Flickr / AndreasPoike

Het academisch economie-onderwijs schiet tekort

Het economie-onderwijs aan de Nederlandse universiteiten is op zijn best saai en eenzijdig, en op zijn slechtst misleidend en irrelevant.

Die stelling leggen we graag even uit.

Economie gaat volgens de meest gangbare definities over ‘de productie en verdeling van schaarse goederen en diensten’. Maar in het huidige onderwijs op universiteiten wordt aan zowel productie als verdeling weinig aandacht besteed. In plaats daarvan worden tot in den treure dezelfde neoklassieke modellen toegepast. Die modellen zijn geschikt om een beeld te krijgen van de beschikbare hoeveelheden, nuttig voor bijvoorbeeld het maken van CPB-prognoses. Maar economische vraagstukken zijn veel meer dan een puzzeltje van wiskundige variabelen. Ze hebben morele, sociale en culturele dimensies, en kunnen niet met alleen wiskundige modellen beantwoord worden.

Het economie-onderwijs is saai, eenzijdig, misleidend en irrelevant.

Het onderwijs is saai, omdat de verbinding met de reële economie – de tastbare economische bedrijvigheid - vrijwel geheel ontbreekt. En dan gaat het er niet eens om eens het klaslokaal te verlaten en ‘het veld’ in te trekken, maar gewoon, wat gegevens en uitleg over de Nederlandse economie. Wat zijn de belangrijke sectoren, de machtige actoren, wat is er de afgelopen jaren veranderd en waar gaat het naartoe? Hoe is de verbinding tussen overheid en private sector, hoe werkt ons economisch poldermodel en op welke manier zijn we eigenlijk zozeer verbonden met de Duitse economie? Kortom, hoe is onze economie opgebouwd? Die vraag wordt, vreemd genoeg, nauwelijks gesteld, laat staan beantwoord. Hiermee wordt het productievraagstuk van de economie onrecht aangedaan.

De opleidingen zijn eenzijdig, omdat de historisch grote diversiteit van het economisch denken nauwelijks aandacht krijgt. Het economisch onderwijs van vandaag de dag is geschoeid op neoklassieke leest. Voor wie niet in het jargon zit, dit gaat uit van de mens als geheel rationeel denkende homo economicus, ingebed in een wereld zonder instituties of intermenselijke betrekkingen, waar alle goederen en diensten via de markt efficiënt verdeeld worden. Dat is, zacht gezegd, een onvolledig beeld van hoe de economie werkt. Alle menselijke interactie, alle factoren van onzekerheid, alle culturele factoren en de volledige overheid, plus de redenen waarom we überhaupt een overheid hebben, worden in dit paradigma weggelaten of in de kantlijn erbij gekrabbeld.

Deze eenzijdige manier van denken negeert niet alleen de grote en waardevolle diversiteit van 300 jaar economische theorievorming, momenteel meestal weggepropt in één vak, Geschiedenis van de Economie. Het sluit ook simpelweg niet aan bij het sociale Nederlandse economische bestel, dat grotendeels op de ideeën van Keynes gebaseerd is, niet op de libertaire ideologie van Friedman en Hayek.

Het economisch onderwijs is bovendien misleidend, omdat de politiek uit de collegestof geschrapt is. Economie is inherent politiek van aard; het gaat over verdeling (weet u nog, de productie en verdeling van schaarse goederen en diensten), maar ook dat aspect wordt nauwelijks behandeld. Erger nog, de politiek en cultureel bepaalde afbakening van ‘de economie’, de zogenaamde institutionele context, wordt nooit zichtbaar. Als kinderen thuis worden opgevoed valt dat niet onder ‘de economie’ maar als ze naar een betaalde kinderopvang gaan opeens wel – hetzelfde patroon gaat op voor ouderen, buurtwerk, (vrijwilligers)werk in sportverenigingen, enzovoorts. De grenzen tussen betaalde en onbetaalde arbeid verschuiven voortdurend, vaak onder hevige maatschappelijke strijd.

Maar het debat over dit grijze gebied wordt niet benoemd, terwijl het hoogst relevant is om de economie goed te kunnen analyseren en om bijvoorbeeld de te verwachten impact van een uiterst economisch georiënteerd begrip als ‘de participatiesamenleving’ te kunnen voorzien. Waarom? Sommigen vinden principiëel dat discussies die raken aan ideologie, politiek en cultuur thuishoren bij andere disciplines; zoals politicologie. Maar de inrichting en afbakening van het economisch systeem, inderdaad een politieke vraag, is geen voer voor politicologen, die bestuderen het proces van politiek, nauwelijks de inhoud. Het morele verdelingsvraagstuk is daarom niet volledig uit te besteden aan andere disciplines en zou dus ook binnen de economische wetenschap zelf voldoende aandacht moeten krijgen.

Economie is het spannendste vakgebied van de universiteit.

Door al deze gebreken is het economisch onderwijs grotendeels irrelevant als academische opleiding. Want wat is de gedachte achter een academische opleiding? We sturen als samenleving onze meest veelbelovende kinderen voor een paar jaar naar de universiteiten, omdat we weten dat daar wetenschappers zitten, mensen die onafhankelijk, kritisch en scherpzinnig nadenken. De hoop is dat die wetenschappers vervolgens de studenten zullen helpen om intellectueel op te groeien, de juiste vragen te stellen en kritisch te leren nadenken – Bildung. Maar studenten die nu een economieopleiding doen, leren niet om met een open blik te kijken naar de samenleving, leren niet om open vragen te stellen en die gericht te beantwoorden, leren niet hoe onze economie eigenlijk in elkaar zit en leren al helemaal niet om de morele en politieke kanten van economische vraagstukken te zien. Ze worden getraind in een éénzijdige, dogmatische, steriele en monotone visie op de economie.

Sommige lezers denken wellicht: tja, niet alle vakken kunnen even spannend zijn, en economie is helaas gewoon wat saai. Maar niets is minder waar; economie is het spannendste vakgebied van de universiteit! De enige discipline die niet alleen dagelijks het nieuws haalt, maar zelfs een eigen katern in iedere krant heeft. Om de inrichting van de economie is altijd gestreden, ze is het bindmiddel van de Europese Unie, ze vormde het bepalende verschil tussen de VS en de Sovjet-Unie, en veroorzaakte zo het wereldveranderende conflict van de afgelopen halve eeuw; de Koude Oorlog. Waarom wordt het nu, in onze mooie universiteiten, dan als een droog technisch vraagstuk zonder morele, politieke en culturele componenten behandeld?

Voor wie na dit te lezen in actie wil komen en inspiratie zoekt: http://truth-out.org/news/item/21605-rethinking-economics-from-the-uk-a-global-student-movement-takes-shape.

Voor wie meer wil lezen van breed denkende economen: http://www.paecon.net/PAEReview/

Voor het economieblog van Alexander Beunder: http://economielinks.wordpress.com/

Het favoriete boek van de auteurs, dat de levens en ideeën van de 10 grootste economen uit de (recente) geschiedenis levendig beschrijft: The worldly philosophers, Robert Heilbronner.

Gerelateerde artikelen
Reacties
9 Reacties
  • Waarschijnlijk onbedoeld, zijn jullie een toonbeeld van dit misleidende economische onderwijs. 'Het sluit ook simpelweg niet aan bij het sociale Nederlandse economische bestel, dat grotendeels op de ideeën van Keynes gebaseerd is, niet op de libertaire ideologie van Friedman en Hayek.' Wat wordt hier nu eigenlijk geïmpliceerd? Dat de academische studie Economie zich moet vormen naar het Nederlands economisch bestel? Dat is pas dogmatisch, net als het idee dat economie inherent politiek van aard zou zijn, omdat het over verdeling gaat. Suggereren jullie hiermee dat een eerlijke verdeling buiten de overheid om niet plaats kan vinden? Nogmaals, het komt op mij over alsof jullie nu juist precies het schoolvoorbeeld van een academisch opgeleide econoom etaleren.

  • Joris Tieleman,

    Dag Matthijs,
    Bedankt voor je reactie. Ja, ik zou stellen dat een academische opleiding tot econoom in Nederland de studenten ook wat kennis van de werking van de Nederlandse economie zou moeten meegeven. De afgestudeerden komen namelijk vaak (na enige carrière) op bestuurlijke functies in de Nederlandse publieke en semi-publieke sector terecht, en dan is het wel zo nuttig als zij, de economen, ook weten hoe onze economie in elkaar steekt. Dat is geen kwestie van politiek, dat is een kwestie van kennis. Een (politiek) waardeoordeel over de inrichting van een bepaalde economie kun je namelijk pas vellen als je weet hoe één en ander in elkaar zit.
    We suggereren dan ook geen politieke voorkeur, hoewel jij dat er blijkbaar wel in leest. We stellen alleen dat de huidige inrichting van de Nederlandse economie meer lijkt op een economie zoals wetenschappelijk beschreven door Keynes, dan op een economie zoals wetenschappelijk beschreven door Hayek. Om die reden zou het waardevol zijn als die ideeen dan ook duidelijk uiteengezet zouden worden in de collegezaal, in plaats van in allerlei abstracte fantasielandschappen te blijven hangen die weinig met de realiteit om ons heen te maken hebben.
    Een praktisch voorbeeld: in de economische katernen wordt dagelijks geschreven over onderhandelingen binnen het ‘maatschappelijk middenveld’, en met de ‘sociale partners’. Dat is dus blijkbaar een belangrijk onderdeel van de inrichting van onze economie. Maar de colleges gaan over een economie waar deze instituties niet bestaan; weinig relevant voor wie de economie van ons land, of zelfs ons continent wil begrijpen.
    Wat betreft  het predikaat ‘dogmatisch’, nee, dat heb je verkeerd gelezen. We vragen om diversiteit, pluraliteit in het onderwijs, juist niet om dogma.

  • Het is waar dat voor academisch geschoolde economen een grondige kennis van het huidige economische bestel onontbeerlijk is. Wanneer je echter stelt dat dat nuttig is, ómdat de afgestudeerden namelijk vaak op bestuurlijke functies in de Nederlandse publieke en semi-publieke sector terechtkomen,  komt dat toch op mij over alsof jullie uitgaan van de noodzaak van een geleide economie en dus een Keynesiaans vertrekpunt hanteren.

    Jullie geven aan dat de collegestof niet aansluit bij de realiteit, maar is dat wel het doel van een academische opleiding? Is de bovenal definiërende eigenschap van wetenschap niet, om de status quo te allen tijde aan een kritische blik te onderwerpen?

    Wanneer je een pleitbezorger bent van pluraliteit in het onderwijs, lijkt het me dan toch juist strevenswaardig om  de economie op een abstracter niveau te bestuderen, en haar niet alleen binnen het referentiekader van de huidige maatschappij te analyseren.  Mijns inziens passeer je anders bepaalde vooronderstellingen die wellicht onbetwistbaar lijken, maar dat niet vanzelfsprekend zijn.  Het feit dat de huidige implementatie van het economisch denken sterk is georienteerd op het werk van Keynes, geeft nog geen directe aanleiding om te stellen dat deze implementatie ook de juiste is. Met andere woorden, er wordt voorbij gegaan aan de vraag of de Nederlandse economie functioneert dankzij - of ondanks het Keynesiaanse model.

    Ik wil niet zozeer stellen dat het ene model beter is dan het andere, als wel het belang benadrukken om die pluraliteit na te blijven streven. Wanneer je het onderwijs afstemt op, of passend maakt voor de werkelijkheid, vernauw je enkel je eigen perceptie.

  • Joris Tieleman,

    Matthijs,

    Dan zijn we het eens. Ons bezwaar gaat namelijk inderdaad om een gebrek aan pluraliteit in het onderwijs. We stellen helemaal geen 100% focus op een bepaald paradigma voor, maar protesteren daar juist tegen. Momenteel heeft bijvoorbeeld Keynes, maar ook de meeste andere economische visies, nauwelijks een plaats in het economisch onderwijs. Dat maakt de opleiding minder academisch en verhindert reflectie. Zie ook de twee paragrafen die beginnen met 'De opleidingen zijn eenzijdig'.

    Verder zouden we inderdaad graag, zoals je zegt, 'de economie op een abstracter niveau bestuderen'. Dat abstracte niveau behelst bijvoorbeeld het inzicht dat het economisch denken van mensen is ingebed in culturele normen, waarden en gebruiken. Ook zouden we inderdaad graag 'bepaalde vooronderstellingen die wellicht onbetwistbaar lijken, maar dat niet vanzelfsprekend zijn' in twijfel trekken en bediscussieren. Dat is dan ook precies waar we om vragen in ons artikel. Zie de paragraaf die begint met 'Het economisch onderwijs is bovendien misleidend'.

    Wat betreft je laatste opmerking, over het belang pluraliteit na te streven, die kan ik alleen maar bevestigen. Ik geloof dat we daar in het artikel ook precies voor pleiten: een brede, pluralistische, kritische en bevragende blik op de economie en het culturele en sociale raamwerk waarbinnen zij fungeert, niet slechts de werktuigenkist van een gemankeerde wiskundige.

    Kortom: of ik begrijp niet wat je bedoelt, of we zijn het stiekem gewoon eens - of allebei. Vermoedelijk dat laatste. Mocht je vinden van niet, lees dan nog eens goed het artikel voor je nogmaals reageert en richt je niet te veel op vermeende implicaties en eigen interpretaties van onze tekst, maar leg ajb. wel uit waar onze denkfouten zitten. Dat is altijd verhelderend.

  • Besten,

    Ik had op facebook een korte discussie met iemand over een verschil tussen jullie betoog en de tekst in de eerste link over een studentenbeweging, graag leg ik die zaak jullie voor.

    In jullie tekst leest ik dat jullie de morele component in de economische wetenschap willen plaatsen, daarbij geven jullie aan meer Keynes te willen en minder Hayek en Friedman. In de Engelse tekst wordt in de eerste plaats gezocht naar een breder perspectief van het begrijpen van de economie. Zo word er verwezen naar het belang van andere methodes zoals Institutional Economics en Austrian Economics. In dit artikel wordt ook gesteld dat 'neo-klassieke economen - van de markfundamentalisten tot degenen die geloven dat de staat een belangrijke rol moet spelen in de economie - niemand de crisis kon voorspellen.

    Nu hebben we hier dus mijns inziens een methodologisch punt van hoe bestudeer je de economie zo goed mogelijk en een meer ideologisch punt van hoe denk je dat de economie eruit moet zien. Over punt 1 - waar het Engelse artikel over gaat - kunnen we het eens zijn. De economische wetenschap doet momenteel niet wat het pretendeert te doen (de economie goed beschrijven). Meer aandacht voor institutionele verhoudingen zou economen inderdaad beter voorbereiden op de praktijk en ze bovendien beter in staat stellen de 'waarheid' te benaderen.

    Echter, het tweede punt is meer politiek. Als je stelt dat je meer Keynes wil en minder Hayek en Friedman dan lijkt je te suggeren dat je linkser onderwijs wil. Dit terwijl hedendaagse economie professoren Keynes al noemen als één van de meest invloedrijke economen. Dat de economische wetenschap 'rechts' zou zijn of dat de Oostenrijkse School econoom Hayek belangrijk zou zijn in hedendaags in economie-onderwijs lijkt me onjuist. De hedendaagse docenten / professoren economie die ik heb gehad, kenden lang niet allemaal de Oostenrijkse School en hadden niets van Hayek gelezen, maar onderwezen wel Keynesiaanse theorie (al hadden ze niet altijd Keynes zelf gelezen).

    Resumerend:

    1)
    Economische wetenschap moet breder; meer factoren (zoals instituties) in overweging nemen en minder aandacht voor modellen. Dat stellen jullie en het Engelse artikel en ik ben het daarmee eens.

    2)
    Klopt mijn indruk dat jullie linkser onderwijs willen of is de door jullie gekozen tegenstelling tussen Keynes enerzijds en Hayek en Friedman anderzijds ongelukkig gekozen (en is het meer een tegenstelling tussen 'breed-georienteerde economen' zoals Hayek en Keynes dat waren in tegenstelling tot meer cijfermatige economen zoals Friedman en, pak-em-beet, Tinbergen?)

  • Dag Corneel,

    Bedankt voor je inhoudelijke reactie. En voor de vraag of wij linkser onderwijs zouden willen, een interessant punt. Die reactie is vaker langsgekomen, en ja, dat willen we, in zekere zin. Maar dat komt niet voort uit ons persoonlijke stemgedrag. Dat economische vraagstukken sterk politiek van aard zijn, dat moge duidelijk zijn. Economie gaat over staatsinrichting (institutionele economie), marktvrijheid (micro-economie, kartelvorming, game theory), en links/rechts uitgevochten verdelingsvraagstukken ('equity', naast het momenteel sterker benadrukte 'efficiency').

    Goed, economie is dus politiek. En de invalshoek van waaruit je naar de economie kijkt, de bril die je opzet, heeft een politieke kleur. Als je bijvoorbeeld alleen maar over markten praat, dan kijk je vanuit een oogpunt dat in het politieke spectrum 'zeer rechts' wordt genoemd. Zeer rechts? Ja, zeer rechts. In Nederland wordt zo´n 30-50% van het BNP door de overheid uitgegeven, afhankelijk van hoe je rekent, maar de overheid heeft geen plek in een economisch denken dat alleen maar technische modellen van markten bouwt. Het huidige academisch onderwijs geeft ons echter wel dat beeld mee, zonder dat dat erbij vermeldt wordt.

    Zo'n paradigma schrijf ik dus in het artikel toe aan Friedman of Hayek, omdat die de meest bekende vrije-markt-predikers zijn. En hun visie, dat de wereld alleen maar markt is, en de overheid vooral ruis (kort door de bocht), strookt niet met het economisch systeem zoals dat in Nederland functioneert. Dus in die zin kun je stellen dat wij vragen om linkser economie-onderwijs. Maar die vraag komt niet voort uit een politieke voorkeur, die vraag komt voort uit het feit dat het huidige onderwijs niet strookt met de Nederlandse en Europese realiteit.

    Dus voor degenen die zeggen dat academisch onderwijs geen politieke kleur zou moeten hebben: daar ben ik het mee eens, in de zin dat het geen politieke antwoorden moet geven - dat is aan de studenten zelf. Maar het moet ons wel leren om politieke vragen te stellen. Politiek is geen vies woord, de politiek is het forum waarop wij de debatten voeren en de besluiten nemen over hoe ons land in te richten, zodat het goed werkt.

    Dus ja, ik vind dat de politiek een plaats hoort te hebben in het economisch onderwijs, ik vind dat we als studenten moeten leren vragen te stellen, en wel over ónze economie, niet die van een imaginaire pure-markt wereld.

    Joris

  • Ha Joris,

    Fair enough, valide standpunt (en fijn dat je er ook expliciet achter gaat staan i.p.v. het alleen te suggereren).

    Persoonlijk heb ik er wel vraagtekens bij of de discussie equity-efficiency ook in de economische wetenschap thuishoort (een wetenschap die zich bezig moet houden met staatsinrichting en marktvrijheid en dit alles ook nog moet kwantificeren lijkt me breed genoeg). Verder zou ik zeggen dat juist Hayek (al kiest hij de effiency kant) wel plek geeft voor moraliteit, terwijl dit bij Keynes veel minder het geval is (hoewel ik grif toegeef dat de kans op meer equity bij hem veel groter is dan Friedman). Maar goed, dat kan ook een kwestie van mijn interpretatie zijn - bedankt voor je verhelderende reactie!

  • Ha Corneel,

    Wat betreft de Grote Economen, daar ga ik me eens wat verder in verdiepen, bedankt voor de punten. Maar ik heb nog een korte opmerking over de vraag of de economische wetenschap niet overvol is en ruimte heeft voor het equity-debat. Misschien heb je wel gelijk dat economen het al druk genoeg hebben met kwantificeren, hoewel ik wel veel economen zich daar juist in heb zien verliezen, waarbij ze afdreven richting wiskunde die niet veel meer te maken had met het onderwerp van onderzoek. Maar mijn punt gaat over het onderwijs, en dat is wel een belangrijk verschil.

    Want degenen die wetenschapper worden moeten de technische toolbox inderdaad goed begrijpen en mogen daar best flink tijd aan besteden - dismal science, and all that. Maar die 95% van de studenten die later niet zelf het modelleer-werk in gaat, die krijgen een scheef beeld van de vraagstukken die hen hun leven lang zullen worden voorgelegd als zij niets horen over equity, en alleen maar over efficiency. Daarover leren we namelijk gewoon niet nadenken. Misschien dat die vakken dan door anderen dan economen gegeven moeten worden, omdat economen het al druk genoeg hebben met efficiency, maar ik vind het wel essentieel dat een econoom kan nadenken over de sociale impact van economische beslissingen en systemen. After all, waarom onderzoeken we de economie? Om de wereld tot een prettiger plek te maken toch? Efficientie op zich is alleen nuttig zolang zij het leven van mensen beter maakt, en daarvoor is een goed begrip van het sociaal en cultureel kader belangrijk. Wat dat betreft is het extra onderwijs dat ik vraag alleen maar een kwestie van realiteitszin.

    Nouja, goeie discussie in ieder geval! Laten we hopen dat hij op deze manier ook weer wat vaker gevoerd gaat worden aan de koffieautomaten van Neerlands economische faculteiten.

  • Christy van Bekkum,

    Als we over economie praten en dan niet 1 keer verwijzen naar het feit dat die efficientie het leven van de lage loonarbeiders onder de minmum levensstandaard helemaal niet beter maakt, integendeel zelfs,  dan vraag ik me af of jullie dan echt helemaal geen greintje emphatie bezitten.

    Laten we onze visie wijzigen en milieu en algemene welvaart boven de economie en de euro plaatsen voor een betere onderlinge verdeling en uit respect voor elkaars basis levensstandaard  de prioriteit van winstbelang en economiesmoesjes  verleggen naar een gezondere manier om samen te werken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven