Wikimedia Commons

Het einde van de wetenschappelijke integriteit

Sinds een aantal jaren bieden universiteiten de master wetenschapseducatie en –communicatie aan. Hierin worden studenten met een Bachelor of Science geleerd hoe ze hun wetenschappelijke kennis op een verantwoorde manier kunnen overdragen aan het brede publiek. Is de wetenschap daadwerkelijk zo veranderd dat deze master opeens noodzakelijk is geworden? Nee, het is de maatschappij die veranderd is en daarmee het toneel van de wetenschap heeft beïnvloed. Door de intensivering van de informatiestroom en de individualisering van het mediagebruik is er namelijk een nieuw decor ontwikkeld waarin de wetenschapper zijn weg moet vinden. Dit nieuwe decor is de weerspiegeling van een huidige maatschappelijke trend: iedereen moet op elk moment over alles een mening hebben. Maar hoe communiceert de professionele wetenschapper zijn mening over een heikel wetenschappelijk/maatschappelijk vraagstuk met behoud van wetenschappelijke integriteit?

Het zou fantastisch zijn als dit geen relevant vraagstuk zou zijn, maar helaas is het tegenovergestelde aan de orde van de dag. Er is namelijk gebleken dat alleen een heel speciaal ondersoort in staat is om zijn mening uit te dragen waar het penibele en delicate maatschappelijke kwesties betreft: de activistisch ingestelde wetenschapper. Alleen zij durven in de schijnwerpers te staan en hun (strijdvaardige) denkwijze op het brede publiek over te dragen. Doordat zij het predikaat ‘wetenschapper’ dragen, lijkt het wel alsof er bij voorbaat vanuit wordt gegaan dat ze alleen in feiten praten. En hiermee moet worden uitgekeken. De mening van de wetenschapper mag dan wel gebaseerd zijn op peer-reviewed (collegiaal getoetst) onderzoek, het blijft een mening en geen onweerlegbaar feit. De meer gematigde wetenschappers hebben zich te lang teruggetrokken, waardoor er niet geageerd is tegen het feit dat op deze manier wetenschapscommunicatie met wetenschapspropaganda is verward. Onwenselijk gevolg: verlies van wetenschappelijke integriteit.

Het is het toonbeeld van een gefrustreerde activistische onderzoeker die zijn stempel ‘wetenschapper’ als strategisch wapen inzet.

Wetenschappelijke integriteit heeft tegenwoordig namelijk niet alleen meer te maken met wetenschapsbeoefening (m.a.w. dataverzameling en -verwerking) maar ook met wetenschapscommunicatie. Volgens een recent rapport van de InterAcademy Council en de IAP (het wereldwijde netwerk van wetenschappelijke instituten) [1] is het de taak van wetenschappers om hun resultaten en de maatschappelijke implicaties daarvan naar het publiek te communiceren op een zodanige manier dat de wetenschappelijke waarden blijven gewaarborgd. Wat mogen deze waarden dan wel niet wezen? Het rapport noemt er zeven: oprechtheid, eerlijkheid, objectiviteit, betrouwbaarheid, kritische blik, verantwoordelijkheid, en openheid. Waar het wetenschappelijke publicaties betreft, worden alle onderzoekers in spe getraind om deze waarden hoog in het vaandel te houden. Waar het communiceren naar een niet-wetenschappelijk publiek betreft, schieten de huidige wetenschappelijke opleidingen echter tekort. Een dergelijk publiek vraagt namelijk steeds vaker om een mening, het liefst zo kort en bondig mogelijk. En dat is precies waar de gematigde wetenschapper voor terugdeinst en de militante wetenschapper het stokje overneemt: helaas een niet-representatieve weerspiegeling van de verscheidenheid van de professionele wetenschappers met een mening.

Een casus kan de relevantie van het vraagstuk verduidelijken. Onlangs werd tropisch bosecoloog Bill Laurance door de KNAW gelauwerd met de prestigieuze Heinekenprijs voor milieuwetenschappen. De Australische hoogleraar ontving de prijs voor zijn onderzoek naar de effecten van menselijk ingrijpen in het Amazonegebied. De zeer charismatische spreker was eregast op een symposium georganiseerd door de Universiteit van Groningen en hield een praatje getiteld ‘The battle for public opinion’. In deze lezing ageerde hij tegen een organisatie wiens doel het is om de houtkap in het Amazonegebied te bevorderen (World Growth International).[2] Deze organisatie heeft er een handje van om wetenschappelijke feiten te verdraaien en wetenschappers persoonlijk (en onder de gordel) aan te vallen. Dhr Laurance protesteerde geheel terecht tegen deze organisatie. Maar helaas niet op een wetenschappelijk integere manier.

Doordat zij het predikaat ‘wetenschapper’ dragen, lijkt het wel alsof er bij voorbaat vanuit wordt gegaan dat ze alleen in feiten praten.

In zijn praatje vertelde Bill Laurance vol trots hoe hij erachter was gekomen waar de organisatie haar financiering vandaan haalt: daarvoor had hij in diens prullenbakken gesnuffeld. Verder riep hij al zijn toehoorders op om naar eigen zeggen deze ‘vijanden van de wetenschap publiekelijk af te slachten’. Is dit werkelijk het voorbeeld waar ‘wetenschappers met een mening’ zich aan moeten spiegelen? Nee, het is het toonbeeld van een gefrustreerde activistische onderzoeker die zijn stempel ‘wetenschapper’ als strategisch wapen inzet in de strijd om het Amazonegebied. Door zo’n militante toon aan te slaan tijdens het communiceren, is er weinig sprake van objectiviteit of een kritische blik naar het eigen werk. Omdat dit alles bewust gebeurt onder de noemer ‘wetenschap’, is hiermee de wetenschappelijke integriteit behoorlijk in het geding.

Moeten wetenschappers zich dan maar beperken tot de wetenschap en meetbare feiten, en zich verre houden van het hebben van een eigen mening? Absoluut niet. Wetenschappers zouden juist een mening moeten hebben over hun resultaten en wat voor gevolgen hun bevindingen voor de maatschappij hebben of zouden moeten hebben. Wie onderzoek doet naar onderwerpen in bijvoorbeeld de gezondheidszorg, milieu(vervuiling), of kwetsbaarheid van ecosystemen, zal gegarandeerd worden geconfronteerd met persoonlijke opvattingen over de maatschappelijke invulling van de behaalde resultaten. Maar te lang hebben alleen charismatische en activistisch ingestelde wetenschappers hun mening naar voren gebracht in deze gevoelige kwesties. Gematigde wetenschappers, pak het stokje terug! Door onze kennis hebben we niet de plicht tot activisme, zoals dhr Laurance betoogt[3], maar wel de plicht en verantwoordelijkheid tot informeren.  Op een wetenschappelijk integere manier welteverstaan.

Gematigde wetenshappers, pak het stokje terug!

De grote uitdaging is nu om de maatschappelijk gewenste ‘wetenschapper met een mening’ een plek te geven op het wetenschappelijke toneel. De mening moet namelijk worden uitgedragen zonder het vertrouwen van andere onderzoekers te verliezen. Het vertrouwen moet blijven bestaan dat de persoonlijke mening niet in de weg staat van toekomstig objectief wetenschappelijk onderzoek. Niet elke wetenschapper zal zich even vertrouwd voelen in de publieke schijnwerpers. Prima, maar pas dan het huidige wetenschappelijke credo toe: samenwerken is de sleutel tot succes. Sla de handen ineen, niet alleen voor waarheidsvinding (zo zijn wetenschappelijke artikelen met 300 auteurs geen uitzondering), maar ook voor waarheidsberichtgeving.

Wetenschappers en communiceren: een aparte masteropleiding aan de universiteit.  En terecht.

Disclaimer: De auteur van dit stuk heeft geen master wetenschapscommunicatie genoten.

Referenties

[1] http://www.interacademies.net/News/PressReleases/19784.aspx
[2] http://worldgrowth.org/
[3] Interview van Bill Laurance in Bionieuws, 29-09-2012

Gerelateerde artikelen
Reacties
9 Reacties
  • Mijn schoenmaker twittert niet en blijft wel bij zijn leest. Zijn kop is zo lelijk is dat hij geen ijdelheid meer heeft.

  • Vandaar dat ik ook niet Twitter.

  • Arjan Miedema,

    Ik begrijp je probleem maar je oplossing is me niet duidelijk. De militante wetenschapper zal namelijk altijd winnen van de bedachtzame wetenschapper als het gaat om het in de spotlight treden. Net als dat Bram Moszko altijd aan de praattafels schoof en niet de rustige, alles afwegende model-advocaat.

    Een realistischer oplossing is het informeren van het publiek, door KNAW en andersoortige instanties dat wetenschap mensenwerk is en dat je een wetenschapper die iets verteld niet direct op zijn blauwe ogen hoeft te geloven. Ook media maken zich schuldig aan het klakkeloos overnemen van persberichten van 'activistische wetenschappers'.

    Terug naar het vroegere automatische respect en krediet voor iedereen met de titel prof. is volgens mij trouwens ook geen goed idee, wees blij dat de samenleving kritischer, slimmer en gebekter is geworden.

  • Hey Arjen,

    Maar verwar bedachtzaam niet met een 'grauwe muis' en/of saai! Gematigde wetenschappers kunnen net zo goed enthousiasmeren, inspireren en betogen. Nu lijkt het net of je betoogt dat op een wetenschappelijk integere manier communiceren ontzettend duf en geestdodend is.

    Ik ben het helemaal met je eens dat er duidelijk moet worden gemaakt dat wetenschappers ook maar mensen zijn die fouten maken. Is 'fouten' maken niet juist de manier waarop de (natuur)wetenschap vooruitgaat? Vaak worden foute resultaten gepresenteerd, waarna deze worden herzien. In principe geen probleem zolang het maar helder en duidelijk gebeurt. Misschien ligt een deel van het probleem er ook wel in dat er een druk is op wetenschappers om schokkende resultaten te behalen.

    Het zou trouwens best kunnen dat ik iets te ver ben gegaan in stellen dat de hele wetenschap dit probleem ervaart. Ik heb alleen ervaringen binnen de natuurwetenschappen. Hoe het precies in de sociale wetenschappen in elkaar steekt weet ik niet uit eigen ervaring en kan ik mij alleen baseren op wat zo nu en dan in de media verschijnt. Wat natuurlijk niet het meest representatieve beeld aller tijde is. 🙂

  • Oeps, je naam verkeerd gespeld...

  • Ik begrijp je probleem niet, in tegenstelling tot Arjan. Ik lees in je artikel eigenlijk alleen dat je vindt dat 'activistische' wetenschappers niet de enigen moeten zijn die hun publiek vinden en dat gematigdheid die activisten zou sieren. Nou is gematigdheid een prachtige deugd - of eigenlijk vind ik van niet -. Echter de manier waarop je communicatie en onderzoekspraktijk scheidt, persoonlijke mening en objectiviteit, enz. enz., is bijzonder kunstmatig. Communicatie en wetenschap staan in het verlengde van elkaar. Dat beaam je echter ook in je artikel, maar dat blijkt niet uit je waardering van de spraakzame wetenschapper. Zij zouden juist voorbeelden moeten zijn. Dat er rotte appels tussen zitten, staat daar wat mij betreft los van.

  • Overigens walg ik van populaire wetenschap, maar dat is dus m.i. iets heel anders.

  • Shannon Spruit,

    In aanvulling van Leon denk ik dat het interessant is te kijken hoe invloedrijk een activistische houding is in de wetenschap zelf. Ook daar raak je in de schijnwerpers (publiceer je in de beste tijdschriften) niet alleen vanwege kwaliteit maar ook door goede connecties en politiek.
    Activisme is trouwens een lastige term, in sommige gevallen in je tekst terug te brengen tot 'enthousiasme' en 'mediageniek zijn' kun je een voorbeeld geven van hoe je onderzoek in de media brengen activistisch is (b.v. om geld richting jouw tak van onderzoek te krijgen)?

    Verder ben ik het helemaal met je eens Hedwig dat het wijs is als wetenschappelijke wereld na te denken over wat er gebeurt. Is het gewenst dat wetenschappers in de publieke arena een stem krijgen terwijl ze in de wetenschappelijke wereld geen hoog aanzien hebben. Dit zal in ieder geval het publieke beeld van 'de wetenschap' beinvloeden (voor zover dat als een blok te beschouwen is).

  • Hey Leon en Shannon,

    Ten eerste excuses voor mijn late reactie.

    Ten tweede: jullie hebben een boel punten waar ik op kan ingaan. 🙂 Onder activisme versta ik niet per definitie ‘enthousiast’ en ‘mediageniek’. Nee, het gaat mij puur om de houding die de wetenschapper in kwestie aanneemt. In het voorbeeld wat ik aanhaal is de houding niet activistisch mbt het krijgen van geld voor onderzoek, maar activistisch mbt het redden van een natuurgebied en optreden tegen de ‘vijanden van de natuur’. Een nobel streven, maar dhr Laurance misbruikt naar mijn mening zijn positie als wetenschapper. In de niet-wetenschappelijke wereld worden de woorden van een wetenschapper al snel opgevat als een of andere waarheidsclaim. Als deze woorden dan ook nog eens op een militante toon worden uitgesproken, wordt er erg weinig ruimte overgelaten voor discussie. En dat terwijl een kritische blik juist hoog in het vaandel zou moeten staan, zeker bij wetenschappers.

    Als je promoveert, is een van de laatste zinnen uitgesproken door de promotor: ‘Verklaar ik bij deze u, ..., te bevorderen tot doctor, met alle daaraan door wet en gewoonte verbonden rechten en plichten jegens wetenschap en samenleving.’ Oftewel: een doctor bekleedt niet alleen binnen het wetenschappelijke veld maar ook in de samenleving als geheel een bepaalde positie, en er mag van de persoon worden verwacht dat deze zich verre houdt van handelingen of gedragingen die het vertrouwen in de wetenschap beschaamt of ondermijnt. Op het moment dat de wetenschappelijke integriteit in het geding komt door de activistische uitspraken van een wetenschapper, kun je wat mij betreft beargumenteren dat de wetenschapper zijn zelf verworven en opgelegde plicht niet nakomt.

    Een scheiding van mening en wetenschap is zeer onwenselijk en kunstmatig, zoals Leon al aanstipt. Juist daarom moeten wetenschappers daarin getraind worden. Zoals Shannon namelijk benadrukt, is het belangrijk om te realiseren hoe het publieke beeld van ‘de wetenschap’ wordt beïnvloed, en of het beeld van ‘de wetenschapper’ recht doet aan de wetenschap.

    Of we alleen te maken hebben met rotte appels? Laten we het hopen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven