Geronimo en de onmogelijkheid van indiaan-zijn

Geronimo’s story of his lifeGeronimo & S.M. Barrett1906

In 1905 liet de Native American Geronimo zijn levensverhaal opschrijven door S.M. Barret onder de titel Geronimo's story of his life. Geronimo hoopte hiermee de aandacht van president Roosevelt te winnen om samen met zijn volk terug te mogen naar zijn vaderland. Dit is nooit gebeurd.

Het conflict is zo oud als de Verenigde Staten zelf. De ongelijke machtsverhoudingen, ontwikkeld sinds de komst van Columbus, die het continent in 1492 ‘ontdekt’ had, zijn nog altijd actueel. De leefwijze en tradities van indianen worden nog steeds gekoloniseerd. Ze leven in reservaten, kampen met gezondheidsproblemen, hebben slechte voorzieningen. Verdragen waarin bepaalde afspraken zijn vastgelegd, worden nog steeds geschonden. Sommigen zijn van mening dat de indianen nooit zijn gekoloniseerd, maar simpelweg zijn verdreven. ‘Indianen zijn, anders dan de Afrikanen, met hun genocide vrijwel uit ons collectieve geheugen verdwenen,’ schrijft columnist Fennema dan ook in de Volkskrant. Toch zijn er nog miljoenen native Americans in Noord-Amerika, waarvan velen regelmatig botsen met de federale overheid. Net zoals ik de generaliserende term ‘indiaan’ of ‘native American’ gebruik, gebruik ik de termen ‘kolonisator’ (als de dominante bezetter) en ‘kolonist’ (als de eerste pioniers).

Veel indianen vechten nog altijd voor gelijke rechten en hun cultuur. Er zijn talloze voorbeelden te noemen van onderdrukking. Zo werd in 2017 de Dakota pipeline aangelegd, dwars door het grondgebied van de Standing Rock in North Dakota, door heilige gronden en oude begraafplaatsen. Ook brengt de pijplijn een gevaar met zich mee voor het drinkwater. Natives probeerden de bouw te stoppen met vreedzame protesten, maar werden door de politie beschoten, in elkaar geknuppeld of bij vrieskou natgespoten. Obama probeerde de pijplijn te annuleren of uit te stellen, maar Trump liet deze meteen aanleggen. De gevreesde olielek is inmiddels werkelijkheid geworden.

Sommigen zijn van mening dat de indianen nooit zijn gekoloniseerd, maar simpelweg zijn verdreven

De Europees-Amerikaanse kolonisatie op de native Americans leidde tot de vernietiging van indiaanse stammen, de taal, het land en de gebruiken. Door het contact met de kolonisten zijn miljoenen indianen gestorven aan ziektes, genocide, oorlog en gedwongen volksverhuizingen. De indiaanse cultuur werd verboden; deze werd soms letterlijk uit ontvoerde kinderen geslagen. Dat het koloniseren voortduurt, is te zien aan de alcoholverslaving onder indianen, die in verband te brengen is met trauma’s die generaties lang niet worden verwerkt. Kortom, ze zijn nog altijd niet genezen van hun verleden (en heden) van ongelijkheid. De indiaan heeft niet dezelfde toegang tot de gezondheidszorg, onderwijs en andere publieke domeinen als andere groeperingen. Native Americans blijven buitengesloten van de maatschappij. De kolonisator heeft zich nooit teruggetrokken, en zou dus meer ruimte moeten toestaan om het dominante discours te ontwrichten.

Geronimo’s indiaanse naam was ‘Goyaalé’, soms ook gespeld als ‘Goyahkla’ of ‘Goyathlay’ (‘hij die gaapt;). Hij was de leider van de laatste indiaanse strijdkracht die zich uiteindelijk overgaf aan de Verenigde Staten. Omdat hij zo lang volhield tegen zo’n grote overmacht, werd hij de beroemdste Apache aller tijden. Voor de pioniers en settlers van Arizona en Mexico was hij een bloeddorstige moordenaar, en dit beeld bleef bestaan tot halverwege de twintigste eeuw. Geronimo werd niet alleen gehaat door de Euro-Amerikanen, maar ook door sommige Apache, die vonden dat Geronimo onbetrouwbaar was en te lang haat zaaide tussen hen en de Verenigde Staten, in een tijd waarin ze hun strijd al lang moesten opgeven.

Geronimo was een van de laatste vrije strijders, heeft meermaals in een reservaat gezeten, is christelijk geworden, alcoholist, gokverslaafd, heeft in shows opgetreden en zich uitgeleend voor politieke doeleinden. Hij heeft het allemaal meegemaakt.

In 2011 reageerden indianen woedend op het gebruik van de naam Geronimo voor de missie om terroristenleider Osama bin Laden te doden. Volgens de native Americans was het een belediging om Geronimo in één zin te noemen met Bin Laden. Het leger gebruikte de naam Geronimo niet voor het eerst. Al in 1940 schreeuwden Amerikaanse parachutisten ‘Geronimo!’ wanneer ze sprongen. De legende vertelt dat Geronimo zijn tegenstanders bang maakte door zijn naam te schreeuwen voor een aanval. Het leger stopte met de kreet, maar de term leefde voort in de militaire verbeelding. Sterker nog, het leger zit vol terminologie afkomstig van de indianencultuur, stelt Amerikaans activist Laduke: ‘You’ve got Black Hawk helicopters, Apache Longbow helicopters, you’ve got Tomahawk missiles’. Laduke is van mening dat hiermee de de oorlogsvoering tegen de inheemsen voortduurt.

Omdat Geronimo zo lang volhield tegen zo'n grote overmacht, werd hij de beroemdste Apache aller tijden

In 1905 ging Geronimo akkoord om zijn verhaal aan S.M. Barret te vertellen, die het vervolgens opschreef. Geronimo wist dat hij gehaat werd, maar hoopte weg te mogen uit het reservaat en terug te keren naar zijn vaderland. Roosevelt vroeg Geronimo zelfs om mee te rijden in de parade van zijn inauguratie in 1905. Hier verzocht Geronimo mondeling om de terugkeer naar zijn thuisland. Roosevelt weigerde, omdat het te gevaarlijk zou zijn (ook voor Geronimo zelf) om hem vrij te laten. Even later kwam de autobiografie uit, en in een laatste wanhopige poging droeg Geronimo het werk op aan Roosevelt.

In deze ‘autobiografie’ wordt Geronimo in de titel, de foto’s en de hoofdstukken naar voren gebracht als de spreker, maar algauw blijkt dat Barret ons vertelt hoe wij Geronimo’s verhaal moeten lezen. De presentatie van Geronimo wordt beheerst in de inleiding, de verantwoording en de eindnoten. Zo lezen we niet de authentieke Geronimo, maar een boek dat vooral bestemd is voor het Amerikaanse, letterkundige discours, en niet ter verbetering van de leefomstandigheden van de Apache. De westerling spreekt hier voor de native, en daarmee is het een soort ‘silencing act’. Waar de koloniale status wordt veroorzaakt door het elimineren van natives, wordt de postkoloniale status veroorzaakt door het onderdrukken van natives op een epistemologisch niveau.

We lezen hoe het Geronimo onmogelijk is gemaakt terug te keren naar zijn thuisland. Ik sta kort stil bij een aantal fragmenten uit het laatste hoofdstuk, Hopes for the future. In het eerste fragment blikt hij terug op gemaakte en vervolgens geschonden beloftes, terwijl hij bereid was om zich over te geven aan de blanke leefwijze:

‘In the treaty with General Miles we agreed to go to a place outside of Arizona and learn to live as the white people do. I think that my people are now capable of living in accordance with the laws of the United States, and we would, of course, like to have the liberty to return to that land which is ours by divine right. We are reduced in numbers, and having learned how to cultivate the soil would not require so much ground as was formerly necessary. We do not ask all of the land which the Almighty gave us in the beginning, but that we may have sufficient lands there to cultivate. What we do not need we are glad for the white men to cultivate.’

Geronimo is bereid om alles wat hem is aangedaan te vergeten voor een vredige dood in eigen land

Geronimo gaat op de knieën voor de president en smeekt om een laatste kans op het behoud van een stukje eigen land. ‘Our people are decreasing in numbers here, and will continue to decrease unless they are allowed to return to their native land’. Hiermee maakt hij het een zaak van leven of dood. Deze gedachte benadrukt hij in het volgende fragment:

‘It is my land, my home, my fathers land, to which I now ask to be allowed to return. I want to spend my last days there, and be buried amongst those mountains. If this could be I might die in peace, feeling that my people, placed in their native homes, would increase in numbers, rather than diminish as at present, and that our name would not become extinct.’

Maar als de blanke leefwijze dan toch moet domineren, zegt Geronimo:

‘I know that if my people were placed in that mountainous region lying around the headwaters of the Gila River they would live in peace and act according to the will of the President. They would be prosperous and happy in tilling the soil and learning the civilization of the white men, whom they now respect. Could I but see this accomplished, I think I could forget all the wrongs that I have ever received, and die a contended and happy old man.’

Geronimo is bereid om alles wat hem is aangedaan te vergeten voor een vredige dood in eigen land. Hij heeft jaren weerstand geboden, maar komt er nu achter dat hij niets meer kan uitrichten. De autoriteiten hebben de indianen niet gered en Geronimo moest sterven in gevangenschap. Maar de indianen zijn er nog. Ze zijn geen verdwenen sprookje, al willen film en televisie ons dat graag doen geloven. De nobele indiaan, die ooit volledig in harmonie de hele dag met Moeder Aarde een vredespijp rookte, is net zo’n schadelijk stereotype als de indiaan als werkloze alcoholist. Hoe is dit relevant voor ons, hier en nu? Ook Nederland is onlangs geconfronteerd met de indiaan, toen Tivoli Vredenburg besloot geen feesten meer rond het cowboy-en-indianen-thema te organiseren. Dit leverde een soort Zwarte-Piet-discussie op, waar naast begrip ook veel haat werd gezaaid. Wellicht dat ik via het voorbeeld van Geronimo het begrip heb kunnen vergroten.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Mooi stuk Derko. Ik vraag me alleen een paar dingen af over het gebruik van het woord kolonisatie, wat jij gebruikt in dezelfde vorm als ''cultural appropriation'' heet in het Engels

    Ten eerste: we moeten ons volgens mij niet afvragen of de Indianen of 'native Americans' over de eeuwen heen ontzettend veel leed en onrecht is aangedaan. Daar is iedereen het over eens, en het zou goed zijn als de Amerikaanse overheid nu eindelijk eens een dialoog aangaat met de overgebleven gemeenschappen om te kijken wat ze echt nodig hebben.

    Maar:
    1) volgens mij willen veel indiaanse gemeenschappen juist géén gelijkheid met de blanke man (of vrouw). Ze willen toch juist niet opgaan in de witte samenleving, en juist hun eigen cultuur en bestaan behouden? Dat is het tegenovergestelde van gelijkheid.

    2) Waarom maak je de verbinding met een kinderfeest en het onrecht van de Indiaan? Die twee zaken hebben misschien psychologisch wat met elkaar te maken, maar politiek of moreel niet. De historicus Willem Melching heeft hierover een column geschreven voor de Volkskrant. Cultural appropriation is juist hoe culturele uitwisseling plaatsvind; het is de manier waarop verbinding kan ontstaan.

    Dat jij (en met jou vele anderen, waaronder waarschijnlijk veel defusie lezers) het onrecht dat is aangedaan koppelen aan een onschuldig kinderfeest is een vermoeide poging om vooral met je eigen gevoel van schuld om te gaan, en heeft eigenlijk niets te maken met het feit dat de Amerikaanse overheid nog een lange weg te gaan heeft om haar verantwoordelijkheid te nemen.

  • Dag Marijn,

    Dank voor uw reactie. Deels kan ik me in uw standpunt vinden. Ik ben het met je eens dat de focus zou moeten liggen op het hedendaagse, politieke beleid. Een dialoog voor een (eer)herstel en wellicht 'a case for reparations.'

    Wat betreft punt 1, ik bedoel ook geen gelijkheid in cultureel/moreel/religieus opzicht, maar politiek en juridisch. Dat ze als gelijken worden gezien als het gaat om gezondheidszorg, aanspraak op land, enz.

    2. Juist in dat kader van gelijkheid maak ik een verbinding met het kinderfeestje. Ik heb niet het idee dat het thema 'indiaan' bijzonder leeft in dit land, maar de recente aandacht was interessant. Het is het niet mijn primair doel om dat kinderfeestje te verbannen, maar juist een gesprek aan te gaan. Dat het ietwat psychologisch verwantschap toont maar op politiek/moreel niveau niet, vind ik wat kort door de bocht. Het is wellicht niet direct aan te wijzen, maar juist aan de hand van Melchings column kunnen we hier wat over zeggen.

    Hij schrijft dat het concept van toe-eigening 'lachwekkend' is en neemt het op de hak door te zeggen dat Aziatische musici dan ook geen Bach meer mogen spelen. Wat mij betreft is het ook goed dat we culturen niet als statische eenheden zien, en dus iedereen overal vanaf moet blijven en alleen zijn eigen gevoelsmatig omlijnde traditie mag beoefenen. Maar daar is het me niet om te doen. Als we kijken naar machtsongelijkheid, stereotypering en representatie komen we op een heel ander gesprek. Is de representatie van Aziatische musici een schadelijk stereotype voor Bach en wordt hij daarmee (of zijn volgelingen) onderdrukt? Ik heb me hier niet voldoende in verdiept, maar ik waag de sprong om te denken dat dit niet het geval is.

    Wanneer in het geval van de Native Americans telkens alleen de focus wordt gelegd op het beeld van de indiaan met verentooi, de verdwenen indiaan, de verzonnen indiaan, de nobele indiaan, de 19e -eeuwse indiaan, de indiaan enkel in relatie tot de cowboy, en deze representatie steevast als stereotype op feestjes wordt geuit, lijkt me hier een verschil te bestaan in relatie tot het voorbeeld van de Aziatische toe-eigening van Bach. De contemporaine native American krijgt namelijk in bovenstaand voorbeeld geen aandacht, terwijl, wat je zelf zegt, daar de focus moet liggen.

    Melching vindt het gevaarlijk als iedereen naar een etnisch hoekje wordt verbannen. Mij lijkt een radicale classificatie ook niet de oplossing, maar zoals je zelf ook aangaf, de samenhang en gelijkheid is juist niet gewenst onder de Native Americans, dan toch liever ‘de apartheid’. En dan gaat het niet over Indianen tegenover blanken, maar dat de Indianen hun eigen cultuur willen articuleren, zonder door de mond van zogenaamde westerse samenhang te moeten bestaan. Dus geen etnische classificatie, maar tribale erkenning, culturele diversiteit, dekolonisatie van generalisatie, enz. Ze willen hierdoor juist NIET als eendimensionale subjecten bezien worden. En dan verdwijnt solidariteit dus ook niet als sneeuw voor de zon, zoals Melching vreest, maar ontstaat er ruimte voor solidariteit. Melching schrijft een leuke column, met volgens mij ook goede bedoelingen, maar lijkt juist de verschillen te willen ontkennen.
    Het doemscenario dat Melching schetst over de Joden gedurende het nazi-tijdperk gaat denk ik ook niet op (tenzij in vergelijking met de 19e-eeuwse Indianenoorlogen, toen de Indianen niet als de Ander werden geaccepteerd, maar daar hoeven we het dus niet meer over te hebben.) Melching vreest dat een groep, eenmaal apart gezet, net als de Joden in de steek wordt gelaten en aan hun lot worden overgelaten. Als geïsoleerde groep maken ze geen schijn van kans en vormen ze een makkelijk slachtoffer. Volgens Melching is dat het resultaat van een strikt doorgevoerd diversiteitsbeleid. 'De samenleving valt dan uiteen in groepen die elkaar het licht in de ogen niet zullen gunnen.' Volgens mij is dat aan de hand waarin het gesprek niet wordt aangegaan, dan heb je dus geïsoleerde groepen in reservaten die aan hun lot worden overgelaten. Maar nu heb ik wat mij betreft al teveel 'voor' de Indianen gesproken, terwijl mijn beweegreden is om te kijken waar het Westen voor de Native American spreekt, om vervolgens dat te analyseren. Dat kan dan als 'lachwekkend' aanvoelen voor anderen, maar wat zegt dat precies? Als ze met een voorbeeld van Aziatische musici in relatie tot Bach aankomen, zegt dat volgens mij dat ze het niet zo goed begrepen hebben. Bach is westerse canon, daar mag je als geschoold musicus, uit welk land dan ook, best aanzitten zonder dat we daar etnische classificaties op loslaten, daar is volgens mij niet schadelijks aan (maar wijs mij op de negatieve gevolgen, als ze er zijn).
    Melching sluit af met: 'Het zou beter zijn om die energie te gebruiken voor het zoeken naar het gemeenschappelijke in de samenleving.' Ja, prima, maar daarbij is het dus wel zaak om te kijken wie dominant is in dat gesprek, in welke taal dat wordt gevoerd, welke regels daarbij op voorhand zijn bepaald, enz.
    Jij sluit af aangaande mijn vermoeide poging om met mijn eigen schuld om te gaan. Dit doet me denken aan het concept 'white savior complex', wat mijn uitgangspunt zou zijn voor deze bemoeienis. Stel dat het zo zou zijn, een roep om schuld en drang tot verbeteren, ben ik niet van mening dat het per direct elk engagement diskwalificeert. Ik ben van mening dat het discours waarin ik mij begeef zich wel degelijk verhoudt tot zaken waar de Amerikaanse overheid ook mee bezig is/mee bezig zou moeten zijn, maar goed, wellicht dat dit weer een thema is voor een nieuwe blog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven