Flickr / Bradley Gordon

Fantasy zonder escapisme

American GodsNeil Gaiman2001
CoralineNeil Gaiman2003
The Graveyard BookNeil Gaiman2008

Als ‘alles is een construct’ een literair genre zou zijn, zou Neil Gaiman’s roman American Gods daar zeker onder vallen. In een verhaal waar alles en iedereen buiten de realiteit staat en menselijk contact altijd net buiten handbereik lijkt te zijn, houdt enkel het mysterie je op de been. Maar zolang de betere boekhandel voor dit genre nog geen hoek heeft ingericht, is naast de sci-fi en de horror, ‘postmoderne fantasy’ de meest adequate omschrijving, met kenmerken van americana, horror, en verschillende mythologieën. Een optocht van goden, folkloristische en mythische personages en legendes vertelt een verhaal over verhalen en laat je terloops weten hoe zinloos het allemaal wel niet is.

Beklemmend, dystopisch en postmodern: In Gaiman’s universum is het leven niet de moeite waard, waarom is het lezen van dit boek het dan wel?

Een optocht van goden, folkloristische en mythische personages en legendes vertelt een verhaal over verhalen.

Neil Gaiman is een Britse auteur, onder meer bekend om zijn graphic novel The Sandman, romans als Coraline, The Graveyard Book en Stardust, en korte verhalen, zowel voor kinderen als volwassenen. Zijn verhalen zijn vaak eigentijdse mythen, die spelen met conventies van het fantasy- en horrorgenre, en vooral zijn korte verhalen hebben een ironische en luchtige ondertoon. Dit is wat minder aan de het geval in American Gods, dat zich ontvouwt als een heldenreis, schijnbaar zonder doel.

American Gods vertelt het verhaal van Shadow: een man met mysterieus karakter, dat enigszins wordt veroorzaakt door een gebrek aan eigenschappen. Zijn karakter wordt gekleurd door alle andere personages die hij tegenkomt. Nadat Shadow is vrijgelaten uit de gevangenis en erachter komt dat zijn vrouw is overleden bij een fataal auto-ongeluk, wordt hij lijfwacht van Wednesday, een gladde conman, die alles over Shadow blijkt te weten, terwijl hij hem nooit eerder heeft ontmoet.

Met deze ontmoeting begint een lange road trip door de VS, waar excentrieke figuren hun opwachting maken en Shadow opdrachten geven waarvan het doel nooit helemaal duidelijk is. Deze karakters zijn de goden en mythische en folkloristische figuren, die in eerdere eeuwen door immigranten uit alle delen van de wereld zijn meegebracht naar Amerika. Het blijkt dat Wednesday (Wodan) alle goden probeert over te halen om de strijd aan te gaan met de nieuwe goden, zoals Media en de ‘Fat kid’, de nieuwe god van computers en internet. Onder andere Mr. Nancy (Anansi, mythische spin uit Afrikaanse folklore), Czernobog, Easter (Eostre, Germaanse godin van dageraad) en Low-Key Lyesmith (Loki, Noorse god) proberen allemaal hun plaats te vinden in de Amerikaanse samenleving en slagen daar enkel in door zich in een nieuw stereotype te verplaatsen.

Goden en mythische figuren bevolken als mensen de hedendaagse realiteit.

Zo vinden in American Gods twee personificaties tegelijkertijd plaats: goden en mythische figuren bevolken als mensen de hedendaagse realiteit, maar nemen tegelijkertijd ook een nieuwe identiteit aan van recenter cultureel erfgoed uit de VS, zoals de cowboy en de conman. Op deze manier vermengen oude verhalen zich met nieuwe verhalen en illustreert Gaiman de hybride realiteit die door mensen wordt gecreëerd. Anders dan in andere populaire fantasy gebeurt, zoals bij Lord of the Rings of het recentere A Song of Ice and Fire (Game of Thrones), creëert de auteur geen complete fantasiewereld, maar laat hij ons de invloed van fantasie op onze eigen realiteit zien.

Daarnaast wijkt ook de structuur van de roman af van het klassieke epische verhaal in de fantasy. Het grote verhaal over de road trip van Shadow langs verschillende mythische personages door de VS wordt afgewisseld met korte verhalen over mensen die naar de nieuwe wereld migreren en hun goden (of beter: hun ideeën) met zich meebrengen. Deze korte verhalen functioneren tegelijkertijd als afleiding van de ontwikkeling van het plot, wat het tempo van de roman enkel ten goede komt, en dienen als achtergrond om de afbrokkelende status van de gepersonifieerde goden en culturele helden in de hedendaagse maatschappij te laten zien.

Het is alsof Gaiman tijdens het schrijven heeft geprobeerd de postmoderne kritiek een steuntje in de rug te geven. Door te vissen uit zoveel verschillende genres en overleveringen en deze karakters en verhalen te laten imploderen onder druk van maatschappelijke vooruitgang in de echte wereld, lijkt hij bijna een illustratie te schetsen bij de postmoderne roman. In American Gods is geen plaats voor een alomvattend verhaal, een metanarratief. Elk verhaal dat wordt aangezet, wordt onderuit gehaald doordat de personages expliciet fictief worden genoemd. Ze zijn in het leven geroepen door mensen in de werkelijkheid, maar accepteren deze fictieve status blijkbaar niet en mengen zich in die echte wereld.

Ironisch is dan ook het fragment waarin het hoofdpersonage Shadow een damspel speelt met Czernoborg, een zwarte god uit de Slavische mythologie, met als inzet zijn leven. Czernoborg speelt met zwart en Shadow speelt met wit, alsof het niet duidelijk genoeg is dat hier de strijd tussen het goed en kwaad wordt uitgevonden. In deze scene wordt het thema van de roman afgezwakt tot een simpel spel met witte en zwarte stenen en als narratief uit het verband gerukt. Gaiman lijkt hier bewust te spelen met concept van een verhaal.

Cultureel erfgoed creëer je zelf.

Ook het idee van realiteit wordt aan de kaak gesteld. Deze roman geeft je de mogelijkheid om parallellen te trekken met de wereld waarin we nu leven, terwijl andere fantasy je juist voornamelijk helpt daaraan te ontsnappen. Gaiman geeft de goden en fantasiefiguren, die door mensen in het leven zijn geroepen om greep te krijgen op de realiteit, een plek in die werkelijkheid. Fantasie en realiteit lopen door elkaar, want wat verzonnen is wordt realiteit en wat werkelijk is, is misschien wel verzonnen. Gaiman vervaagt daarmee de scheiding tussen wat wij als reëel zien en wat als fantasie en juist deze gelaagdheid maakt American Gods zo intrigerend.

Bij Gaiman is (postmoderne) fantasy er niet om aan de realiteit te ontsnappen, maar om die anders te kunnen zien. Door de onechte wereld van Shadow en zijn reis een zo banaal karakter te geven, waar eigenlijk niets mysterieus is aan het doen en laten van de personages, laat hij ons zien dat er niet enkel één aannemelijke werkelijkheid is, maar misschien wel meer. De wereld houdt weinig steek, maar kan ons telkens opnieuw verwonderen en verrassen.

Gaiman lift het fantasygenre uit het verdomhoekje van fantasy-als-escapisme, stuurt het weg van epische verhalen over verre werelden voor de verloren ziel die het leven buiten de deur soms maar al te lastig vindt. Hij laat zien hoe relevant en urgent fantasy kan zijn. Door personages buiten de realiteit, de oude en nieuwe goden, binnen onze samenleving te trekken, confronteert Gaiman je met je eigen plaats binnen de realiteit. Cultureel erfgoed creëer je zelf. American Gods is een boek over fantasie, en daarmee ontstijgt het de fantasy-categorie.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven