Flickr / Alex Pepperhill

De grote omwenteling

Before the Storm: Barry Goldwater and the Unmaking of the American ConsensusRick Perlstein2001
Nixonland: The Rise of a President and the Fracturing of AmericaRick Perlstein2008

In het buitenland doet een gemeen mopje over ons land de ronde: ‘als de wereld vergaat, verhuis dan naar Nederland, want alles gebeurt daar vijftig jaar later.’ De mop is al eens ingezet om te begrijpen waarom in Nederland vijftig jaar na het einde van de rassenscheiding in de V.S. nog jaarlijkse blackface parades rond Sinterklaas worden gehouden. Net zo goed gaat de mop op voor Nederlands nieuw-rechts. Zeker vijftig jaar na de opkomst van een neoconservatieve Republikeinse Partij in Amerika en enkele decennia na de oprichting van partijen als het Vlaams Blok en de Lega Nord was er in Nederland plots een bestendige nieuw-rechtse partij, de PVV. Nederland is de blinde darm van de wereldgeschiedenis. Dat kan reden zijn tot irritatie, maar het brengt ook het voordeel met zich mee dat historici in andere landen zich al eens gebogen hebben over ontwikkelingen die momenteel in Nederland aan de gang zijn.

Nu de periodieke angst over de groei van de PVV weer de kop opsteekt vanwege de aankomende Europese en gemeenteraadsverkiezingen, kunnen we ons troosten met het werk van de Rick Perlstein, een Amerikaanse historicus en journalist aan de liberal kant van het spectrum. Perlstein schreef twee adembenemende boeken over de radicale transformatie die de Republikeinse Partij in de jaren ’60 en ’70 doormaakte. In deze periode kwam de partij in de greep van het ‘neoconservatisme’, een ideologisch programma dat tegelijkertijd de federale overheid wil indammen én (paradoxaal genoeg) diezelfde overheid wil inzetten om de traditionele waarden van blanke protestanten af te dwingen bij alle Amerikanen. Perlsteins boeken Before the Storm en Nixonland zijn minutieus opgezette vertellingen van die transformatieve periode die liep van grofweg 1963 tot 1972.

De campagne van Goldwaters achterban was een succesvolle poging om activistische methoden te verenigen met conservatieve idealen.

In Before the Storm beschrijft hij de poging van Republikeinse senator van Arizona, Barry Goldwater, om het bij de presidentiële verkiezingen van 1964 op te nemen tegen Lyndon Baines Johnson, Kennedy’s erfgenaam. Goldwater was een radicale libertariër en een rabiate anticommunist. Hij was behept met een flinke dosis paranoia voor communistische dreigingen, en zijn program leek sterk op dat van de huidige Tea Party. Maar Goldwater was een ‘reluctant leader’ die door zijn achterban de verkiezingen in was gestort.

De drijvende elementen in die achterban waren niet de conservatieve oude heren, maar jonge jongens die aan de Oostkust van de V.S. naar school gegaan waren en daar ‘echte communisten’ hadden meegemaakt. Zij zagen communistische studentenpartijen op Amerikaanse elite-universiteiten die door middel van propaganda en gecoördineerde actie de studentenpolitiek beheersten en ondermijnden. Perlstein vertelt hoe deze conservatieve jongemannen inzagen dat zij alleen konden winnen als ze dezelfde methoden gebruikten als hun communistische tegenstanders. De campagne van Goldwaters achterban was een succesvolle poging om activistische methoden te verenigen met conservatieve idealen.

Tijdens de campagne keerden Goldwater en zijn supporters zich tegen Johnsons plannen om op een federaal niveau een verzorgingstaat te vestigen, tegen Johnsons federale civil rights wetten en tegen de voting rights act die zwarte burgers in het Zuiden eindelijk in staat stelde om daadwerkelijk te stemmen.

Goldwaters poging faalde jammerlijk. Johnson won 44 van de 50 staten, en DC. Goldwater wist slechts zijn home state Arizona én het hart van het racistische Amerikaanse Zuiden te winnen – het was immers hun racistische wereld die Johnson afbrak, het waren hun ‘negroes’ die Johnson emancipeerde. Conservatisme werd in alle kranten zo goed als dood verklaard.

Conservatisme werd in alle kranten zo goed als dood verklaard.

Toch, vier jaar later veroverde Richard Nixon, neoconservatieve Nixon, het Witte Huis. Nixon begon zijn succesvolle campagnes in het Zuiden, tussen de vernederde, boze blanke stemmers in Mississippi en Alabama. Met zijn tweede boek Nixonland blijft Perlstein, in tegenstelling tot de meeste Nixon-biografen, weg bij de thematiek en de psychologische achtergrond van Watergate, en richt zich op de vraag wat Nixon gedurende zijn presidentschap van 1968 tot 1972 succes bracht. Volgens Perlstein was Richard Nixon mateloos bedreven in wat hij political Jiu Jitsu noemt: de sleutel tot Jiu Jitsu is dat men niet zelf aanvalt, maar een aanval van de tegenstander gebruikt om zijn energie tegen hem (of haar) te keren.

De beroemdste Nixoniaanse Jiu Jitsu move vond plaats in Nixons tijd als vice-presidentskandidaat van Eisenhouwer: gedurende de verkiezingsstrijd van 1952 kwam aan het licht dat Nixon op dubieuze wijze fondsen verkreeg voor zijn campagne. Toen Nixon zich op televisie verdedigde, weerlegde hij met de gebruikelijke politieke wolligheid de aantijgingen – maar hij eindigde op een briljante noot: één cadeau, onheus verkregen of niet, weigerde hij weg te doen: een zwart-wit gekleurd hondje, dat Nixons kinderen Checkers hadden genoemd. Het hart van de natie brak: hoe durfden de Democraten Nixons brave kinderen hun hondje te ontnemen?

Van dader wordt Nixon slachtoffer, en daarmee is hij, politiek gesproken, de winnaar. Van corrupte politicus wordt hij de family man, wiens huisje boompje beestje onder vuur van de East Coast Liberals ligt, en daarmee is een Nixon een martelaar, een voorvechter van de traditionele Amerikaanse familiewaarden. Maar Nixon kan alleen overwinnen wanneer zijn slachtofferschap resoneert bij een groter publiek. Perlstein beschrijft in Nixonland met inzicht, zonder grote morele oordelen en met mededogen hoe een ambitieuze politicus ontheemding, de angst en de woede kan organiseren en gebruiken om de machtigste man van het land te worden. En die macht alleen te behouden door het land te verdelen, door constant te wijzen op ‘the Harvard elite’ of ‘de linkse elite’ (zoals wij ‘m kennen) die the moral majority kleineert en dwarszit.

Het hart van de natie brak: hoe durfden de Democraten Nixons brave kinderen hun hondje te ontnemen?

Waar komt dan dit kleinburgerlijke, politiek inzetbare ‘slachtofferschap’ vandaan? Perlstein beschrijft in zijn boeken niet alleen wat er gebeurt in Washington, maar verplaatst ook geregeld de lens naar de lokale Amerikaanse gemeenschappen die plotseling moesten leven met de afschaffing van oude leefwerelden – zoals de raciaal gescheiden wereld in het Zuiden. Perlstein zet de morele oordelen aan de kant voor een ‘empathische geschiedschrijving’: Met de introductie van Johnsons Great Society veranderenden de levens van deze Amerikanen betrekkelijk onverwacht en mateloos ingrijpend – welke ontreddering bracht dat voor hen teweeg?

Perlstein toont dat wanneer een staat ingrijpt, en een ordening – van rassen, van arbeid en kapitaal – veroordeelt, strafbaar maakt en wegneemt, de paradoxale woede ontstaat die het neoconservatieve gedachtegoed kenmerkt: een woede over de omvang van de staat die ingrijpt en de eis dat diezelfde staat de waarden die nog overeind staan voor altijd waarborgt - enshrined in the books of law.

Perlsteins narratief werpt een scherp licht op ontwikkelingen in Nederland. Ook hier zien we dat de PVV een ware kunst heeft gemaakt van rechts-activistische Jiu Jitsu, het afschilderen van een grote, boze vijand en politiek munt slaan uit een algemeen gevoel van slachtofferschap in kleinburgerlijke kringen.

Het boek over dit gevoel van slachtofferschap in historische zin moet nog geschreven worden. Er zijn al vaker verklaringen voor populisme opgeworpen die wijzen op de PVV-stemmer als een ‘loser of globalisation’ – als een slachtoffer van de moderne samenleving. Die verklaringen ontberen het inzicht van Perlsteins werk: je kunt niet langer spreken van PVV-losers wanneer deze zogenaamde losers bijna tien jaar de politieke agenda beheersen.

De veel fundamentelere vraag luidt: zijn er ook slachtoffers van emancipatie?

Wanneer je de slachtoffers passeert, hoe zorg je dan dat volksmenners niet met hen aan de haal gaan?

Dit is de vraag waarmee Perlstein de lezer achterlaat, een vraag die ten grondslag zou moeten liggen aan iedere beweging die zich vandaag de dag nog inzet voor maatschappelijke transformatie en emancipatie. Misschien moeten we niet roepen: ‘Zwarte Piet is racisme, dus weg ermee!’ maar zeggen: ‘uw vertrouwde manier van leven, levert anderen te veel pijn op, we gaan hem veranderen, ook al doet dat u pijn. U bent niet verplicht het met mij eens te zijn, maar ik ga toch uw wereld veranderen.’

Hoe maak je het verkropbaar dat we, om overeind te blijven in tijden van mondialisering van de economie, de oude vertrouwde politiek uithollen en de natiestaat euthanaseren? Met welke woorden bieden we mensen weer grip op hun leven, wanneer hun woonwijken onherkenbaar veranderen en de buurvrouw geen Nederlands meer kletst? Emancipatie biedt niet alleen meer vrijheid aan meer mensen, het neemt ook anderen hun wereld, en daarmee wellicht hun vrijheid, af. Welke plek blijft erover voor deze slachtoffers van voortschrijdende emancipatie? En wanneer je de slachtoffers passeert, hoe zorg je dan dat volksmenners niet met hen aan de haal gaan?

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Weer een goed stuk. In dezelfde geest raad ik aan de uitstekende driedelige BBC documentaire 'Power Of Nightmares' te zien. Over de opkomst van het neo-conservatisme én het moslim-extremisme –en hoe die twee elkaar versterken. Op Amazon, op Youtube of bij uw lokale torrentboer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven