Flickr / Thomas Leuthard

Het Europa van burgerinitiatieven

Stel je voor: maandenlang heb je met juridische experts, marketingdeskundigen, vertalers en songtekstschrijvers om de tafel gezeten. Het Europese Volkslied is er echt een meezinger van geworden. Maar, helaas. De Commissie blijkt niet bevoegd om liedjes aan te dragen in het Esperanto. Zo ongeveer moet het de initiatiefnemers van het Europees burgerinitiatief 'Recommend singing the European Anthem in Esperanto' vergaan zijn.

Het Europees Burgerinitiatief is in 2012 in het leven geroepen, bedoeld om de kloof tussen Europa en burger te dichten. Het is een wetgevingsverzoek, direct van Europese burgers aan de Europese Commissie, het uitvoerende orgaan van de Europese Unie dat wetsvoorstellen schrijft en uitvoert wanneer deze goedgekeurd zijn. Wanneer burgers met wetsvoorstellen kunnen komen kan het toch niet zo bar gesteld zijn met democratie in Europa? Tot welke conclusie leidt het Europese burgerinitiatief als lakmoesproef voor Europese democratie anno 2014?

Voor het burgerinitiatief zijn een miljoen handtekeningen nodig uit zeven lidstaten. Als het plan aan de criteria voldoet (zoals dat het niet indruist tegen de EU-verdragen en betrekking heeft op een onderwerp waar de Commissie überhaupt wetgeving voor kan ontwerpen) wordt het besproken in het Europees Parlement, die het vervolgens doorstuurt naar de Commissie. Deze komt dan binnen twee maanden met een reactie over of zij wetgeving gaat ontwerpen of niet.

In het tweejarig bestaan van het burgerinitiatief zijn er al zo'n vijftig initiatieven ingediend. Het lijkt te gaan om een redelijke dwarsdoorsnede aan zorgen: een Europees minimuminkomen, 'stop Ecocide' tegen milieuvervuiling en 'Right2Water' tegen privatisering van de watermarkt, allemaal van meer linksgeoriënteerde groepen. Daartegenover het anti-abortus initiatief 'One of Us', een initiatief voor het stoppen van geldverspillend klimaatbeleid en een initiatief tegen legale prostitutie van meer rechtsgeoriënteerde groepen. Ook eurosceptici en eurofielen zijn vertegenwoordigd: van 'extra bescherming voor regio's' tot het Esperanto-volkslied. Tot zover slaagt de proef: via het burgerinitiatief is er een brede en diverse betrokkenheid van Europese burgers bij Europese wetgeving.

Via het burgerinitiatief is er een brede en diverse betrokkenheid van Europese burgers bij Europese wetgeving.

Alleen hebben van de vijftig initiatieven maar twee het gehaald tot aan de Commissie: One of Us (het initiatief tegen abortus) en Right2Water (die tegen watermarktprivatisering). Verreweg de meeste initiatieven sneuvelen bij het registreren, omdat de Commissie geen wetgeving zou kunnen maken over het onderwerp. Het enige initiatief dat het hele proces doorlopen heeft, dus gekomen is tot aan correspondentie met de Commissie, is Right2Water. Het antwoord was dat de Commissie het signaal had opgevangen, er alle begrip voor had, het scherp in de gaten ging houden, maar het schrijven van wetgeving over een verbod op watermarktprivatisering toch aan de lidstaten ging laten.

Het rendement van het Europees burgerinitiatief is dus nog niet bepaald verbluffend. Misschien is het onwetendheid over Commissiebevoegdheden onder Europese burgers, misschien is het dat de Commissie eigenlijk nog niet helemaal 'toe is' aan burgerinspraak. In ieder geval, gemeten aan het succes van het burgerinitiatief is het democratisch gehalte van Europa dus nog niet echt hoog. De situatie bevestigt het idee van een afstand tussen burger en Europese politiek. Maar het burgerinitiatief was juist bedoeld om precies dat probleem op te lossen. Bovendien bestaat het nog maar net. Welke potentie heeft het initiatief voor de toekomst?

Het burgerinitiatief kan het begin zijn van een 'arena' van de verschillende ideeën die leven onder Europeanen. Niet dat je je daardoor meer verbonden zal voelen met je Europese medeburger, waarschijnlijk het tegendeel. Verbondenheid hoeft ook helemaal niet het doel te zijn.

De Belgische politiek filosofe Chantal Mouffe biedt hierop een visie met haar model van 'agonistisch pluralisme'. Ze stelt dat moderne samenlevingsverbanden nu eenmaal divers zijn, we leven in pluralistische democratieën. Het huidige ideaal is om de verschillen te overbruggen door consensus. Hier hebben we een rationeel debat waarin we tot elkaar komen of onze standpunten 'eerlijk uitruilen'.

Het rationele debat in het huidige consensusmodel camoufleert de werkelijke aard van mens en samenleving.

Maar volgens Mouffe gaat dit ideaal voorbij aan de aard van de mens en samenleving. De mens is niet (alleen maar) rationeel, de mens heeft passies en ontleent de eigen identiteit aan een wij-zij onderscheid. De samenleving bestaat hierdoor uit tegenstellingen waarvan sommigen nu eenmaal onoverbrugbaar zijn. Het rationele debat in het huidige consensusmodel camoufleert de werkelijke aard van mens en samenleving. Door deze camouflage richt de tegenstelling zich tégen het systeem, een democratisch systeem dat nou juist bestaat om voor iedereen (ongeacht ras, religie, geaardheid, mening of wat dan ook) bepaalde rechten te waarborgen. Als de burger de strijd aanbindt tegen het systeem, betrekt die strijd zich dus al gauw ook op die democratische waarborgen. Intussen sluimeren de tegenstellingen tussen burgers onderling door, met het gevaarlijke verschil dat wanneer die tegenstellingen aan de oppervlakte komen, er aan bepaalde fundamenten van het systeem is gezaagd en sommige basisrechten niet langer gegarandeerd kunnen worden.

Een ideaal dat veel beter recht doet aan de aard van mens en samenleving is volgens Mouffe dat van het 'agonistisch debat'. Hierin is het 'zij' omgevormd: van politieke vijanden gaat het nu om 'tegenstanders', ofwel legitieme vijanden. Mensen hebben dan misschien diametraal verschillende standpunten, maar zien elkaar als legitieme deelnemers aan de politieke arena: er is een "vibrant clash of democratic political positions". Hierdoor verdwijnen de tegenstellingen niet, maar spelen die zich wel ín de politieke arena af in plaats van daar tegen.

Een 'vibrant clash' rondom burgerinitiatieven is een manier om het 'zij' om te vormen. Je ziet precies wie 'wij' en 'zij' zijn: niet langer obscure lobbyisten in de gangen in Brussel, maar gewoon mannen en vrouwen met een e-mailadres. Hun opvattingen kots je misschien uit, maar ze zitten wel net als jij in die Europese Unie.

Het Europees burgerinitiatief biedt ons dus een meetinstrument en een praktisch instrument tegelijk. Het 'meet' de afstand tussen Europese burgers en Europese politiek en het is 'in te zetten' als materiaal voor een agonistisch debat waarin de tegenstellingen die er tussen Unie-burgers onderling bestaan aan het licht kunnen komen waardoor het debat in de Europese Unie niet langer alleen maar een strijd tussen Unie en burgers is.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • In hoeverre acht je een agonistische ideaal daadwerkelijk realiseerbaar? Of, met andere woorden, hoe zorg je ervoor dat agonisme niet omslaat in antagonisme?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven