Flickr / br1dotcom

Het encyclopedisch paleis

Contemporaine kunst probeert steeds meer toenadering te zoeken tot wetenschap. Expositiecatalogi staan sinds jaar en dag bol van wetenschappelijk klinkende frasen als 'using the studio like a laboratory – a site where she can investiage optical perception by controlling the process of painting itself'. De afgelopen jaren is deze tendens toegenomen: kunstenaars in wording worden aangemoedigd om promotieonderzoek te doen. Onder invloed van de kunsttheorie van Deleuze en Guattari, waarin geen essentieel onderscheid bestaat tussen kunst en filosofie, hebben kunstenaars tegenwoordig carte blanche om zich te wijden aan experimenten en conceptuele verkenningen die weinig meer met esthetica te maken hebben. Hier lijkt het motto: kunst is de voortzetting van wetenschap met andere middelen.

De resultaten van deze benadering zijn regelmatig tenenkrommend, vaak oninteressant en bijna altijd publieksonvriendelijk. Men gaat niet naar een museum of galerie om een verhandeling over neurosociologie of transfiniete getallen te lezen, maar zonder deze achtergrond zijn de uitgestalde werken vaak onbegrijpelijk.

De Biënnale van Venetië laat zien dat de confrontatie tussen wetenschap en kunst toch potentie heeft. Naast de nationale paviljoenen heeft de Biënnale op twee locaties een ‘centraal paviljoen’. Daar vindt onder toezicht van curator Massimiliano Gioni een internationale expositie plaats. De ondertitel research exhibition geeft al aan dat de verhouding tussen kunst en wetenschap een van de centrale thema’s is.

Kunst is de voortzetting van wetenschap met andere middelen.

In dit internationale paviljoen komt esthetiek bijvoorbeeld samen met biologie in Stefan Bertalans afbeeldingen van de levenscyclus van een zonnebloem. Het project I Lived for 130 Days with a Sunflower Plant uit 1979 bestaat uit een serie tekeningen, foto’s en geschreven beschrijvingen die suggereren dat één zonnebloem een eindeloze bron van betekenis kan zijn en laten zo zien dat een wetenschappelijke blik niet noodzakelijk een onttoverde en mechanische wereld ziet.

KP Brehmers project Himmelfarben uit de jaren ‘70 lijkt diametraal tegengesteld aan dat van Bertalan: Brehmer documenteerde ieder uur van de dag de kleur van de hemel met waterverf of geblokt papier. Het resultaat is een serie schematische weergaven waaruit zowel de poëzie van de hemel als de esthetiek van waterverf is verdwenen. Hier gaan wetenschap en onttovering wel hand in hand.

Naast het esthetisch onderzoeken van de wetenschappelijke blik is het verzamelen en categoriseren van kennis een centraal thema. De titel van de Biënnale dit jaar is ‘The Encyclopedic Palace’, naar een ontwerp voor een reusachtig museum dat in Washington D.C. gebouwd had moeten worden. In dit denkbeeldige museum, ontworpen door de Italiaans-Amerikaanse automechanicus en lijstenmaker Marino Auriti, hadden alle prestaties van de mensheid, van wiel tot satelliet tot moderne kunst, tentoongesteld moeten worden.

Naar aanleiding van dit visioen van een collectie die alle menselijke kennis omvat heeft Massimiliano Gioni de centrale expositie van de Biënnale vormgegeven als een expositie van verschillende pogingen om de hele wereld in één systeem te vangen. Wetenschap zelf is zo’n poging tot een allesomvattend systeem, maar er is in het centrale paviljoen vooral aandacht voor pseudowetenschappelijke en esoterische systemen.

De ‘research exhibition’ van de Venetiaanse Biënnale geeft een verfrissende nieuwe wending aan de confrontatie tussen kunst en wetenschap.

Zo opent de expositie met C.G. Jungs Rode Boek, een verzameling gestileerde tekeningen van visioenen, dromen en fantasieën. In de volgende ruimte hangen afdrukken van de schoolborden waarop Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie, zijn lezingen illustreerde. Nog iets verderop vinden we de ontwerpen voor een nieuwe set tarotkaarten die roemruchte occultist Aleister Crowley samen met illustrator Frieda Harris maakte. Deze esoterische figuren zijn in de expositie opgenomen vanwege de unieke manier waarop ze het menselijke verlangen naar allesomvattende kennis verbeelden.

In andere werken vinden we niet zozeer de drang naar volledigheid, maar manieren om te compenseren voor onvolledigheid. De Poolse filmmaker Artur Zmijewski liet bijvoorbeeld voor de documentaire Blindly een aantal blinde volwassenen schilderijen maken. De film laat zien hoe het ontbreken van een zintuig vraagt om andere manieren van oriënteren, en is zo een ode aan de kracht van de verbeelding.

Bovenal is de centrale expositie zelf in zijn geheel een encyclopedisch paleis dat een catalogus bevat van de verschillende manieren om met verbeeldingskracht, dromen en ideeën om te gaan. De aanwezigheid van Jung is significant: zijn theorie van archetypen: oerbeelden uit een collectief onderbewuste die ons denken en handelen vormen, vormt een rode draad in het Centrale Paviljoen. In een aantal zalen staan werken van verschillende kunstenaars met diverse achtergronden die onafhankelijk van elkaar met vergelijkbare projecten bezig waren. Zo laat een collectie traditionele Hindoeïstische tantraschilderijen van eivormige energievelden naast abstracte collages met eivormige motieven van Roemeense avant-gardiste Geta Bratescu zien hoe in verschillende contexten dezelfde beeldtaal opduikt.

De theorie van archetypen van Jung vormt een rode draad in het Centrale Paviljoen.

De research exhibition van de Venetiaanse Biënnale geeft een verfrissende nieuwe wending aan de confrontatie tussen kunst en wetenschap. Niet alleen vinden we er producten van ‘wetenschappelijke’ kunst – biologisch, sociologisch, meteorologisch – maar de expositie zelf functioneert als wetenschappelijk onderzoek. Hierdoor leidt de confrontatie niet, zoals meestal, tot een parasitaire verhouding waarbij een artiest wat wetenschappelijke concepten leent zonder iets terug te geven. De centrale tentoonstelling probeert juist een symbiose op te zetten.

De uitvoering laat hier en daar nog wat te wensen over – de esoterische kitsch van Aleister Crowley of Carl Gustav Jung botst bijvoorbeeld erg met de serieuzere kunst eromheen. Bovendien wil de expositie erg veel balletjes tegelijk hoog houden: in haar enthousiasme om een expositie tot wetenschap te maken probeert ze erg veel thema’s en benaderingen te combineren. Hierdoor ontbreekt het bij tijd en wijle aan richting. Maar vergeleken met de mainstream van wetenschappelijk georiënteerde kunst en artistiek georiënteerde wetenschap is het encyclopedische paleis van de Biënnale een warm bad.

Dit artikel is deel 2 van een drieluik van Rik Peters over de Biënnale van Venetië. Hier vind je deel 1 en deel 3.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Mooi stuk, Rik. Ik erger me ook vaak aan het idee dat moderne kunst verantwoording zou moeten afleggen aan de 'harde' wetenschap. Toch begrijp ik de keuze voor Jung's Rode Boek in deze context wel: naast een collectie visioenen, dromen en fantasieën loopt Jung in het narratief van zijn boek vooruit op veel van zijn latere, 'wetenschappelijke' ideeën. Daarom is het Rode Boek zo'n belangrijk werk in zijn oeuvre - het laat zien dat veel van wat later als wetenschappelijke ideeën werden beschouwd hun oorsprong vinden in Jung's fantasierijke, 'irrationele' werk. In dat geval is het dus andersom: wetenschap is daar de voortzetting van kunst met andere middelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven