media zijn hier dol op. Als de media de inhoud boven de persoon gaan stellen, zullen PR-afdelingen hierin mee moeten gaan. Pas dan kan er echt geluisterd worden naar wetenschappers die openheid van zaken geven.

  • Ramon Creyghton,

    De communicatieman van de TU Delft blogt (bijna bewonderenswaardig) openhartig, maar vooral ontluisterend: (mijn hyperbolische parafrase) "Er is ingewikkeld nieuws, laten we een oude man --met een flinke haardos-- op een bankje klaarzetten zodat media bij hem kunnen voxpoppen."

    Overigens ben ik het met Sjang's nuancering eens. De crux zit'm ook in Leon's casual vaststelling "dat er veel natuurkundigen zijn die niet al heel lang overtuigd waren (...)". Vanwaar die 'overtuiging'? Behalve de grote naam van Einstein, gaat dit vooral om een oud maar fundamenteel conflict. Het ligt namelijk (misschien te veel) in de aard van media om in een situatie vooral het conflictueuze te willen belichten (soms uitsluitend 'he said , she said'), en de hierboven aangehaalde communicatiestrategie speelt daar maar al te gretig op in. Het sensationele karakter van de berichtgeving en dat gedweep met ons aller genie der gedankenexperimente is ten hemel schreiend, hoewel ik de Volkskrant-strip alleszins tof vond.

    Nu, het conflict is inderdaad niet meer acuut. Niettemin is het in dit geval zinnig om te mijmeren wat EPR ervan zouden vinden, zoals Sjang onderbouwd heeft. Sterker, ik zie het wel degelijk ook als taak van wetenschapsjournalistiek om te belichten hoe conflicten in de wetenschap beslecht worden. (Zijpad: er staat al te veel gejubel over potentieel mensheidreddende 'doorbraken' in de krant, al is men sinds Science in Transition terecht kritischer.) Ik zie niet in hoe een vergelijking met Einstein's opvattingen een eerlijke weergave van de prestaties van de Delftse onderzoekers zou bemoeilijken, integendeel. Daar op een integere manier verslag van doen, lijkt me belangrijker dan het oprichten van een nieuw boegbeeld.

  • Emiel Woutersen,

    Ramon, ook bedankt voor je reactie!

    Ik denk dat het hier vooral gaat over het verschil tussen quantummechanische resultaten en de interpretatie van die resultaten. Het punt dat Leon en ik hebben geprobeerd te maken, is dat deze resultaten an sich niet zo heel verrassend zijn. Sinds Bells ongelijkheden (en trouwens ook sinds het experiment van Aspect in de jaren '80, dat eigenlijk hetzelfde bewees, een aantal 'loopholes' daargelaten), zullen er weinig natuurkundigen zijn die verrast zijn dat er iets als verstrengeling bestaat. Hoe we die resultaten echter moeten interpreteren, dat is een hele andere vraag, een vraag die ook nog steeds geen antwoord heeft. Maar daar heeft dit experiment ons ook niet veel meer over geleerd. Met deze resultaten kan niet uitgewezen worden of de Kopenhaagse interpretatie correct is, ze laten slechts zien dat we, gegeven die conventionele interpretatie, lokaliteit los moeten laten. En dat is nu juist hetgeen dat we dus sinds Bell eigenlijk al wisten. Daarnaast is Einsteins ongelijk ook eigenlijk helemaal niet bewezen, binnen andere interpretaties van de quantummechanica zou (voor zover ik weet, ik ben geen expert) lokaliteit wel behouden blijven.

    Om op je tweede punt in te gaan: mijmeren over EPR blijft inderdaad belangrijk en het zou goed zijn als natuurkundigen (mij incluis) wat meer historisch besef zouden krijgen. Maar ons punt is dat de berichtgeving juist niet integer was in dit geval. Een eerlijke vergelijking met Einstein staat een correcte weergave inderdaad niet in de weg en zou die zelfs kunnen versterken, maar door zich alleen maar op Einsteins 'ongelijk' te richten, was die vergelijking wat ons betreft alles behalve eerlijk.

     

  • Michel van Baal,

    Ha Emiel en Leon,

    Hier die verfoeide persvoorlichter van de TU Delft... 😉
    Allereerst wil ik zeggen dat ik kritiek op de communicatie-aanpak van wetenschap altijd een goede zaak vind. Ik vind het heel goed achteraf de gemaakte keuzes nog eens tegen het licht te houden. Dat probeer ik zelf op mijn blog ook te doen.

    Toch wil ik bij jullie kritische beschouwing wel een paar kanttekeningen maken. Als ik het goed lees is de kern van dit betoog dat ik hier lichtvoetig Einstein bij haal, en te weinig oog heb voor het wetenschappelijke proces. Dat laatste ben ik niet echt met je eens, zie bijv dit blog dat intussen al 64.000 keer gelezen is, waar het hele wetenschappelijke proces toch vrij uitgebreid aan de orde komt.

    Maar dit blog gaat vooral over het eerste: het er bij de haren bij slepen van Einstein, even in mijn eigen woorden. Jullie schrijven daarover 'dit gebeurt voor het eerst in het persbericht dat de TU Delft naar buiten bracht na publicatie van het artikel.'. Sorry, maar dat is toch echt niet waar. In augustus al, toen het artikel op Arxiv verscheen, was er een kleine lawine van publicaties van toonaangevende wetenschapsmedia zoals Nature (of bijv New Scientist hier, of Arstechnica). Allemaal refereren ze uitgebreid aan Einstein. Nature verstuurde bijvoorbeeld deze tweet zeker vier keer. Op dat moment was de publicatie onder peer review, en was er dus nog geen enkele communicatie vanuit de universiteit. Kortom: het belang van Einstein in dit verhaal wordt door grote namen in de wetenschap aangehaald, dat kwam zeker niet eerst van de TU Delft.

    Het tweede punt dat ik toch even wil maken is dat communicatie op een universiteit uiteindelijk de verantwoordelijkheid is van de wetenschappers zelf. Communicatiemensen zoals ik kunnen ondersteunen, maar de wetenschappers hebben bij ons altijd het laatste woord. En zo hoort het ook. In dat licht is het verwijt dat de universiteit een beeld probeert te creëren dat haar onderzoekers slimmer zijn dan Einstein flauw, en daar doe je de betrokken onderzoekers geen recht mee.

    Als laatste: dit is enorm complexe wetenschap, maar wel heel belangrijke. Voor heel veel mensen, en voor veel journalisten is dit zeer moeilijke materie. Om het onder hun aandacht te krijgen zul je ze op een of andere manier moeten fascineren, zodat je daarna het verhaal kan vertellen. Dat is wat 'Einstein' hier doet: mensen fascineren. Helaas lukt het daarna lang niet altijd om het verhaal goed over te brengen, de journalistiek maakt daar haar eigen keuzes en helaas hebben Nederlandse media als RTL en NOS geen wetenschapsredacteuren (zoals de BBC). 

    Dat gezegd hebben: dank voor de reflectie. Ik schrijf en praat graag over mijn vak, de keuzes en de dilemma's. Als je zin hebt, kom maar koffie drinken.

    Michel

  • Leon Schoonderwoerd,

    Dag Michel,
    Leuk dat je reageert, het is goed om te zien dat ons stuk tot de TU Delft is doorgedrongen. Nu de New York Times nog… 😉
    Graag willen wij ingaan op wat volgens ons het belangrijkste punt uit je reactie is: dat het noemen van Einstein het makkelijker maakt, of misschien zelfs noodzakelijk is om interesse te wekken voor een wetenschappelijke ontdekking. Naar onze mening onderschat je hiermee echter de media en het algemene publiek. Zij krijgen nu niet eens de mogelijkheid om daadwerkelijk door de inhoud gefascineerd te raken.
    Wij denken dat ook leken in staat zijn een correct beeld van de wetenschap te verwerken, zonder dat dit wordt vertroebeld door ‘verafgoding’ van één wetenschapper. Zie bijvoorbeeld het DWDD-fragment over de ontdekking van het Higgs-deeltje, of het Australische nieuwsbericht dat je zelf Twitterde. Beide filmpjes noemen de grote namen achter de ontdekking, maar leggen de nadruk op het werk van de wetsnschappers. Wij zouden graag een trend richting inhoudsgerichte berichtgeving zoals deze zien.
     
    Wat betreft je andere punten: wij drinken onze koffie het liefst zwart. Wie weet tot binnenkort?

  • Michel van Baal,

    Ha,
    Nou, volgens mij was het belangrijkste punt of Einstein terecht in dit verhaal voor komt, of niet. 🙂

    Maar dat terzijde, over de vraag of hij het makkelijker maakt:  is dat wel een of/of vraag? Ik ben zelf ook dol op inhoudsvolle berichtgeving over wetenschap, de ervaring leert echter dat een 'haakje' in deze overvolle informatiemaatschappij enorm helpt, zeker voor media die overspoeld worden met persberichten en informatie en daaruit keuzes moeten maken.  En dat gaat helaas echt niet vanzelf. Dan helpt het als je mooi beeldmateriaal hebt, soms een iconische wetenschapper, en soms een onverwachte invalshoek. Ik ben ook voor inhoudsgerichte berichtgeving hoor, maar nog meer voor inhoudsgerichte berichtgeving die een groot publiek bereikt. En daarbij is het een fact of life, dat er aan het eind altijd wel wat te mopperen valt. Daar trekken we dan weer lessen uit, indien mogelijk.

    En verder: let's agree to disagree. Dat mag, he 😉
    De koffie staat hier altijd klaar

    Michel

     

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven