Geoengineering: een “cool plan” of grootheidswaanzin?

Ondanks internationale afspraken om klimaatverandering tot een “ongevaarlijk” niveau te beperken, is het tot nu toe niet gelukt om de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) significant terug te dringen. Biedt “Geoengineering” een goedkoop alternatief om de opwarming van de aarde alsnog te beperken? Of zijn de mogelijke bijwerkingen erger dan het te verhelpen euvel? Het klimaatdebat is niet alleen van wetenschappelijke aard, maar werpt ook morele vragen op, die ons allen aangaan en waarover we als maatschappij een goed onderbouwde beslissing moeten nemen.

Geoengineering” omschrijft het principe van grootschalige ingrepen in het systeem ‘Aarde’, met als doel het klimaat te controleren. Wetenschappers onderzoeken verschillende methoden van geoengineering. Voorstellen lijken in twee kampen te kunnen worden opgedeeld: ofwel het actief verwijderen van CO2 uit de atmosfeer, ofwel het “witter” maken van de aarde, zodat deze meer zonlicht reflecteert en daardoor afkoelt.

In de eerste categorie passen bijvoorbeeld grootschalige herbebossing en bemesting van delen van de oceaan met ijzer, om de groei van fytoplankton te bevorderen. Het is echter zeer onwaarschijnlijk dat deze methoden genoeg CO2 uit de atmosfeer kunnen verwijderen om alle menselijke emissies te compenseren. Ook in de tweede groep bestaan er verschillende mogelijkheden. De bekendste en (waarschijnlijk) technisch meest haalbare methode is het nabootsen van explosieve vulkaanuitbarstingen.

De uitbarsting van de Tambora bewijst dat het in principe mogelijk is de aarde af te koelen door middel van zwavelinjecties in de stratosfeer

Grote explosieve vulkaanuitbarstingen blazen zwaveldioxide (SO2) in de stratosfeer (de atmosfeer boven ca. 12km hoogte). Dit gas reageert met de aanwezige waterdamp tot zwavelzuur (H2SO4). Dat vormt dan kleine druppels, die een deel van het binnenkomende zonlicht reflecteren, waardoor de aarde afkoelt. Een uitbarsting met dramatische gevolgen was de eruptie van de Tambora-vulkaan in Indonesië in 1815. De uitbarsting leidde tot een dusdanig sterke afkoeling, dat op veel plaatsen de oogsten mislukten en de bevolking honger leed. (De massale sterfte van paarden leidde wél tot de uitvinding van de fiets!). Na enkele jaren was de wolk weer verdwenen en de temperatuur hersteld.

De gevolgen van de uitbarsting van de Tambora bewijzen dat het in principe mogelijk is de aarde af te koelen door middel van zwavelinjecties in de stratosfeer. Om een blijvend, gedoseerd effect te verkrijgen zouden we echter continu een zorgvuldig berekende hoeveelheid zwavel in de stratosfeer moeten blazen – misschien wel tientallen megaton (1Mt = 1 miljard kg) per jaar. Ingenieurs vermoeden dat dit met speciale vliegtuigen gedaan zou kunnen worden, die binnen enkele jaren ontwikkeld kunnen worden.

Naast de beschreven risico’s brengt geoengineering ook morele vraagstukken met zich mee

Mogelijkerwijs kunnen we met zwavelinjecties niet voor álle opwarming door broeikasgassen compenseren. Bij hoge concentraties gaan de wolkendruppeltjes in de stratosfeer samenklonteren, waardoor ze minder goed reflecteren en sneller naar de grond vallen. De grootte van dit effect wordt nog onderzocht. Alsnog is het waarschijnlijk dat we een afkoeling van enkele graden teweeg kunnen brengen.

Al zou het lukken om de gemiddelde temperatuur constant te houden, dan kunnen we alsnog niet alle effecten van het broeikasgas tegengaan. Waarschijnlijk zouden wind- en neerslagpatronen verschuiven en de gemiddelde neerslag afnemen. Daarnaast zou geoengineering weinig effect hebben op de oceaanverzuring, dat naast klimaatverandering het voornaamste gevolg is van verhoogde CO2-concentraties. Sterker nog, geoengineering veroorzaakt mogelijk zelfs een aantal milieuproblemen. Zo zullen zwavelzuurdruppels na ongeveer één jaar in de stratosfeer, toch langzaam naar de grond vallen – in de vorm van zure regen. Daarnaast zou het zwavelzuur de chemische afbraak van schadelijke stoffen in de atmosfeer kunnen verstoren, waardoor luchtvervuiling kan toenemen. Zwavelverbindingen in de stratosfeer zouden bovendien de ozonlaag verder kunnen aantasten. Maar de effecten van zwavelinjecties op de aarde zijn nog onvoldoende onderzocht voor een eenduidig oordeel.

Als we geoengineering door zwavelinjecties eenmaal toe zouden gaan passen, wordt het moeilijk ermee te stoppen, want het afkoelende effect heeft, zonder regelmatige injecties, slechts een tijdspanne van ongeveer één jaar. Als we daarmee ophouden, warmt de aarde alsnog binnen enkele jaren op naar de temperatuur die door het broeikaseffect wordt bepaald. Deze snelle opwarming is waarschijnlijk schadelijker dan een geleidelijkere opwarming, waarbij ecosystemen en mensen meer gelegenheid hebben zich aan te passen. Deze onomkeerbaarheid maakt het extra belangrijk om niet overhaast voor geoengineering te kiezen.

Het is niet ondenkbaar dat een paar rijke landen of zelfs grote bedrijven dit in hun eentje uitvoeren zonder toestemming van de rest van de wereld.

Naast de beschreven risico’s brengt geoengineering ook morele vraagstukken met zich mee. Zo bestaat er ruimtelijke ongelijkheid in wie er worden geraakt door de gevolgen van geoengineering. Voor geoengineering zullen bepaalde keuzes moeten worden gemaakt. Bijvoorbeeld zou deze methode in sommige gebieden de kans op ernstige droogte kunnen verhogen. Daardoor is het mogelijk dat bepaalde regio’s door geoengineering juist slechter af zijn. Het is een moeilijke vraag of we hiervoor mogen kiezen, ook al zouden veel mensen ervan profiteren.

Deze morele vraagstukken kunnen niet door enkele klimaatwetenschappers worden beantwoord. Sterker nog, de vraag is of een enkeling of een selecte groep vertegenwoordigers in achterkamertjes over een zo belangrijke kwestie moet beslissen. Maar dit risico bestaat. Aangezien de technische implementatie van zwavelinjecties mogelijk niet vreselijk duur is, is het niet ondenkbaar dat een paar rijke landen of zelfs grote bedrijven dit in hun eentje uitvoeren zonder toestemming van de rest van de wereld. Een huiveringwekkende gedachte.

De beslissing vóór of tegen geoengineering gaat ons allen aan.

Toch moeten we geoengineering niet bij voorbaat verwerpen. Geoengineering is misschien geen goed alternatief voor een snelle vermindering van broeikasemissies, maar het zou wel een waardevolle aanvulling kunnen zijn. Stel, bijvoorbeeld, dat de mensheid er net niet in slaagt de opwarming van de aarde onder de tijdens het Parijs-akkoord vastgestelde ondergrens van anderhalve- of twee graden te houden. Dan zouden we gedurende enkele decennia gematigd geoengineering kunnen toepassen om net onder de grens te blijven en de kans op rampzalige terugkoppelingseffecten verkleinen, zonder enorme hoeveelheden zwavel te hoeven injecteren.

Het is de taak van wetenschappers om door verder onderzoek de onzekerheden over de efficiëntie en mogelijke gevolgen (zowel ecologisch als economisch en maatschappelijk) van geoengineering te verkleinen, en samen met ingenieurs naar zo veilig mogelijke technische oplossingen te zoeken. Maar academisch onderzoek is niet genoeg: De resultaten moeten de basis vormen voor een breed en open maatschappelijk debat, dat tot een weloverwogen keuze vóór of tegen geoengineering leidt. In elk geval moeten er op tijd – lang voordat geoengineering technisch mogelijk wordt - bindende internationale afspraken moeten worden gemaakt om solitaire acties te voorkomen. Geoengineering heeft de potentie om de klimaatverandering te beperken, maar het brengt ook grote risico’s met zich mee, en de beslissing vóór of tegen geoengineering gaat ons allen aan.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven