Flickr / Biscarotte

Het complot tegen nuance

Afgelopen week zat ik in de trein en kon ik het gesprek van de mensen tegenover mij volgen. Het cliché ‘zakkenvullers’ kwam voorbij toen het ging over politiek en mensen die op universiteiten werken. Ze strijken, volgens mijn medepassagiers, geld op voor werk dat geen werk is en ze zijn niet te vertrouwen omdat ze niet altijd de waarheid spreken.

In de documentaire de Mexicaanse Mediakoorts, die afgelopen week werd uitgezonden bij Argos-TV Medialogica, zegt viroloog Huub Schellekens dat wetenschappers en politici hun hand hebben overspeeld in de zaak Mexicaanse griep. Er was een kans op een pandemie en miljoenen doden, zo verkondigden wetenschappers als Ab Osterhaus en Roel Coutinho diverse malen in de media. Het ministerie van Volksgezondheid, onder leiding van Ab Klink, sloeg voor miljoenen medicijnen in. De griep viel uiteindelijk heel erg mee, terwijl de wetenschappers en politici wel veel bombarie hadden gemaakt en geld hadden uitgegeven. Hierdoor verloren ze volgens Schellekens geloofwaardigheid en krediet: ze hadden hun zakken gevuld.

Ik weet niet hoe alle manen van Jupiter heten, hoe veel inwoners China op dit moment precies heeft, hoe veel een halfje wit kost.

Osterhaus probeert het uit te leggen in het programma: er was een kans op een pandemie, en dan moet je zulke maatregelen treffen. En hoewel het de vraag is hoe genuanceerd Osterhaus en de zijnen in de media zijn geweest over de grootte van de kans, is dit een probleem dat we eigenlijk altijd terugzien als we kijken naar wetenschappers en politici in de media. Dit komt niet voort uit onwil, maar is het resultaat van de paradox waar ze zich onontkoombaar in bevinden.

Wetenschappers en politici ontkomen er niet aan om ongenuanceerd te zijn, omdat nuance niet verkoopt. We willen immers niks over onderzoekssettings en significantieniveaus weten, we willen alleen horen of we wel of niet ‘hufteriger’ worden door het eten van vlees. Kansen en mogelijkheden worden door wetenschappers en politici als feiten gebracht; niemand zit te wachten op de mitsen en maren. Bovendien haalt de media de nuance eruit, omdat nuance niet verkoopt. We willen weten hoe het zit, niet hoe het zou kunnen zitten. Nuance is slachtoffer in deze economische vervorming van wat waarheid is.

Dit wordt paradoxaal wanneer blijkt dat het ongenuanceerde verhaal niet helemaal waar lijkt te zijn. Dan is de burger gedesillusioneerd en verwijt hij de gezagsdrager van onwetendheid en onbehoorlijk handelen. Dat zien we terug in de documentaire van Argos, als de interviewer aan de betrokkenen vraagt of ze weten hoe veel geld er is besteed en hoe veel doden er zijn gevallen. Dit maakt de situatie voor de gezagsdragers onmogelijk: aan de ene kant wordt van ze verlangt een simpel verhaal te vertellen en achteraf wordt ze verweten ongenuanceerd te zijn geweest.

Daarbij komt dat het verwijt ook nog eens onterecht is. Zowel het verwijt van de interviewer als van de burger. Preventie is namelijk iets wat de politiek doet, maar preventie is per definitie erg slecht zichtbaar. Immers, voorkomen zorgt er voor dat iets niet gebeurt en dus niet zichtbaar wordt. Dit leidt er toe dat als je niet weet dat iets is voorkomen, je niet weet of het er gewoon niet is of dat het er niet is, maar er wel had kunnen zijn. Het enige wat je dan weet, is dat het er niet is, niet waarom het er niet is. Hierdoor kan het lijken alsof de wetenschappers en politici slecht werk leveren, maar je kan je afvragen in hoeverre de burger daarover kan oordelen.

Er zijn altijd dingen waar we van weten dat we het niet weten. Ik weet bijvoorbeeld niet hoe alle manen van Jupiter heten, hoe veel inwoners China op dit moment precies heeft, hoe veel een halfje wit kost. Er zijn daarnaast ook dingen waarvan ik geen idee heb dat ik het niet weet (vrij naar Rumsfeld en Taleb). Ik zal hier geen voorbeelden van geven, u begrijpt waarom.

Wetenschappers onderling weten wel beter. Die weten dat iets waar is tot het tegendeel is bewezen. Dat het slechts een tijdelijke beste verklaring van de wereld is zoals die zich aan ons toont. Wetenschappers onderling snappen de ‘ondervoorbehoudjes’ en tekortkomingen van elkaars onderzoek. Wetenschappers onderling kennen de nuance van wetenschappelijk onderzoek. Hetzelfde geldt voor politici. Politici kennen het politieke spel dat ze spelen. Ze weten dat ze compromissen moeten sluiten, wat ze moeten zeggen om hun achterban gerust te stellen, hoe ze zorgen dat hun visies het best terugkomen in het uiteindelijke beleid. Ze weten bij kans op een pandemie met de mogelijkheid op een groot dodenaantal, dat ze er verstandig aan doen medicijnen in te slaan. Ook als dat betekent dat het allemaal voor niets kan zijn.

Wetenschappers en politici ontkomen er niet aan om ongenuanceerd te zijn, omdat nuance niet verkoopt.

* Eigenlijk te genuanceerd voor nu, maar toch maar even: ook ik maak gebruik van technieken en vormen waarbij nuance soms in het geding komen. Bochten worden korter en stappen zijn soms groot. Waarom? Omdat dat bij schijnt de dragen aan de kans dat mijn stuk zijn weg vindt over het internet, dan lezen meer mensen het. Ook dat is een economisch argument. En weer sneuvelt nuance als eerste.

Er ontstaan pas problemen als wetenschappers en politici naar buiten moeten treden. De media helpen hier niet erg bij: zij hebben namelijk ook economische prikkels. Immers zijn voor hen kijk- en oplagecijfers belangrijk, wellicht wel belangrijker dan waarheidsvinding. Dit is niet per se cynisch, economische prikkels zijn reëel en verdedigbaar. Gevolg is wel dat de media op zoek zijn naar oneliners en soundbytes, waarin de politici en wetenschappers eenduidig zeggen hoe het zit, bijvoorbeeld ‘er is een grote kans op een pandemie’. Zo worden de burgers wel geïnformeerd, maar eigenlijk altijd foutief.

Dit complot tegen de nuance, geïnitieerd door de burgers tegen de gezagsdragers slaat eigenlijk gelijk terug op de burgers. De wereld is niet zo ongenuanceerd zoals deze zich voor kan doen, en het is niet aan ons om te doen of dat wel zo is. Het enige wat we kunnen doen, is elkaar aankijken en overeenkomen dat we geen idee hebben over de complexiteit van de dingen, en dat we wel ongenuanceerd moeten zijn. Wel zo makkelijk.

Gerelateerde artikelen
Reacties
3 Reacties
  • Shannon Spruit,

    Mooi stuk, misschien draag ik met mijn stuk van dinsdag ook wel bij aan het complot tegen de nuance. Ik vraag me echter wel af of het mogelijk is om een echt genuanceert gesprek ergens over te hebben. Je kunt het wellicht benaderen, maar moet je in communicatie met anderen altijd niet iets van nuance laten varen ten bate van de communicatie. Behalve als je allebei exact dezelfde betekenissen en kennis in je hoofd hebt zitten natuurlijk, dan kun je elkaar perfect begrijpen.

    Iedereen is een leek op zijn eigen manier, en hoe meer mensen je iets wilt uitleggen hoe ongenuanceerder het wellicht wel wordt. Misschien moeten we ('de niet wetenschappelijk burger') dan maar niet meer proberen praten over dit soort dingen, of in ieder geval realistisch zijn en beseffen dat alles wat we te horen krijgen kort door de bocht is.

  • Raskolnikov,

    Ik ben voor een genuanceerdere kijk op de nuance. Nuance goed, botheid slecht is nogal een simplistische opvatting. Ik zou zelfs willen zeggen, liever helemaal geen nuance dan een beetje nuance. Daarom is de vulgarisering van wetenschap en filosofie ook zo'n kwalijke zaak.

  • Ko van 't Hek,

    @Shannon, exactly my point

    @Raskolnikov, ik ben met je eens dat nuance=goed, geen nuance=slecht een te simplistische opvatting is, en ik hoop niet dat dat in het stuk hierboven staat. Ik denk niet dat we kunnen kiezen tussen nuancenivueas, dat wil zeggen; de uiterste zijn wel mogelijk, maar dat zijn karikaturen. Daar heeft niemand wat aan, en wetenschappers al helemaal. Hun vak is namelijk: nuanceren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven