Planet Earth3 by Leda Luss Luyken. Creative Commons

Geachte Ilja Leonard Pfeijffer

Op 28 mei zullen wij elkaar treffen tijdens de ‘Nacht van Rome’ in De Balie te Amsterdam, waar u zult spreken over het thema van die avond: ‘Kennis is Macht’. Ik zal u die avond niet alleen aankondigen als dichter en romanschrijver, maar ook als geëngageerd kunstenaar, een rol die onlangs werd bekroond met de Eduard du Perronprijs. Veel van uw gedichten, romans, essays en columns getuigen van een diepe maatschappelijke betrokkenheid. U noemde zichzelf bij de ontvangstneming van voornoemde prijs niet voor niets ‘een geëngageerd schrijver die verdomme iets te zeggen heeft over de wereld waarin we leven.

Daarbij benadrukte u dat dit engagement verbonden is aan een verantwoordelijkheid die u voelt jegens de maatschappij. Tijdens de Nacht van Rome staat precies deze verantwoordelijkheid van intellectuelen met betrekking tot de maatschappij centraal. Welke macht of invloed heeft een schrijver op de wijdere wereld? En wat kan een schrijver ons bieden met zijn engagement? U stelt: ‘Wat literatuur vermag, is meningen verhelpen. Zij kan de meerduidigheid en de complexiteit laten zien van problemen die we tevergeefs trachten op te lossen met goedkope slogans.(…) Wat nodig is, is het besef dat de realiteit heel veel complexer is dan welke mening of eenzijdige beleidsmaatregel dan ook. Besef van complexiteit is het geweten van de literatuur’.

Die nadruk op meerduidigheid en het verhelpen van meningen beschrijft slechts gedeeltelijk uw bijdrage aan debatten over migratie en Europa. Het is natuurlijk waar dat u in uw boek Gelukszoekers, uw dichtbundel Idyllen en uw columns in nrc.next de complexiteit toont van bestaande problemen, stem geeft aan hen die niet gehoord worden en begrip opwekt voor de onbegrepenen. Maar hier blijft het niet bij. Vaak neemt u wel degelijk op heldere wijze stelling. In uw ‘Brief aan Europa’ uit het recent verschenen ‘Brieven uit Genua’ schetst u een toekomst voor het bejaarde Europa, één waarin het juíst de vluchtelingen zijn die een verjongingskuur voor het continent kunnen betekenen. Het valt op dat u zich in uw werk meestal niet beperkt tot een literaire acrobatiek van meerduidigheid en complexiteit waarin elke stellingname ontbreekt. Het is zeer duidelijk waar u staat in het debat over migratie. Ik heb het idee dat u in dat debat niet enkel destructief meningen wilt verhelpen en postmodern meerduidigheid wilt spuien. Gelukkig gaat u in uw engagement veel verder dan het zaaien van verwarring of het lukraak ontregelen. U heeft, op basis van uw inzichten in de complexiteit van de materie, ook een weloverwogen mening te verkondigen.

Zoveel meerduidigheid dat het de lezer begint te duizelen

Uw stukken over het koningshuis daarentegen schurken veel dichter aan tegen de definitie die u geeft voor literair engagement. Hier worden werkelijk enkel meningen verholpen en is er zoveel meerduidigheid dat het de lezer begint te duizelen. In 2013 schreef u voor de nrc.next een column die aanvangt met het volgende statement: ‘Voor wie principieel nadenkt, is een monarchie onacceptabel. Het is, hoe je het ook wendt of keert, een affront voor de democratie dat het staatshoofd door erfopvolging aan de macht komt. Dat het staatshoofd nauwelijks macht heeft, doet daar niets aan af. Het gaat om het principe’. Vervolgens blijkt echter dat de abdicatie van Beatrix in 2013 alles voor u veranderde. U besluit uw overtuigingen aan de kant te zetten en uzelf moedwillig zand in de ogen te laten strooien: ‘ik [heb] geen zin meer om rationeel na te denken. Mijn principes zijn onveranderd, maar ik besef dat ik de romantiek van het sprookjesachtige verhaal belangrijker ben gaan vinden dan mijn principes (…) ik [wil] de monarchie koesteren als een sprookje waarin je niet genoeg kunt geloven.’ In de afsluitende alinea biedt u uw diensten aan de koning aan, maar dit gaat gepaard met zoveel overdrijving dat het doet vermoeden dat het u allemaal toch geen ernst was: ‘Prins van Oranje, ik buig mijn knarsende knie in mijn roestig republikeins harnas, ontbloot het lemmet van mijn zwaard en leg het aan uw voeten.(…) Mijn pen zal u dienen, Majesteit.’

In dit spel blijft u zelf echter buiten schot

De constante omkering, gelardeerd met grote hoeveelheden ironie, maken eigenlijk elk standpunt in de kwestie belachelijk, verhelpen iedere mening door voor beide kanten begrip op te wekken en beiden tegelijkertijd keihard onderuit te halen. In dit spel blijft u zelf echter buiten schot. Het roept de vraag op of zoveel meerduidigheid niet het risico loopt te verzanden in virtuoze literaire acrobatiek waarin iedere stellingname ontbreekt. Bij de inontvangstneming van de Eduard du Perron-prijs zei u: ‘Waar het om gaat, is dat de maatschappij zichzelf te kort doet als zij de stemmen van haar schrijvers negeert. De schrijvers kunnen best zonder het maatschappelijke debat, maar het maatschappelijke debat kan niet zonder de schrijvers.’ Mijn vraag aan u is of het maatschappelijk debat eigenlijk wel baat heeft bij schrijvers die een meerduidige en daarmee onaantastbare positie innemen. Is het niet juist de schrijver die, door zijn uitzonderlijke inzicht in de beweegredenen van de mens en de complexiteit van de wereld, op weloverwogen wijze stelling kan nemen, meningen kan verkondigen die het, in tegenstelling tot het twitterkanon van ondoordachte oprispingen, wél waard zijn serieus te nemen?

Graag hoor ik van u op de Nacht van Rome, op 28 mei in de Balie,

Vriendelijke groeten,

Lennart Kruijer

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven