Geen apocalyps, maar langzaam verval

In tegenstelling tot de sussende reactie van columniste Rosanne Hertzberger in het NRC van 23 maart, moeten we de monsterzege van Forum voor Democratie (FvD) in de Provinciale Statenverkiezingen wel degelijk “doodeng” vinden. Vanuit een petieterig historisch bewustzijn, stelt de microbiologe daar dat de reflex om de opmars van extreemrechts te vergelijken met de opkomst van het fascisme in de jaren dertig van vorige eeuw — en nu ook weer met de winst van FvD — onterecht is. Het lijkt alsof het al “zestien jaar lang de jaren dertig” is, en daar is Hertzberger doodmoe van. Forum is ook na de verkiezingen nog steeds maar een ‘dwergenpartij’, dus vanwaar al die ophef? Niet alleen begaat Hertzberger een fout door te spreken over iets waar zij niets van weet — geschiedenis; haar vergoelijking van de opmars van racistische denkbeelden is deel van het dilemma waarvoor de democratie nu staat. Achter Baudets overwinning gaat namelijk ons voortschrijdende morele verval schuil.

In een artikel in Over de Muur toont historicus Daniel Knegt ons dat Hertzberger het volledig bij het verkeerde eind heeft. Hij stelt zelfs dat het nog niet ver genoeg gaat om Thierry Baudets politieke discours te vergelijken met de Europese politiek van de jaren dertig. Nee, Baudet heeft zijn ideeën en strategie er aan ontleend. Knegt laat zien dat de leider van Forum inspiratie haalde uit het werk van twee Franse fascisten. Zo is Baudet gevleid door schrijver en collaborateur Pierre Drieu la Rochelle, over wie hij ook een artikel schreef. Bovendien sprak Baudet tien jaar geleden tegen Knegt in Parijs vol bewondering over Maurice Barrès, een rabiaat antisemitisch politicus die zich als eerste nationaal-socialist in 1898 verkiesbaar stelde voor het Franse parlement.

In het denken van Drieu la Rochelle en Barrès zijn opvallende parallellen te vinden met het Forum-fascisme. Volgens hen konden de Joden, gezien als buitenstaanders van een ander ras, nooit helemaal deel uitmaken van het Franse volk, dat zich door een collectief gevoel van afstamming had gevormd tot een nationale gemeenschap. De Joden kregen zo de schuld voor het in de weg staan van de renaissance van deze Franse gemeenschap. De Fransen waren door hun aanwezigheid van zichzelf en elkaar vervreemd geraakt. Het fascisme moest dat gaan ‘herstellen’.

De ernst van de zaak zit hem in de voortdurende normalisering van een racistisch en extreemrechts gedachtegoed sinds Fortuyn

In zijn overwinningstoespraak stelde Baudet dat de “ooit grootste en mooiste beschaving” is ondermijnd door Rutte en consorten, die er mensen “uit totaal andere culturen dan de onze” in hebben binnengehaald. En door dat te omarmen zijn we een zelf-hatend volk geworden, dat haar identiteit overboord dreigt te gooien. Het opwerpen van FvD als het “vlaggenschip van de renaissancevloot”, wat volgt na deze apocalyptische geschiedenisles, beslaat een vergelijkbare fascistische retoriek. De partijstrategie van FvD is zo direct ontleend aan dit fascistische en racistische gedachtegoed van deze omstreden Franse lieden.

De ernst van de zaak zit hem in de voortdurende normalisering van een racistisch en extreemrechts gedachtegoed sinds Fortuyn. Zo zijn we na Wilders aangekomen bij het derde bedrijf van deze klucht. En hoe meer het plot zich ontvouwt, hoe lastiger het wordt om te blijven ontkennen dat we misschien toch in een tragedie zijn beland. Terwijl onze aandacht lijkt te gaan naar de nieuwe acteurs die zijn opgekomen, is de normalisering van een racistisch discours achter de coulissen aan onze aandacht ontsnapt. Baudets overwinning is zo het applaus dat de electorale daad bij het woord voegt.

Zonder historische verschillen weg te poetsen, zouden we hier het onder historici gehoonde motto historia est magistra vitae niet onmiddellijk hoeven schuwen. Zo kunnen we in beraad gaan met Hannah Arendt, die al in 1951 haar boek The Origins of Totalitarianism publiceerde waarin zij overtuigend opzoek ging naar herkomst van het totalitarisme.

Arendt toont zo dat het politiek gebruik van het antisemitisme pas mogelijk werd na de normalisering van deze beeldvorming.

Arendt maakt daarin duidelijk hoe de weg die het antisemitisme voorstelde niet noodzakelijk hoefde te leiden naar tot de Holocaust. Het antisemitisme moest namelijk eerst gepolitiseerd worden en diende uiteindelijk als katalysator voor een hoop andere politieke doelstellingen gericht tegen de natiestaat. Joden waren het doelwit omdat deze door de antisemiet werden geïdentificeerd als een pan-Europese macht die nauw gelieerd was aan de natiestaten, waar ze als bankiers en politiek adviseurs de Europese touwtjes in handen hielden. Ook zouden ze alle pers controleren. De volkswoede tegen de Weimar Republiek — het partijkartel van de jaren dertig — werd daarom door de nazi’s op de Joden gericht. Het volk was na jaren gaan geloven dat die samenvielen met de Europese staatsmachten. Arendt toont zo dat het politiek gebruik van het antisemitisme pas mogelijk werd na de normalisering van deze beeldvorming.

De immigrant lijkt vandaag de dag zo nobel het stokje van de Jood te hebben overgenomen. Waar Arendt stelt dat de Jood geïdentificeerd werd met de macht van de natiestaat, worden immigranten dat echter niet door Forum. Dat geldt eerder voor het politieke establishment, dat net als de NPO en de links geïndoctrineerde universiteiten ‘ons’ met weerwoorden ondermijnen. Gelukkig is er saneringsmachine Thierry. De immigrant, door FvD’er Annabel Nanninga ‘dobberneger’ genoemd, wordt echter wel als gevaar gezien vanwege zijn ‘niet-westerse normen en waarden’ en door de grote getale waarin ze Europa ‘overspoelen’ om hier de samenleving “homeopathisch te verdunnen”.

Dat Baudet parasiteert op een zestien jaar lange erfenis staat buiten kijf.

Dat is niet hetzelfde als de geheime wereldmacht die antisemieten volgens Arendt zagen. Maar dat betekent niet dat dergelijke beeldvorming verspreiden onschadelijk is. Door de stelselmatige herhaling van dit wereldbeeld kunnen immigranten blijven rekenen op een muur, een Europees fort, waarbuiten ze langzaam wegkwijnen in detentiecentra. Ook het in stand houden van het racistische discours, dat nu al zestien jaar gaande is, kan nooit worden goedgekeurd als je mensenrechten onderschrijft. Dat de Europese Unie vanaf 1 april gestopt is met de patrouillemissie Sophia, die drenkelingen uit de Middellandse Zee moest halen, is daarvan een indirect gevolg. Met Arendts observaties in het achterhoofd over hoe de gevestigde beeldvorming van de Joden ertoe leidde dat er op het moment van vervolging beslissende steun aan deze medemensen uitbleef, wordt de maatschappelijke stilte rondom het beëindigen van Sophia een even herkenbaar als lamentabel voorbeeld voor het heden. Europarlementariër Judith Sargentini stapte dan ook op vlak voor de Europese verkiezingen, met als reden dat ze geen verbeteringen voorzag in de discussies over asiel en migratie in het Europese parlement.

Dat Baudet parasiteert op een zestien jaar lange erfenis staat buiten kijf. Dat zou echter noch een reden moeten zijn om Baudet als minder gevaarlijk te bestempelen dan zijn voorgangers, noch om te beweren dat de voortzetting en groei van racistisch gedachtegoed geen verdere consequenties heeft. Arendt schreef:

‘The Nazi brand of antisemitism had its roots in these social conditions as well as in political circumstances. And though the concept of race had other and more immediately political purposes and functions, its application to the Jewish question in its most sinister aspect owed much of this success to social phenomena and convictions which virtually constituted a consent by public opinion.’ (87)

De geschiedenis ligt nog open, en een apocalyps kan nog ver weg zijn of zelfs geheel uitblijven. Wat de afgelopen verkiezingen echter zo schokkend maken is het opnieuw in de stembus bevestigde consent by public opinion van racistische denkbeelden. Dat feit wegwuiven is schlemiel, en deel van het dilemma van normalisering. Het laat onrecht voortduren. Hierin schuilt dan ook het morele verval van Europa: een steeds verder afkalven van de mensenrechten en democratische waarden die we pretenderen te verdedigen. Inmiddels is dat een geruststellende fictie geworden voor iedereen die zich hoog en droog achter de muren van fort Europa nestelt. Zonder dat de media daar vraagtekens bij zetten en dit zelfs vergoelijken, zal dat niet veranderen. Met de fragiele toestand waarin Europa nu verkeert, kunnen we niet langer staan toekijken hoe racistische uitingen de democratie verder uithollen. Ze zijn niet compatibel. De verdronkenen zijn daarvan de stille getuigen. In wat voor Europa willen wij leven?

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven