Flickr / Pamla J. Eisenberg

Gezondheidsadvies voor aanstaande ouders: (w)eten voor twee

Mijn moeder heeft de hardnekkige neiging alle krantenartikelen te verzamelen die in de verte iets te maken hebben met mijn onderzoek. Onlangs gaf ze me een artikel (of was het toch een onomwonden hint dat ze het tijd vond voor het oma-schap?) waarin prof. Dick Swaab vertelt dat de zwangerschap een essentiële periode is voor een goede ontwikkeling van de hersenen. Hierin bepleit Neerlands bekendste neurobioloog: ‘Niet alleen de eerste drie maanden maar de gehele negen maanden zijn cruciaal. Alles wat de moeder tijdens die periode doet en binnenkrijgt, kan zijn weerslag hebben op het kind’.

Iedere aanstaande moeder zal even moeten slikken bij het lezen van de uitspraak van Swaab. Immers, als alles wat zij doet of binnenkrijgt tijdens die negen maanden de toekomst en de gezondheid van haar kind beïnvloedt, wat moet zij dan allemaal doen (of juist laten)? Helaas kwam in het artikel niet aan bod dat de basis voor een gezonde ontwikkeling gedeeltelijk al voor de geboorte is gelegd en dat ook de vader hierbij een cruciale rol speelt. Want terwijl vaak met een belerend vingertje naar de aanstaande moeder wordt gewezen, opperen wetenschappers dat ook de gedragingen van vader aan de wieg staan van het toekomstige welzijn van het kind, via epigenetische veranderingen van het DNA. Epigenetische veranderingen zijn subtiele aanpassingen aan de structuur van het DNA; doordat een chemische groep (bijvoorbeeld een methylgroep) bindt aan het DNA (DNA-methylatie), of aan de eiwitten waarmee het DNA is verpakt (histon-methylatie), kan gen-activiteit worden geregeld.

Niet alleen de eerste drie maanden maar de gehele negen maanden zijn cruciaal.

Uitspraken als die van Swaab zijn gebaseerd op een grote hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek. Aan de basis van dit onderzoek ligt de door Prof. David Barker geformuleerde ‘Developmental Origins of Health and Disease’ hypothese. Deze hypothese stelt dat al tijdens de vroege ontwikkeling (vanaf het prille begin van de zwangerschap) de basis wordt gelegd voor een gezond lichaam, inclusief gezonde hersenen. Dat is ook niet zo verwonderlijk; voordat een bevruchte eicel is uitgegroeid tot een volwassen mens, vinden er heel wat groei- en ontwikkelingsprocessen plaats en tal van deze processen beginnen al vlak na de bevruchting. De kans dat deze processen allemaal goed verlopen hangt af van een heleboel factoren –  niet alleen natuurlijke aanleg (genetica, nature) maar ook invloeden uit de omgeving (nurture).

Externe factoren zoals blootstelling aan hevige stress of ondervoeding kunnen de ontwikkelingsprocessen – en het tijdstip waarop deze plaatsvinden – beïnvloeden. Helaas is een foutje onderweg niet zo gemakkelijk meer ongedaan te maken en dat maakt ons extra kwetsbaar tijdens de allervroegste levensfase. Zeker, ook na de geboorte (tot het eind van de adolescentie) vindt er nog veel ontwikkeling plaats, en daarbij spelen (epi-)genetica, omgevingsfactoren, levensstijl en opvoeding een cruciale rol. Maar het begint allemaal inderdaad al in de baarmoeder waar de omgeving wordt bepaald door ‘wat de moeder doet en binnenkrijgt’. Kortom, het staat niet ter discussie dat (ook) zwangere vrouwen er goed aan doen voldoende en gevarieerd te eten en blootstelling aan giftige stoffen waaronder alcohol, drugs en sigaretten te mijden. Wellicht dat deze adviezen ook wel gelden voor vaders in spe?

Al voordat de zwangerschap een feit is heeft de vader namelijk niet alleen genetische informatie aan de bevruchte eicel geleverd, maar ook epigenetische informatie. Die epigenetische informatie, die sterk wordt beïnvloed door omgevingsfactoren, staat meer en meer in de wetenschappelijke spotlights. Immers, epigenetica leert ons dat nature (de genen, het DNA) wordt beïnvloed door nurture (de omgeving). En het lijkt er steeds meer op dat epigenetische veranderingen in het sperma blijvende gevolgen kunnen hebben voor de volgende generatie.

Hoewel men nog niet precies begrijpt hoe, zijn er aanwijzingen dat epigenetische veranderingen kunnen worden overgedragen van vader op kind. Zo zijn kinderen waarvan de vader vlak na de hongerwinter is geboren (en dus zelf in de baarmoeder werd blootgesteld aan ondervoeding) gemiddeld dikker zijn dan kinderen van vaders die niet waren blootgesteld.

Ook in dieren zie je de effecten van de voeding van de vader terug in de gezondheid van de kinderen. Zo kregen vadermuizen die werden gevoed met eiwitarme voeding kinderen met epigenetische veranderingen in de lever. En nog interessanter: epigenetische veranderingen kunnen zelfs leiden tot veranderingen in gedrag. In een experiment werd een ‘vadermuis’ blootgesteld aan de geur van aceton terwijl hij tegelijkertijd een mild elektrisch schokje kreeg; nadat de vadermuis dit een aantal keer had meegemaakt vertoonde hij angstig gedrag zodra hij het luchtje rook, zelfs als hij geen schokje kreeg. Toen deze vadermuis nakomelingen kreeg, bleek dat deze ‘kindermuizen’ veel meer op hun hoede waren bij het ruiken van aceton dan bij andere luchtjes. Zelfs de ‘kleinkinderen’ van de vadermuis (opamuis voor hen) vertoonden angstig gedrag in aanwezigheid van de geur van aceton, hoewel ze zelf nooit hadden geleerd de geur te moeten vrezen. Wetenschappers lieten zien dat er in het sperma van de vadermuis een epigenetische verandering aan het DNA had plaatsgevonden en dezelfde veranderingen waren vervolgens aantoonbaar in de reukhersenen van de nakomelingen, waardoor ze mogelijk gevoeliger waren voor het luchtje.

Epigenetische veranderingen (zoals verhoogde of verlaagde DNA-methylatie) hebben invloed op de manier waarop het DNA zit verpakt in onze cellen. Dit is bepalend voor welke genen ‘aan’ en ‘uit’ staan. Hoewel DNA (waarin erfelijke informatie zoals oogkleur en bloedgroep ligt besloten) aanwezig is in alle cellen van ons lichaam, ziet een huidcel er heel anders uit dan een hersencel. Dat komt omdat er in verschillende celtypen verschillende genen ‘aan’ staan. Stukjes DNA die voor een bepaalde cel niet belangrijk zijn, zitten zo compact verpakt dat eiwitten die de code aflezen en vertalen er niet bij kunnen. De code van het compacte stukje DNA kan dan niet worden afgelezen en het gen staat ‘uit’ (het gen komt niet tot expressie). Andersom geldt dat stukjes DNA die wel tot expressie komen losjes zitten verpakt zodat eiwitten die deze genen aflezen er goed bij kunnen. Epigenetische veranderingen kunnen het verpakte DNA compacter of juist meer open maken. Hierdoor kunnen omgevingsinvloeden via epigenetica, zonder de genetische code te veranderen, genen aan of uit zetten.

De leefstijl van beide ouders staat aan de basis van een goede en gezonde ontwikkeling van het kind.

Nu steeds meer studies laten zien dat de gezondheid van de vader van belang is voor de gezondheid en het functioneren van zijn toekomstige kind, wordt het tijd dat er meer aandacht komt voor algehele gezondheid van man en vrouw gedurende hun vruchtbare jaren. De basis voor een goede, gezonde ontwikkeling ligt namelijk niet enkel bij de moeder en daarom moeten we ons niet alleen maar richten op alle potentiële bedreigingen voor het kind tijdens de zwangerschap veroorzaakt door de moeder, maar op de leefstijl van beide ouders.

Daarnaast moeten we niet vergeten dat er naast alle ingewikkelde biologische processen voor en tijdens de zwangerschap ook belangrijke periodes van ontwikkeling en groei plaatsvinden in alle jaren na de geboorte. Zoals onze ouders al wisten: een veilige, stimulerende en gezonde omgeving ná de zwangerschap is bepalend voor het toekomstige welzijn van het kind. En zo heb je als ouders, ook na die negen maanden zwangerschap, nog jaren de kans om de gezondheid en het brein van je kind te vormen, met gezonde voeding, een aai over de bol, of simpelweg door het bewaren van een krantenartikel.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven