Wikimedia Commons / Sebastiaan ter Burg

Hero Brinkman stopt gedoogsteun PVV

Wat hebben het inmiddels beroemde CDA-congres in Arnhem over de samenwerking met de PVV, het besluit van minister Verdonk om Hirsi Ali het Nederlanderschap te ontnemen, de kikkers uit de PVDA-kruiwagen van Cohen en de nasleep van de VVD verkiezingen tussen Rutte en Verdonk met elkaar gemeen? Onrust in de partij. En dat leidt tot (virtueel) zetelverlies.

Het is begrijpelijk dat onrust in een politieke partij meestal zetelverlies in peilingen tot gevolg heeft. Want hoe onaantrekkelijk wanorde kan zijn heeft LPF fractie tien jaar geleden laten zien. Bij eenieder staan de genante toestanden nog op het netvlies gebrand. Omdat peilingen een steeds grotere rol in de hedendaagse politiek spelen is het voor partijen nog belangrijker geworden onrust en zelfs publieke discussies te vermijden. Discussies en brainstormsessies in partijen worden daarom zoveel mogelijk achter de schermen gevoerd. Partijleden die het toch wagen en public een afwijkend standpunt te huldigen kunnen een boos telefoontje uit de partijtop verwachten. Dit heeft zijn weerslag gehad op de leden van het parlement, die zich een conformistische houding hebben aangemeten. Een ander gevolg zijn de gesmeerde partijcongressen zonder veel debat (zie een eerder artikel van dit blog) en zelfs ook een politieke partij die eigenlijk geen partij is: de PVV.

Deze ontwikkelingen hebben te maken met wat ‘particratie’ wordt genoemd, het idee dat in een politiek systeem uiteindelijk de politieke partijen het laatste woord hebben. Van particratie wordt gezegd dat ze dodelijk is voor de publieke discussie. Van de partij afwijkende meningen worden namelijk snel de kop in gedrukt. In een politiek landschap als dat van Nederland, waarin een grote hoeveelheid aan partijen bestaat is de macht van partijen groot. Uiteindelijk is namelijk niet alleen de uitkomst van de verkiezingen bepalend, maar de uitkomst van de coalitieonderhandelingen.

Het Nederlandse politieke spectrum had er nog particratischer uit kunnen zien. Een aantal jaren geleden wilde Wilders samen met Pastors, Eerdmans (beide oud LPF) en Spruyt (Burkestichting) een nieuwe, brede conservatieve partij oprichten. De partij werd nooit opgericht: Wilders begon een eigen beweging, die hij de Partij van de Vrijheid noemde. Een belangrijke reden voor zijn solistische keuze was dat hij geen risico wilde lopen op interne onrust. Spruyt zei hierover in de Volkskrant: “Maar Wilders was bang dat hij door het binnenhalen van Fortuynistische elementen ook de puinhoop en verdeeldheid van de oude LPF binnenboord zou halen.” Ook wilde Wilders breken met de Nederlandse gewoonte de macht te delen met partijbonzen, kopstukken van de partij. In de PVV zou voor slechts één kopstuk ruimte zijn: de leider zelf. Interne discussie is ongewenst en de fractieleden worden geacht hun in de constitutie verankerde autonomie volledig in te leveren.

Tot gisteren was er slechts één onruststoker: Hero Brinkman

Door deze aanpak en zorgvuldige selectie van de fractieleden had Wilders het risico op interne onrust à la LPF geminimaliseerd en een ijzerharde fractiediscipline gecreëerd. Tot gisteren was er slechts één onruststoker: Hero Brinkman, nummer 11 van de lijst, maar qua voorkeursstemmen de nummer 3. Al jaren probeerde hij de partij te democratiseren. Hij wilde een jongerenafdeling en een vereniging oprichten, maar kreeg hiervoor te weinig steun van Wilders en zijn collega-Kamerleden. Toen hij uiteindelijk een surrogaat-PVV-vereniging oprichtte melden zich teleurstellend weinig mensen.

Nu is een einde gekomen aan het enige PVV-dissidentschap in de geschiedenis van de PVV. Brinkman heeft zijn lidmaatschap van de Tweede Kamerfractie van de PVV opgezegd. Daarmee lijkt de strijd om democratisering van de PVV definitief gestreden. Dat is jammer. Een partij die op zoveel steun van het volk kan rekenen verdient een grotere toegankelijkheid. Aanhangers moeten zich intern over het beleid kunnen uitspreken. Ook heeft het voordelen als kandidaten op basis van verdiensten op een verkiesbare plek terecht komen. Dankzij Sharon Dijksma weten we echter dat het ook nadelen heeft. Het is echter belangrijk op te merken dat het democratiseren van de PVV überhaupt een mission impossible was. Er zal namelijk nooit een echt democratisch georganiseerde PVV komen. Niet alleen omdat Wilders dit niet wil, maar ook omdat dit helemaal niet kan. Hiervoor zijn twee redenen.

Ten eerste is niet duidelijk wat het ideologische fundament van de PVV zou moeten zijn. Er is namelijk geen politiek-filosofische basis voor een partij. De belangrijkste politieke doelstellingen van de PVV vormen geen ideologisch coherent geheel. Hierin verschilt de PVV dan ook van die andere populistische partij: de SP. Deze partij heeft wel een duidelijke achterban en ideaal. De PVV zegt wat zij denkt dat Henk en Ingrid willen horen.

Ten tweede, en net zo belangrijk, ontbreekt simpelweg het animo. Hiervan getuigt het aantal aanhangers dat zich als lid gemeld heeft bij Brinkmans vereniging. Dit waren er liefst dertig. Verder steunde ook niemand van de Kamerfractie Brinkmans initiatief. Bovendien vindt er in het publieke debat geen discussie plaatst tussen PVV aanhangers.

Wilders ziet in dat een populistische partij het moet hebben van proteststemmers, mensen die zich willen afzetten tegen het politieke establishment. Die hebben geen behoefte aan een PVV lidmaatschap. Zij lopen niet warm voor partijwerkgroepen, formuleringen van uitgangspunten en intern debat, maar voor een sterke leider. Exit Hero Brinkman.

Gerelateerde artikelen
Reacties
4 Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven