Paramount Pictures 2013

Het crisisgenre

We zitten met z’n allen in een neerstortend vliegtuig en de cockpit is leeg. Met deze metafoor opent Joris Luyendijk zijn boek over de financiële sector. Dit kan niet waar zijn is het best verkochte boek van 2015. In de conclusie, getiteld ‘De Lege Cockpit’, geeft Luyendijk toe dat hij de lezer met een onveilig gevoel en een machteloze angst achterlaat.

In het boek Brandhaarden: de komende crises in Europa zoomt de bestsellerschrijver George Friedman in op komende conflicten, gevaren, en dreigende trends die niet te stoppen zijn. Hij is de oprichter en CEO van Stratfor, een onafhankelijke en zeer prestigieuze denktank die ook wel wordt gezien als een alternatieve CIA. Zij voorspelden onder andere het conflict op de Krim, maar ook dat er in de tweede week van januari 2014 in Nederland een volksopstand zou woeden. We hoeven dus niet alle dreigende voorspellingen van Stratfor even serieus te nemen.

Onze focus ligt noch helder op de onderliggende problemen, noch op potentiële oplossingen

Het zijn perfecte voorbeelden van wat ik graag het crisisgenre zou willen noemen. Dit genre is een mengsel van onderzoeksjournalistiek en ramp-entertainment. Een aansprekende mix, die inmiddels een soort hype is. Het crisisgenre speelt - al dan niet bewust - in op onvrede en een voorgevoel van catastrofe en angst. We willen ons voorbereiden op het schadelijke, kwalijke, funeste, en dus lezen we graag over mogelijke crises, noodsituaties en drama’s.

Op zichzelf is dat geen ramp, maar het succes van het crisisgenre heeft wel degelijk een gevaarlijke schaduwzijde: het zorgt ervoor dat we geneigd zijn binnen een beperkt scala aan rampmogelijkheden te denken. Dit weerhoudt ons ervan te denken in de mogelijke wereld die wij wensen. Laten we het voorbeeld van de financiële crisis onder de loep nemen.

Als je je geld en je baan verliest, en vervolgens als belastingbetaler moet bijdragen aan de redding van dezelfde banken die er een potje van hebben gemaakt, dan ben je boos. Je wil op zijn minst een verklaring. Daar springt het crisisgenre op in, maar de verklaringen zijn veelal uiterst summier geformuleerd. Selectief sommen schrijvers enkele oorzaken op. Meestal eindigt het betoog op één van de volgende twee manieren, of een combinatie: ‘het ging mis en er is niets veranderd’ of ‘het zal altijd weer misgaan en daar kun je niets aan veranderen’. Het genre verwordt al gauw tot sensatiejournalistiek, tot de willige beul van progressieve hoop. Onze focus ligt noch helder op de onderliggende problemen, noch op potentiële oplossingen: een financieel systeem dat anders moet en kan.

Het crisisgenre voedt conservatisme

In die zin nodigt het crisisgenre uit tot defaitisme. Het werkt verlammend en deactiverend. En daar ligt het sluimerende gevaar van dit toch schijnbaar onschuldige genre: het spreekt niet alleen het gevoel van onrecht aan, maar houdt het gevoel van onmacht in stand. Het benadrukt de onmogelijkheid van verandering en nodigt nauwelijks uit tot nadenken over mogelijke oplossingen.

De financiële sector heeft een te grote invloed op onze economie en het crisisgenre verleidt ons ertoe om de hele sector op te geven als hopeloze bende. Er is een enorme maatschappelijke aversie tegen bankiers, en tegelijkertijd hebben we banken hard nodig. De positie van een financiële instelling is onvoorstelbaar sterk. Het crisisgenre houdt ons in de ban van hoe deze nu is, en staat ons niet toe de blik vooruit te werpen, op hoe deze kan zijn. Het crisisgenre voedt conservatisme.

De aandacht gaat nu vooral uit naar de eindeloze bonusdiscussie en oneerlijke bancaire producten. Deze discussies leiden af van de onderliggende kwesties: hoe willen we het anders? Behalve Luyendijks Dit kan niet waar zijn zijn ook films als The Wolf of Wallstreet en The Big Short natuurlijk genieten. Maar noem mij één film die volle zalen trekt, één goed verkopend boek, of populaire column die uitnodigt vooruit te blikken naar mogelijke verandering en positief over de ontwikkelingen in de financiële sector informeert.

Juist nu ontstaat er namelijk veel goeds dat onze aandacht behoeft om ons uit de crisis te halen. Ten eerste is er de ontwikkeling van financiële technologie innovaties (fintech). Deze innovatie biedt veelbelovende manieren waarop de bank als intermediair minder aanwezig is en dus automatisch minder profiteert. Ook kan fintech ontwikkelingslanden toegang tot financiële diensten verschaffen, zoals mobiel bankieren in veel Afrikaanse landen.

Een andere tendens is dat individuen zichzelf steeds meer organiseren in lokale en persoonlijke netwerken, die zijn gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Voorbeelden zijn crowdfunding, peer-to-peer leningen, verzekeringen en pensioenfondsen, en kredietunies. Deze ontwikkelingen staan los van de banken die too big too fail geworden zijn.

In tegenstelling tot het crisisgenre krijgen bovenstaande voorbeelden te weinig aandacht. Dat is niet verwonderlijk, want het crisisgenre verlaten vereist een omslag in ons traditionele denken. Anno 2016 hoeft een bank bijvoorbeeld geen enorme balans en netwerk meer te hebben. Zoals AirBnB geen hotels bezit en Uber geen taxi’s, hoeft een nieuwe bank geen geld op de balans te bezitten. Denk aan Society One, de ‘bank’ met meer klanten en een hoger balanstotaal dan een aantal van de grootste grootbanken tezamen. Dat is een peer-to-peer platform waar mensen, particulieren en bedrijven geld aan elkaar kunnen lenen.

Ten tweede passen nieuwe ontwikkelingen niet binnen de structuren die we voor traditionele financiële dienstverleners hebben. Voor nieuwe spelers die zich geheel buiten de bankenwereld bewegen, zoals fintech-bedrijven, bestaat er nog geen regulering. Toezichthouders lopen wat dat betreft achter op de ontwikkelingen en hebben hun handen vol aan het bewaken van de bestaande financiële instellingen. Een bankvergunning voor een alternatieve bank kan jaren duren of wordt überhaupt niet verstrekt. Vernieuwende initiatieven worden daarmee ontmoedigd. Sterker nog, nieuwe spelers zonder toezicht kunnen gevaarlijk zijn, want ook hier kunnen cowboytaferelen ontstaan.

Ten derde voelt de bestaande orde wel degelijk een nieuwe garde aankomen. Net als Shell duurzame energie alternatieven opkoopt, worden nu vaak fintech start-ups opgekocht om bestaande banken te versterken op het vlak van technologische kennis. Fintech veroorzaakt disruptieve verandering; de nieuwe financiële dienstverlening gaat namelijk buiten het gevestigde bankwezen om.

Er is geen sector die meer op hypes en trends inspeelt dan de financiële sector

De verantwoordelijkheid voor een gezonde financiële sector ligt grotendeels bij de sector zelf, deels bij de toezichthouders, de politiek en de media. Maar we vergeten nog wel eens de essentiële rol die bij onszelf ligt. Nu laten we ons gijzelen door het crisisgenre, terwijl veel kritische stemmen de aanjager van werkelijke verandering kunnen zijn.

Welke rol willen wij dat de financiële sector voor ons vervult? Simpel, constructief en duidelijk: we willen veilig kunnen betalen, lenen en sparen. En welke nieuwe ontwikkelingen kunnen hieraan bijdragen? Meer aandacht voor het beantwoorden van deze vraag noodzaakt de sector te veranderen. Er is geen sector die meer op hypes en trends inspeelt dan de financiële sector. Om verschuiving naar een dienstbaarder en duurzamere sector te versnellen dienen we dus aandacht te besteden aan het hoopgevende potentieel dat in de oplossingen ligt. Vanuit deze krachtige positie als afnemers van financiële diensten kunnen we beginnen onze stem en pen te gebruiken voor odes aan vernieuwers en wegbereiders. Want wat je aandacht geeft, dat groeit.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven