Wikimedia Commons

Feeling the Bern

Afgelopen maandag was de eerste voorverkiezing voor de Democratische presidentskandidaat, in Iowa. Dit wordt gezien als een belangrijke indicatie voor de stand van zaken in het Democratische kamp. Tot enkele maanden geleden zagen analisten in Hillary Rodham Clinton de gedoodverfde kanshebber om Obama op te volgen, maar nu maakt Bernie Sanders het haar moeilijk. Als independent verdedigt hij al 25 jaar socialistische standpunten. Vooral dat laatste heeft ervoor gezorgd dat weinig van zijn wetsvoorstellen zijn aangenomen, wat hem vaak wordt verweten. Dit argument voeren fans van Clinton ook aan: Sanders’ standpunten zijn onhaalbaar, en Clinton heeft de politieke know-how om iets gedaan te krijgen.

Toch is Sanders bezig aan een enorme opmars. Vermoedelijk slaat zijn campagne aan omdat Amerikanen steeds meer tot het besef komen dat ze het niet meer alleen kunnen: 80% van de Amerikanen leeft in de schulden. Bernie Sanders’ campagne draait erom mensen te laten beseffen dat de overheid ze kan helpen. Dat ze, voor zover dat kan in een democratie waarbinnen verschillende mensen verschillende dingen willen, een overheid kunnen verkiezen die hen vertegenwoordigt. In de huidige wetgeving is dat namelijk weinig aan de orde.

Sanders' campagne laat mensen beseffen dat de overheid ze kan helpen

Het Amerikaanse wetssysteem is vaak verbazingwekkend: belastingen zijn zo laag dat alles veel geld kost. Slechte wegen leiden tot meer reparaties. Het wankele zorgverzekeringssysteem kost de gemiddelde Amerikaan twee keer zo veel aan health care als de willekeurige Europeaan. Studenten hebben schulden van honderdduizenden dollars omdat de staat zich niet of nauwelijks mengt in subsidiëring voor wetenschappelijk onderwijs. Het standaardnarratief van Amerikaanse politici is dat dit ‘the American Way’ is.

Deze compulsieve neiging naar ‘zelfredzaamheid’ vertaalt zich vaak in een afkeer jegens de overheid. De Verenigde Staten hebben zich in 1788 verenigd onder een federale overheid – onder de voorwaarde dat de macht van die nationale overheid ingeperkt werd in de grondwet. Uiteindelijk is dit uitgegroeid tot een mentaliteit die nauwkeurig wordt samengevat in een uitspraak van Ronald Reagan. Dezelfde man die verantwoordelijk is voor trickle-down economics: het idee dat belastingvoordeel voor de rijken leidt tot meer investeringen, en zodoende ook tot financiele voordelen voor de armen. Reagan zei in 1986: “The most terrifying words in the English language are: I’m from the government and I’m here to help.” Deze overtuiging wordt vaak gebruikt als argument voor het verminderen van reguleringen en belastingen: inmenging van de overheid is slecht, want de overheid is een log monster dat de vrijheid van mensen inperkt.

Het gevolg van deze beperking is dat andere instanties machtiger worden, maar dat zijn nooit instanties die weinig macht of geld hebben. In de praktijk zien we dat afnemende regulatie de meeste voordelen biedt voor grote bedrijven, zowel in de industriële als de financiële sector. Ook mensen met veel geld varen wel bij de belastingverlagingen. Reaganomics, het argument dat armen dankzij toenemende investeringen van rijken ook voordeel hebben bij tax cuts for the rich, blijkt in de praktijk echter niet te werken. Zie het omvangrijke werk van Piketty dat deze theorie met cijfers ontkracht: in Kapitaal in de 21ste eeuw legt de Fransman uit dat de opbrengst van groot kapitaal hoger ligt dan de gemiddelde economische groei. Dit betekent dat geld zich concentreert, waardoor belastingverlagingen voor de rijken niet leiden tot een gelijkmatige verdeling van het geld dat nu extra in omloop komt.

Sanders keert zich tegen dit narratief. In plaats van voor een “vrijheid van overheidsbemoeienis” (liberty from government) zet hij zich in voor een “vrijheid van sociaal-economische ongelijkheid”. Zijn programma draait om het verkleinen van de welvaartskloof door middel van onder andere nivellerende belastingen, staatsfinanciering van gevorderd onderwijs en het invoeren van een leefbaar minimumloon – regelgeving die de sociaal-democratie in Nederland bijvoorbeeld ook succesvol heeft gemaakt. Sanders durft de overheid te zien als een instantie die haar burgers kan dienen.

Hoe kun je van politici verwachten dat ze bedrijven beteugelen, als ze van die bedrijven afhankelijk zijn?

Binnen de Verenigde Staten is dit een enorme mentaliteitsomslag. Sanders’ campagne, die vooral gebaseerd is op teleurstelling in de overheid enerzijds en hoop op een betere toekomst anderzijds, vindt gretig aftrek. Hij voert al bijna dertig jaar actie voor zijn standpunten, ongeacht de politieke wind van dat moment. In tegenstelling tot de meeste leden van Congress heeft hij geen miljoeneninvesteringen in bedrijven zitten. Dit maakt hem betrouwbaar – samen met het feit dat hij geen donaties van bedrijven accepteert. Zo krijgt Hillary Clinton van alle presidentskandidaten de meeste donaties van bedrijven. Voor 200.000 dollar geeft ze speeches bij bedrijven op Wall Street, waar ze tussen 2001 en 2008 samen met Bill ruim 100 miljoen dollar aan verdiende. Dit is een ander belangrijk argument van zijn campagne: hoe kun je van politici verwachten dat ze bedrijven beteugelen als ze voor hun politieke macht van die bedrijven afhankelijk zijn?

Vorige week zei Robert Reich, Staatssecretaris van Arbeid onder Bill Clinton: Hillary Clinton is the most qualified candidate for president of the political system we now have. But Bernie Sanders is the most qualified candidate to create the political system we should have, because he is leading a political movement for change.” Sinds de nasleep van de Grote Recessie van 2008 begint het bij Amerikaanse burgers door te dringen dat de macht van de overheid wel degelijk belangrijk is. Het begint op te vallen dat burgers op zichzelf machteloos staan tegenover de belangen van het geconcentreerde geld. Bernie Sanders reageert op deze toenemende frustratie met een positief verhaal. Amerikanen kunnen in zijn persoon hun politieke kracht bundelen. En zo hun democratie heroveren.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Mooi stuk, maar ik vrees dat hij het uiteindelijk niet wint van de geldpers van de Clintons.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven