Wikimedia Commons

Goed voorbeeld doet goed volgen

Nederland prijkt in de top van vele internationale ranglijsten: tevredenheid, sociale zekerheid en leefbaarheid zijn allemaal zaken die in ons land goed voor elkaar zijn. Wanneer het echter op de man-vrouwverdeling aankomt, is het treurig gesteld met ons land.

Er bestaat namelijk nog altijd een loonkloof van gemiddeld 18,5%, de helft van de vrouwen is niet economisch zelfstandig en het blijft voor vrouwen lastig tot in de hogere bestuurslagen door te dringen. Als het gaat om het aantal vrouwen op hoge wetenschappelijke posities bungelt Nederland ver onderaan de lijsten. Nederland scoort met slechts 15% vrouwelijke hoogleraren als een van de laagste landen in Europa: alleen België, Luxemburg en Cyprus doen het minder op dit gebied, aldus de monitor vrouwelijke hoogleraren. Dit is niet alleen gênant, maar eigenlijk ook wel gek. Al jaren gaan er meer meiden dan jongens naar de universiteit, die bovendien gemiddeld sneller en met hogere cijfers afstuderen. Maar hoe hoger men op de wetenschappelijke ladder klimt, hoe instabieler de treden worden voor de vrouwelijke helft en hoe minder vrouwen de top bereiken. Dit probleem van de ‘lekkende pijplijn’ wordt wereldwijd erkend en is het grootst binnen de bètawetenschappen. Waar op de middelbare school nog de helft van de meiden een natuurwetenschappelijk profiel kiest, dalen deze percentages snel en zijn er op hoogleraarniveau slechts 9,5% en 7,4% vrouwen binnen respectievelijk de natuur en techniek. Dit betekent dat er nog niet eens één op de tien hoogleraren een vrouw is!

Geen ExcuusTruus, maar Michelle Rolmodel

De verantwoordelijkheid hiervoor wordt vaak bij de vrouwen zelf gelegd. Ze zijn niet ambitieus genoeg, te onzeker, moeten zich assertiever gedragen op de werkvloer en moeten vooral gewoon harder werken. Het moge duidelijk zijn dat niet alleen vrouwen baat hebben bij een eerlijkere verdeling; uit talloze onderzoeken is gebleken dat diverse teams beter presteren. Het wordt dus tijd dat de academische gemeenschap ook zijn verantwoordelijkheid neemt en een eerlijkere man-vrouwverdeling stimuleert. Zorg dat de vrouwelijke wetenschappers zichtbaarder zijn, door bijvoorbeeld bij elke opleiding minstens één vak door een vrouw te laten doceren. Nee, geen ExcuusTruus, maar een Michelle Rolmodel!

Want hoe moet een hardwerkende, zelfverzekerde en assertieve studente een weg naar hoogleraarschap vinden, als er weinig tot geen voorbeelden zijn die deze weg voor haar hebben bewandeld? Al sinds onze jeugd wordt het belang van voorbeeldfuncties erkend: leren doe je door naar je ouders te kijken en deze na te doen. Zonder goed voorbeeld is het lastiger om zelf het goede pad te bepalen. Het belang van dergelijke voorbeeldfuncties ofwel rolmodellen wordt op de universiteit enorm onderschat.

Rolmodellen zijn personen die een voorbeeldfunctie hebben door de functie die ze verrichten en daarbij dienen als inspiratie voor anderen: ze motiveren anderen om hetzelfde te bereiken. Iemand wordt rolmodel doordat zijn of haar succes haalbaar lijkt en een individu zich met het rolmodel kan identificeren: er is een overeenkomst tussen rolmodel en het individu. Beiden hebben bijvoorbeeld dezelfde afkomst, werken in hetzelfde vakgebied, óf zijn beiden vrouwen in de bètawetenschap. Vrouwelijke rolmodellen zijn extra nodig omdat vrouwen in de bètawetenschappen zich momenteel in een minderheidspositie bevinden. Rolmodellen laten de leden van de minderheidsgroep - de vrouwen in dit geval -zien dat voor hen ook een soortgelijk carrièrepad weggelegd kan zijn en dat niet alleen de meerderheidsgroep - de mannen - bepalend is.

Diverse wetenschappelijke onderzoeken tonen bovendien het grote effect van vrouwen voor de klas aan: meiden presteren beter én denken positiever over bèta-gerelateerde onderwerpen als ze daarover leren van een vrouwelijke docent (Zie bijvoorbeeld dit onderzoek van Harvard). De extra motivatie en het geloof in de haalbaarheid van het succes, zal de doorstroom van vrouwen binnen de bètawetenschap bevorderen.

Het probleem van de lekkende pijplijn speelt al jaren, en ondertussen zijn er – gelukkig – behoorlijk wat initiatieven opgericht om de doorstroom van vrouwelijke wetenschappers te stimuleren. Het gebrek aan zichtbaarheid is echter nog steeds een groot probleem. En dat geldt niet alleen voor de vrouwen in de bètawetenschappen, maar paradoxaal genoeg zijn ook de initiatieven om vrouwen zichtbaarder te maken binnen die wetenschap gebrekkig zichtbaar. Netwerken, fondsen, speciale lezingen: er bestaat van alles, maar slechts weinigen zijn hiervan op de hoogte en het vereist erg gericht zoekwerk om hierachter te komen. Zo heeft bijvoorbeeld de bètafaculteit van de UvA een vrouwennetwerk, maar wordt hier nergens promotie voor gemaakt. De gebrekkige zichtbaarheid van dergelijke initiatieven ondermijnt ook het belang van het onderwerp. Het is tijd dat de scheve man-vrouwverdeling bespreekbaar wordt gemaakt. En niet alleen wanneer we ons verwonderen over het feit dat er wéér mannelijke winnaars zijn van de Nobelprijs. Ook wanneer de ophef hierover weer is verdwenen, moet dit onderwerp op de academische agenda blijven staan.

 De taak voor de universiteit: maak vrouwelijke wetenschappers zichtbaar

De taak voor de universiteit is duidelijk: maak vrouwelijke wetenschappers zichtbaar binnen het wetenschappelijk onderwijs, onderzoek en beleid. Laat zien dat ze er zijn! Rolmodellen zijn van wezenlijk belang en kunnen zich op verschillende manieren manifesteren: een vrouwelijke docent voor de klas, of een vrouwelijke spreker tijdens een lezing is al een rolmodel. Beiden zijn voorbeelden van directe rolmodellen. Indirect gebruik van rolmodellen kan door een portrettengalerij met vrouwelijke wetenschappers tentoon te stellen, of in universiteits- en onderzoeksbladen te zorgen voor een evenwichtige hoeveelheid vrouwelijke auteurs. Bij promotiemateriaal kan er gelet worden op het ook weergeven van vrouwelijke wetenschappers op bijvoorbeeld posters. Door vrouwennetwerken op te richten, kunnen vrouwen in de wetenschap zich 'verenigen' en elkaar niet alleen ondersteunen met tips en ervaringen, maar ook een stevig beeld naar de universiteit of onderzoeksgroep uitdragen. Ten slotte is er nog mentoring. Hierbij worden studentes of jonge onderzoeksters gekoppeld aan een vrouw op een hogere positie. Deze mentor dient daarmee niet alleen als inspiratie, maar begeleidt en adviseert de student of onderzoekster ook direct. Dergelijke trajecten zijn in Amerika al ver ontwikkeld, maar hebben in Nederland nog weinig voeten in de aarde. We zouden veel kunnen leren van succesvolle mentorprogramma’s op topuniversiteiten als NYU en MIT.

Er zijn genoeg mogelijkheden om vrouwen zichtbaarder te maken binnen de wetenschap. En eerlijk is eerlijk: zo veel inspanning vereisen ze niet van de universiteit. Zet vrouwen die als rolmodel kunnen fungeren in de spotlights en vooral: zet het probleem op de agenda. Bewustwording is het belangrijkste, daaruit volgt meer draagvlak voor maatregelen.

Laten we in ieder geval stoppen met zeggen dat vrouwen het alleen maar bij zichzelf moeten zoeken. Een eerlijke man-vrouwverdeling is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Het is tijd om ExcuusTruus plaats te laten maken voor Michelle Rolmodel. Want goed voorbeeld doet goed volgen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Betreffende de portrettengalerij: Mineke Bosch is daar al een tijdje mee bezig in Groningen. Zie: http://www.ukrant.nl/nieuws/vrouwen-maken-vrouwen-zichtbaar

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven