Still uit Mike Judge / Idiocracy

Facebook: the world wide middle man

Het is Facebook gelukt. We hebben het met eigen ogen gezien. In de Coffee Company in Amsterdam - we wisten dat het daar zou gebeuren - opende een meisje een browser op haar Macbook Air, haar startpagina verscheen: Facebook. Facebook was haar startpagina. Omdat wij het bij deze kleine privacy-inbreuk hebben gehouden, weten we niet wat ze als eerste aanklikte. Waarschijnlijk het wereldbolletje rechts bovenin met een uitnodigend 1’tje of misschien zelfs wel een 6’je. Wellicht zo’n clickbait-bericht: ‘Je Gelooft Nooit Waarom deFusie Het Eigenlijk Vrij Matig Doet Op Facebook.’

Deze zomer kondigde Facebook aan dat ze een offensief begint tegen de zogenoemde clickbaits, van die koppen die beloven dat je niet gaat geloven wat je zult zien. Als de pagina achter zo’n uitnodigende kop tegenvalt, en genoeg gebruikers vinden dat tegenvallen, dan verschijnt die pagina voortaan niet meer op de startpagina van het meisje in de Coffee Company in Amsterdam. Facebook kijkt daarvoor onder andere naar de verhouding tussen het aantal kliks en het aantal likes en reacties. Wanneer er vaak op een link wordt geklikt, terwijl de link maar weinig likes en reacties ontvangt, is de kans groot dat het om clickbait gaat. Daarnaast controleert Facebook hoe lang het duurt voordat een gebruiker na het klikken op een link weer terugkomt naar Facebook. Een snelle terugkeer is uiteraard een indicatie voor clickbait. Veel mensen zijn blij met de maatregel: het moet maar eens afgelopen zijn met die schreeuwerige, misleidende koppen, zo redeneren zij.

Als zeven van de tien mensen de sirenezang van clickbaits niet kunnen weerstaan, gooien we de clickbaits eruit.

Maar moeten we wel blij zijn met nog meer algoritmes die bepalen hoe jouw timeline eruit ziet? Natuurlijk, de makers van die clickbaits zijn doorgaans niet gedreven door idealistische motieven en stellen je telkens teleur, maar doet Facebook niet precies hetzelfde? In plaats van te ageren tegen clickbaits, kunnen we ons beter afvragen waarom Facebook ons sommige dingen wel en andere dingen niet laat zien.

Het antwoord is natuurlijk simpel: om zo groot mogelijke, zo snel mogelijke groei te bereiken. Als zeven van de tien mensen de sirenezang van clickbaits niet kunnen weerstaan, gooien we de clickbaits eruit. Facebook is een privaat bedrijf, een bedrijf belust op groei en daarmee hanteert Facebook - geheel terecht - de meest vulgaire vorm van democratie: het recht van de meerderheid.

Deze bedrijfslogica van Facebook kan goed uitpakken, zoals in het geval van clickbait, maar net zo goed desastreuze gevolgen hebben. Want ‘de meerderheid’ of ‘de grootste gemene deler’ is zelden iemand met een sprankelende persoonlijkheid en goede smaak. Als je de eigenschappen die jij deelt met zoveel mogelijk andere mensen (inclusief IS-supporters, mensen die graag naar Eigen Huis & Tuin kijken en mensen die dagelijks de Marqt bezoeken) op een rijtje zet, dan hou je noodzakelijkerwijs een rijtje over van zeer simpele eigenschappen - wat iets anders is dan zeggen dat de meeste mensen simpel zijn, mind you.

Door de grootste gemene deler te willen bedienen verdwijnt langzaam alle ambiguiteit, alle listigheid uit Facebook.

Wat overblijft als grootste gemeenschappelijke deler is simpele humor zoals de Ice bucket challenge-fails, plaatjes van katten en allerhande ‘bizar’ nieuws.

Dit leidt nu al tot een andere maatregel die Facebook neemt om ‘misleiding van de gebruiker’ tegen te gaan: het toevoegen van een satire-label aan satirische berichten. Gebruikers, waaronder zelfs journalisten, klagen al langer dat het ‘nepnieuws’ van websites als The Onion (de Amerikaanse evenknie van De Speld) misleidend of toch in ieder geval erg verwarrend is. Facebook gaat hierin mee, en waarschuwt voortaan gebruikers dat het geen betrouwbaar nieuws betreft.

Als geschiedschrijvers ooit de dag proberen te markeren die het begin van het het einde van de beschaving inluidde, zullen er zeker stemmen opgaan om daarvoor de dag dat Facebook een satire-label invoerde te nemen. Door de grootste gemene deler te willen bedienen verdwijnt langzaam alle ambiguiteit, alle listigheid uit Facebook. De werking van satire draait juist om misleiding. Juist de verbinding met de werkelijkheid, en het (hopelijk) korte moment van verwarring dat dit met zich meebrengt onderscheidt satire van pure onzin.

Satire is een wezenlijk onderdeel van iedere ‘democratische’ politiek. Je snapt satire pas als je het nieuws volgt, je snapt satire pas als je de clichés over VVD’ers en PvdA’ers kent, je snapt satire pas als je je ook zorgen maakt over de manier waarop jouw politieke gemeenschap zich ontwikkelt. Door middel van satire, en door middel van het verspreiden van satire, kan een gemeenschap laten weten wat ze van haar bestuurders vindt. Satire is een vorm van meepraten die verder voert en subtieler is dan stemmen of je 10-seconds-of-fame pakken op standpunt.nl.

Dat er een generatie opgroeit die wordt aangemerkt als de Facebookgeneratie, is op zichzelf nog geen ramp. Dat binnen die generatie de groep die klaagt over de onbetrouwbaarheid van satirische nieuwsberichten zijn zin krijgt, is echter wel degelijk een ramp. Dat zal door geschiedschrijvers worden uitgelegd als de definitieve, onomkeerbare overwinning van de kortzichtige, luie, passieve en ongefundeerd verontwaardigde mens. En dat hebben we dan allemaal aan Facebook te danken.

Een alternatieve gemeenschap van broekloze, werkende mannen is niet ondenkbaar en is zelfs te organiseren.

Wie al te makkelijk roept: ‘nou dan ga je toch van Facebook af!’ - het equivalent van wat we vroeger het ‘er-zit-toch-een-knop-op-je-TV-argument’ noemde - gaat voorbij aan het wezenlijk sociale karakter van social media. Sociale media zijn zoals alle sociale fenomenen in hoge mate dwingend: eraan meedoen gaat vanzelf en ervan afzien is noodzakelijkerwijs een ‘statement’. Ook al is er geen staat die je dwingt om deel te nemen aan de sociale conventie. Het is zoiets als een broek dragen als man: niemand zegt dat het moet, je neemt ook geen standpunt in wanneer je een broek aanhebt, maar zodra je in een rok op je werk verschijnt plaats je jezelf plotseling buiten het normale verkeer.

Facebook gaat alleen ietsjes verder dan de dwang die je als man voelt om in een broek op je werk te verschijnen. Een alternatieve gemeenschap van broekloze, werkende mannen is niet ondenkbaar en is zelfs te organiseren. Het enige wat je nodig hebt is een netwerk van andere mannen die liever geen broeken dragen. En daar wringt de schoen: ieder monopolie kan je omzeilen door een netwerk op te zetten dat het monopolie boycot of anderzijds mijdt, maar Facebook heeft een monopolie op netwerken. Facebook heeft een monopolie op communicatie en online netwerkgedrag. Hoe omzeil je dat?

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven